----De mode in de twintigste eeuw

  1900-1914
1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914
  Belle Époque

Parijs was hèt modecentrum in de wereld. Het belangrijkste modehuis was dat van de gebroeders Jean-Philippe (1856-1926) en Gaston (1853-1924) Worth. Hun creaties waren voornamelijk bedoeld voor de wat rijpere echtgenotes van welgestelde heren. Vrouwen gingen gekleed volgens de S-lijn op basis van het droit-devant-corset. Dit corset drukte de buik plat en accentueerde billen en borsten. Het middel moest superslank zijn en werd strak ingesnoerd om het gewenste zandlopermodel te bereiken. De japonnen waren gemaakt van soepele stoffen als crèpe de chine, mousseline, kant, tule en chiffon met Jugendstil borduursels. Ze hadden een hoge kraag, lange mouwen en een gerende rok die vanaf de knie uitwaaierde. Buitenshuis droeg men altijd een mantel met handschoenen en een breedgerande hoed, vaak overdadig versierd met bloemen, kant of veren. Voor 's avonds hadden de japonnen een rond of vierkant décolleté, de armen waren bloot (wel handschoenen) en in het opgestoken haar in Pompadourstijl droeg men ornamenten met juwelen of veren. Ook het mantelpak, gedragen met allerlei verschillende blouses, was populair.

    Reformbeweging De reformbeweging protesteerde tegen het dragen van het ongezonde corset, dat bij veel vrouwen kwalen veroorzaakte, en propageerde soepele rechte kleding van natuurlijke materialen. Omdat deze kleding als weinig modieus werd beschouwd, kreeg de beweging niet veel aanhang.

    Paul Poiret (1879-1944)

Meer succes had modeontwerper Paul Poiret die in 1906 het corset in een klap afschafte. Hij veranderde de mode rigoreus, geen strikken, linten en kantjes meer maar japonnen met een hoge taille vanwaar de rok sluik naar beneden viel. Voor vrouwen die het corset niet konden missen, ontwierp hij een zachte gordel van rubber met daarbij een losse beha: de eerste in de geschiedenis van de mode! Poiret raakte geïnspireerd door de kostuums van het in Parijs optredende Russische Ballet (Ballets Russes) en ontwierp Oosterse toiletten, harembroeken en tuniekjurken met daarbij op het hoofd een tulband in plaats van een hoed. Veel opzien baarde hij met zijn lampekap-japon met wijd-uitstaande tuniek. Hij introduceerde de V-hals en de 'strompelrok' (zeer nauw van onderen) en bleef tot 1914 de mode beheersen. De schilder Raoul Duffy (1877-1953) ontwierp stoffen voor Poiret.

    Modevrouwen Ook een aantal vrouwelijke couturiers was zeer succesvol. De vier zusters Callot maakten prachtige kanten négligées, Jeanne Lanvin (1867-1946) maakte hoeden en kleding voor jonge vrouwen en Jeanne Paquin (1869-1936) werd bekend om haar empirejaponnen en ontwierp de 'tangojurk' met extra ruimte voor meer beweging.

    Herenkleding

De altijd perfect geklede Engelse koning Edward VII (1841-1910) was het grote voorbeeld. Overdag droegen de heren een geklede jas op een gestreepte broek en een hoge hoed of gleufhoed, de zogenaamde Homburg. De overhemdboorden stonden hoog tegen de hals op en werden niet voor niets 'vadermoorders' genoemd. 's Avonds droeg men een jacquet en in de vrije tijd buiten droeg men tweed jasjes en plusfours. Een plusfour was een broek met wijde pijpen die onder de knie met een band bijeen werden gehouden.
         
  1915-1920
1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920
  Eerste Wereldoorlog
Gedurende de oorlog veranderde het modebeeld weinig. De kleding werd wel soberder, het stofgebruik beperkter. Vrouwen werkten in kantoren en fabrieken en dat vroeg om functionele kleding. Als reactie op de schaarste verscheen er in 1916 opeens een heel wijde, voetvrije rok, de 'oorlogscrinoline'. Een jaar later was hij nog wijder en korter met eronder een aantal stijf gesteven onderrokken. In 1917 was deze rok al weer helemaal uit.

    Avant-garde en Art Deco Italiaanse avant-gardisten wilden een brug slaan tussen kunst en mode en ontwierpen futuristische kleding. De van oorspronkelijk Russische ontwerper Erté (1892-1990) bedacht prachtige Art Deco kleding voor theater en film. Zijn modeillustraties voor Harper's Bazaar hadden veel invloed.
         
  1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
  Roaring Twenties Tijdens de wereldoorlog moesten veel vrouwen "mannenwerk" doen. Dat had ook invloed op de mode, die nu veel mannelijke trekjes ging vertonen met pantalons en mantelpakken met strenge vormen. De roklengte werd korter en het silhouet recht en slank, zonder taille. Vrouwelijke vormen waren uit, hoe platter hoe mooier (la ligne Garçonne). De haren mochten kort zijn met eventueel wat krullen (de shingle). Vrouwen gingen meer aan sport doen en dat vroeg om speciale sportkleding die veelal van jersey werd gemaakt (badpakken, jumpers en gebreide vesten). De opkomst van de confectieindustrie maakte mode toegankelijker voor een groot publiek. In plaats van zijde werd veel gebruik gemaakt van het veel goedkopere rayon. Ook waren de modellen met lage taille en korte rokken op de naaimachine thuis gemakkelijk na te maken. De nieuwe avondkleding was vol beweging. Het lange statige avondtoilet werd vervangen door de korte cocktailjapon zonder mouwen, versierd met kralen en franjes. Daarbij hoorden lange shawls en kettingen. Zo danste men de Charleston en de Shimmy, de dansrages van toen. De nieuwste haardracht werd de bob, nog korter dan de shingle en gladgekamd met een spuuglok op de wang.

    Coco Chanel (1883-1971)

Een vrouw met een groot talent voor het ontwerpen van moderne en functionele kleding. Zij maakte als eerste kleding van jersey. Al in 1920 ontwierp ze speciale sportkleding. Jumpers werden de grote mode. In 1921 introduceerde ze haar beroemde parfum Chanel No. 5 en in 1926 de petite robe noire, een korte, zwarte, kraagloze hemdjurk met lange, gladde mouwen. Daarbij op het hoofd een pothoed. De jurk was een groot succes: deze kon met van alles worden gecombineerd vooral ook met de eveneens door haar ontworpen imitatiejuwelen. Coco Chanel maakte de zongebruinde huid populair, wat weer van invloed was op de badmode.


  Jean Patou (1880-1936)
Ook Patou, bekend om zijn sobere stijl, ontwierp sportkleding. Zijn costuum voor tenniskampioene Suzanne Lenglen bestond uit een witzijden plooirok met daarop een wit vest en een bandeau in het haar. In 1924 opende hij een speciaalzaak voor sport- en badkleding in Deauville.

    Madeleine Vionnet (1876-1975) Zij ontdekte de mogelijkheden van schuin op de draad gesneden stoffen en verwerkte deze in vloeiende creaties met veeal asymmetrische draperieën in Griekse stijl. Haar ontwerpen voor avondkleding werden toonaangevend.

    Herenkleding

Trendsetter voor de herenkleding was Edward, prins van Wales (1894-1972), die in 1936 afstand deed van de troon en verder als hertog van Windsor door het leven ging. Kleding moest comfortabel zijn: lage leren schoenen, strikdassen en overhemden met liggend boord. Colberts hadden brede schouders, vielen smal om de heupen en werden gedragen op plusfours of Oxford-bags, broeken met zeer wijde pijpen en omslagen. Behalve gleufhoeden kwamen petten (in plaats van strohoeden) in zwang. Dassen strikte men in een Windsorknoop en bij de smoking werd een wit vest gedragen. Ook mannen droegen jersey kleding, pullovers met V-hals over een overhemd en truien bij sportieve bezigheden.
         
  1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
  Elsa Schiaparelli (1890-1973)
Deze van origine Italiaanse ontwerpster liet zich inspireren door het surrealisme van René Magritte (1898-1967),Jean Cocteau (1889-1963) en vooral Salvador Dali (1904-1989). In samenwerking met deze kunstenaars shockeerde ze de modewereld met haar toiletten en hoeden. Haar hoed in de vorm van een omgekeerde schoen werd beroemd. Ze introduceerde de kleur shocking pink en gaf ook haar parfum de naam Shocking.
    Nieuwe trends De taille ging weer omhoog en de rok omlaag. Een tijdje waren de rokken van voren nog kort en van achteren lang. De pothoeden raakten uit en het jongensfiguur was passé. Het nieuwe silhouet had brede schouders (schoudervullingen, epauletten) en smalle heupen waardoor het bovenlichaam een driehoek vormde. De mouwen waren lang en wijd, de rok was gerend en kwam tot halverwege de kuit. De zomerjurken hadden kapmouwtjes. Om de hals droeg men een parelketting. De avondmode werd weer lang met schuingesneden jurken die bij de heup uitwaaierden of halterlijnjurken van satijn. In de mode kwamen skibroeken (met een bandje onder de voet) en schoenen met doorlopende hakken en plateauzolen.
    Invloed van Hollywood


Van grote invloed werd de glamour van Hollywood. Met copieën van de romantische witte jurk met strokenmouwen die Joan Crawford (1908-1977) droeg in de film Letty Lynton (1932) behaalde de confectieindustrie een reusachtig verkoopsucces. Marlene Dietrich (*1901) was de eerste vrouw die in het openbaar een pantalon droeg (1933). Van Greta Garbo (1905-1990) werd de slappe clochehoed geïmiteerd en van Hedy Lamarr haar pillendooshoedje. Kleine hoeden in allerlei modellen, vaak schuin op het hoofd, waren de grote rage gedurende de hele periode. De film Gone with the Wind (1939) inspireerde tot japonnen met stroken en volants langs mouwen, rokken en décolletés.Naar voorbeeld van Jean Harlow (1911-1937) werden de haren met waterstofperoxide gebleekt en golvend gekapt (geonduleerd). Goud werd de grote mode: goudlamé avondkleding, gouden kettingen, kleding met gouddraad en gouden pailletten. Ook bont, al dan niet geverfd, was zeer gewild.
    Herenkleding Er veranderde weinig. Net als bij de damesmode lag het accent meer op het figuur: getailleerde kostuums met brede revers en eenrij-sluiting. Bij officiële gelegenheden had het colbert een dubbele sluiting.
         
  1939-1946
1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946
  Tweede Wereldoorlog Gedurende de oorlog heerste in Europa (vooral in Engeland en in de bezette gebieden op het continent) grote textielschaarste. Men kreeg textielpunten toegewezen om kleding te kopen, die van zo weinig mogelijk stof was gemaakt. Dit betekende korte rokken en geen onnodige versieringen, de zogenaamde "utiliteitskleding". Bij gebrek aan zijden kousen droegen de vrouwen sokjes of schilderden ze hun benen bruin. De produktie van zijde voor kleding was tijdens de oorlog verboden. Zijde was nodig voor het maken van parachutes. In plaats van een hoed droeg men shawls om het hoofd. Zeer populair was het hoog opgekamde kapsel waarbij de haren van achteren in een U-vormige rol werden gedragen. De Parijse modehuizen bleven kleding maken voor een kleine groep rijke Duitsers en Fransen, de meeste Fransen leden armoede. In de Verenigde Staten begonnen Amerikaanse ontwerpers een eigen stijl te creëren nu de contacten met Parijs waren verbroken (American Look). Kenmerkend hiervoor waren onder meer ruimvallende pantalons met brede ceintuurs en schoenen met platte hakken. Claire McCardell (1905-1958) ontwierp eenvoudige, stijlvolle jersey kleding en overhemdjurken.
         
  1946-1949
1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949
  New Look Christian Dior(1905-1957)

Een scherp contrast met de kleding uit de oorlogstijd vormde de collectie van Dior uit 1947. De ontwerpen van zijn New Look hadden halflange, volumineuze rokken waarvoor veel stof nodig was, soms wel twintig meter. Er kwam veel kritiek op deze mode die vanwege nog heersende schaarste voor weinig vrouwen betaalbaar was. Desondanks sloeg de New Look aan. Vrouwen naaiden stroken stof onderaan de rokken van hun oude jurken zodat deze langer werden en in 1948 was de nieuwe mode ook in de winkels te koop. Uit Amerika kwamen de eerste nylonkousen (met naad) en in 1948 werd in tijdschriften geadverteerd met de eerste badpakken gemaakt van synthetische garens.
         
  1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959   Parijse mode en de opkomst van prêt-à-porter








Parijs heroverde voorlopig nog zijn leidende positie in de modewereld. Behalve Dior waren vele andere couturiers actief. Bekende namen waren Jacques Fath (1912-1954), Hubert de Givenchy (*1927),Pierre Balmain (1914-1982) en Christobal Balenciaga (1895-1972). Dior presenteerde in 1954 de H-lijn en in 1955 de succesvolle A-lijn. Jacques Fath lanceerde de zeer nauwe kokerrok, De Givenchy ontwierp kleding voor de filmster Audrey Hepburn ( ) en Balenciaga kwam met rechte jurken zonder taille, de zogenaamde 'zaklijn'. Bekende vrouwelijke ontwerpers waren Nina Ricci (1883-1970), Madame Grès (1903-1993) en Coco Chanel. De laatste heropende haar salon in 1954, na een afwezigheid van vijftien jaar, en presenteerde haar inmiddels klassiek geworden 'Chanelpak', een kraagloos jasje afgezet met tres in een contrasterende tint over een blouse met strik op een licht gerende rok.Daarbij hoorden veel goudkleurige kettingen. Nieuw in alle collecties was de cocktaildress, een korte, gedecolleteerde avondjurk veelal bestaande uit een lijfje, strapless of met spaghettibandjes, en een zeer wijde uitstaande rok. Hierop werd dikwijls een bolero (een heel kort jasje) gedragen. Omdat de dure Haute Couture nog maar voor weinigen betaalbaar was, liep het aantal modehuizen terug van 60 in 1952 naar 36 in 1958. Vanaf 1955 brachten veel couturiers tevens een prêt-à-porter collectie uit. Dit was confectie op hoog niveau naar eigen ontwerp. Max Heymans, aanvankelijk hoedenontwerper,was de eerste Nederlandse couturier met een eigen salon. Hij had een voorkeur voor chique mode in de stijl van Chanel.

    Mode uit Italië Er kwam concurrentie vanuit Italië. In 1951 presenteerden Italiaanse ontwerpers in Florence een show van stijlvolle, originele en kleurige mode die zeer succesvol was en veel aandacht kreeg in de internationale pers. Uit Italië kwam prachtige vrijetijds- en sportkleding en Italiaanse gebreide kleding was van hoge kwaliteit. In 1952 introduceerden de Italianen elegante puntschoenen met naaldhakken die bepalend werden voor de schoenmode.

    Herenkleding
Herenkleding werd minder formeel. Kostuums werden vaak vervangen door combinaties en in plaats van overhemd en das droeg men een trui.

    Jongerencultuur



De jeugd kwam in verzet tegen de normen en waarden van de volwassenen en ontwikkelde een eigen groepsmode. In Engeland waren dat de Mods met strakke, snelle kleding en de Teddyboys met kleding als in de tijd van Edward VII: broeken met nauwe pijpen, een lang colbert met fluwelen kraag en opgevulde schouders en schoenen met dikke crêpezolen (bordeelsluipers). Frankrijk kende de Blousons Noirs, Duitsland de Halbstarken en Nederland de Nozems. De jong verongelukte filmster James Dean (1931-1955), prototype van de onbegrepen jeugd, werd hun voorbeeld. Iedere jongen wilde er zo uitzien: jeansbroek, een trui over een overhemd met open kraag en slordig haar. Het optreden van Marlon Brando (*1924) in de film A Streetcar Named Desire uit 1951, maakte het T-shirt en het leren jack populair. De rock-'n-roll-muziek van Bill Haley en Elvis Presley (1935-1977) bracht eveneens een heel eigen mode voort. Voor de jongens zeer nauwe broeken, wijd openstaande gekleurde hemden en een vetkuif. De meisjes dansten in strakke truitjes en wijde cirkelrokken met petticoats (meerlaagse stijve nylon onderrokken) ofwel in slacks, nauwe driekwart lange broeken. Nieuw was de uit Amerika afkomstige puntbeha. De haarmode werd beïnvloed door de haardracht van filmsterren als Brigitte Bardot (paardenstaart) en Audrey Hepburn (rattenkopje). Ook het suikerspinkapsel van Farah Diba, in 1959 de bruid van de sjah van Perzië, vond veel navolging. Als alternatief voor de hoge naaldhakken waren er ballerinaslippers zonder hak, die leken op balletschoentjes. Geïnspireerd door de intellectuele/artistieke jeugd uit de Parijse wijk St. Germain-des-Prés hadden de 'existentialisten'een voorkeur voor lange sluike haren bij zwarte dito kleding. De chansonniére Juliette Gréco (*1927) was hun voorbeeld.
         
  1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968   Straatmode: Swinging LondenMary Quant(*1934)

Er kwam een einde aan de allesoverheersende invloed van de Parijse couture. Niet langer de grote modehuizen maar de jeugd ging de mode bepalen, waarbij Engeland de toon aangaf. Jonge ontwerpers maakten mode voor jonge mensen die in talloze winkeltjes verkocht werd. Carnaby Street met zijn vele boetiekjes werd de hipste straat van Londen. Mary Quant introduceerde korte rechte hemdjurkjes (Lolita- en Schoolgirl-look) en maakte furore met de minirok, kousen maakten plaats voor panties. Quants kinderlijk aandoende minijurkjes werden geshowd door de broodmagere mannequin Twiggy, het eerste supermodel. De winkel van Biba (*1936), die veel succes had met haar slinky lookvan nauwsluitende jurken, werd dè cult-zaak van Londen. De spijkerbroek, in alle mogelijke modellen, was inmiddels gemeengoed geworden. Om zich toch van elkaar te onderscheiden, begonnen de jongeren hun broeken te beschilderen, te appliqueren of te borduren. Dat gebeurde ook met de spijkerjasjes (naar model van de Engelse battle dress). Ook T-shirts (oorspronkelijk een onderhemd) werden nu in de meest uiteenlopende kleuren en kwaliteiten door iedereen gedragen.

    Flower Power Vanaf 1966 ontwikkelden de politiek geëngageerde hippies (tegen de Vietnamoorlog) een heel eigen mode met India-kleding, Afghaanse jassen, omslagdoeken met franjes en kwasten, lange haren en etnische sierraden. De Nederlandse couturier Frank Govers (1932-1997) raakte geinspireerd door de hippies in het Vondelpark.

    Parijs



Herenkleding
De Parijse modehuizen gingen in hun prêt-à-porter collecties mee met de heersende trends. 1964 was het jaar van de op-art (optical art), kleding in geometrische zwart-wit dessins.Yves Saint-Laurent (*1936) en Pierre Cardin (*1922) waren toonaangevend. André Courrèges (*1923) kwam met een collectie gebaseerd op de ruimtevaart, met veel wit en zilver. Daarbij werden laarzen met platte hakken gedragen. Paco Rabanne (*1934) maakte futuristische kleding van met metalen ringetjes aan elkaar gezette strookjes leer of plastic. Jean Cacherel (*1932) werd beroemd om zijn gebloemde overhemdblouses. Een aantal modeontwerpers hield zich eveneens bezig met herenmode. Cardin ontwierp kraagloze jasjes voor de Beatles, Saint-Laurent maakte safaripakken. De meeste mannenmode kwam echter uit Italië: pakken met getailleerde jasjes en broeken met nauwe pijpen zonder omslag. Overhemden en dassen werden kleuriger. In 1967 begon Frans Molenaar (*1940) die in Parijs bij Ricci en Laroche het vak had geleerd, in Amsterdam zijn eigen modehuis. Aanvankelijk maakte hij alleen herenkleding maar vanaf 1969 ontwierp hij ook kleding voor dames.
         
  1969-1979
Mini,midi, maxi

1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
  Laura Ashley (1925-1985) De mode werd steeds gevarieerder, er was voor elk wat wils. Even werd de minimode nòg korter met de komst van de hotpants, korte broekjes met bovenstuk of bretels. Totaal anders waren de zeer populaire Laura Ashley-bloemetjesjurken met hoge kragen en pofmouwen (Milkmaid Look). Kleding geënt op boerendrachten (folklorekleding) was zeer populair, natuurlijke stoffen waren in, synthetische stoffen en bont uit. De spijkerbroek moest nu vanaf de knie wijd uitlopen en liefst totaal verbleekt zijn. Ook tuinbroeken waren populair. Een nieuw verschijnsel was de unisex-mode, eenvormige mode voor beide sexen: lang haar, broekpakken en sierraden voor man en vrouw. In 1973 had, na een mislukte poging tot invoering van maxi, de midi-roklengte het gewonnen van de minirok, die nu echt passé was.

    Punk Onder rebelse jongeren ontstond in 1976 de punkmode: losgebreide, slordige mohair truien op kapotgescheurde broeken, hondenkettingen om de hals, scheermesjes en veiligheidsspelden in de oren en geverfd haar dat met behulp van veel gel in stekels en pieken recht overeind stond. De Engelse ontwerpster Vivienne Westwood (*1941) kleedde punks met geld.

    Legerkleding Een alternatief voor punk waren camouflagepakken en parka's met legeremblemen uit de dump. Daarbij droeg men canvas tassen en grove, hoge legerschoenen.

    Disco In 1978 vormde de film Saturday Night Fever met John Travolta en Olivia Newton-John de opmaat voor de discomode die meteen succesvol was. Strakke, elastische kleding van synthetische stoffen in reflecterende kleuren met veel glim en glitter.

    Fitness Gezond bewegen was essentieel. Jogging en aerobics vroegen om sportkleding van lichte nieuwe materialen als lycra en acryl .Voor elke sport kwamen speciale schoenen op de markt. Veel jongeren maakten de gemakkelijk zittende sportschoenen tot schoen voor alledag. Joggingpakken ("camping smoking" of "pitbull smoking") kregen een plaats in de vrijetijdsgarderobe.

    Modehuizen Milaan kreeg erkenning als nieuwe mode-hoofdstad. In 1975 begon Giorgio Armani (*1934) daar zijn eigen bedrijf, Gianni Versace (1946-1997) volgde in 1978. Met de folklore en military-look volgden de Parijse modehuizen de heersende trends. In Nederland opende Fong Leng (*1941) in 1971 haar studio in Amsterdam. Zij vervaardigde extravagante, rijkbestikte en geborduurde kledingstukken en couture-confectie in kleine oplagen. Een aantal van haar bijzondere creaties werd gedragen door Mathilde, de vrouw van schilder Carel Willink (1900-1983), en haar 'straalmantel' (1974) werd later aangekocht door het Centraal Museum in Utrecht.
         
  1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990   Oversized



De Parijse mode was groot en wijd met brede schouders. Als het eruit zag alsof je erin verdronk, was het goed. Ruim was in, ook in de confectiekleding. Japanse ontwerpers als Rei Kawakubo (*1943) van Comme des Garçons, Issey Miyake (*1938) en Yohji Yamamoto (*1943) veranderen het aanzien van de mode. Hun ingewikkelde ontwerpen bestonden uit over elkaar heen gedragen, losvallende kledingstukken zonder model. Het bijzondere zat veelal in de structuur van de gebruikte materialen: met katoen doorweven wol, fluweel met band of gekreukte stoffen. Hun mode diende meer als inspiratiebron dan als voorbeeld. Bont was totaal uit door acties van de milieubeweging. Karl Lagerfeld (*1938) leidde vanaf 1983 het huis Chanel en vergat geen enkel seizoen zijn interpretaties te geven van het beroemde Chanelpak. De van oorsprong Tunesische Azzedine Alaïa oogste in 1985 bewondering met zijn sexy stretch avondjurken met ingenieuze sluiting.In 1987 bracht Christian Lacroix (*1951)de minirok terug. Zijn avondjurken waren superkort met een opgebolde wijde rok (pouf). In Nederland was Frank Govers (1932-1977) actief. Hij maakte veel kleding voor optredende artiesten. In 1989 werd zijn prêt-à-porter collectie ook aan het buitenland verkocht.

    Yuppiekleding Dankzij de oplevende economie maakten vele jonge mannen en steeds meer vrouwen snel carrière waarbij veel geld werd verdiend. De Italiaanse ontwerpers richtten zich met klassieke mode op deze doelgroep. Giorgio Armani voerde het herenpak in bij de damesmode. In de Verenigde Staten ontwierp de New Yorkse Donna Karan (*1948) gestroomlijnde stadskleren voor jonge carrièrevrouwen: sexy mantelpakjes met brede schouders en korte, nauwe rokken (in Nederland bekend onder de naam "dwangpakjes") en multifunctionele combinaties voor werk en uitgaan. Zwart was haar favoriete kleur.

    Amerikaanse Lifestyle Ralph Lauren (*1939) en Calvin Klein (*1942) brachten moderne kleding als onderdeel van een totale manier van leven. Ze ontwierpen ook ondergoed, sportkleding, brillen, schoenen en parfums. Polo sportkleding met het logo van Lauren werd een begrip.

    Confectietrends Invloed van de Japanse ontwerpers: androgyne, zeer ruime mode met brede schouders. Veel laagjesmode: lang hemd over de broek, daarover weer kort vest. Vanaf 1986 werd de mode weer vrouwelijk: lange rokken met split en veel denim, dat nu salonfähig was geworden. Voor de zomer veel pakjes en rokken en voor de winter denim gevoerd met bont of doorgestikt. Onder invloed van Parijs maakte in 1987 de minirok zijn comeback, strakke stretch rokjes met achtersplit, in de zomer vaak gecompleteerd met een bustier (in navolging van de popzangeres Madonna) of een kort truitje. Veel blazers, ook voor mannen. Tricot leggings, kousen met kantpatronen, korte laarsjes, schoenen met platte hakken.

    Herenkleding De herenmode werd steeds internationaler en eleganter. Meer colberts met dubbele sluiting (Hugo Boss). In 1988 kwam het vest terug en was het in om bretels te dragen. Bandplooibroeken en gekleurde blazers voor netjes, denim voor vrijetijdskleding.
         
  1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000   Grunge Als protest tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij ontstond er een sort anti-kleding. In 1992 shockeerde de Belgische ontwerpster Ann Demeulemeester (*1959) de modewereld in Parijs met haar show van quasi-versleten, onafgewerkte en kapotte kleding. In 1993 ontstond in de Verenigde Staten onder invloed van de muziek van de bands Nirvana en Pearl Jam een trend van grunge-kleding die er opzettelijk oud en afgedragen uit moest zien. Je moest eruit zien of je net uit bed kwam en maar wat aangetrokken had. Een aantal Parijse ontwerpers haakte even in op die mode met gebruik van gekreukelde stoffen maar de rage ging snel weer voorbij.

    Clean chic Jill Sander (*1943) en Giorgio Armani waren voorstanders van een stijl van klassieke eenvoud die al het overbodige wegliet. Functionele, goedgemaakte kleding die de persoonlijkheid van de draagster deed uitkomen. In de V.S. waren Donna Karan en Calvin Klein vertegenwoordigers van deze stijl.

    Designer Labels Ontwerpers voorzagen hun produkten meer en meer van een eigen logo. Een paar voorbeelden: Ralph Lauren voorzag al zijn sportkleding van een polospelertje, Chanel tassen waren herkenbaar aan de dubbele C, kleding en schoenen van Gucci aan de G, en de riemen van Hermès hadden een H tot gesp. Trendsetter was in de jaren dertig de Franse tennisser René Lacoste (le Crocodile genoemd wegens zijn agressieve gedrag op de tennisbaan) die een tennisshirt lanceerde met een kleine krokodil op de borst. De logo's maakten zulke artikelen tot gewilde statussymbolen. In 1997 was de zwarte nylontas van Prada een gewild object.

    Hip-Hop Hip-hop mode ontstond op straat. Kenmerkend waren de wijde, afzakkende broeken en oversized jacks over T-shirts met allerhande, ironisch bedoelde logo's en teksten. Favoriete schoenmerken waren Reebok, Nike en Adidas.

    Parijs Vanaf 1995 waren veel nieuwe ontwerpers werkzaam in de oude couturehuizen. Aan het eind van de twintigste eeuw putte men inspiratie uit mode van lang vervlogen tijden (retrolook). De collecties van Karl Lagerfeld en Gianni Versace uit 1990 refereerden aan de tijd van Lodewijk XV, Christian Lacroix baseerde zich op de zestiende eeuw en gebruikte de kleuren van Vermeer. De collectie van Krizia (*1933) uit 1992 vertoonde invloeden uit de tijd van Keizerin Elizabeth (Sissi) van Oostenrijk. Het multiculturele aspect van de moderne samenleving zorgde voor Afrikaanse invloeden bij Jean-Paul Gaultier (*1952), John Galliano deed inspiratie op bij de Masai (1997). De laatste leidde vanaf 1997 het huis Dior waarvoor hij 12 collecties per jaar maakte, zowel Haute Couture als prêt-à-porter. Zijn collecties waren themagebonden en werden geshowd in een daarbij passende entourage waar de mannequins deel van uitmaakten (circuspiste, sprookjesbos, etc.) Galliano werkte ook weer veel met schuingesneden stoffen in navolging van Vionnet. In 1997 werd veel met transparante stoffen gewerkt. Modellen kregen soms meer aandacht dan de kleding. Supermodellen als Claudia Schiffer, Naomi Campbell en Kate Moss bereikten eenzelfde status als vroeger de grote sterren van Hollywood.


  Confectietrends Onder invloed van de economie gaven consumenten aanvankelijk niet veel geld uit aan kleren. De legging werd het meestgedragen kledingstuk. Naast minirokken veel lange rokken met split. In 1992 kwamen de hotpants even terug. 1994 bracht de ecolook, natuurlijke stoffen in natuurlijke kleuren. Wijde pasvorm, weinig coupe, veel lagen over elkaar, kleurloze mode. Het straatbeeld toonde veel nepbont (funfur) en jungleprints. In de zomer was de lingerielook populair: onderjurk gedragen als jurk, soms met een T-shirt eronder. Veel synthetische stoffen: polyamide en polyester. Jonge meisjes kleedden zich als de Spice Girls: plateauzolen, glittertopjes en hotpants. Apart waren de push-up slips naar aanleiding van de superkorte mode.


  Minimalisme In 1995 volgde een terugkeer naar de klassieke basismode met mantelpakjes en costuums in zwart of donkergrijs. De aandacht ging uit naar modieuze, sobere kleding van goede materialen. Amerikaanse mode van Donna Karan en Ralph Lauren was in trek, evenals de elegante conventionele mode van Helmuth Lang. In 1996 greep de mode terug op de jaren 60 en 70. Het silhouet werd sluik en langgerekt met smalle schouders en gerende rokken.In 1997 was het 'mannenpak' in krijtstreep bij vrouwen heel gewild. Er werd veel gebruik gemaakt van microvezels voor zachte en behaaglijke kledingstukken. Was de kleding voor overdag ingetogen en eenvoudig, 's avonds mocht het allemaal weer luxueus en representatief zijn.


  Herenkleding Blazers waren in steeds meer kleuren te koop. Er was een keur aan vrijetijdskleding, nieuw was het houthakkershemd. De bandplooibroek raakte uit en de costuums waren bij voorkeur Italiaans met als favoriete ontwerpers Armani, Prada en Versace.


  Millennium In 1999 ging het er wat vrolijker uitzien toen knalroze mode werd. De trend naar meer kleur zette door. Hoe de mode in de nieuwe eeuw er gaat uitzien zal de tijd leren. Rond de eeuwwisseling werd daarover veel gespeculeerd en had iedere ontwerper daarover een eigen visie die uiteenliep van high-tech tot romantisch. Jean-Charles de Castelbajac (*1949) wil ons in de nieuwe eeuw beschermen tegen de boze buitenwereld. Zijn laatste show toonde donzen mantels (als slaapzakken) en hoeden in de vorm van helmen van VN-veiligheidstroepen.