| |
1900-1914
1900-1914 1900-1914
1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 1900-1914 |
|
Belle Époque
 |
Parijs was hèt modecentrum in de wereld.
Het belangrijkste modehuis was dat van de gebroeders Jean-Philippe (1856-1926)
en Gaston (1853-1924) Worth. Hun creaties waren voornamelijk bedoeld voor de
wat rijpere echtgenotes van welgestelde heren. Vrouwen gingen gekleed volgens
de S-lijn op basis van het droit-devant-corset. Dit corset drukte de
buik plat en accentueerde billen en borsten. Het middel moest superslank zijn
en werd strak ingesnoerd om het gewenste zandlopermodel te bereiken. De
japonnen waren gemaakt van soepele stoffen als crèpe de chine,
mousseline, kant, tule en chiffon met Jugendstil borduursels. Ze hadden een
hoge kraag, lange mouwen en een gerende rok die vanaf de knie uitwaaierde.
Buitenshuis droeg men altijd een mantel met handschoenen en een breedgerande
hoed, vaak overdadig versierd met bloemen, kant of veren. Voor 's avonds hadden
de japonnen een rond of vierkant décolleté, de armen waren bloot
(wel handschoenen) en in het opgestoken haar in Pompadourstijl droeg men
ornamenten met juwelen of veren. Ook het mantelpak, gedragen met allerlei
verschillende blouses, was populair.
|
| |
|
Reformbeweging |
De reformbeweging protesteerde tegen het dragen
van het ongezonde corset, dat bij veel vrouwen kwalen veroorzaakte, en
propageerde soepele rechte kleding van natuurlijke materialen. Omdat deze
kleding als weinig modieus werd beschouwd, kreeg de beweging niet veel aanhang.
|
| |
|
Paul Poiret (1879-1944)
 |
Meer succes had modeontwerper Paul Poiret die in
1906 het corset in een klap afschafte. Hij veranderde de mode rigoreus, geen
strikken, linten en kantjes meer maar japonnen met een hoge taille vanwaar de
rok sluik naar beneden viel. Voor vrouwen die het corset niet konden missen,
ontwierp hij een zachte gordel van rubber met daarbij een losse beha: de eerste
in de geschiedenis van de mode! Poiret raakte geïnspireerd door de
kostuums van het in Parijs optredende Russische Ballet (Ballets Russes)
en ontwierp Oosterse toiletten, harembroeken en tuniekjurken met daarbij op het
hoofd een tulband in plaats van een hoed. Veel opzien baarde hij met zijn
lampekap-japon met wijd-uitstaande tuniek. Hij introduceerde de V-hals en de
'strompelrok' (zeer nauw van onderen) en bleef tot 1914 de mode beheersen. De
schilder Raoul Duffy (1877-1953) ontwierp stoffen voor Poiret.
|
| |
|
Modevrouwen |
Ook een aantal vrouwelijke couturiers was zeer
succesvol. De vier zusters Callot maakten prachtige kanten
négligées, Jeanne Lanvin (1867-1946) maakte hoeden en kleding
voor jonge vrouwen en Jeanne Paquin (1869-1936) werd bekend om haar
empirejaponnen en ontwierp de 'tangojurk' met extra ruimte voor meer beweging.
|
| |
|
Herenkleding
 |
De altijd perfect geklede Engelse koning Edward
VII (1841-1910) was het grote voorbeeld. Overdag droegen de heren een geklede
jas op een gestreepte broek en een hoge hoed of gleufhoed, de zogenaamde
Homburg. De overhemdboorden stonden hoog tegen de hals op en werden niet voor
niets 'vadermoorders' genoemd. 's Avonds droeg men een jacquet en in de vrije
tijd buiten droeg men tweed jasjes en plusfours. Een plusfour was een broek met
wijde pijpen die onder de knie met een band bijeen werden gehouden. |
| |
|
|
|
|
| |
1915-1920
1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 1915-1920 |
|
Eerste Wereldoorlog
 |
Gedurende de oorlog veranderde het modebeeld
weinig. De kleding werd wel soberder, het stofgebruik beperkter. Vrouwen
werkten in kantoren en fabrieken en dat vroeg om functionele kleding. Als
reactie op de schaarste verscheen er in 1916 opeens een heel wijde, voetvrije
rok, de 'oorlogscrinoline'. Een jaar later was hij nog wijder en korter met
eronder een aantal stijf gesteven onderrokken. In 1917 was deze rok al weer
helemaal uit.
|
| |
|
Avant-garde en Art Deco |
Italiaanse avant-gardisten wilden een brug slaan
tussen kunst en mode en ontwierpen futuristische kleding. De van oorspronkelijk
Russische ontwerper Erté (1892-1990) bedacht prachtige Art Deco kleding
voor theater en film. Zijn modeillustraties voor Harper's Bazaar hadden
veel invloed. |
| |
|
|
|
|
| |
1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 1920-1929 1920-1929
1920-1929 |
|
Roaring Twenties |
Tijdens de wereldoorlog moesten veel vrouwen
"mannenwerk" doen. Dat had ook invloed op de mode, die nu veel
mannelijke trekjes ging vertonen met pantalons en mantelpakken met strenge
vormen. De roklengte werd korter en het silhouet recht en slank, zonder taille.
Vrouwelijke vormen waren uit, hoe platter hoe mooier (la ligne
Garçonne). De haren mochten kort zijn met eventueel wat krullen (de
shingle). Vrouwen gingen meer aan sport doen en dat vroeg om speciale
sportkleding die veelal van jersey werd gemaakt (badpakken, jumpers en gebreide
vesten). De opkomst van de confectieindustrie maakte mode toegankelijker voor
een groot publiek. In plaats van zijde werd veel gebruik gemaakt van het veel
goedkopere rayon. Ook waren de modellen met lage taille en korte rokken op de
naaimachine thuis gemakkelijk na te maken. De nieuwe avondkleding was vol
beweging. Het lange statige avondtoilet werd vervangen door de korte
cocktailjapon zonder mouwen, versierd met kralen en franjes. Daarbij hoorden
lange shawls en kettingen. Zo danste men de Charleston en de Shimmy, de
dansrages van toen. De nieuwste haardracht werd de bob, nog korter dan de
shingle en gladgekamd met een spuuglok op de wang.
|
| |
|
Coco Chanel (1883-1971)
 |
Een vrouw met een groot talent voor het ontwerpen
van moderne en functionele kleding. Zij maakte als eerste kleding van jersey.
Al in 1920 ontwierp ze speciale sportkleding. Jumpers werden de grote mode. In
1921 introduceerde ze haar beroemde parfum Chanel No. 5 en in 1926 de petite
robe noire, een korte, zwarte, kraagloze hemdjurk met lange, gladde mouwen.
Daarbij op het hoofd een pothoed. De jurk was een groot succes: deze kon met
van alles worden gecombineerd vooral ook met de eveneens door haar ontworpen
imitatiejuwelen. Coco Chanel maakte de zongebruinde huid populair, wat weer van
invloed was op de badmode.
|
|
|
Jean Patou (1880-1936)
 |
Ook Patou, bekend om zijn sobere stijl, ontwierp
sportkleding. Zijn costuum voor tenniskampioene Suzanne Lenglen bestond uit een
witzijden plooirok met daarop een wit vest en een bandeau in het haar. In 1924
opende hij een speciaalzaak voor sport- en badkleding in Deauville.
|
| |
|
Madeleine Vionnet (1876-1975) |
Zij ontdekte de mogelijkheden van schuin op de
draad gesneden stoffen en verwerkte deze in vloeiende creaties met veeal
asymmetrische draperieën in Griekse stijl. Haar ontwerpen voor
avondkleding werden toonaangevend.
|
| |
|
Herenkleding
 |
Trendsetter voor de herenkleding was Edward, prins
van Wales (1894-1972), die in 1936 afstand deed van de troon en verder als
hertog van Windsor door het leven ging. Kleding moest comfortabel zijn: lage
leren schoenen, strikdassen en overhemden met liggend boord. Colberts hadden
brede schouders, vielen smal om de heupen en werden gedragen op plusfours of
Oxford-bags, broeken met zeer wijde pijpen en omslagen. Behalve
gleufhoeden kwamen petten (in plaats van strohoeden) in zwang. Dassen strikte
men in een Windsorknoop en bij de smoking werd een wit vest gedragen. Ook
mannen droegen jersey kleding, pullovers met V-hals over een overhemd en truien
bij sportieve bezigheden. |
| |
|
|
|
|
| |
1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938 1930-1938
1930-1938 1930-1938 1930-1938 |
|
Elsa Schiaparelli (1890-1973)
 |
Deze van origine Italiaanse ontwerpster liet zich
inspireren door het surrealisme van René Magritte (1898-1967),Jean
Cocteau (1889-1963) en vooral Salvador Dali (1904-1989). In samenwerking met
deze kunstenaars shockeerde ze de modewereld met haar toiletten en hoeden. Haar
hoed in de vorm van een omgekeerde schoen werd beroemd. Ze introduceerde de
kleur shocking pink en gaf ook haar parfum de naam Shocking.
|
| |
|
Nieuwe trends |
De taille ging weer omhoog en de rok omlaag. Een
tijdje waren de rokken van voren nog kort en van achteren lang. De pothoeden
raakten uit en het jongensfiguur was passé. Het nieuwe silhouet had
brede schouders (schoudervullingen, epauletten) en smalle heupen waardoor het
bovenlichaam een driehoek vormde. De mouwen waren lang en wijd, de rok was
gerend en kwam tot halverwege de kuit. De zomerjurken hadden kapmouwtjes. Om de
hals droeg men een parelketting. De avondmode werd weer lang met schuingesneden
jurken die bij de heup uitwaaierden of halterlijnjurken van satijn. In de mode
kwamen skibroeken (met een bandje onder de voet) en schoenen met doorlopende
hakken en plateauzolen. |
| |
|
Invloed van Hollywood

 |
Van grote invloed werd de glamour van Hollywood.
Met copieën van de romantische witte jurk met strokenmouwen die Joan
Crawford (1908-1977) droeg in de film Letty Lynton (1932) behaalde de
confectieindustrie een reusachtig verkoopsucces. Marlene Dietrich (*1901) was
de eerste vrouw die in het openbaar een pantalon droeg (1933). Van Greta Garbo
(1905-1990) werd de slappe clochehoed geïmiteerd en van Hedy Lamarr haar
pillendooshoedje. Kleine hoeden in allerlei modellen, vaak schuin op het hoofd,
waren de grote rage gedurende de hele periode. De film Gone with the
Wind (1939) inspireerde tot japonnen met stroken en volants langs mouwen,
rokken en décolletés.Naar voorbeeld van Jean Harlow (1911-1937)
werden de haren met waterstofperoxide gebleekt en golvend gekapt (geonduleerd).
Goud werd de grote mode: goudlamé avondkleding, gouden kettingen,
kleding met gouddraad en gouden pailletten. Ook bont, al dan niet geverfd, was
zeer gewild. |
| |
|
Herenkleding |
Er veranderde weinig. Net als bij de damesmode lag
het accent meer op het figuur: getailleerde kostuums met brede revers en
eenrij-sluiting. Bij officiële gelegenheden had het colbert een dubbele
sluiting. |
| |
|
|
|
|
| |
1939-1946
1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946
1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946
1939-1946 1939-1946 1939-1946 1939-1946 |
|
Tweede Wereldoorlog |
Gedurende de oorlog heerste in Europa (vooral in
Engeland en in de bezette gebieden op het continent) grote textielschaarste.
Men kreeg textielpunten toegewezen om kleding te kopen, die van zo weinig
mogelijk stof was gemaakt. Dit betekende korte rokken en geen onnodige
versieringen, de zogenaamde "utiliteitskleding". Bij gebrek aan
zijden kousen droegen de vrouwen sokjes of schilderden ze hun benen bruin. De
produktie van zijde voor kleding was tijdens de oorlog verboden. Zijde was
nodig voor het maken van parachutes. In plaats van een hoed droeg men shawls om
het hoofd. Zeer populair was het hoog opgekamde kapsel waarbij de haren van
achteren in een U-vormige rol werden gedragen. De Parijse modehuizen bleven
kleding maken voor een kleine groep rijke Duitsers en Fransen, de meeste
Fransen leden armoede. In de Verenigde Staten begonnen Amerikaanse ontwerpers
een eigen stijl te creëren nu de contacten met Parijs waren verbroken
(American Look). Kenmerkend hiervoor waren onder meer ruimvallende
pantalons met brede ceintuurs en schoenen met platte hakken. Claire McCardell
(1905-1958) ontwierp eenvoudige, stijlvolle jersey kleding en
overhemdjurken. |
| |
|
|
|
|
| |
1946-1949
1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949
1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 1946-1949 |
|
New Look Christian Dior(1905-1957)
 |
Een scherp contrast met de kleding uit de
oorlogstijd vormde de collectie van Dior uit 1947. De ontwerpen van zijn New
Look hadden halflange, volumineuze rokken waarvoor veel stof nodig was,
soms wel twintig meter. Er kwam veel kritiek op deze mode die vanwege nog
heersende schaarste voor weinig vrouwen betaalbaar was. Desondanks sloeg de
New Look aan. Vrouwen naaiden stroken stof onderaan de rokken van hun
oude jurken zodat deze langer werden en in 1948 was de nieuwe mode ook in de
winkels te koop. Uit Amerika kwamen de eerste nylonkousen (met naad) en in 1948
werd in tijdschriften geadverteerd met de eerste badpakken gemaakt van
synthetische garens.
|
| |
|
|
|
|
| |
1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959 1950-1959
1950-1959 |
|
Parijse mode en de opkomst van
prêt-à-porter



|
Parijs heroverde voorlopig nog zijn leidende
positie in de modewereld. Behalve Dior waren vele andere couturiers actief.
Bekende namen waren Jacques Fath (1912-1954), Hubert de Givenchy (*1927),Pierre
Balmain (1914-1982) en Christobal Balenciaga (1895-1972). Dior presenteerde in
1954 de H-lijn en in 1955 de succesvolle A-lijn. Jacques Fath lanceerde de zeer
nauwe kokerrok, De Givenchy ontwierp kleding voor de filmster Audrey Hepburn (
) en Balenciaga kwam met rechte jurken zonder taille, de zogenaamde 'zaklijn'.
Bekende vrouwelijke ontwerpers waren Nina Ricci (1883-1970), Madame Grès
(1903-1993) en Coco Chanel. De laatste heropende haar salon in 1954, na een
afwezigheid van vijftien jaar, en presenteerde haar inmiddels klassiek geworden
'Chanelpak', een kraagloos jasje afgezet met tres in een contrasterende tint
over een blouse met strik op een licht gerende rok.Daarbij hoorden veel
goudkleurige kettingen. Nieuw in alle collecties was de cocktaildress,
een korte, gedecolleteerde avondjurk veelal bestaande uit een lijfje, strapless
of met spaghettibandjes, en een zeer wijde uitstaande rok. Hierop werd dikwijls
een bolero (een heel kort jasje) gedragen. Omdat de dure Haute Couture
nog maar voor weinigen betaalbaar was, liep het aantal modehuizen terug van 60
in 1952 naar 36 in 1958. Vanaf 1955 brachten veel couturiers tevens een
prêt-à-porter collectie uit. Dit was confectie op hoog
niveau naar eigen ontwerp. Max Heymans, aanvankelijk hoedenontwerper,was de
eerste Nederlandse couturier met een eigen salon. Hij had een voorkeur voor
chique mode in de stijl van Chanel.
|
| |
|
Mode uit Italië |
Er kwam concurrentie vanuit Italië. In 1951
presenteerden Italiaanse ontwerpers in Florence een show van stijlvolle,
originele en kleurige mode die zeer succesvol was en veel aandacht kreeg in de
internationale pers. Uit Italië kwam prachtige vrijetijds- en sportkleding
en Italiaanse gebreide kleding was van hoge kwaliteit. In 1952 introduceerden
de Italianen elegante puntschoenen met naaldhakken die bepalend werden voor de
schoenmode.
|
| |
|
Herenkleding
 |
Herenkleding werd minder formeel. Kostuums werden
vaak vervangen door combinaties en in plaats van overhemd en das droeg men een
trui.
|
| |
|
Jongerencultuur

|
De jeugd kwam in verzet tegen de normen en waarden
van de volwassenen en ontwikkelde een eigen groepsmode. In Engeland waren dat
de Mods met strakke, snelle kleding en de Teddyboys met kleding als in
de tijd van Edward VII: broeken met nauwe pijpen, een lang colbert met fluwelen
kraag en opgevulde schouders en schoenen met dikke crêpezolen
(bordeelsluipers). Frankrijk kende de Blousons Noirs, Duitsland de
Halbstarken en Nederland de Nozems. De jong verongelukte filmster James
Dean (1931-1955), prototype van de onbegrepen jeugd, werd hun voorbeeld. Iedere
jongen wilde er zo uitzien: jeansbroek, een trui over een overhemd met open
kraag en slordig haar. Het optreden van Marlon Brando (*1924) in de film A
Streetcar Named Desire uit 1951, maakte het T-shirt en het leren jack
populair. De rock-'n-roll-muziek van Bill Haley en Elvis Presley (1935-1977)
bracht eveneens een heel eigen mode voort. Voor de jongens zeer nauwe broeken,
wijd openstaande gekleurde hemden en een vetkuif. De meisjes dansten in strakke
truitjes en wijde cirkelrokken met petticoats (meerlaagse stijve nylon
onderrokken) ofwel in slacks, nauwe driekwart lange broeken. Nieuw was de uit
Amerika afkomstige puntbeha. De haarmode werd beïnvloed door de haardracht
van filmsterren als Brigitte Bardot (paardenstaart) en Audrey Hepburn
(rattenkopje). Ook het suikerspinkapsel van Farah Diba, in 1959 de bruid van de
sjah van Perzië, vond veel navolging. Als alternatief voor de hoge
naaldhakken waren er ballerinaslippers zonder hak, die leken op
balletschoentjes. Geïnspireerd door de intellectuele/artistieke jeugd uit
de Parijse wijk St. Germain-des-Prés hadden de 'existentialisten'een
voorkeur voor lange sluike haren bij zwarte dito kleding. De
chansonniére Juliette Gréco (*1927) was hun voorbeeld.
|
| |
|
|
|
|
| |
1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968 1960-1968
1960-1968 |
|
Straatmode: Swinging LondenMary
Quant(*1934)
 |
Er kwam een einde aan de allesoverheersende
invloed van de Parijse couture. Niet langer de grote modehuizen maar de jeugd
ging de mode bepalen, waarbij Engeland de toon aangaf. Jonge ontwerpers maakten
mode voor jonge mensen die in talloze winkeltjes verkocht werd. Carnaby Street
met zijn vele boetiekjes werd de hipste straat van Londen. Mary Quant
introduceerde korte rechte hemdjurkjes (Lolita- en
Schoolgirl-look) en maakte furore met de minirok, kousen maakten plaats
voor panties. Quants kinderlijk aandoende minijurkjes werden geshowd door de
broodmagere mannequin Twiggy, het eerste supermodel. De winkel van Biba
(*1936), die veel succes had met haar slinky lookvan nauwsluitende
jurken, werd dè cult-zaak van Londen. De spijkerbroek, in alle
mogelijke modellen, was inmiddels gemeengoed geworden. Om zich toch van elkaar
te onderscheiden, begonnen de jongeren hun broeken te beschilderen, te
appliqueren of te borduren. Dat gebeurde ook met de spijkerjasjes (naar model
van de Engelse battle dress). Ook T-shirts (oorspronkelijk een onderhemd)
werden nu in de meest uiteenlopende kleuren en kwaliteiten door iedereen
gedragen.
|
| |
|
Flower Power |
Vanaf 1966 ontwikkelden de politiek
geëngageerde hippies (tegen de Vietnamoorlog) een heel eigen mode met
India-kleding, Afghaanse jassen, omslagdoeken met franjes en kwasten, lange
haren en etnische sierraden. De Nederlandse couturier Frank Govers (1932-1997)
raakte geinspireerd door de hippies in het Vondelpark.
|
| |
|
Parijs

Herenkleding |
De Parijse modehuizen gingen in hun
prêt-à-porter collecties mee met de heersende trends. 1964
was het jaar van de op-art (optical art), kleding in geometrische
zwart-wit dessins.Yves Saint-Laurent (*1936) en Pierre Cardin (*1922) waren
toonaangevend. André Courrèges (*1923) kwam met een collectie
gebaseerd op de ruimtevaart, met veel wit en zilver. Daarbij werden laarzen met
platte hakken gedragen. Paco Rabanne (*1934) maakte futuristische kleding van
met metalen ringetjes aan elkaar gezette strookjes leer of plastic. Jean
Cacherel (*1932) werd beroemd om zijn gebloemde overhemdblouses. Een aantal
modeontwerpers hield zich eveneens bezig met herenmode. Cardin ontwierp
kraagloze jasjes voor de Beatles, Saint-Laurent maakte safaripakken. De meeste
mannenmode kwam echter uit Italië: pakken met getailleerde jasjes en
broeken met nauwe pijpen zonder omslag. Overhemden en dassen werden kleuriger.
In 1967 begon Frans Molenaar (*1940) die in Parijs bij Ricci en Laroche het vak
had geleerd, in Amsterdam zijn eigen modehuis. Aanvankelijk maakte hij alleen
herenkleding maar vanaf 1969 ontwierp hij ook kleding voor dames. |
| |
|
|
|
|
| |
1969-1979
Mini,midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
1969-1979 Mini, midi, maxi
|
|
Laura Ashley (1925-1985) |
De mode werd steeds gevarieerder, er was voor elk
wat wils. Even werd de minimode nòg korter met de komst van de
hotpants, korte broekjes met bovenstuk of bretels. Totaal anders waren
de zeer populaire Laura Ashley-bloemetjesjurken met hoge kragen en pofmouwen
(Milkmaid Look). Kleding geënt op boerendrachten (folklorekleding)
was zeer populair, natuurlijke stoffen waren in, synthetische stoffen en bont
uit. De spijkerbroek moest nu vanaf de knie wijd uitlopen en liefst totaal
verbleekt zijn. Ook tuinbroeken waren populair. Een nieuw verschijnsel was de
unisex-mode, eenvormige mode voor beide sexen: lang haar, broekpakken en
sierraden voor man en vrouw. In 1973 had, na een mislukte poging tot invoering
van maxi, de midi-roklengte het gewonnen van de minirok, die nu echt
passé was.
|
| |
|
Punk |
Onder rebelse jongeren ontstond in 1976 de
punkmode: losgebreide, slordige mohair truien op kapotgescheurde broeken,
hondenkettingen om de hals, scheermesjes en veiligheidsspelden in de oren en
geverfd haar dat met behulp van veel gel in stekels en pieken recht overeind
stond. De Engelse ontwerpster Vivienne Westwood (*1941) kleedde punks met geld.
|
| |
|
Legerkleding |
Een alternatief voor punk waren camouflagepakken
en parka's met legeremblemen uit de dump. Daarbij droeg men canvas tassen en
grove, hoge legerschoenen.
|
| |
|
Disco |
In 1978 vormde de film Saturday Night Fever
met John Travolta en Olivia Newton-John de opmaat voor de discomode die meteen
succesvol was. Strakke, elastische kleding van synthetische stoffen in
reflecterende kleuren met veel glim en glitter.
|
| |
|
Fitness |
Gezond bewegen was essentieel. Jogging en aerobics
vroegen om sportkleding van lichte nieuwe materialen als lycra en acryl .Voor
elke sport kwamen speciale schoenen op de markt. Veel jongeren maakten de
gemakkelijk zittende sportschoenen tot schoen voor alledag. Joggingpakken
("camping smoking" of "pitbull smoking") kregen een plaats
in de vrijetijdsgarderobe.
|
| |
|
Modehuizen |
Milaan kreeg erkenning als nieuwe mode-hoofdstad.
In 1975 begon Giorgio Armani (*1934) daar zijn eigen bedrijf, Gianni Versace
(1946-1997) volgde in 1978. Met de folklore en military-look volgden de Parijse
modehuizen de heersende trends. In Nederland opende Fong Leng (*1941) in 1971
haar studio in Amsterdam. Zij vervaardigde extravagante, rijkbestikte en
geborduurde kledingstukken en couture-confectie in kleine oplagen. Een aantal
van haar bijzondere creaties werd gedragen door Mathilde, de vrouw van schilder
Carel Willink (1900-1983), en haar 'straalmantel' (1974) werd later aangekocht
door het Centraal Museum in Utrecht.
|
| |
|
|
|
|
| |
1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990 1980-1990
1980-1990 1980-1990 |
|
Oversized

 |
De Parijse mode was groot en wijd met brede
schouders. Als het eruit zag alsof je erin verdronk, was het goed. Ruim was in,
ook in de confectiekleding. Japanse ontwerpers als Rei Kawakubo (*1943) van
Comme des Garçons, Issey Miyake (*1938) en Yohji Yamamoto (*1943)
veranderen het aanzien van de mode. Hun ingewikkelde ontwerpen bestonden uit
over elkaar heen gedragen, losvallende kledingstukken zonder model. Het
bijzondere zat veelal in de structuur van de gebruikte materialen: met katoen
doorweven wol, fluweel met band of gekreukte stoffen. Hun mode diende meer als
inspiratiebron dan als voorbeeld. Bont was totaal uit door acties van de
milieubeweging. Karl Lagerfeld (*1938) leidde vanaf 1983 het huis Chanel en
vergat geen enkel seizoen zijn interpretaties te geven van het beroemde
Chanelpak. De van oorsprong Tunesische Azzedine Alaïa oogste in 1985
bewondering met zijn sexy stretch avondjurken met ingenieuze sluiting.In 1987
bracht Christian Lacroix (*1951)de minirok terug. Zijn avondjurken waren
superkort met een opgebolde wijde rok (pouf). In Nederland was Frank Govers
(1932-1977) actief. Hij maakte veel kleding voor optredende artiesten. In 1989
werd zijn prêt-à-porter collectie ook aan het buitenland
verkocht.
|
| |
|
Yuppiekleding |
Dankzij de oplevende economie maakten vele jonge
mannen en steeds meer vrouwen snel carrière waarbij veel geld werd
verdiend. De Italiaanse ontwerpers richtten zich met klassieke mode op deze
doelgroep. Giorgio Armani voerde het herenpak in bij de damesmode. In de
Verenigde Staten ontwierp de New Yorkse Donna Karan (*1948) gestroomlijnde
stadskleren voor jonge carrièrevrouwen: sexy mantelpakjes met brede
schouders en korte, nauwe rokken (in Nederland bekend onder de naam
"dwangpakjes") en multifunctionele combinaties voor werk en uitgaan.
Zwart was haar favoriete kleur.
|
| |
|
Amerikaanse Lifestyle |
Ralph Lauren (*1939) en Calvin Klein (*1942)
brachten moderne kleding als onderdeel van een totale manier van leven. Ze
ontwierpen ook ondergoed, sportkleding, brillen, schoenen en parfums. Polo
sportkleding met het logo van Lauren werd een begrip.
|
| |
|
Confectietrends |
Invloed van de Japanse ontwerpers: androgyne, zeer
ruime mode met brede schouders. Veel laagjesmode: lang hemd over de broek,
daarover weer kort vest. Vanaf 1986 werd de mode weer vrouwelijk: lange rokken
met split en veel denim, dat nu salonfähig was geworden. Voor de zomer
veel pakjes en rokken en voor de winter denim gevoerd met bont of doorgestikt.
Onder invloed van Parijs maakte in 1987 de minirok zijn comeback, strakke
stretch rokjes met achtersplit, in de zomer vaak gecompleteerd met een bustier
(in navolging van de popzangeres Madonna) of een kort truitje. Veel blazers,
ook voor mannen. Tricot leggings, kousen met kantpatronen, korte laarsjes,
schoenen met platte hakken.
|
| |
|
Herenkleding |
De herenmode werd steeds internationaler en
eleganter. Meer colberts met dubbele sluiting (Hugo Boss). In 1988 kwam het
vest terug en was het in om bretels te dragen. Bandplooibroeken en gekleurde
blazers voor netjes, denim voor vrijetijdskleding.
|
| |
|
|
|
|
| |
1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000
1991-2000 1991-2000 1991-2000 1991-2000 |
|
Grunge |
Als protest tegen de kapitalistische
consumptiemaatschappij ontstond er een sort anti-kleding. In 1992 shockeerde de
Belgische ontwerpster Ann Demeulemeester (*1959) de modewereld in Parijs met
haar show van quasi-versleten, onafgewerkte en kapotte kleding. In 1993
ontstond in de Verenigde Staten onder invloed van de muziek van de bands
Nirvana en Pearl Jam een trend van grunge-kleding die er
opzettelijk oud en afgedragen uit moest zien. Je moest eruit zien of je net uit
bed kwam en maar wat aangetrokken had. Een aantal Parijse ontwerpers haakte
even in op die mode met gebruik van gekreukelde stoffen maar de rage ging snel
weer voorbij.
|
| |
|
Clean chic |
Jill Sander (*1943) en Giorgio Armani waren
voorstanders van een stijl van klassieke eenvoud die al het overbodige wegliet.
Functionele, goedgemaakte kleding die de persoonlijkheid van de draagster deed
uitkomen. In de V.S. waren Donna Karan en Calvin Klein vertegenwoordigers van
deze stijl.
|
| |
|
Designer Labels |
Ontwerpers voorzagen hun produkten meer en meer
van een eigen logo. Een paar voorbeelden: Ralph Lauren voorzag al zijn
sportkleding van een polospelertje, Chanel tassen waren herkenbaar aan de
dubbele C, kleding en schoenen van Gucci aan de G, en de riemen van
Hermès hadden een H tot gesp. Trendsetter was in de jaren dertig de
Franse tennisser René Lacoste (le Crocodile genoemd wegens zijn
agressieve gedrag op de tennisbaan) die een tennisshirt lanceerde met een
kleine krokodil op de borst. De logo's maakten zulke artikelen tot gewilde
statussymbolen. In 1997 was de zwarte nylontas van Prada een gewild object.
|
| |
|
Hip-Hop |
Hip-hop mode ontstond op straat. Kenmerkend waren
de wijde, afzakkende broeken en oversized jacks over T-shirts met allerhande,
ironisch bedoelde logo's en teksten. Favoriete schoenmerken waren Reebok, Nike
en Adidas.
|
| |
|
Parijs |
Vanaf 1995 waren veel nieuwe ontwerpers werkzaam
in de oude couturehuizen. Aan het eind van de twintigste eeuw putte men
inspiratie uit mode van lang vervlogen tijden (retrolook). De collecties
van Karl Lagerfeld en Gianni Versace uit 1990 refereerden aan de tijd van
Lodewijk XV, Christian Lacroix baseerde zich op de zestiende eeuw en gebruikte
de kleuren van Vermeer. De collectie van Krizia (*1933) uit 1992 vertoonde
invloeden uit de tijd van Keizerin Elizabeth (Sissi) van Oostenrijk. Het
multiculturele aspect van de moderne samenleving zorgde voor Afrikaanse
invloeden bij Jean-Paul Gaultier (*1952), John Galliano deed inspiratie op bij
de Masai (1997). De laatste leidde vanaf 1997 het huis Dior waarvoor hij 12
collecties per jaar maakte, zowel Haute Couture als
prêt-à-porter. Zijn collecties waren themagebonden en
werden geshowd in een daarbij passende entourage waar de mannequins deel van
uitmaakten (circuspiste, sprookjesbos, etc.) Galliano werkte ook weer veel met
schuingesneden stoffen in navolging van Vionnet. In 1997 werd veel met
transparante stoffen gewerkt. Modellen kregen soms meer aandacht dan de
kleding. Supermodellen als Claudia Schiffer, Naomi Campbell en Kate Moss
bereikten eenzelfde status als vroeger de grote sterren van Hollywood.
|
|
|
Confectietrends |
Onder invloed van de economie gaven
consumenten aanvankelijk niet veel geld uit aan kleren. De legging werd het
meestgedragen kledingstuk. Naast minirokken veel lange rokken met split. In
1992 kwamen de hotpants even terug. 1994 bracht de ecolook, natuurlijke stoffen
in natuurlijke kleuren. Wijde pasvorm, weinig coupe, veel lagen over elkaar,
kleurloze mode. Het straatbeeld toonde veel nepbont (funfur) en
jungleprints. In de zomer was de lingerielook populair: onderjurk gedragen als
jurk, soms met een T-shirt eronder. Veel synthetische stoffen: polyamide en
polyester. Jonge meisjes kleedden zich als de Spice Girls: plateauzolen,
glittertopjes en hotpants. Apart waren de push-up slips naar aanleiding van de
superkorte mode.
|
|
|
Minimalisme |
In 1995 volgde een terugkeer naar de klassieke
basismode met mantelpakjes en costuums in zwart of donkergrijs. De aandacht
ging uit naar modieuze, sobere kleding van goede materialen. Amerikaanse mode
van Donna Karan en Ralph Lauren was in trek, evenals de elegante conventionele
mode van Helmuth Lang. In 1996 greep de mode terug op de jaren 60 en 70. Het
silhouet werd sluik en langgerekt met smalle schouders en gerende rokken.In
1997 was het 'mannenpak' in krijtstreep bij vrouwen heel gewild. Er werd veel
gebruik gemaakt van microvezels voor zachte en behaaglijke kledingstukken. Was
de kleding voor overdag ingetogen en eenvoudig, 's avonds mocht het allemaal
weer luxueus en representatief zijn.
|
|
|
Herenkleding |
Blazers waren in steeds meer kleuren te koop. Er
was een keur aan vrijetijdskleding, nieuw was het houthakkershemd. De
bandplooibroek raakte uit en de costuums waren bij voorkeur Italiaans met als
favoriete ontwerpers Armani, Prada en Versace.
|
|
|
Millennium |
In 1999 ging het er wat vrolijker uitzien toen
knalroze mode werd. De trend naar meer kleur zette door. Hoe de mode in de
nieuwe eeuw er gaat uitzien zal de tijd leren. Rond de eeuwwisseling werd
daarover veel gespeculeerd en had iedere ontwerper daarover een eigen visie die
uiteenliep van high-tech tot romantisch. Jean-Charles de Castelbajac (*1949)
wil ons in de nieuwe eeuw beschermen tegen de boze buitenwereld. Zijn laatste
show toonde donzen mantels (als slaapzakken) en hoeden in de vorm van helmen
van VN-veiligheidstroepen.
|