National Flag
Turkije anno 2001
Republiek Turkije
Staatshoofd: Ahmet Sezer (2000)
Premier: Bülent Ecevit (1999)
Oppervlakte: 779.450 km2
Bevolking: 63.745.000

BNP*) per inwoner: $ 3.122
Hoofdstad: Ankara
Munteenheid: Turkse Lire
Taal: Turks
*) NP: Bruto Nationaal Product



Godsdiensten: Islam 98% (waarvan 70% Sunni, 15-25% Aleviet)
Analfabetisme: 18%
BNP: $ 199 mrd (L
andbouw 40%, Industrie 25%, Diensten 35%)
Export: $ 26 mrd
Import: $ 49 mrd
Handelspartners: Duitsland, Frankrijk, Italië, U.S.A., Verenigd Koninkrijk, Iran, Japan, Rusland

1945


De Turkse regering voerde een behoedzame buitenlandse politiek. De Turkse economie was onderontwikkeld en sterk afhankelijk van buitenlandse kredieten. In de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) bleef Turkije zo lang mogelijk neutraal. Duitsland, Turkije's grootste handelspartner, gaf in 1938 een krediet van 150 miljoen Reichsmark en Engeland leende 16 miljoen pond. Met Frankrijk had Turkije een vriendschapsverdrag sinds 1938. Hoewel Turkije officieel niet mobiliseerde, werd het Turkse leger tussen 1939 en 1945 vergroot van 120.000 naar 1,5 miljoen man. Pas op 23 februari 1945 verklaarde Turkije Duitsland de oorlog. Daarmee kwam Turkije in aanmerking voor het lidmaatschap van de Verenigde Naties. Van dit bondgenootschap hoopte Turkije op steun in het conflict met de Sovjet-Unie. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog streefde de Sovjet-Unie naar zeggenschap over de Bosporus en de Dardanellen, die toegang geven tot de Zwarte Zee, en herziening van het verdrag van Montreux (20 juli 1936), waarbij Turkije soevereine rechten had gekregen op de zeestraten. De doorvaart van oorlogsschepen was beperkt maar de koopvaardij van alle landen die niet met Turkije in oorlog waren, was vrij. Op 19 maart verbrak de Sovjet-Unie het uit 1925 daterende vriendschaps- en neutraliteitsverdrag.~~~ De binnenlandse politiek bleef gebaseerd op de pro-westerse ideeën van Kemal Atatürk (1881-1938), de grondlegger van het moderne Turkije, en werd onder leiding van president Ismet Inönü (1884-1973) voortgezet. De macht berustte bij het parlement, de Grote Nationale Vergadering van Turkije (Türkiye Büyük Millet Meclisi). De Republikeinse Volkspartij (Cumhuriyet Halk Partisi - CHP) bleef de enige politieke partij. Minister-president was Sükrü Saraçoglu (1887-1953). Staat en partij vormden een twee-eenheid. Het autoritaire politieke beleid van de CHP begon verzet te wekken toen een voor grootgrondbezitters nadelige landhervormingswet werd doorgedrukt. Bij de ratificatie van het handvest van de Verenigde Naties dienden vier afgevaardigden, Adnan Menderes (1889-1961), grootgrondbezitter, Celâl Bayar (1884-1987), voormalig minister-president van 1937 tot 1939, Refik Koraltan (1889-1974), jurist, en Fuat Köprülü (1890-1966), historicus, een motie in waarin democratische hervormingen werden geëist in overeenstemming met het handvest. De motie werd verworpen maar deze gebeurtenis kan gezien worden als de eerste manifestatie van politieke oppositie.~~~ De economie van Turkije ging gebukt onder hoge militaire uitgaven en hoge inflatie.


1946

De buitenlandse politiek werd gedomineerd door de problemen met de Sovjet-Unie, die bleef aandringen op een gezamenlijk Sovjet-Turkse verdediging van de zeestraten, maar Turkije weerstond deze druk. Wel ging Turkije akkoord met een herziening van het verdrag van Montreux, nu ook de V.S. bij de onderhandelingen zou worden betrokken. De V.S., Engeland en Frankrijk steunden het Turkse standpunt. Territoriale eisen van de Sovjet-Unie in Anatolië wees Turkije eveneens met klem af.~~~ Als medeondertekenaar van het handvest van de Verenigde Naties had Turkije zich formeel verplicht tot het nastreven van de democratische idealen. Op 7 januari 1946 werd met goedkeuring van de regering de uit de linkervleugel van de CHP voortgekomen Democratische Partij (Demokrat Parti - DP) opgericht die, onder leiding van Celâl Bayar, oppositie zou voeren. Bij de verkiezingen op 21 juli behaalde de DP 62 van de 465 zetels in het parlement. Het aantal DP zetels zou aanzienlijk groter zijn geweest als de CHP de verkiezingsuitslagen niet had gemanipuleerd. De democraten vonden hun aanhang voornamelijk in de grote steden. Op 3 augustus volgde Recep Peker (1888-1950) Saraçoglu op als minister-president van een nieuw kabinet. Peker behoorde tot de rechtervleugel van de CHP en had niet veel op met de oppositie. Inönü werd op 5 augustus herkozen als president.



1947


Het Turkse standpunt ten aanzien van de Sovjet eisen bleef onveranderd. Voor de Dardanellen, Istanbul en Turks Thracië bleef de staat van beleg van kracht die gold sinds 1940 en die voor de rest van Turkije in 1947 werd opgeheven. In oktober protesteerde de Sovjet-Unie tegen toelating in Turkije van politieke vluchtelingen uit Oostbloklanden. Turkije zei te handelen op verzoek van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties en niet op eigen initiatief. In het kader van de Truman doctrine gaven de V.S. 200 miljoen dollar economische en militaire hulp. In juli nam Turkije in Parijs deel aan de conferentie over het European Recovery Program (Marshallplan).~~~ De democratie kwam moeilijk op gang. Sinds 1923 was de CHP steeds de enige partij geweest. De oppositie won niettemin aan invloed en pleitte voor minder staatsbedrijven, meer ruimte voor private ondernemingen en afschaffing van ondemocratische wetgeving. President Inönü predikte absolute gelijkheid van behandeling van de twee politieke partijen maar was tegelijkertijd voorzitter van de CHP. Vanwege de kritiek hierop trad Inönü als partijvoorzitter af; zijn opvolger werd voormalig minister-president Saraçoglu. Op 6 september ontsloeg minister-president Peker zonder verklaring zes ministers. De democraten eisten het ontslag van het hele kabinet. Hasan Saka (1886-1960), minister van Buitenlandse Zaken in de Tweede Wereldoorlog, werd minister-president. Zijn kabinet was niet erg populair en werd gezien als een noodoplossing. In de oppositionele pers was sprake van een rechts-extremistisch complot om Peker aan de macht te brengen, met voorbijgaan aan de president. De republikeinse parlementsleden bleken opnieuw verdeeld in een linker- en een rechtervleugel net als in 1945, toen uit de linkervleugel de democratische partij was voortgekomen.~~~ Om aansluiting te krijgen met de wereldeconomie en in aanmerking te komen voor het lidmaatschap van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd de Turkse lira met 120% gedevalueerd en werd een aantal liberaliserende maatregelen genomen ("7-december besluiten"). Een nieuw ontwikkelingsplan legde de nadruk op vrij ondernemerschap, ontwikkeling van landbouw en aanverwante industrie, wegenbouw en ontwikkeling van de energiesector. De CHP ging op zijn partijcongres in november akkoord met de plannen. De programma's van CHP en DP gingen veel overeenstemming vertonen, alleen was de DP vóór verkoop van de staatsbedrijven en de CHP tegen. Twistpunt bleef de kieswet die vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk zou moeten maken.~~~ Op de scholen werd godsdienstonderwijs weer toegestaan nadat dit lange tijd verboden was geweest in het kader van de scheiding van kerk en staat. In februari kregen arbeiders het recht vakbonden te organiseren. Stakingen bleven echter verboden.



1948


De levering van Amerikaans materieel kwam op gang. In het najaar werden er de eerste oefeningen mee gehouden. De anti-communistische koers van Turkije kwam tot uiting in een massaproces in juli waarin Dr. Sefik Hüsnü DeÈme (1887-1958), leider van de in 1946 opgerichte Socialistische Arbeiders- en Boerenpartij (Türkiye Sosyalist Emekçi ve Köylü Partisi ) samen met een aantal volgelingen tot gevangenisstraffen werd veroordeeld, variërend van een tot vijf jaar, wegens communistische activiteiten. Het aantal politieke vluchtelingen van achter het IJzeren Gordijn liep op tot 7000. De orthodoxe Patriarch Maximos V van Istanbul werd verdacht van communistische sympathieën en werd na zijn aftreden opgevolgd door Athinagoras (*1886), metropoliet van New York.~~~ Er was veel kritiek op het regeringsbeleid. Een kabinetshervorming in juni leidde tot verbetering. Uit protest tegen de gematigde oppositie van de DP werd in juli de Natie Partij opgericht (Millet Partisi - MP) onder voorzitterschap van veldmaarschalk Fevzi Çakmak (1876-1950). Çakmak beschuldigde de CHP van ondemocratisch beleid en fraude bij de verkiezingen van 1946.~~~ Aanbevelingen van Amerikaanse onderzoekscommissies over de economische ontwikkelingen in Turkije stemden overeen met het Turkse ontwikkelingsplan van 1947. In april ging het Marshallplan van start. De coördinatie van de economische activiteiten kwam in handen van de Organisation for European Economic Cooperation (OEEC). Turkije kreeg 19,5 miljoen dollar voor de landbouw en 30,5 miljoen dollar voor de industrie. Bij Ramaday in Zuidoost Turkije werd olie gevonden.



1949


In het streven naar de opbouw van een democratie naar westers model werden de betrekkingen met de Verenigde Staten aangehaald. Deze investeerden grote bedragen in verbetering van infrastructuur (vooral wegenbouw), landbouwmethoden en militaire uitrusting van de Turkse republiek. De Marshallhulp voor 1949 bedroeg 59 miljoen dollar. Turkije wenste deelname aan internationale organisaties ter bevordering van de vrede maar lidmaatschap van de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) bleek nog niet mogelijk. Wel namen Turkse afgevaardigden in augustus deel aan de vergadering van de Raad van Europa in Straatsburg. Met Israël, India en Pakistan werden diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Met Bulgarije was de relatie gespannen vanwege een aantal grensincidenten en discriminatie van Turkse burgers.~~~ In januari bood minister-president Saka het ontslag aan van zijn tweede kabinet. Er kwam opnieuw een CHP-regering, vier ministers werden herbenoemd, minister-president was Semêettin Günaltay (1883-1961). Het regeringsprogramma beloofde voortzetting van het beleid en hervorming van kies- en perswetten. Het wekte echter weinig enthousiasme bij de oppositie omdat partijpolitiek ook weer bij dit kabinet een grote rol speelde.~~~ De Turkse economie had te lijden droogte, een mislukte oogst en schade door overstromingen. In plaats van graan te exporteren, moest Turkije nu voor 40 miljoen lira graan importeren uit de Verenigde Staten en Canada. De handel met (West-) Duitsland werd hervat.~~~ In oktober werd aan de universiteit van Ankara een theologische faculteit opgericht.



1950


Als lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloot Turkije in juli als eerste land tot deelname aan de militaire operaties van de Verenigde Naties in Korea. In oktober stuurde Turkije een brigade van 5000 man. De verhouding met Bulgarije werd problematisch. Bulgarije had vroeger tot het Osmaanse rijk behoord maar besloot nu alle 250.000 Turkse inwoners het land uit te zetten. Dit gaf grote spanningen in Turkije waar duizenden uitgewezenen moesten worden opgenomen.~~~ Op 15 februari werd een nieuwe kieswet van kracht waardoor vrije (en eerlijke) verkiezingen mogelijk werden. De uitslag van de verkiezingen van 14 mei betekende voor Turkije de daadwerkelijke overgang van een dictatoriaal eenpartijsysteem naar echte democratie. De DP behaalde met 408 zetels een grote overwinning ten koste van de CHP. De MP kreeg één zetel. Anders dan de CHP-afgevaardigden die merendeels afkomstig waren uit legerkringen of uit de bureaucratie, kwamen DP-leden vaker uit de advocatuur of de commerciële sector. Ze waren gemiddeld ook jonger. Celâl Bayar werd president, premier werd Adnan Menderes en minister van buitenlandse zaken Fuat Köprülü. Het regeringsprogramma omvatte belastinghervorming, begrotingsevenwicht, verlaging van de kosten van levensonderhoud, privatisering van staatsbedrijven en aandacht voor de niet-islamitische burgers.~~~ De grootste bijdrage aan de Turkse economie kwam ook dit jaar uit de Verenigde Staten vanwege het Marshallplan: 126 miljoen Turkse lira ten behoeve van landbouw en industrie, en voor de eerste uitgaven voor de nieuwe elektriciteitscentrale aan de Sakarya rivier 40 miljoen dollar. Van de Wereldbank kreeg Turkije een krediet van 12,5 miljoen dollar voor de modernisering van de havens van Istanbul, Izmir, Samsun, Zonguldak en Iskenderun. De regering besnoeide 40 miljoen Turkse lira op de begroting (het streefbedrag was 200 miljoen) en de prijzen van suiker en textiel werden met respectievelijk 20 en 10% verlaagd. Duitsland hernam al in de eerste helft van 1950 zijn plaats als eerste handelspartner van Turkije, Engeland was tweede. De buitenlandse handel werd vergemakkelijkt. ~~~ In het parlement werd het verbod op oproep tot het gebed vanaf de moskeeën opgeheven. Nieuwe moskeeën werden gebouwd en veel oude hersteld dankzij bijdragen van particuliere donateurs.



1951


Ondanks protest van Moskou trad Turkije toe tot de NAVO. Turkije benadrukte het defensieve karakter van de NAVO. Turkije zou deelnemen in een NAVO-verdedigingsmacht voor het Middenoosten. De verhouding met West-Duitsland werd genormaliseerd en in Bonn werd een Turkse ambassade geopend. De grens met Bulgarije werd gesloten.~~~ Tussen de nu regerende democraten en de CHP bestond regelmatig wrijving. De DP had door haar verkiezingsoverwinning het gevoel gekregen de wil van het volk te vertegenwoordigen, wat haar legitimeerde om te doen wat zij goed achtte. De CHP erkende dit niet en spuide voortdurend kritiek op dit autoritaire beleid. Over de buitenlandse politiek bestond wel overeenstemming. De door de CHP opgerichte volkshuizen (Halk Evleri) en volkskamers (Halk Odalari), waar sinds 1932 de ideologie van de CHP via lezingen, cursussen en tentoonstellingen was verspreid, werden in 1951 gesloten. Communistische infiltratie werd hard aangepakt door politie en justitie.~~~ Door investering in tractoren en uitbreiding van het landbouwareaal, gecombineerd met gunstige weersomstandigheden, stegen de graanopbrengsten aanzienlijk. Modernisering van fabrieken en havens vorderde en nieuwe wegen werden aangelegd. Buitenlandse investeringen werden gestimuleerd.~~~ In de strijd tegen het analfabetisme werden 570 nieuwe lagere scholen opgericht, maar in afgelegen provincies bleven veel leerlingen nog verstoken van onderwijs.



1952


In juli werd een apart Zuid-Europees NAVO-commando opgericht, waar Turkije en Griekenland deel van uitmaakten. Het hoofdkwartier kwam in Izmir (Smyrna). Bevelhebber was admiraal Robert Carney. Luitenant-generaal Williard G. Wyman (1898-1969) kreeg het bevel over de Turkse en Griekse landmacht. Van belang was het bezoek dat premier Adnan Menderes en minister van buitenlandse zaken Fuad Köprülü in oktober brachten aan Londen. Onderwerpen van gesprek waren defensiezaken en Engels-Turkse handelsbetrekkingen. De verhouding met Griekenland werd vriendschappelijk. In januari bracht de Griekse minister van buitenlandse zaken een bezoek aan Ankara ter bespreking van visserijrechten, een mogelijke douane-unie en wederzijdse afschaffing van de visumplicht. In april volgde een tegenbezoek van Menderes, Köprülü en generaal Sükrü Kanatei, en in juni brachten koning Paul I (1901-1964 ) en koningin Frederika (1917-1981) een staatsbezoek aan Turkije. President Bayâr werd bij een volgend bezoek ereburger van Athene. De betrekkingen met Joegoslavië werden aangehaald. Eind september kwam een Joegoslavische militaire delegatie naar Ankara om te spreken over samenwerking. De grensincidenten met Bulgarije hielden aan.~~~ De DP zette zijn hervormingspolitiek voort. De buitenlandse en particuliere binnenlandse investeringen bleven beperkt . De staat bleef de grootste investeerder; de liberalisering van de economie ging minder snel dan verwacht. In november pleegde een groep religieuze fanatici een aanslag op een liberale journalist. De regering begon reactionaire moslims actiever te bestrijden.~~~ De landbouw bloeide, wat de koopkracht van de boeren verhoogde. Voor hun producten kregen ze hoge garantieprijzen. Aan goedkope landbouwkredieten stond 914 miljoen lira uit. De oogst was uitstekend, er was twee miljoen ton graan voor de export. In een handelsovereenkomst kreeg Joegoslavië 100.000 ton Turkse tarwe in ruil voor een groot aantal goederen. De ijzer-, kolen- en staalindustrie vertoonde een snelle groei. De bouw van de Sakarya-dam vorderde en bij Elazig werd een nieuwe elektriciteitscentrale in werking gesteld. De betalingsbalans van Turkije vertoonde echter een tekort van 26.125 miljoen Lira. Dit kwam vooral door de enorme investeringen in machines en verkeersmiddelen, geïmporteerd uit het buitenland.



1953


Op 28 februari sloot Turkije met Griekenland en Joegoslavië een defensief verbond (Balkanpact). De Griekse premier Alexandros Papagos (1883-1955) kwam ter bespreking hiervan in juni naar Ankara. In maart brachten premier Menderes en minister Köprülü een officieel bezoek aan Parijs. Er vond overleg plaats met de Franse premier Joseph Laniel (1889-1975) en minister van Buitenlandse Zaken Georges Bidault (*1899). In oktober volgde een tegenbezoek. Tijdens hun bezoek aan Londen in mei, bij de kroning van Elizabeth II (*1926), besprak premier Menderes defensiezaken met Sir Winston Churchill en voerde Köprülü besprekingen op Buitenlandse Zaken. Britse en Amerikaanse vlooteskaders brachten in juli een bezoek aan Istanbul. De Sovjet-Unie zag af van territoriale aanspraken in Turkije.~~~ Binnenlandse politieke tegenstellingen verscherpten zich. De MP werd verboden wegens gebruik van religie voor politieke doeleinden. De CHP moest al zijn materiële eigendommen aan de staat afstaan.~~~ Het IMF verstrekte een lening van 20 miljoen dollar. De graanproductie steeg tot 14 miljoen ton.~~~ In maart maakte een zware aardbeving in West-Turkije veel slachtoffers.



1954


Bij zijn bezoek aan Turkije beloofde de Westduitse bondskanselier Konrad Adenauer (1876-1967) kwijtschelding van achterstallige schulden en een krediet van ca. 150 miljoen dollar. In januari bracht premier Menderes een staatsbezoek aan de Verenigde Staten en sprak het congres toe. Een nieuw bezoek in juni resulteerde in de verhoging van Amerikaanse militaire en economische hulp. Van Canada kreeg Turkije straaljagers. De verhouding met Griekenland verslechterde door de kwestie Cyprus. Op Cyprus woonden een Griekse meerderheid en een Turkse minderheid onder Engels bestuur. Grieks-Cypriotische nationalisten wilden beëindiging van het Britse gezag en aansluiting bij Griekenland. Dit was voor Turkije onaanvaardbaar. Met Pakistan sloot Turkije een vriendschapsverdrag. Op het staatsbezoek in april van Joegoslavische leider maarschalk Tito (1892-1980) volgde in september een tegenbezoek van president Bayar.~~~ Bij de algemene verkiezingen van 2 mei behaalde de regeringspartij 503 zetels, de CHP kreeg 31 zetels en de heropgerichte MP 5 zetels. De laatste heette nu Republikeinse Natie Partij (Cumhuriyetçi Millet Partisi -CMP).~~~ De regering legde de invoer aan banden omdat deze de uitvoer ver overtrof. Ook valutatransacties werden aan regels gebonden. De Turkse betalingsbalans had inmiddels een tekort van 150 miljoen dollar. Met de Wereldbank kwam Turkije in conflict over de besteding van de leningen. Dit leidde tot het vertrek van professor Lieftinck, die een pleitbezorger was geweest voor de hulp aan Turkije. De effectiviteit van de investeringen viel tegen omdat die meer gericht waren op een hoog groeitempo dan op structurele verbetering van de productiecapaciteit. De planning deugde niet en er werden soms fabrieken gebouwd op plaatsen waar de economische vooruitzichten slecht waren.



1955


De Verenigde Staten stuurden aan op de vorming van een regionaal blok in het Middenoosten. Op 24 februari sloten Turkije en Irak in Bagdad een defensieverdrag, waar Engeland, Pakistan en Iran zich later bij aansloten (Bagdad-Pact). Op 22 november werd in Bagdad de Defensieraad voor het Middenoosten ingesteld. De kwestie Cyprus gaf in september aanleiding tot anti-Griekse gewelddadige betogingen die volkomen uit de hand liepen. De regering kondigde de staat van beleg af in Ankara, Istanbul en Izmir en de minister van Binnenlandse Zaken moest aftreden. Besprekingen tussen Griekenland, Engeland en Turkije bleven zonder resultaat.~~~ Het expansieve financieel-economische beleid van de autoritaire regering Menderes kreeg veel kritiek. De pers werd de mond gesnoerd en het recht van vergadering beperkt. 19 Parlementsleden verzetten zich in een motie tegen het beleid en werden vervolgens uit de DP gezet. Op 19 november vormden ze de Vrijheidspartij (Hürriyet Partisi - HP). Op 29 november trad de hele regering af. In december formeerde Menderes een kabinet met nieuwe ministers op Financiën en Economische Zaken.~~~ Door de snelle industrialisatie, kredietverlening aan de boeren, de talrijke openbare werken en hoge defensie-uitgaven waren er grote financiële problemen. Inflatie leidde tot stijgende prijzen, verlies aan koopkracht en daling van de uitvoer. De Turkse Centrale Bank verhoogde het disconto van 3 naar 4½%.



1956


Om tot een definitieve oplossing te komen, was Turkije bereid een onafhankelijk Cyprus in een Turks en een Grieks gedeelte op te splitsen. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser (1918-1970), in 1953 via een staatsgreep aan de macht gekomen, nationaliseerde het Suezkanaal, waarop Egypte werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en Israël. Tijdens deze Suezcrisis bleef Turkije formeel neutraal maar in de ogen van Arabische nationalisten hoorde Turkije tot het westerse kamp. Wel werd, tijdens de Israëlische actie tegen Egypte, de Turkse gezant uit Israël teruggeroepen maar de diplomatieke betrekkingen bleven gehandhaafd. Turkije kreeg bezoek van secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld, (1905-1961), de Britse minister van Buitenlandse Zaken Selwyn Lloyd (1904-1978), de sjah van Iran, Mohammed Reza Pahlawi (1919-1980), de Amerikaanse vice-president Richard Nixon (1913-1994), de president van Pakistan Iskander Mirza (1899-1969) en koning Idris (1890-1983) van Libië.~~~ Premier Menderes zette zijn beleid voort. De persvrijheid werd door nieuwe wetgeving ernstig beknot. Vanwege het falend economisch beleid werden de ministers van Economische Zaken en Financiën vervangen. In juni nam minister Fuad Köprülü ontslag uit onvrede met het beleid van Menderes.~~~ Behalve invoerbeperkingen stelde de regering maximumprijzen vast en beperkte de winstmarges. Dit had schaarste aan tal van goederen en een bloeiende zwarte markt tot gevolg. De Turkse Centrale Bank beperkte de kredietverlening en verhoogde het disconto tot 6%. De graanoogst mislukte en Amerikaans graan moest worden ingevoerd.



1957


De Grieks-Cyprioten, onder leiding van aartsbisschop Makarios III (1913-1977), wezen de verdeling van Cyprus af. In Syrië vond een communistische staatsgreep plaats. De V.S. gaven Turkije geen toestemming om in te grijpen. De Amerikaanse president Dwight D.Eisenhower beloofde economische en militaire hulp tegen communistische agressie (Midden-Oostendoctrine). Bondskanselier Adenauer bezocht Turkije in april en in mei werd bij het staatsbezoek van de Duitse bondspresident Theodor Heuss (1884-1963) een cultureel verdrag getekend. In augustus vergaderden de Amerikaanse afgevaardigde Loyd W. Henderson (*1892) en de koningen van Jordanië en Irak met president Bayar in Ankara over de Turks-Syrische crisis. In november bracht de Italiaanse president Giovanni Gronchi (1887-1978) een staatsbezoek.~~~ Aan de vooravond van de verkiezingen besloten de drie oppositiepartijen CHP, HP en CMP een coalitie te vormen maar een wet van 11 september verbood gecombineerde verkiezingslijsten. Bij de verkiezingen van 27 oktober kreeg de DP 47,3% van de stemmen en verloor daarmee de absolute meerderheid. De CHP behaalde 40,6% van de stemmen. Desondanks kreeg de DP 424 parlementszetels en de CHP 178. De HP (Vrijheidspartij) behaalde maar vier zetels en fuseerde na de verkiezingen met de CHP. Ook de CMP kreeg er maar vier en fuseerde na de verkiezingen met de kleine Boerenpartij (Köylü Partisi) tot de Republikeinse Boeren Natie Partij (Cumhuriyetçi Köylü Millet Partisi -CKMP) . President Bayar werd wederom voor vier jaar benoemd.~~~ De inflatie hield aan en de kosten van levensonderhoud bleven stijgen maar de regering zette haar beleid van industrialisatie en ontwikkeling op grote schaal voort.



1958


Door de kwestie Cyprus bleef de verhouding met NAVO-partner Griekenland gespannen. De Britse premier MacMillan (1894-1986) en secretaris-generaal Spaak (1899-1972) van de NAVO trachtten partijen tot elkaar te brengen. Een staatsgreep in Irak beïnvloedde de politieke situatie in het Middenoosten. In Libanon brak een burgeroorlog uit tussen Nasser-aanhangers en rechtse christenen. De V.S. stuurde daarop troepen naar Libanon, deels via militaire bases in Turkije. Eerder had Engeland in Jordanië ingegrepen om koning Hussein (1935-1999) op de troon te houden. Aan de Syrisch-Turkse grens vonden incidenten plaats. De Sovjet-Unie waarschuwde Turkije zich afzijdig te houden.~~~ Onder leiding van ex-president Inönü voerde de CHP een krachtige oppositie met als belangrijkste eisen gelijke behandeling voor alle burgers, persvrijheid, onafhankelijke rechtspraak en eerlijke verkiezingen. De oppositie kreeg steun van de pers, ondanks het gevaar van sancties. Binnen de regeringspartij kwam eveneens meer verzet tegen het autoritaire beleid.~~~ Onder druk van het IMF besloot Turkije tot devaluatie. De lira ging van 2,80 naar 9,00 per Amerikaanse dollar. Turkije kreeg vervolgens buitenlandse kredieten tot een totaal van 359 miljoen dollar voor het importeren van de meest noodzakelijke goederen.~~~ In het voorjaar opende Prins Bernhard (*1911) het Nederlands Historisch-Archeologisch Instituut in Istanbul. Een ramp was de schipbreuk van de Usküdar in de golf van Izmir waarbij 431 personen, meest schoolkinderen, omkwamen. In oktober sloten Turkije en Iran een overeenkomst over de aanleg van een oliepijpleiding vanuit Iran naar de Turkse Middellandse Zeekust.



1959


Na onderhandelingen in Zürich en Londen, waarbij Engeland bemiddelde, kwamen Turkije en Griekenland in februari tot overeenstemming over een onafhankelijk Cyprus. De onafhankelijkheid werd gegarandeerd door Griekenland, Engeland en Turkije gezamenlijk. De Turks-Griekse relaties verbeterden hierdoor en in mei bracht de Griekse premier Karamanlis (*1907) een officieel vriendschapsbezoek aan Ankara. Een Sovjetrussisch voorstel voor een kernwapenvrije zone op de Balkan wees Turkije af. Enige maanden later stemde Turkije in met de aanleg van Amerikaanse raketbases op zijn grondgebied. Na de uittreding van Irak (24 maart) werd het Bagdad-Pact omgedoopt tot CENTO (Central Treaty Organisation) en het hoofdkwartier naar Ankara verplaatst. Na bezoeken van president Soekarno van Indonesië (1901-1970) en de Italiaanse premier Segni (1891-1972 ), bracht president Eisenhower een kort bezoek aan Turkije en bezocht premier Menderes Washington. Voorts waren er economische besprekingen met delegaties van de Wereldbank, het IMF, de OESO en met de Westduitse minister van Economische Zaken, Ludwig Erhard (1897-1977).~~~ De economische sanering vond geleidelijk voortgang via kredietbeperking en nieuwe regels voor de in- en uitvoer. In mei tekende Turkije in Parijs een overeenkomst tot betaling van achterstallige schulden. Buitenlandse investeringen namen toe. Met de EEG (Europese Economische Gemeenschap) werden oriënterende gesprekken gevoerd over een toetreding van Turkije in de toekomst.~~~ Premier Menderes, op weg naar Londen voor de Cyprusconferentie, overleefde een vliegtuigongeluk waarbij 15 andere leden van de delegatie het leven lieten.



1960



De onderhandelingen over Cyprus werden op 1 juli afgesloten. Eind juli volgden verkiezingen en op 16 augustus werd Cyprus een onafhankelijke republiek. De Turks-Cyprioten kregen 15 van de 50 zetels in het Huis van Afgevaardigden en een detachement Turkse troepen werd op het eiland gestationeerd.~~~ De tegenstellingen tussen politieke partijen verscherpten zich. Oppositieleider Inönü werd verhinderd een politieke bijeenkomst bij te wonen. Op 18 april benoemde de regering een commissie voor onderzoek van de oppositie. Tot aan de uitslag van het onderzoek waren politieke activiteiten buiten het parlement verboden. Juristen van de universiteiten in Ankara en Istanbul die de commissie ongrondwettig hadden genoemd werden daarvoor gestraft. Dit leidde tot grote studentendemonstraties, de universiteiten werden gesloten en de staat van beleg afgekondigd. In Ankara hielden 800 kadetten van de militaire academie een protestmars tegen de onderdrukking van de studenten door het leger. Op 27 mei leidde de opperbevelhebber van het leger, luitenant-generaal Cemal Gürsel (1895-1966), een militaire staatsgreep. Alle DP-afgevaardigden, inclusief premier Menderes en president Bayar, werden gearresteerd op beschuldiging van schending van de grondwet en vestiging van een partijdictatuur. De partij werd geschorst en in september ontbonden. De macht kwam in handen van het Comité van Nationale Eenheid (Millî Birlik Komitesi - MBK) met Gürsel aan het hoofd en een voorlopige grondwet ter legitimatie. Bij de zuivering van het leger in augustus werden 235 (van de 260) generaals en 5000 officieren vervroegd met pensioen gestuurd. In oktober ontsloeg het MBK 147 hoogleraren en docenten maar de protesten in de universiteiten waren zo sterk dat deze ontslagen later (1962) werden teruggedraaid. Op 13 november werd het MBK zelf gezuiverd, de 14 radicaalste leden van de junta werden benoemd tot militaire attachés aan ambassades in het buitenland. Na de staatsgreep verklaarde de nieuwe regering alle politieke verplichtingen voortkomend uit het lidmaatschap van de NAVO en de CENTO te zullen nakomen.~~~ Economisch was er sprake van stagnatie. Ter bezuiniging werd een groot aantal projecten opgeschort. Een Staatsplanbureau (Devlet Planlama Teskilâti - DTP) moest prioriteiten gaan stellen om te komen tot een betere coördinatie van de ontwikkelingsplannen. Het bankdisconto werd verhoogd naar 9%.



1961


Generaal Gürsel vormde een overgangsregering. Algemene verkiezingen werden voorbereid en een nieuwe grondwet opgesteld. Deze grondwet moest een machtsmonopolie als in het verleden voorkomen. Er kwam tegenwicht van een gekozen senaat en een onafhankelijk constitutioneel hof. Universiteiten, rechterlijke macht en pers kregen autonome rechten. De nieuw ingestelde (militaire) Nationale Veiligheidsraad (Millî Güvenlik Kurulu - MGK) adviseerde de regering over veiligheidsvraagstukken. Het verbod op politieke activiteiten werd opgeheven. Nieuw was de socialistische Arbeiderspartij van Turkije (Türkiye Isçi Partisi -TIP). Partijen bereidden zich voor op de verkiezingen. De Gerechtigheidspartij (Adalet Partisi - AP) onder voorzitterschap van Ragip Gümüspala (1897-1964) werd gezien als een reïncarnatie van de DP. De nieuwe grondwet werd bij referendum met 61,7% voor en 38,3% tegen aangenomen. Er bestond nog veel verzet tegen het regime. De rechtszaken tegen de leiders van het Menderes-regime werden gehouden op het eiland Yassiada in de Bosporus, waar zij gevangen zaten. Na tien maanden procederen, volgde de uitspraak in september: 15 doodvonnissen, 12 daarvan werden omgezet in levenslang. Menderes werd, samen met zijn vroegere ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën, opgehangen. Bij de verkiezingen van 15 oktober behaalde de AP 34,7% van de stemmen en de CHP 36,7%. De "Nieuw Turkije Partij" (Yeni Türkiye Partisi - YTP), een voortzetting van de Vrijheidspartij, kreeg 13,9% en de conservatieve CKMP 13,4%. Onder druk van het leger kwam in november moeizaam een coalitieregering tot stand van CHP en AP. In het kabinet hadden beide partijen een gelijk aantal ministers. Premier was Ismet Inönü, president generaal Gürsel. De onrust onder de bevolking uitte zich op 31 december in een betoging in Istanbul. Duizenden arbeiders uit alle delen van Turkije demonstreerden voor loonsverhoging en stakingsrecht. Duitsland kreeg toestemming om arbeiders te werven in Turkije voor de Duitse industrie. De overgang naar een burgerlijk bewind bracht geen verandering in de buitenlandse politiek.~~~ Vanwege de slechte oogst waren voedselimporten noodzakelijk. De industriële ontwikkeling stagneerde bij gebrek aan kapitaal. Het bankdisconto werd op 1 juli verlaagd tot 7,5%.



1962


Met de Sovjet-Unie sloot Turkije in januari een handelsovereenkomst. In augustus schonden Iraakse vliegtuigen het Turkse luchtruim en beschoten een Turks dorp. Dit hield verband met een Koerdenopstand in Irak. Op 23 augustus riep Turkije zijn ambassadeur in Irak terug. In oktober bracht de sjah van Iran een bezoek aan Ankara.~~~ De coalitie werd verscheurd door wrok tussen de leden van CHP en AP. Op 30 april keurde het parlement een amnestiewet voor militairen goed. In mei oordeelde de AP een voorstel tot strafvermindering van DP-politici volstrekt ontoereikend en trok haar ministers terug uit het kabinet. Op 25 juni vormde Inönü een coalitiekabinet van CHP, CKMP en YTP. De AP ging in de oppositie. Op 12 oktober kwam een amnestiewet tot stand en op 20 oktober werd met de vrijlating van Menderes-aanhangers begonnen. In december vonden in Istanbul anti-communistische betogingen plaats.~~~ Stagnatie, inflatie en hoge werkloosheid kenmerkten deze periode. Ongeveer 13.000 Turkse arbeiders werkten in Duitsland. Het eerste vijfjarenplan van het DTP beoogde een stijging van het bruto nationaal inkomen van 7% per jaar. Investeringen werden geraamd op 6,5 miljard dollar. Op 31 juli vormden de VS, Canada, Groot-Brittannië, Zweden en de zes EEG-landen een "Aid-Turkey''-consortium, dat voor het eerste planjaar 300 miljoen dollar beschikbaar stelde.



1963


Als gevolg van de onderhandelingen tussen de VS en de Sovjet-Unie na de Cuba-crisis, trokken de VS hun Jupiter-raketten terug uit Turkije. Dit gaf de Turken het gevoel dat hun veiligheid werd opgeofferd aan het strategisch belang van de VS. Turkije wendde zich tot de Sovjet-Unie. In januari bezocht een parlementaire delegatie Moskou. Naar Turkije gevluchte Koerdische opstandelingen werden aan Irak uitgeleverd. De Franse president Georges Pompidou (1911-1974) bracht in juli een bezoek. Op 12 september werd met de EEG een associatieverdrag getekend, dat voorzag in een voorbereidingsfase in twee stadia die zeventien jaar zou duren. Daarna moest Turkije zover zijn dat een volledig lidmaatschap kon worden aangevraagd.~~~ De oppositionele AP nam steeds duidelijker afstand van de revolutie van mei 1960 en van het secularisme en étatisme van de kemalistische politiek. De voorwaardelijke vrijlating van Bayar gaf aanleiding tot een anti-regeringsdemonstratie, die ook weer reacties uitlokte. Behalve met oppositie van de AP, had premier Inönü ook te maken met radicale militaire groeperingen. In februari richtte de in Turkije teruggekeerde leider van de 14 weggezuiverde radicale leden van de junta, kolonel Alpaslan Türkes (*1917), zich met een manifest tot de bevolking. Hij riep daarin op tot radicalisering van de revolutie. Op 20 mei vond een mislukte militaire staatsgreep plaats onder leiding van kolonel Talât Aydemir (1917-1964), ex-commandant van de militaire academie in Ankara. In juni vond berechting plaats van de opstandelingen. Op 17 november leverden de gemeenteraadsverkiezingen een overwinning op voor de AP. De coalitiegenoten van de CHP besloten daarop uit de regering te treden en een kabinetscrisis volgde. Op 25 december formeerde Inönü een minderheidskabinet van CHP en onafhankelijken.~~~ De landbouw gaf betere opbrengsten maar de handelsbalans verslechterde. De werkloosheid liep op tot ca. 4 miljoen; ca. 30.000 Turken werkten in het buitenland, vooral in West-Duitsland. Het 'Aid-Turkey'-consortium werd uitgebreid met Noorwegen en Zwitserland en werd gevraagd om 150 miljoen dollar. Bij de associatieovereenkomst met de EEG werd 175 miljoen dollar voor zes jaar toegezegd, door Frankrijk, door West-Duitsland en de rest door de vier andere landen. In november werden de deviezenrestricties verscherpt om de invoer te beperken.~~~ In juli werd een wet van kracht die vakbonden het recht gaf te staken en collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) af te sluiten



1964


De banden met Iran en Pakistan werden aangehaald. De Cypriotische regering onder president Makarios wilde via een grondwetswijziging de autonomie van de Turkse minderheid beperken. De Turks-Cypriotische bevolking werd geïntimideerd en Turkije dreigde met een invasie. De Amerikaanse president Lyndon Johnson (1908-1973) waarschuwde Inönü dat een invasie de Sovjet-Unie aanleiding zou kunnen geven tot ingrijpen maar dat de NAVO-landen Turkije dan niet automatisch zouden helpen. Ook verbood hij Turkije bij een invasie gebruik te maken van Amerikaans materieel. Dit had een anti-Amerikaanse stemming tot gevolg. In Izmir brachten oproerkraaiers vernielingen toe aan de Amerikaanse en Britse paviljoens van de handelsbeurs. Honderden Griekse staatsburgers werden het land uit gestuurd. Turkije zocht toenadering tot de Sovjet-Unie. Eind oktober bracht minister Erkin (*1899) van Buitenlandse Zaken een bezoek aan Moskou.~~~ De AP verweet Inönü een slappe Cypruspolitiek. Bij senaatsverkiezingen in juni won de AP acht zetels, drie meer dan de CHP. Na het overlijden van partijleider Gümüspala, werd eind november Süleyman Demirel (*1920), voormalig minister onder Menderes, tot voorzitter van de AP gekozen. Op 5 juli werd kolonel Aydemir terechtgesteld.~~~ De toestand op Cyprus werkte ongunstig op de economie. Desondanks groeide het nationale inkomen 5,6% en bleven de prijzen stabiel. Het tekort op de handelsbalans nam af door stagnerende uitvoer en verminderde invoer. De landbouw had een zeer goed jaar, de oogsten waren overvloedig. Ondanks alle steun, bleef Turkije betalingsmoeilijkheden houden. De verdiensten van Turkse arbeiders in het buitenland droegen in toenemende mate bij aan de economie.



1965


De betrekkingen met de Sovjet-Unie werden nauwer. In januari kwam Sovjetpartijsecretaris Nikolaj Podgorny (1903-1983) naar Turkije en in mei minister van Buitenlandse Zaken Andrej Gromyko (1909-1989). De Turkse premier bezocht Moskou in augustus. Turkije streefde naar vriendschap met de Arabische staten. In september vroeg CENTO-partner Pakistan Turkije om hulp tegen India. Turkije verklaarde zich solidair en leverde wapens en munitie onder een bestaande handelsovereenkomst.~~~ De regering Inönü trad op 14 februari af nadat het parlement de begroting had verworpen. Senator Suat Urgüplü (1903-1981) stelde een regering samen van leden van de AP en kleinere partijen. CHP-leden vormden de oppositie. Na de verkiezingen van 10 oktober werd de AP de grootste partij met 240 zetels, de CHP kwam op 134 zetels. De CHP was de verkiezingen ingegaan met een nieuw manifest van Turhan Feyzioglu (1922-1988) en Bülent Ecevit (*1925) waarin sociale rechtvaardigheid en sociale zekerheid werden benadrukt. De TIP kreeg 15 zetels, het was voor het eerst dat een arbeiderspartij aan de verkiezingen meedeed. De CKMP kreeg maar 2,2% van de stemmen. De radicale Alpaslan Türkes was in augustus tot partijvoorzitter gekozen en had de CKMP veranderd in een strak georganiseerde militante partij met een ultranationalistisch karakter. Op 27 oktober formeerde Demirel een regering die bijna geheel uit AP-leden bestond.~~~ De oogstopbrengsten van tarwe, gerst en katoen waren overvloedig. De uitvoer van landbouwproducten overtrof de verwachtingen. In Eregli aan de Zwarte Zee werd in mei een staalbedrijf, met een capaciteit van 1,5 miljoen ton per jaar, in werking gesteld. Turkse arbeiders in het buitenland maakten ca. 50 miljoen dollar over naar hun families en gezinnen.~~~ Als eerste begin van een sociaal stelsel werd de Stichting voor Sociale Verzekeringen opgericht (Sosyal Sigortalar Kurumu) die verzekerde tegen ziektekosten en arbeidsongeschiktheid.



1966


Turkije bleef zijn verplichtingen als lid van de NAVO en de CENTO nakomen. Relaties met Oost-Europese landen werden aangehaald. Premier Ion Maurer (*1902) van Roemenië bracht in juli een bezoek, met Bulgarije kwam Turkije tot afspraken over economische en technische samenwerking. Eind december kwam premier Alexej Kosygin (1904-1980) van de Sovjet-Unie naar Ankara. Besprekingen met Griekenland over de Cypruswestie hadden tot resultaat dat de wederzijdse uitwijzing van personen werd gestaakt. Turkije sprak zijn verontrusting uit over Tsjechoslowaakse wapenleveranties aan de Grieks-Cyprioten en waarschuwde voor de gevolgen. Turkije streefde naar betere verhoudingen met de Arabische landen, vooral Egypte. Ankara kreeg, na vier jaar, weer een Egyptische ambassadeur.~~~ Op 20 juli nam het parlement een amnestiewet aan ten gunste van de veroordeelden van 1961 (Menderes-regime) en 1963 (mislukte militaire staatsgreep). Ex-stafchef generaal Cevdet Sunay (1899-1982) werd in maart tot president benoemd vanwege ernstige ziekte van generaal Gürsel, die op 14 september overleed. De nieuwe president bezocht Iran, Pakistan en Tunesië. Begin juli werd ex-president Bayar gratie verleend. Bij senaatsverkiezingen in maart, boekte de AP opnieuw stemmenwinst.~~~ De opbrengsten aan graan (18 miljoen ton), katoen, tabak, olijven en hazelnoten braken alle records. De industrieproductie groeide. Het BNP steeg met 8%. Het tekort op de handelsbalans ging omhoog door een aanzienlijke stijging van de invoer. Ondanks deviezeninkomsten uit toerisme en overboekingen van arbeiders in het buitenland, werd het tekort op de betalingsbalans groter. Buitenlandse kredieten waren nodig om het tekort te compenseren.~~~ Oost-Anatolië leed onder een zware aardbeving.



1967


Na de staatsgreep in Griekenland (april) laaide op Cyprus de strijd voor aansluiting bij Griekenland ("enosis") weer op. Turkse eenheden stonden klaar om in te grijpen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance (*1917) bemiddelde en uiteindelijk werd men het eens over wederzijdse troepenvermindering op het eiland. President Sunay bezocht begin april de Verenigde Staten, eind juni Frankrijk en begin november Engeland. Samenwerking binnen de NAVO en de kwestie Cyprus waren onderwerp van gesprek. Premier Demirel ging in april naar Pakistan en Iran en besprak in mei in West-Duitsland de economische hulpverlening van de EEG in het 'Aid-Turkey'-consortium. Met Joegoslavië sloot Turkije in maart een akkoord over culturele en economische samenwerking. In september brachten premier Demirel en minister van Buitenlandse Zaken Caglayangil (*1907) achtereenvolgens een bezoek aan Roemenië en de Sovjet-Unie. Met Moskou kwam een akkoord tot stand over uitbreiding van economische en technische hulp.~~~ Op 1 april voerde premier Demirel op aandringen van zijn partij (AP) wijzigingen door in het kabinet. Op haar congres van 28 april besloot de CHP tot meer partijdiscipline en een linksere koers. 48 Senatoren en parlementsleden verlieten daarop de CHP en stichtten op 12 mei de Vertrouwenspartij (Güven Partisi - GP). Partijleider werd oud-minister Turhan Feyzioglu. In juli kwam de paus Paulus VI (1897-1978) naar Turkije voor een ontmoeting met patriarch Athinagoras. In oktober demonstreerden studenten in Istanbul tegen de oorlog in Vietnam en de legering van Amerikaanse troepen in Turkije.~~~ De landbouwopbrengsten stegen en de industriële productie nam toe met 12,5%. De buitenlandse handel gaf een lichte stijging van de uitvoer en een daling van de invoer te zien.



1968


Op Cyprus hief de regering Makarios alle beperkende maatregelen voor Turks-Cyprioten op. Op 13 april kon Rauf Denktash (*1924), de Turks-Cypriotische leider, na vier jaar ballingschap naar Cyprus terugkeren. Turks-Griekse besprekingen in maart in Athene en in april in Ankara gaven blijk van een verbeterde verhouding met Griekenland. Met Bulgarije kwam een akkoord tot stand waarin de vrijwillige emigratie van Bulgaren van Turkse afkomst naar Turkije werd geregeld. President Sunay bracht in januari officiële bezoeken aan Saoedi-Arabië en Libië en in april/mei aan Irak, Afghanistan en Perzië. Half april bracht koning Hassan van Marokko (1929-1999) een bezoek aan Turkije en half juli president Bourguiba van Tunesië (*1902). Een akkoord met Iran voorzag in de aanleg van een oliepijpleiding naar de olieraffinaderij in Izmir. In september kwam de Duitse bondskanselier Kurt Georg Kiesinger (1904-1988) naar Ankara en in oktober bracht president Charles de Gaulle (1890-1970) een staatsbezoek.~~~ Op 2 juni werden senaats- en gemeenteraadsverkiezingen gehouden volgens een nieuwe kieswet, die in het nadeel werkte van de kleine partijen. Reststemmen uit kiesdistricten telden niet meer mee op de nationale lijsten. De AP kreeg 38 senaatszetels en de CHP 13. Van de gemeenten kwam 56% onder AP-bestuur. Ongeregeldheden tijdens de verkiezingen kostten 11 mensen het leven, 120 personen werden zwaargewond. In juni protesteerden studenten tegen het beleid van minister van Onderwijs Ertem en bezetten de universiteitsgebouwen. Premier Demirel beloofde universitaire hervormingen. In juli, tijdens een bezoek van de Amerikaanse Zesde Vloot, vonden bloedige botsingen plaats van militante linkse groepen met politie en leger. Er was veel kritiek op Turkije's afhankelijkheid van de Verenigde Staten en de NAVO. Op 15 augustus bleken opperbevelhebbers van land-, zee- en luchtmacht plotseling te zijn afgetreden 'om plaats te maken voor jongere krachten'.~~~ De economische groei duurde voort, de industriële productie groeide met 10,5% en de landbouw met 1,9%. Bij Zonguldak aan de Zwarte Zee werd aardgas gevonden en in het zuidoosten fosfaat. De economische hulp van de Verenigde Staten werd in januari gereduceerd van 135 naar 60 miljoen dollar. De handel met de Oostbloklanden (COMECON) nam sterk toe. De Wereldbank en enkele Europese landen gaven leningen voor de uitbreiding van elektrische centrales. Om het toerisme te bevorderen, kregen toeristen een hogere wisselkoers (12 lira per dollar in plaats van de reguliere 9).



1969


Opnieuw vonden anti-Amerikaanse demonstraties plaats tijdens een bezoek van de Amerikaanse Zesde Vloot aan Istanbul in januari. Een nieuw Amerikaans-Turks defensieverdrag (3 juli) vergrootte het Turkse toezicht op de Amerikaanse bases. De banden met Jordanië werden aangehaald met een bezoek van president Sunay. Met CENTO-partners Iran en Pakistan werd nauw contact onderhouden.~~~ Een wetsvoorstel tot rehabilitatie van de vroegere DP-leiders, met name van ex-president Celal Bayar, werd onder druk van de legerleiding door de senaat afgewezen. Bij de parlementsverkiezingen van 12 oktober, behield de regerende AP de meerderheid met 256 van de 450 zetels. De CHP won 9 zetels en kwam op een totaal van 143. Kleinere partijen als de TIP en de CKMP leden verlies. Een nieuwe Soennitisch-confessionele partij kreeg 8 zetels. Voorts werden 13 onafhankelijken gekozen, merendeels AP-dissidenten. Een van hen was professor Necmettin Erbakan (*1926), voorzitter van de Unie van Kamers van Koophandel, gekozen als onafhankelijk vertegenwoordiger van de Konya, het centrum van religieus conservatisme in Turkije. De opkomst van de kiezers was laag. Er was weinig vertrouwen in de economische politiek van de regering. Het nieuwe kabinet Demirel bestond uit 24 ministers, 12 daarvan kwamen uit het vorige kabinet. Leden van de rechtervleugel van de AP waren niet in aanmerking gekomen. De CKMP veranderde haar naam in Milleyetçi Hareket Partisi - MHP (Nationalistische Actie Partij). Berucht werd haar jeugdorganisatie 'Grijze Wolven' (Bozkurtlar), die in speciale kampen paramilitair getraind werd. Met de opkomst van deze fascistische groepering werd het linkse geweld meer en meer overvleugeld door dat van militant rechts.~~~ De bouw van een brug over de Bosporus werd geraamd op 180 miljoen dollar. Japan, de Duitse Bondsrepubliek, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië beloofden leningen voor het project.



1970


De banden met de Sovjet-Unie leidden tot akkoorden over grensafbakening en handelsbetrekkingen. De handel met Japan werd uitgebreid. Begin april werden in Ankara besprekingen gevoerd met de Britse minister van Buitenlandse Zaken Stewart (1906-1990) en begin mei met diens Italiaanse collega Aldo Moro (1916-1978). Minister van Buitenlandse Zaken Caglayangil besprak in Warschau de Pools-Turkse economische relaties en de Europese veiligheid. Medio april bezocht president Sunay president Ceausescu (1918-1989) in Roemenië. President Yahya Khan (1917-1980) van Pakistan sprak in Ankara over economische samenwerking en de situatie in het Midden-Oosten. In september kwam de Belgische premier Eyskens (1905-1988) naar Ankara ter bespreking van de Europese veiligheid en een bijdrage aan de Turkse economie. In een poging de banden met Afghanistan aan te halen, brachten minister Caglayangil en premier Demirel een bezoek aan Kaboel. In juni voerden premier Demirel en Rauf Denktash besprekingen over de situatie in Cyprus, waar op 5 juli gescheiden verkiezingen plaatsvonden.~~~ In januari richtte professor Erbakan de Nationale Orde Partij (Millî Nizam Partisi - MNP) op. Demonstraties en gewelddadige acties van linkse en rechtse studentengroeperingen maakten de binnenlandse politieke situatie steeds meer gespannen. Na protestdemonstraties van arbeiders en studenten tegen een aantal amendementen op de wet op de vakverenigingen werd op16 juni de noodtoestand afgekondigd. Eind juni werden 26 leden van de AP geroyeerd vanwege hun kritiek op de regering van premier Demirel. In december vormden 41 afgevaardigden en senatoren die de AP hadden verlaten onder leiding van Ferruh Bozbeyli (*1927), voormalig parlementsvoorzitter, de Demokratik Parti (Democratische Partij). Ook de legerleiding was ontevreden over het bewind en drong aan op een krachtige aanpak van de problemen.~~~ Het hoog opgelopen begrotingstekort leidde tot forse belastingverhoging. Torenhoge defensie-uitgaven vormden een zware last. Op 9 augustus werd de lira gedevalueerd om de export naar EG-landen te bevorderen. Als toekomstig lid van de EG kwam Turkije in een overgangsfase waarin alle invoerrechten en kwantitatieve beperkingen (op enkele uitzonderingen na) van EG-landen op Turkse goederen werden opgeheven. Het aantal Turkse arbeiders in Duitsland bedroeg 480.000.~~~ In maart en april waren er zware aardbevingen in de provincie Kütahya.


1971


De regering erkende op 5 augustus de Volksrepubliek China en knoopte diplomatieke betrekkingen aan. De betrekkingen met Taiwan werden opgeschort. In oktober brachten achtereenvolgens de Amerikaanse vice-president Spiro Agnew (*1918) en koningin Elizabeth II (*1926) een bezoek aan Turkije.~~~ De binnenlandse onlusten namen toe. Kleine, radicaal linkse groepen verzetten zich via stadsguerrilla, terreur en ontvoeringen tegen het bewind van de regering. Verontrustend waren de verbindingen van deze groepen met separatistische Koerden in Oost-Anatolië. De onrust onder arbeiders en studenten hield aan vanwege het uitblijven van sociale en economische hervormingen en revisie van het onderwijs. In februari werd een bezoek van drie Amerikaanse oorlogsschepen aan Izmir wegens anti-Amerikaanse demonstraties afgebroken. Op de universiteit van Ankara had een vuurgevecht plaats tussen politie en demonstranten, 200 studenten werden gearresteerd. Begin maart ontvoerde een van de radicale splintergroepen, het Volksbevrijdingsleger van Turkije (Türkiye Halk Kurtulus Ordusu - THKO), vier Amerikaanse militairen en eiste een losgeld van 400.000 dollar. De regering Demirel bleek onmachtig de rust te herstellen. Op 12 maart eiste de chef van de generale staf de vorming van zakenkabinet om een einde te maken aan de anarchie en om de beloofde hervormingen door te voeren. Zo niet, dan zou het leger de macht overnemen om de republiek te beschermen. De handelwijze van het opperbevel werd vooral ingegeven door angst voor het communisme. Binnen het leger vonden zuiveringen plaats. Premier Demirel trad af en op 19 maart benoemde president Sunay Nihat Erim (1912-1980) tot premier. Deze stelde een coalitiekabinet samen van 26 leden, vijf van de AP, drie van de CHP, 1 van de GP, drie onafhankelijken en 14 zogenaamde technocraten. Voor het eerst werd een vrouwelijke minister benoemd (Gezondheidszorg en Sociale Zaken). Op 7 april kreeg het kabinet de steun van het parlement met 321 tegen 46 stemmen. De minister van Economische Zaken verklaarde op 14 april dat de vorige regering een economisch wanbeleid had gevoerd en dat de buitenlandse schuldenlast was gestegen van 1,6 miljard dollar naar 3,4 miljard. Vanwege nieuwe terreuracties kondigde de Nationale Veiligheidsraad in elf provincies de staat van beleg af. Voor de steden Ankara. Izmir en Istanbul gold een verbod op wapenbezit en het houden van openbare bijeenkomsten. De militairen pakten mensen op die verdacht werden van terreur en ontketenden een ware heksenjacht tegen iedereen met linkse sympathieën. Leden van de THKO ontvoerden op 17 mei de Israëlische consul in Istanbul, Ephraim Elrom. In een ultimatum eisten ze vrijlating van alle revolutionaire gevangenen. De regering weigerde te onderhandelen en op 22 mei werd Elrom vermoord aangetroffen. Dit voorval verhevigde de vervolging van links, circa 5000 mensen werden gearresteerd, onder wie vooraanstaande intellectuelen, journalisten en alle belangrijke TIP-leden en vakbondsleiders. In de grote steden werden speciale rechtbanken ingesteld en werden arrestanten gemarteld. In Oost-Anatolië werd scherp opgetreden tegen Koerdische agitatoren. Op 25 mei en 23 juli werd de staat van beleg steeds met twee maanden verlengd. Het hervormingsprogramma van de regering boekte weinig vooruitgang, op 5 oktober traden de vijf AP-ministers af en drie weken later het hele kabinet. Op 3 december viel het tweede kabinet Erim toen elf technocraten er de brui aan gaven. Inmiddels waren er 44 grondwetswijzigingen voorgesteld die de grondwet minder liberaal maakten.~~~ De Verenigde Staten wilden een verbod op de papaverteelt (opiumproductie) en boden financiële steun voor de aanplant van andere gewassen. Japan verleende financiële steun bij de bouw van een dam in de Yesilirmak.~~~ In het Zuidwesten eisten aardbevingen ruim 700 doden en veroorzaakten veel materiële schade.



1972


In januari beloofde Frankrijk Turkije militaire en economische steun. De Verenigde Staten verhoogden hun hulpprogramma tot 115 miljoen dollar. Meer dan de helft daarvan was bestemd voor de aankoop van Phantom straaljagers. Turkije beloofde een verbod op de opiumteelt vanaf eind 1972. De Verenigde Staten zegden 35 miljoen dollar toe om de boeren schadeloos te stellen. In april bezocht president Podgorny van de Sovjet-Unie Turkije. De toenaderingspogingen tot de Arabische wereld werden geïntensiveerd.~~~ De binnenlandse situatie bleef gespannen. De staat van beleg bleef gehandhaafd. Eind februari begon in Ankara het proces tegen 227 linkse activisten, tegen wie de doodstraf werd geëist. De generale staf ontsloeg 57 officieren en stelde ze onder arrest wegens ondergrondse activiteiten. Op 27 maart ontvoerde het THKO drie Britse NAVO-technici; het Bevrijdingsleger eiste de vrijlating van drie van haar ter dood veroordeelde leden. De regering weigerde te onderhandelen en bij een bevrijdingsactie vonden tien THKO-leden de dood, evenals de drie technici. Premier Erim diende half april zijn ontslag in omdat de legerleiding vond dat hij faalde in de bestrijding van ondergrondse organisaties. Senator Urgüplü (1903-1981) moest een nieuw kabinet vormen. Nog tijdens de formatie kaapten THKO-leden een Turks lijnvliegtuig en eisten opnieuw vergeefs vrijlating van de gevangenen. Nadat op 4 mei het hoofd van de gendarmerie bij een aanslag gewond raakte, werden de Turkse strijdkrachten in staat van alarm gebracht. Op 13 mei wees president Sunay de formatie af en kreeg Ferit Melen (*1906), voormalig minister van Defensie, de formatieopdracht. In de CHP deed zich een scheuring voor. Bülent Ecevit volgde Inönü op als partijleider, waarop de leider van de rechtervleugel met een aantal volgelingen uit de partij trad. Ook onder de regering Melen bleef de situatie gespannen, met name in de Koerdische gebieden. Eind juli kwam een eerste landhervormingswet tot stand. Voor oktober 1973 werden nieuwe parlementsverkiezingen aangekondigd. Eind augustus kregen de drie krijgsmachtonderdelen nieuwe bevelhebbers. In november moesten alle studentenorganisaties worden ontbonden. Nieuwe organisaties (a-politiek) mochten slechts met regeringstoestemming worden opgericht.



1973


Turkije streefde naar een meer neutrale buitenlandse politiek, zocht toenadering tot de Arabische en andere neutralistische staten en nam wat meer afstand van de Verenigde Staten. Met Irak werd op 1 mei besloten tot de aanleg van een oliepijpleiding. Met Bulgarije werd in juni onderhandeld over economische en technische samenwerking. Van Syrië, Irak, Algerije en Tunesië ontving Turkije diplomatieke steun inzake de kwestie Cyprus. Na het uitbreken van de Jom Kippoer-oorlog (6 oktober) benadrukte Turkije dat NAVO-basis Incirlik niet door Amerika gebruikt mocht worden voor eventuele steun aan Israël. Samen met Iran en Pakistan erkende Turkije de 'legitieme rechten' van de Palestijnen. Turkije hoopte zo buiten de olieboycot van de Arabische landen te worden gehouden.~~~ De regering trad hard op tegen beweerde staatsgevaarlijke elementen. In januari stonden 188 personen terecht, in april 256. Er was opnieuw sprake van martelingen, wat de Raad van Europa aanleiding gaf een Commissie voor Mensenrechten op te richten. De opvolging van president Sunay leidde tot hevige tegenstellingen, het leger wilde opnieuw een militair als president (generaal Gürler) maar burger-politici waren daar fel op tegen. Uiteindelijk stemde het parlement op 6 april in met de benoeming van de onafhankelijke senator en ex-admiraal Fahri Korutürk (1903-1987). Het kabinet Melen trad af en de econoom Naim Talu (*1919) vormde een nieuw, extraparlementair kabinet. De parlementsverkiezingen van 14 oktober leverden winst op voor de CHP (185 zetels) en verlies voor de AP (149 zetels). Omdat een nieuw kabinet niet snel kon worden gevormd bleef het demissionaire kabinet-Talu voorlopig aan.~~~ In juni nam het parlement een wet aan waaronder in vijftien jaar tijd circa 3,2 miljard hectaren land onder een half miljoen boeren verdeeld kon worden. De EG verlaagde de invoertarieven voor Turkse landbouwproducten.~~~ In oktober werd de 50e verjaardag van de Turkse Republiek gevierd met de opening van de brug over de Bosporus. Op 25 december overleed oud-president Ismet Inönü.



1974


Turkije wilde de opiumteelt hervatten. De Verenigde Staten riepen hun ambassadeur terug. De betrekkingen met Griekenland verslechterden vanwege voorgenomen Turkse olieboringen in de Egeïsche Zee ter hoogte van Lesbos en Chios. Griekenland beschouwde deze wateren als Grieks, Turkije als behorend tot het continentaal plat. Het geschil werd voorgelegd aan de Verenigde Naties. Aan de grens met Irak werden Turkse dorpen getroffen door Iraaks geschut tijdens acties tegen Koerdische opstandelingen, waarbij vier doden vielen. Op Cyprus werd president Makarios ten val gebracht door een staatsgreep geleid door de Griekse junta. Premier Ecevit vroeg Engelse steun om de Cypriotische onafhankelijkheid te waarborgen. Onderhandelingen hadden geen resultaat en op 20 juli landden Turkse troepen op Cyprus. Een resolutie van de Veiligheidsraad van 22 juli leidde tot een bestand. Na de val van de junta, konden in Genève op 24 juli nieuwe besprekingen beginnen tussen Engeland, Griekenland en Turkije, waarin Turkije streefde naar een duurzame regeling voor de Turks-Cypriotische minderheid. De Verenigde Staten dreigden hun militaire hulpprogramma op te schorten indien niet op korte termijn een oplossing werd bereikt. In november werd het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger (*1923) afgelast. De betrekkingen met de Sovjet-Unie ontwikkelden zich gunstig. Met Moskou werd overeenstemming bereikt over wederzijdse handel, technische hulp, en de levering van helikopters.~~~ Bülent Ecevit (CHP) vormde een kabinet van AP en MSP (Nationale Heilspartij, een voortzetting van de Nationale Orde Partij) van professor Erbakan (25 januari). De laatste werd vice-premier. Amnesty International beschuldigde Turkije van het folteren van politieke gevangenen. Het parlement vroeg premier Ecevit een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen. Deze zag daarvan af uit vrees voor conflicten met het leger. In plaats daarvan ijverde hij voor amnestiewetgeving voor alle politieke gevangenen die niet bij gewelddadige acties betrokken waren geweest. Een wetsvoorstel dienaangaande werd in het parlement verworpen omdat een deel van de MSP-fractie zijn steun eraan onthield. Ecevit deed vervolgens een beroep op het Constitutionele Hof waarop een groot aantal van de politieke gevangenen werd vrijgelaten. De breuk tussen AP en MSP werd gelijmd maar na een nieuwe kabinetscrisis over de kwestie Cyprus in september diende Ecevit zijn ontslag in. Na een kortstondig interim-kabinet werd Erbakan premier.~~~ Ondanks plechtige beloften van de OPEC leed ook Turkije onder de oliecrisis. In mei bracht premier Erbakan een bezoek aan Saoedi-Arabië.



1975


Omdat in de kwestie Cyprus geen vorderingen waren gemaakt, stelden de Verenigde Staten op 5 februari een wapenembargo in. President Gerald Ford (*1913) en minister Kissinger verzochten het congres herhaaldelijk het wapenembargo op te heffen. Ook NAVO secretaris-generaal Joseph Luns (*1911) veroordeelde het embargo. Wapenleveranties kwamen nu van de NAVO-bondgenoten Frankrijk, Italië en de Duitse Bondsrepubliek. Een aanbod van Israël om torpedojagers te leveren werd genegeerd. Op 27 juli sloot Turkije alle Amerikaanse bases met uitzondering van Incirlik. Begin oktober werd het embargo gedeeltelijk opgeheven maar de bases bleven nog gesloten. De Turkse regering was ontstemd omdat in het Amerikaanse congres tegelijkertijd weer de opiumteelt ter discussie was gesteld. De banden met de Arabische landen werden aangehaald. Een goede verstandhouding was belangrijk omdat Turkije de grens met Irak gesloten hield voor Koerdische vluchtelingen ondanks het verzoek van de oppositionele CHP de grens om humanitaire redenen te openen. In december bracht president Alexej Kosygin (1904-1980) een bezoek aan Ankara. Sovjetrussische oorlogsbodems kregen onbeperkte doorvaart in de zeestraten. Een voorstel voor een niet-aanvalsverdrag werd, evenals een aanbod van Russische wapenleveranties, afgewezen. Op Cyprus werden 10.000 Turks-Cyprioten, die hun toevlucht hadden gezocht in de Britse autonome gebieden, verscheept naar Turkije. Zij werden teruggebracht naar Noord Cyprus, waar op 13 februari eenzijdig de Turks-Cypriotische Bondsstaat was uitgeroepen. In besprekingen tussen premier Demirel en zijn Griekse ambtgenoot Karamanlis (*1907) werd gekozen voor een vreedzame oplossing van de Cypruskwestie. Het territoriale geschil zou worden voorgelegd aan het Internationale Hof van Justitie. In november werd in de vergadering van de Verenigde Naties met 117 stemmen vóór en 1 tegen de terugtrekking geëist van alle buitenlandse troepen op Cyprus.~~~ Demirel vormde in maart een rechtse coalitie van AP (Gerechtigheidspartij), GP (Vertrouwenspartij), MSP (Nationale Heils Partij) en MHP (Nationale Actie Partij). De drie leiders van de coalitiepartijen werden vice-premier. Oppositieleider Ecevit hekelde de opname in het kabinet van de radicale ex-kolonel Türkes (MHP). Het buitenlands beleid werd gecontinueerd, het binnenlands beleid was gericht op de bestrijding van inflatie en werkloosheid. Bij de senaatsverkiezingen in oktober won de CHP 17 zetels en verloor de AP er 5.~~~ De inflatie bedroeg 21% en er was een tekort op de handelsbalans van 3,3 miljard dollar.~~~ In september werd de stad Lice getroffen door een aardbeving, waarbij 2500 doden vielen.



1976


Eind maart ondertekenden de ministers van Buitenlandse Zaken Kissinger en Caglayangil in Washington een nieuw Amerikaans-Turks defensieverdrag. Het Amerikaanse wapenembargo werd opgeheven en de Amerikaanse bases gingen weer open maar stonden onder Turks opperbevel. De aan de Verenigde Staten toegekende rechten waren afhankelijk van de te leveren militaire hulp. Eind mei werd in Istanbul de 7de Conferentie van Islamitische Landen gehouden. Volgens waarnemers wilde Turkije Arabische steun krijgen voor zijn politiek tegenover de Verenigde Staten en Griekenland. Van de kant van de Arabische landen was van een pro-Turkse houding echter geen sprake. Tijdens het bezoek van bondskanselier Helmut Schmidt (*1918) kwam een akkoord tot stand over Westduitse wapenleveranties. Nieuwe geschilpunten in de Cypruskwestie en over de Egeïsche Zee veroorzaakten spanningen met Griekenland. Deze bereikten een hoogtepunt tijdens de vaart van het Turkse onderzoeksvaartuig Sismik I in de Egeïsche Zee.~~~ Het geweld tussen linkse- en rechtse studentenorganisaties nam toe. Het oplevend rechts-extremisme werd toegeschreven aan de MHP van vice-premier Alpaslan Türkes. De regering Demirel gaf links-extremisten de schuld. Binnen de coalitie ontstonden spanningen. De MHP stond een ultranationalistische Pan-Turkse koers voor terwijl de conservatieve MSP van Erbakan herstel van de islam als staatsgodsdienst wilde. De speciale rechtbanken uit 1971 werden opgeheven. Een wet die de rechtbanken had moeten legitimeren, werd door de oppositie afgewezen.~~~ In december werd met de EG-landen een associatieaccoord gesloten met garanties voor vrij verkeer van Turkse arbeiders, betere exportvoorwaarden en meer steun voor de industrie.~~~ Op 24 november werd het oosten van Turkije getroffen door een zware aardbeving, 3790 mensen kwamen om.



1977

De problemen met Griekenland duurden voort. In maart ondertekende minister van Buitenlandse Zaken Caglayangil in Moskou een overeenkomst over wetenschappelijke, economische en technische samenwerking. In november staakte Irak de uitvoer van ruwe olie omdat Turkije niet voldeed aan zijn betalingsverplichtingen. Begin december voerde Caglayangil in Cairo besprekingen met de Egyptische president Anwar Sadat (1918-1981) over Egyptische steun in de Cypruskwestie.~~~ Het aantal geweldplegingen en politieke moorden nam toe. De Grijze Wolven speelden een grote rol bij studentenonlusten in Istanbul, Ankara en Izmir. In Istanbul werd een menigte 1-mei-vierders beschoten en bestookt met bommen. Er vielen veertig doden en veel gewonden. Een deel van het geweld had te maken met de vervroegde verkiezingen van 5 juni. Tijdens de verkiezingscampagne werd oppositieleider Ecevit het mikpunt van vijf moordaanslagen. De aanslagen werden toegeschreven aan de Grijze Wolven. De CHP kreeg 213 van de 450 zetels (geen absolute meerderheid), de AP kreeg er 189, de MSP 24, de GP 3 en de MHP 16. Ecevit werd formateur maar kreeg een coalitiekabinet niet van de grond. Het daarop geformeerde minderheidskabinet viel al na tien dagen wegens gebrek aan vertrouwen van het parlement. Een door Demirel geformeerde coalitie van AP, MSP en MHP kreeg dat vertrouwen wel. Het rechtse kabinet werd echter door arbeidersorganisaties en leden van de CHP slecht ontvangen. Onenigheid binnen de AP leidde in december tot het uittreden van een aantal leden, waardoor de coalitie zijn meerderheid in het parlement verloor. Na een motie van wantrouwen, trad de regering Demirel op 31 december af.~~~ In 1977 verslechterde de economische situatie. Tegenover 700 miljoen dollar aan deviezen stonden 3 miljard dollar aan kortlopende schulden. Op aandringen van het IMF werd de lira in september met 10% en in december met 3,4% gedevalueerd. Als voorwaarde voor verdere leningen eiste het IMF sanering van het economisch beleid: strenge bezuinigingen, consumptiebeperkingen en een verdere devaluatie van de lira. Vice-premier Erbakan was tegen en een IMF-delegatie vertrok zonder akkoord. In het Turkse deel van de Zwarte Zee werd uranium ontdekt.~~~ In juni werd de Turkse ambassadeur bij het Vaticaan door leden van het Armeense Geheime Leger voor de Bevrijding van Armenië (ASALA) vermoord. De in 1975 te Beiroet opgerichte ASALA wilde vestiging van een Armeense staat in Noordoost Anatolië en wraak voor de massamoorden op Armeense nationalisten in 1915. Eind maart werd Oost-Turkije door een aardbeving getroffen. Tientallen mensen vonden de dood.



1978


De verhouding met Griekenland bleef gespannen. Besprekingen over de geschilpunten werden voortgezet. Het Hof van Justitie verklaarde zich ten aanzien van de Egeïsche Zee-kwestie onbevoegd. In oktober werden de Amerikaanse wapenleveranties hervat. Minister-president Ecevit sloot in Moskou verdragen voor handel, exploitatie van bodemschatten en vriendschappelijke betrekkingen. Eind april brachten Sovjetrussische marineschepen een bezoek aan Istanbul terwijl een Amerikaanse kruiser Izmir aandeed. Het bezoek aan de Sovjet-Unie en drie andere communistische landen en de toenadering tot een aantal niet-gebonden landen werd gezien als een nieuw concept van buitenlandse politiek. In juni bezocht de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Huang Hua (*1913) Turkije. Armeense terroristen pleegden een aanslag op de Turkse ambassadeur in Madrid waarbij drie mensen omkwamen. De ambassadeur bleef ongedeerd. Het was de vijfde aanslag op Turkse diplomaten in het buitenland sinds 1975.~~~ Ecevit vormde een nieuw kabinet waarin de dissidente AP-leden met een ministerszetel werden beloond. Met 229 stemmen voor en 218 tegen keurde het parlement het regeringsprogramma goed. Aan het einde van het jaar waren bijna 1000 personen door extremistische organisaties gedood. Op 20 maart werden in de grote steden proteststakingen georganiseerd tegen het toenemend geweld. Verontrustend was het geweld in Oost Turkije waar spanningen tussen Turken en Koerden en tussen soennitische (orthodoxe) en sji'itische moslims (liberale alawieten) hoog opliepen. Etnische en religieuze tegenstellingen mengden zich met politieke. In de stad Kahramanmaras richtten soennitische Turken een slachting aan: 93 alawieten werden gedood en ruim 2000 gewond. In 13 oostelijke provincies werd op 28 december de staat van beleg uitgeroepen, alsmede in Istanbul en Ankara. Premier Ecevit beschuldigde extreem rechts ervan de religieuze tegenstellingen te hebben aangewakkerd.~~~ Abdullah Öcalan, student aan de universiteit van Ankara, richtte de marxistisch Koerdische Arbeiderspartij (PKK) op die de vestiging van een onafhankelijke en socialistische Koerdische staat tot doel had.~~~ De economie bleef zorgwekkend. Onder druk van het IMF devalueerde de lira begin maart met 23% ten opzichte van de dollar. Hierna kreeg Turkije weer leningen toegezegd. Irak hervatte in september de olieleveranties.



1979


In Iran viel shah Mohammed Reza Pahlevi, belangrijk bondgenoot van de Verenigde Staten, ten prooi aan de islamitische revolutie. Dit maakte het bondgenootschap van de Verenigde Staten met Turkije eens zo belangrijk. De Turkse economie werd met 0,5 miljard dollar ondersteund en aan militaire hulp werd 50 miljoen dollar toegezegd. Turkije wenste het opperbevel te houden over de Amerikaanse bases en verbood Amerikaanse spionagevluchten met U2-vliegtuigen vanaf zijn grondgebied. Half maart trad Turkije uit de CENTO, zoals Pakistan en Iran dat al eerder deden. De onderhandelingen met Griekenland duurden voort. In juli vielen bij een gijzelingsactie van Palestijnse commando's in de Egyptische ambassade in Ankara twee doden. In augustus gaf Turkije de PLO (Palestinian Liberation Organization) diplomatieke erkenning en begin oktober werd Yasser Arafat (*1929) in Ankara officieel ontvangen.~~~ Turkije bleef in de greep van politiek terrorisme en economische neergang. Als gevolg van aanslagen vielen er ruim 1500 doden. De staat van beleg in de oostelijke provincies bleef gehandhaafd. De ontwikkeling in Iran had gevolgen voor de Iraans-Koerdische bevolking en verontrustte hun Turkse volksgenoten. Turkije zou Iraanse legereenheden hebben toegestaan Koerdische verzetshaarden op Turks grondgebied aan de grens te omsingelen. Koerdische afgevaardigden in het parlement verweten premier Ecevit een pro-Iraanse koers omwille van olieleveranties op voordelige voorwaarden.~~~ Bij tussentijdse verkiezingen op 14 oktober, in 29 van de 67 provincies, leed de CHP van Ecevit een nederlaag. Winnaar werd de AP van Demirel met 181 van de 450 zetels. Premier Ecevit diende zijn ontslag in. De verkiezingsuitslag weerspiegelde de grote ontevredenheid over de voortdurende moordaanslagen en de voortschrijdende inflatie (bijna 100%). In december formeerde Demirel een nieuw kabinet van 28 AP-leden. Met de steun van de Nationale Actie Partij MHP en de Nationale Heils Partij MSP had de AP nu een meerderheid in het parlement. In zijn regeringsverklaring zei Demirel het marxistisch gevaar te zullen bestrijden door het islamitisch karakter van Turkije te benadrukken.~~~ De Turkse economische situatie verslechterde opnieuw. De buitenlandse schuldenlast bedroeg 12 miljard dollar, het werkloosheidscijfer was het hoogste van Europa (20%). Diverse consumptieartikelen en benzine gingen op rantsoen. In de loop van het jaar kreeg Turkije leningen van de Wereldbank, de EG, de OESO, Saoedi-Arabië en Japan. Met Libië werd een overeenkomst gesloten voor ruim 600 miljoen dollar aan economische steun. Het IMF drong aan op een devaluatie met 50%.~~~ Paus Johannes Paulus II bracht een bezoek aan patriarch Dimitrios (*1914). Hij wilde een proces op gang brengen dat een einde zou maken aan de in 1054 ontstane scheiding tussen de Rooms-Katholieke en de Grieks-orthodoxe kerken.



1980


In maart ondertekende Turkije een defensiepact met de Verenigde Staten. De Amerikaanse bases bleven onder Turkse controle en mochten alleen voor NAVO-doeleinden gebruikt worden. De Verenigde Staten verplichtten zich voor 2500 miljoen dollar aan militaire steun. Turkije veroordeelde de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan. Het besluit van een aantal West-Europese landen, waaronder Nederland, voor Turken een visumplicht in te stellen, wekte grote verbittering.~~~ De regering was niet in staat een einde te maken aan het toenemend aantal politieke moorden, het groeiend fundamentalisme en de slechte economische situatie. Het aftreden van president Korutürk, na het aflopen van zijn ambtstermijn begin april, leidde tot 79 verkiezingsronden in het parlement, alle zonder resultaat. In januari was Izmir het toneel van relletjes van linkse arbeiders en studenten. De politie bestormde de universiteit. In februari trad de politie op tegen de bezetting van een spinnerij, waarbij onder de arbeiders doden en gewonden vielen. Ook voor Izmir werd de staat van beleg afgekondigd. De moord op vice-voorzitter Gün Sazak van de MHP was aanleiding voor ongeregeldheden in een aantal steden in centraal Turkije. Het leger deed een oproep tot herstel van rust en orde. De oppositie beschuldigde de regering van fascisme en diende een motie van wantrouwen in. In sommige stadswijken waren zogenaamde "bevrijde zones" uitgeroepen, waar de Grijze Wolven de macht hadden. In april-juni liep het aantal politieke moorden in Ankara en Istanbul op tot ruim 200. Een van de slachtoffers was oud-premier Nihat Erim, die vermoord werd door de revolutionair linkse organisatie Dev Sol. Regering en oppositie besloten tot een gezamenlijke aanpak van het terrorisme. Militairen bezetten het dorp Fatsa aan de Zwarte Zee waar onder leiding van een linkse burgemeester een marxistische vrijstaat was gevestigd en verrichtten meer dan 300 arrestaties. De onrust onder de Koerden nam toe. De MSP organiseerde in Konya een massabijeenkomst waar terugkeer naar een islamitisch bewind werd gepredikt. Uit vrees voor een toenemend fundamentalisme greep het leger in. Op 12 september stuurde generaal Kenan Evren (*1918) het parlement naar huis en liet ruim 100 vooraanstaande politici en vakbondsleiders arresteren. Onder hen bevonden zich de leiders van vier politieke partijen: Demirel (AP), Ecevit (CHP), Erbakan (MSP) en Türkes (MHP). Het gezag kwam in handen van een Nationale Veiligheidsraad van vijf generaals onder leiding van Evren. Ex-admiraal Bülent Ulusu werd interim-premier en nam in zijn kabinet zes gepensioneerde generaals op. Turgut Özal (1927-1993), economisch adviseur van het vorige kabinet, werd vice-premier. Bestrijding van terrorisme en sanering van de economie kregen de hoogste prioriteit. Het plaatselijk bestuur kwam onder militair gezag. In november werden 39 voormalige parlementsleden aangeklaagd wegens ambtsmisbruik, onder wie genoemde vier partijleiders. Eind december bedroeg het aantal politieke gevangenen 30.000, waren er 215 personen bij schietpartijen gedood en waren veel wapens in beslag genomen.~~~ In januari devalueerde de lira met 30% en werden de prijzen verhoogd. De terugbetalingstermijn van buitenlandse schulden werd verlengd. Begin april en half mei devalueerde de lira opnieuw. De OESO gaf een krediet van 1,16 miljard dollar, de Wereldbank leende 250 miljoen, het IMF 1,25 miljard en Saoedi-Arabië 250 miljoen dollar.~~~ Armeense terroristen pleegden bomaanslagen op het gebouw van de Turkse luchtvaartmaatschappij in Rome en het Turkse consulaat in Lyon, waarbij twee slachtoffers vielen.


1981


Een delegatie onder leiding van premier Ulusu vertegenwoordigde Turkije op de islamitische topconferentie in Taif (Saoedi-Arabië). De militaire leiders streefden naar een pro-westerse politiek, neutraliteit in de oorlog tussen Iran en Irak, en verbeterde relaties met de Arabische landen. De Verenigde Staten hervatten hun militaire leveranties die sinds 1976 waren stopgezet. De EG-landen schortten in mei Turkije's lidmaatschap van de Raad van Europa op als drukmiddel tot herstel van de democratie.~~~ Het militaire regime van generaal Evren wist door hard optreden de openbare veiligheid te herstellen. Van de politieke gevangenen behoorde 60% tot links-extremistische, 10% tot rechts-extremistische en 3% tot Koerdisch-separatistische organisaties. Er werden 80 doodvonnissen voltrokken wegens moord. De persvrijheid werd aan banden gelegd en de universitaire autonomie werd opgeheven. In Oost-Turkije trad het regime streng op tegen elke uiting van Koerdisch separatisme. Nadat in juni elk politiek debat was verboden, werden in oktober bij decreet alle politieke partijen opgeheven. CHP-leider Ecevit werd tot vier maanden gevangenisstraf veroordeeld toen hij tegen deze maatregelen protesteerde. In juli werd een Constitutionele Vergadering ingesteld, bestaande uit de Nationale Veiligheidsraad en een Consultatieve Vergadering van 160 burgers waarvan 40 aangewezen door de Veiligheidsraad en 120 gekozen uit kandidaten uit alle provincies. De Consultatieve Vergadering kwam voor het eerst bijeen op 23 december en kreeg tot taak een grond- en kieswet en een wet op de partijen op te stellen. Voor najaar 1983 beloofde Evren parlementsverkiezingen.~~~ De EG-landen schortten hun financiële hulp op. De OESO gaf een krediet van 1 miljard dollar. Van Westerse banken en de Verenigde Staten kwam eveneens financiële steun. Onder het straffe beleid van minister Özal steeg de export, devalueerde de lira en halveerde de inflatie tot 45%.~~~ Armeense terroristen overvielen in september het Turkse consulaat in Parijs. Een aanslag op de paus door de Turkse terrorist Mehmet Ali Agca werd door generaal Evren sterk veroordeeld.



1982


Een ontmoeting tussen de Turkse en Griekse ministers van Buitenlandse Zaken werd afgelast vanwege een vermeende Turkse schending van het Griekse luchtruim boven de Egeïsche Zee. Met Jordanië en Egypte werden de contacten aangehaald. Met Iran kwam een akkoord tot stand over de levering van olie en aardgas. In de oorlog tussen Iran en Irak bleef Turkije neutraal. 4000 Afghaanse, Turks sprekende vluchtelingen uit Pakistan kregen asiel in Turkije. De Verenigde Staten verhoogden hun militaire steun en gezamenlijk zouden luchtmachtbases in Oost-Turkije worden gebouwd of gemoderniseerd. De betrekkingen met de Sovjet-Unie bekoelden na een incident waarbij twee Turkse militairen werden gedood door Sovjet grenswachten. Het bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Türkmen (*1927) aan Moskou werd afgezegd.~~~ In november werd de nieuwe grondwet bij referendum goedgekeurd. Generaal Evren werd president met grote bevoegdheden, bijgestaan door een Presidentiële Raad, de eerdere Nationale Veiligheidsraad. Het parlement bestond nog maar uit één kamer, de senaat werd afgeschaft. Politici van het oude regime mochten tien jaar niet politiek actief zijn, voor studenten en docenten van de universiteit was het lidmaatschap van een politieke partij verboden. Communisme, fascisme en theocratisch fundamentalisme waren verboden. Er waren massaprocessen tegen leden van verboden organisaties als de vakbondsfederatie DISK, de links-revolutionaire Dev Sol-beweging, de grijze Wolven van Türkes en diverse Koerdische groeperingen. Voorts werden processen aangespannen tegen 30 leden van het Turkse vredescomité en tegen 229 leden van de communistische partij. Vijf Europese landen vroegen de Mensenrechtencommissie van de Raad van Europa een onderzoek in te stellen naar berichten over het martelen van gevangenen.~~~ De economie vertoonde een langzaam herstel, de inflatie daalde met 25%, de groei was 5% en de export nam toe. In juni veroorzaakte een financieel bankroet van de Kastelli Bank het aftreden van minister Özal. Hij werd opgevolgd door Adnan Baêer Kafaoglu (*1925).~~~ Bij een gijzelingsactie van twee Armeense commando's op het vliegveld van Ankara kwamen negen mensen om en vielen 72 gewonden.



1983


Irak gaf Turkije toestemming op Iraaks grondgebied op te treden tegen Koerdische guerrillastrijders. Pacificatie van het grensgebied moest Koerdische verzetsacties in Oost-Turkije voorkomen. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties eiste terugtrekking van alle Turkse troepen op Cyprus en veroordeelde het uitroepen van de Republiek Noord Cyprus. Met de Verenigde Staten waren de betrekkingen goed, in de komende tien jaar zouden 160 F-16 gevechtsvliegtuigen worden aangekocht.~~~ Op 6 november waren er parlementsverkiezingen waaraan slechts drie partijen mochten deelnemen: de gematigd rechtse Moederlandpartij (Anavatan Partisi - ANAP) van Turgut Özal, de links van het centrum staande Populistische Partije (Halçi Parti - HP) van Necdet Calp en de Partij van Nationale Democratie (Milliyetçi Demokrasi Partisi - MPD) van ex-generaal Turgut Sunalp. De ANAP won de verkiezingen met 45% van de stemmen en kreeg de absolute meerderheid in het nieuwe parlement met 211 van de 399 zetels. Tweede werd de HP met 117 zetels en derde de MDP met 71 zetels. Özal werd premier. De regeringsverklaring ging uit van een neutrale buitenlandse politiek binnen de NAVO en goede betrekkingen met de Arabische en islamitische landen. In juli hielden 1600 politieke gevangenen in vier militaire gevangenissen een hongerstaking uit protest tegen de slechte behandeling. In december verklaarde de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens de door vijf landen ingediende klacht (1982) over de schending van de mensenrechten in Turkije ontvankelijk. In Ankara en Istanbul vonden bomontploffingen plaats waarvoor de verantwoordelijkheid werd opgeëist door islamitische fundamentalisten.~~~ Exportbevordering had de hoogste prioriteit. Belastinghervormingen stonden op stapel. De Wereldbank verleende een krediet van 464 miljoen dollar. In mei constateerde de OESO dat er ondanks de recessie sprake was van economische groei. De lopende rekening van de betalingsbalans kwam in evenwicht.~~~ Meer dan 1300 mensen werden gedood tijdens een aardbeving in de provincies Erzurum en Kars.~~~ Bij aanslagen in het buitenland door het geheime Armeense leger vielen doden en gewonden.



1984


President Evren bezocht Saoedi-Arabië en nam deel aan de islamitische topconferentie in Casablanca. Premier Özal bezocht in mei Iran, Pakistan, Libië en Irak. In maart was de president van de Chinese Volksrepubliek op bezoek en eind december kwam de Sovjet premier Nikolai Tichonov (*1905) naar Turkije voor een contract over aardgasleveranties aan Turkije. Turkije wisselde ambassadeurs uit met de Noord-Cypriotische Republiek en president Denktash bracht zijn eerste staatsbezoek aan Ankara. Turkije protesteerde bij Syrië tegen het toestaan van trainingskampen voor anti-Turkse Koerden en Armeniërs op Syrisch grondgebied.~~~ In maart werden provinciale en gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Behalve de drie al toegestane partijen deden nog drie andere partijen mee: de Sociaal-democratische Partij (Sosyal Democrat Parti - SDP) van Erdal Inönü, de Partij van het Rechte Pad (Dogru Yol Partisi - DYP), heimelijk geleid door Demirel, en de islamitische Welvaartspartij (Refah Partisi - RP), een reïncarnatie van de Nationale Heilspartij. Deze laatste drie partijen boekten grote winst ten koste van vooral HP en MDP. Het verlies van de Moederlandpartij (ANAP) was gering en premier Özal zag dat als een goedkeuring van zijn bewind. Na de verkiezingen verzwakte zijn positie echter snel vanwege hoge inflatie en bevoorrechting van familieleden. In mei boden 1383 intellectuelen een petitie aan waarin om herstel van mensen- en burgerrechten werd gevraagd. Tegen 56 van hen werd een proces (een van de vele processen) aangespannen. Amnesty International publiceerde (9 mei) een rapport over martelingen in Turkse gevangenissen. In het grensgebied met Irak en Iran voerden opstandige Koerden een guerrillaoorlog. Turkse militairen kregen van de betrokken regeringen toestemming tot grensoverschrijding bij hun tegenacties.~~~ De regels voor buitenlandse handel en wisseltransacties werden versoepeld. De inflatie bedroeg circa 40%.



1985


Turkije protesteerde bij Bulgarije tegen de gedwongen assimilatie van de Turkse minderheid in dat land. Turkije verklaarde zich bereid een paar honderdduizend Bulgaarse Turken op te nemen. De klacht over de schending van de mensenrechten (1982) werd ingetrokken nadat Turkije had toegezegd de herinvoering van de democratie te zullen bespoedigen. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl (*1930) bezocht Ankara in juli. Verhoging van Duitse investeringen zou in Turkije arbeidsplaatsen creëren en het aantal Turkse gastarbeiders in Duitsland verminderen. De V.S. gaf 715 miljoen dollar militaire hulp. Het bestaande defensie-akkoord liep op 18 december af.~~~ De populistische HP en de sociaal-democratische SDP fuseerden tot de Sociaal-Democratisch Populistische Partij (Sosyal Democrat Halkci Parti - SDHP). Tegelijkertijd werd opgericht de Partij van Democratisch Links (Demokrat Sol Partisi - DSP), achter de schermen geleid door ex-premier Ecevit. De contacten tussen de rechtse MPD en de Partij van het Rechte Pad (DYP) werden aangehaald. President Evren waarschuwde voor het toenemend islamfundamentalisme. In negen provincies bleef de staat van beleg gehandhaafd, met name in het zuidoosten waar de verboden Koerdische Arbeiders Partij (Partiye Karkeran Kurdistan - PKK) gewelddadige aanvallen uitvoerde. In Diyarbir stonden 84 Koerden terecht wegens separatistische activiteiten, 22 van hen werden ter dood veroordeeld.~~~ De economie vertoonde een lichte groei, de inflatie was 38%. Een verhoging van de prijs van krantenpapier met 49% werd gezien als een verkapte vorm van censuur. Eind december kreeg Istanbul na zestig jaar weer een effectenbeurs. Een aantal prijzen en belastingen werd verhoogd en de controle op deviezenrekeningen van particuliere banken werd verscherpt.



1986


De verhouding met Griekenland bleef gespannen. Met de Verenigde Staten werd een nieuw defensieverdrag gesloten voor vijf jaar. De verhouding met de Raad van Europa werd genormaliseerd, eind april werd de Turkse minister van Buitenlandse Zaken gekozen tot vice-voorzitter van de Europese ministerraad. Vanaf 1 december werd vrij verkeer van Turkse werknemers binnen de EG-landen mogelijk gemaakt.~~~ In het oosten van Turkije namen Koerdische acties toe. Met toestemming van Irak bombardeerde de luchtmacht Koerdische stellingen in Noord Irak. Begin augustus werden 25 Koerdische verzetsstrijders ter dood veroordeeld. Arabische terroristen pleegden een aanslag op de joodse synagoge in Istanbul waarbij 24 personen werden gedood. Zowel de PLO als de Libische leider Moeammar Kaddafi (*1942) keurden de aanslag af. Begin april werd het spreekverbod van de vroegere politieke leiders opgeheven, hun actieve deelname aan de politiek bleef vooralsnog verboden. De 'generaalspartij' MDP werd wegens gebrek aan aanhang ontbonden. De SDHP, de grootste oppositiepartij, koos Erdal Inönü (*1926) tot voorzitter. Op 28 september werden tussentijdse verkiezingen gehouden. Grote overwinnaar werd de Partij van het Rechte Pad (DYP). Feitelijk leider van de DYP was ex-premier Demirel die het aftreden eiste van de regering Özal en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. In oktober dienden alle ministers hun ontslag in als gevolg van toenemende spanningen binnen de Moederlandpartij (ANAP). In een door Özal nieuw geformeerde regering hadden de liberalen minder invloed. Volgens een rapport van Amnesty International vonden schendingen van de mensenrechten in Turkije nog op grote schaal plaats. Er was sprake van 15.000 politieke gevangenen.~~~ Half maart werd de lira met 5,3% ten opzichte van de dollar en met 7% ten opzichte van de Duitse mark gedevalueerd. De inflatie bedroeg 40%, het werkloosheidspercentage 20%. Zorgwekkend was de daling van de export naar Irak en Iran, Turkije's belangrijkste regionale handelspartners.~~~ Een aardbeving in het zuidoosten van Turkije kostte 15 mensenlevens.


1987


Op het Turkse verzoek om toelating tot de EG reageerden de lidstaten uiterst terughoudend. Wel werd uitzicht gegeven op een douane-unie in de toekomst. De slechte economische situatie, de eventuele concurrentie ten opzichte van de zuidelijke EG-landen, de te verwachten toeloop van Turkse werknemers in de lidstaten en het democratisch gehalte van de Turkse politiek en de mensenrechten vormden het struikelblok. Ook de slechte verhouding met NAVO-partner Griekenland speelde een rol. Op 18 juni nam het Europese parlement een resolutie aan waarin het Turkije veroordeelde wegens massamoord op de Armeniërs in 1915 en opriep de rechten van de Koerden te respecteren. Woedend dreigde de Turkse president met heroverweging van het NAVO-lidmaatschap. De Verenigde Staten verminderden hun militaire hulp uit protest tegen de Turkse bezetting van Noord Cyprus. Turkije reageerde met opschorting van de ratificatie van het nieuwe defensieverdrag. In de oorlog tussen Irak en Iran bleef Turkije neutraal. Met beide landen werden akkoorden gesloten over olieleveranties, handel en aanleg van pijpleidingen. Premier Özal bezocht Syrië en bereikte overeenstemming over de verdeling van het water van de Eufraat en de grensbewaking tegen Koerdische infiltraties.~~~ Premier Özal drong de macht van het leger terug door zelf een opperbevelhebber te benoemen met voorbijgaan aan de legerkandidaat. Bij referendum stemde een kleine meerderheid (50,2%) voor de terugkeer van de oude politici. Demirel manifesteerde zich als leider van de DYP (Rechte Pad), Ecevit als leider van de DSP (Democratisch Links). Bij de parlementsverkiezingen van 29 november behaalde de ANAP (Moederlandpartij) 36,9% van het aantal stemmen en bijna tweederde van het aantal parlementszetels. De SDHP van Inönü kreeg 99 zetels en de DYP van Demirel 59 zetels. De DSP van Ecevit haalde de kiesdrempel niet. Op 21 december presenteerde Özal een nieuw kabinet.~~~ In de oostelijke provincies pleegde de PKK talloze aanslagen. Het Turkse leger bombardeerde in maart Koerdische bases in Irak. Op 19 juli werd de staat van beleg in de oostelijke provincies opgeheven. De acht provincies van Oost-Turkije kwamen onder een gouverneur met uitgebreide bevoegdheden.~~~ Een aantal staatsbedrijven werd geprivatiseerd. De inflatie bleef hoog, 54%. In december werden prijsverhogingen afgekondigd voor benzine, spijsolie, tabak, alcohol, papier, elektriciteit, post-, spoor- en wegverkeer.~~~ In de rivier de Eufraat werd de Atatürkdam geopend.



1988


De EG-ministerraad stelde toetreding van Turkije niet alleen afhankelijk van de mensenrechtensituatie maar ook van een oplossing van de Cypruskwestie. Turks-Griekse besprekingen leidden tot gunstige resultaten in de Egeïsche Zee-geschillen. In juni bezocht premier Özal Athene. In augustus vond in de vergadering van de Verenigde Naties nieuw overleg plaats over hereniging van Cyprus. Op 27 februari ratificeerde Turkije het defensieverdrag met de Verenigde Staten. In juni bezocht president Evren Washington. Op de Balkanconferentie van eind februari kwam de Turkse minderheid in Bulgarije ter sprake en werd tot samenwerking besloten. Premier Özal trachtte te bemiddelen tussen Irak en Iran. 60.000 Iraakse Koerden vluchtten naar Turkije en werden in kampen ondergebracht. De betrekkingen met Israël bekoelden vanwege de pro-Palestijnse houding van de Turkse regering. In november erkende Turkije de Palestijnse onafhankelijkheid.~~~ Premier Özal raakte tijdens een bijeenkomst van zijn eigen partij licht gewond bij een aanslag. Binnen de ANAP wonnen islamitische en nationalistische groepen ('Heilige Alliantie') aan invloed. De oppositiepartijen SDHP en DYP bekritiseerden het economisch beleid en het gebrek aan democratie. Turkije ratificeerde de conventie van de Verenigde Naties tegen het martelen maar er bleef sprake van misstanden. Langzaamaan ontstond een streven naar liberalisering. Na een lange procesgang aanvaarde het Constitutionele Hof de nieuwe Socialistische Partij (Sosyalist Parti - SP) van Ferit Ilsever. De SDHP pleitte voor meer respect voor de rechten van de Koerden. De PKK overviel vanuit Syrië een aantal dorpen waarbij militairen en burgers werden gedood.~~~ Toename van het toerisme zorgde voor een klein overschot op de betalingsbalans. De buitenlandse schuld bedroeg 47 miljard dollar, de inflatie was 80%.


1989


De Europese Commissie zei vóór 1992 geen onderhandelingen over Turkse toetreding te willen beginnen gezien de zware institutionele en financiële lasten en de grote culturele verschillen. Uitspraken over de massamoord op de Armeniërs veroorzaakten spanningen met Frankrijk en de Verenigde Staten. Turkije beloofde opening van de archieven. Premier Özal overlegde tweemaal met zijn Griekse ambtgenoot Andreas Papandreou (*1919) over Cyprus. Het idee van de Turks-Cypriotische leider Denktash Bulgaarse Turken op Cyprus te vestigen, veroorzaakte nieuwe spanningen. Vanuit Bulgarije was een vluchtelingenstroom op gang gekomen die aanwies tot 300.000 personen. Op 21 augustus sloot Turkije de grens. Na een politieke omwenteling in Bulgarije keerden veel Turken aan het eind van het jaar terug.~~~ De positie van premier Özal werd steeds meer omstreden. Bij de provinciale en gemeenteraadsverkiezingen van 26 maart raakte de ANAP (21,9%) de macht in de steden Istanbul, Ankara en Izmir kwijt aan de SDHP (26,2%). De DYP kreeg 25,6% van de stemmen en de RP van Erbakan bijna 10%. Premier Özal weigerde nieuwe algemene verkiezingen uit te schrijven maar besloot tot een kabinetswijziging. Hij ontsloeg zijn broer en zijn neef die hij eerder van een ministerspost had voorzien. Ook na goedkeuring van het nieuwe kabinet, hielden de beschuldigingen van nepotisme aan. Desondanks stelde Özal zich kandidaat voor het presidentschap. Bij Özals beëdiging als staatshoofd op 9 november, bleef de oppositie uit protest weg. Parlementsvoorzitter Yildrim Akbalut (*1935) presenteerde een nieuw kabinet en werd zelf premier. Op 19 juli eindigde het laatste grote massaproces van ruim 7000 revolutionairen voor de krijgsraad. Zeven leden van de Dev Sol-beweging kregen de doodstraf. Na een massale hongerstaking in de gevangenissen werd verzachting van het regime toegezegd.~~~ De toenemende guerrilla-activiteiten van de PKK kostten honderden mensenlevens. Het leger verrichtte tal van arrestaties. De regering trachtte de Koerden te pacificeren door concessies te doen op het gebied van taal en cultuur. Een groep van 24 Koerdische afgevaardigden in het parlement manifesteerde zich steeds duidelijker.~~~ De regering trad op tegen het toenemend fundamentalisme en verbood het dragen van hoofddoeken op de universiteiten.~~~ Hoge inflatie en stijgende prijzen leidden tot looneisen en stakingen. Ter aanpassing aan de Europese markt versoepelde de regering de regels voor het wisselen van buitenlandse valuta en verlaagde de invoerrechten. Vanwege een tegenvallende oogst importeerde Turkije voor 800 miljoen dollar aan voedsel.



1990
De aanvankelijk slechte verhouding met de Verenigde Staten vanwege hun sympathie voor de Armeense zaak, werd sterk verbeterd door de Turkse opstelling in de Golfoorlog. In september bracht president Özal een bezoek aan Washington. Tot de toegezegde militaire hulp in het nieuwe defensieverdrag behoorde de leverantie van 160 F-16 gevechtsvliegtuigen. Na de val van de Sovjet-Unie moest Turkije gaan fungeren als NAVO-bolwerk in het Middenoosten. Tot ergernis van Turkije, diende Cyprus een aanvraag in voor het EG-lidmaatschap, waarop premier Akbulut een bezoek bracht aan het Turkse Noord-Cyprus en Griekenland vervolgens de betaling blokkeerde van EG-hulpgelden aan Turkije. Tijdens de Golfcrisis verbeterden de relaties met Saoedi-Arabië, Syrië en de Golfstaten. Demonstraties in Turkije voor zelfbestuur van Azerbeidzjan hadden geen gevolgen voor de verhouding met Moskou. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Edvard Sjevardnadze (*1928) bezocht Turkije in december.~~~ In februari en maart traden de ministers van Buitenlandse Zaken en van Financiën af uit onvrede met het eigenmachtig optreden van president Özal. Zijn extreem pro-Amerikaanse politiek tijdens de Golfcrisis leidde in oktober tot het aftreden van minister Ali Bozer (*1925) van Buitenlandse Zaken en in november van minister van Defensie Safa Giray (*1931). De laatste werd opgevolgd door Özals neef Hüsnü Dogan (*1944). In december legde ook de stafchef van het Turkse leger, generaal Necip Torumtay (*1926), zijn functie neer. Na felle debatten (Turkije zou doelwit kunnen worden van een Iraakse tegenaanval) had het parlement in september toestemming gegeven tot stationering van buitenlandse troepen op Turks grondgebied.~~~ De islamisering van de samenleving nam toe. Het verbod op de hoofddoek werd opgeheven, er ging veel belastinggeld naar het Presidium van Godsdienstzaken en de begroting toonde een aanzienlijk bedrag voor godsdienstonderwijs. Fundamentalistische groeperingen pleegden moordaanslagen op vooraanstaande intellectuelen. Linkse groeperingen waren verantwoordelijk voor aanslagen op leden van politie en justitie. Ruim 100 leden van de Verenigde Turkse Communistische Partij (Türkiye Birleêik Komünist Partisi - TBKP) werden gearresteerd.~~~ De Koerdische Arbeiderspartij PKK voerde aanvallen uit waarbij honderden doden vielen. Ondanks de verklaring van PKK-leider Abdullah Öcalan af te zien van de eis tot afscheiding van Turkije, leek de steun voor de PKK onder de Koerdische bevolking toe te nemen.~~~ Vanwege het groeiend handelstekort werden exportregels vereenvoudigd. Door de Golfcrisis werd de oliepijpleiding met Irak gesloten en de handel stilgelegd. Voor Turkije was een dit een schadepost van 3 miljard dollar. Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en de Sovjet-Unie namen de olieleveranties over, Koeweit en Saoedi-Arabië boden aan de verliezen deels te compenseren. Ook de EG-landen, de Verenigde Staten en Japan beloofden economische hulp. Turkije hoopt door zijn loyaliteit aan het westen het EG-lidmaatschap te verwerven.


1991


In de Golfoorlog stond Turkije aan de kant van de geallieerden. De Amerikaanse luchtmacht gebruikte de basis Incirlik voor luchtaanvallen op Irak. Na het neerslaan van een Koerdische opstand in Irak verzamelden zich 400.000 vluchtelingen aan de Turkse grens. Turkije nam echter geen Koerdische vluchtelingen op, behalve een kleine groep Turkmenen. Vanuit Turkije opereerden geallieerde troepen om voor de Koerden veilige zones in Irak te creëren. In Oost Turkije bleef een geallieerde interventiemacht gelegerd om zo nodig in Noord Irak te kunnen ingrijpen. In maart bezocht president Özal de Verenigde Staten en in juli bracht president George Bush (*1924) een tegenbezoek. Bush drong aan op een oplossing van de Cypruskwestie. Een doorbraak mislukte omdat de Grieken weigerden de Turks-Cyprioten als volwaardige partij bij een vredesconferentie te betrekken. Turkije streefde naar goede betrekkingen met de voormalige Centraal-Aziatische Sovjet-republieken. In maart bezocht president Özal de Sovjet-Unie, Azerbeidzjan en de Oekraïne. In november erkende Turkije de onafhankelijkheid van Azerbeidzjan.~~~ Op 22 februari trad minister van Defensie Hüsnü Dogan af na een conflict met de president over diens eigenmachtig optreden en de politieke ambities van echtgenote Semra Özal. Binnen de ANAP bestond rivaliteit tussen de liberale en de islamitische vleugel. Premier Akbulut verloor op het partijcongres de strijd om het leiderschap van de liberale Mesut Yilmaz en trad af als premier. De leider van de fundamentalistische ANAP-vleugel Mehmet Keçeciler (*1944) en de islamitische minister van Binnenlandse Zaken Abdulkadir Aksu (*1944) bleven buiten het nieuwe kabinet Yilmaz. Vervroegde parlementsverkiezingen op 20 oktober leverden een overwinning op voor de DYP (Partij van het Rechte Pad) van Demirel die 178 van de 450 zetels behaalde. De DYP vormde een coalitie met de SDHP, diens leider Inönü werd vice-premier. Er kwamen nieuwe ministeries voor Mensenrechten en Vrouwenzaken, het regeringsmonopolie op radio en televisie werd opgeheven en herstel van vakbondsvrijheden werd toegezegd. Met 280 tegen 164 stemmen kreeg het kabinet het vertrouwen van het parlement. De islamitische RP (Welvaartspartij) met 62 zetels stemde tegen. Voor een nieuwe reeks aanslagen op generaals en politieagenten werd de verantwoordelijkheid opgeëist door de links-radicale Dev Sol-beweging.~~~ Als reactie op de groeiende aanhang van de PKK en de ontwikkelingen in Irak, zocht de Turkse regering toenadering tot de gematigde Koerdische partijen. Van Koerdische autonomie zou geen sprake zijn maar het verbod op de Koerdische taal werd ingetrokken en Koerden kregen recht op onderwijs in eigen cultuur en geschiedenis. Guerrilla-acties van de PKK in Oost Turkije maakten veel slachtoffers. In augustus bombardeerde het Turkse leger PKK-bases in Koerdische vluchtelingenkampen in Irak.~~~ Uit solidariteit met de eis tot loonsverhoging van de mijnwerkers uit Zonguldak vonden massale stakingen plaats. De economische groei daalde van 9 tot 4%, de inflatie bedroeg 66%.~~~ Op 28 juli werd de 26 kilometer lange watertunnel van de Atatürk-dam in werking gesteld ter bevloeiing van de vlakte van Haran. Hiermee werd het geïrrigeerde landbouwareaal van Turkije verdubbeld.


1992


Een topconferentie in Istanbul van landen rond de Zwarte Zee resulteerde in een akkoord voor economische samenwerking. Bij het zoeken naar een vreedzame oplossing voor de strijd tussen Armenië en Azerbeidzjan om de enclave Nagorno-Karabach steunde Turkije Azerbeidzjan. Premier Demirel maakte in april/mei een rondreis langs de Aziatische republieken van de voormalige Sovjet-Unie en zegde economische steun toe.~~~ Ter voorkoming van een nieuw offensief van de PKK voerde de Turkse luchtmacht vanaf 8 januari aanvallen uit op PKK-bases in Oost-Turkije en Irak. Tot eind juni kwamen bij de gevechten tussen de PKK en het leger tenminste 770 mensen om. Het geweld was geconcentreerd in de steden Sirnak en Cizre. De positie van de PKK werd verzwakt toen Syrië in april ophield de PKK te steunen wat het einde betekende voor de Koerdische bases in Libanon. Met Iran werd overeenstemming bereikt over de bestrijding van de PKK. Eind augustus besloot de Nationale Veiligheidsraad de strijd op te voeren, de luchtmacht achtervolgde de Koerden niet alleen tot in Irak maar tot op Iraans grondgebied. De PKK raakte in conflict met de Koerden in Irak die hoopten op steun van Turkije bij hun autonomiestreven in Irak en van de PKK eisten hun grondgebied te verlaten. Hierop blokkeerde de PKK de voedselhulp naar Noord Irak. Met steun van het Turkse leger leverden Iraakse Koerden aan de grens met Irak strijd met de PKK. Nadat de PKK Irak had verlaten, kwam Turkije met de Iraakse Koerden overeen samen te werken bij de bewaking van de Iraaks-Turkse grens. In september vielen honderden doden bij een PKK-aanval op een grenspost bij Decirik. In oktober vielen meer dan 400 doden aan de kant van de PKK.~~~ De coalitie van Demirel brokkelde af. In april zegden veertien Koerdische parlementariërs van de SDHP hun steun aan de regering op vanwege het beleid tegen de Koerden. In september verlieten dertien parlementariërs de SDHP om zich aan te sluiten bij de heropgerichte CHP.(Op 3 juli was het verbod op partijen van vóór de staatsgreep van 1981 opgeheven.) President Özal hield een wetsvoorstel tegen voor betere waarborgen voor de mensenrechten tijdens strafprocessen. Eind november ging het parlement toch akkoord maar verdachten van terroristische activiteiten werden uitgesloten.~~~ De groei van de export en de terugkeer van het toerisme na de Golfoorlog zorgde voor meer vreemde valuta. Turkije kon aan zijn renteverplichtingen voldoen (50 miljard dollar) en trok nieuwe investeerders aan.~~~ Twee elektriciteitscentrales van de Atatürk-dam werden in juli in werking gesteld. Bij zware lawines in Zuidoost-Turkije kwamen meer dan 250 mensen om. In Kozlu vonden 265 mijnwerkers de dood bij een explosie van methaangas. In maart werd de stad Erzincan in Oost-Turkije getroffen door een aardbeving.



1993


Turkije verleende politieke steun aan de bedreigde moslims in Bosnië en stuurde vliegtuigen en grondtroepen.. De banden met de islamitische republieken van de voormalige Sovjet-Unie werden aangehaald, premier Özal bezocht Oezbekistan, Kirgizië, Kazachstan en Turkmenistan. De verhouding met Azerbeidzjan was uitstekend. Turkije dreigde de toevoer van water naar Syrië te verminderen als Syrië niet ophield de PKK te steunen.~~~ Op 17 april overleed president Özal , hij werd opgevolgd door Süleyman Demirel (DYP), die op 16 mei met 244 van de 431 stemmen was gekozen. Minister van Economische Zaken Tansu Çiller (*1946) werd de eerste vrouwelijke premier. In het kabinet Çiller bleven alle ministers van de SDHP gehandhaafd, Inönü bleef vice-premier.~~~ PKK-leider Öcalan kondigde eenzijdig een bestand af in ruil voor onderhandelingen. Ankara wees dit af en de militaire acties gingen door. Nadat in mei Koerdische verzetsstrijders 33 ongewapende Turkse rekruten hadden gedood, begon het leger een groot offensief. Öcalan kondigde vanuit Libanon de totale oorlog af. Gematigde Koerden, verdacht van samenwerking met de Turken, werden door de PKK geliquideerd. Aanslagen op toeristische doelen moesten de economie ontwrichten. In achttien Europese steden voerde de PKK acties uit tegen Turkse instellingen. De PKK had veel aanhang onder de Turkse Koerden in West-Europa , die met hun financiële bijdragen de verzetsstrijd steunden. In Duitsland en Frankrijk werd de PKK verboden.~~~ Behalve de PKK waren andere extremistische groeperingen actief: tijdens de viering van een alawitisch festival in Sivas stichtten islamiische fundamentalisten brand in het hotel van de deelnemers, een linkse journalist werd door een autobom gedood. Dev Sol pleegde een aanslag op een politiebus waarbij 10 agenten werden gedood.~~~ De inflatie bedroeg aan het eind van het jaar 68%. Het tekort op de handelsbalans verdubbelde tot 9,3 miljard dollar. De privatisering van bedrijven maakte geen voortgang.



1994


Ter voorkoming van milieurampen (olietankers) vaardigde Turkije op 1 juli strengere regels uit voor de doorvaart van koopvaardijschepen in de zeestraten. Rusland zag dit als een aantasting van het verdrag van Montreux (1936). Ook de nauwe betrekkingen van Turkije met de voormalige Centraal-Aziatische (Turkssprekende) Sovjet-republieken wekten irritatie in Moskou. Bezoeken van de Israëlische president aan Turkije en van premier Çiller aan Israël toonden de grotere betrokkenheid van Turkije bij het vredesproces in het Middenoosten.~~~ De grote winst van de op 27 maart gehouden gemeentelijke verkiezingen ging naar de conservatief-islamitische RP (Welvaartspartij), die 18,3% van de stemmen kreeg. 28 Steden kregen een RP-burgemeester. De DYP kreeg 22,5% en de oppositionele ANAP 21,2% van de stemmen.~~~ In de strijd tegen het onafhankelijkheidsstreven van de Koerden werd de sterkte van het leger opgevoerd om de acties tegen de PKK te intensiveren. De Koerden trokken zich deels terug in Irak van waaruit zij guerrilla-acties ondernamen. Vooral door de Turkse overheid aangestelde onderwijskrachten, die de bevolking met Turks-nationalistische gevoelens moesten indoctrineren, waren daarvan het slachtoffer. Premier Çiller bezocht de Koerdische gebieden in augustus en beloofde uitgebreide ontwikkelingshulp en, hoewel in strijd met de boycot van Irak door de Verenigde Naties, openstelling van de grens met Irak ter bestrijding van de honger. Binnen Turkije waren opnieuw toeristencentra doelwit van de PKK. PKK-leider Öcalan toonde zich in augustus bereid tot onderhandelingen. In maart werden zeven Koerdische parlementsleden van de Partij van de Democratie (Demokrasi Partisi - DEP) gearresteerd. De DEP werd ontbonden en de gearresteerden werden aangeklaagd wegens poging tot vestiging van een vreemde staat op Turks grondgebied (landverraad). Op 8 december werden vijf van hen tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens lidmaatschap van de PKK, de aanklacht van landverraad werd ingetrokken. Het proces tegen de parlementariërs werd in westerse landen sterk veroordeeld. Voor de Europese Unie was het opnieuw aanleiding de toetreding van Turkije uit te stellen vanwege schending van de democratie.~~~ In november leverde de Atatürk-dam het eerste Eufraatwater om de Harran-vlakte, ten noorden van de Syrische grens, te bevloeien.~~~ In januari en april doorgevoerde devaluaties konden de waardedaling van de lira niet bijhouden, de inflatie werd meer dan 100%. Een saneringsplan van prijs- en belastingverhogingen, privatisering van staatsbedrijven, sluiting van onrendabele ondernemingen en afslanking van het ambtelijk apparaat werd door het IMF met een lening van 450 miljoen dollar ondersteund.


1995


De Europese landen keurden het Turkse optreden tegen de Koerden af. In Den Haag werd in april een Koerdisch parlement in ballingschap opgericht. Turkije riep zijn ambassadeur terug. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelde Turkije voor het onrechtmatig vasthouden van linkse politici. Met de Europese Unie kwam op 13 december een douane-unie tot stand. Bezoeken van president Demirel en premier Çiller aan de Turkssprekende Centraal-Aziatische landen en aan Tadzjikistan en Mongolië, resulteerden in een Turkse top in Bisjkek Kirgizië, in augustus.~~~ Onenigheid binnen de coalitie veroorzaakte de val van het kabinet Çiller. In februari fuseerde de SDHP (coalitiepartij) met de CHP (oppositiepartij). Oud-minister Hikmet Çetin (*1937) werd voorzitter van de nieuwe CHP. Deze fusie had een aantal kabinetswijzigingen tot gevolg. Çetin werd benoemd tot vice-premier en partijgenoot Erdal Inönü tot minister van Buitenlandse Zaken. In september werd Çetin als partijleider vervangen door de meer radicale Deniz Baykal. Deze drong aan op vervroegde verkiezingen en trok zijn steun aan de regering in. Op 31 oktober herstelde premier Çiller de coalitie van DYP en CHP. De RP (Welvaartspartij) van Erbakan behaalde 21,3% van de stemmen, de ANAP 19,6% en de DYP 19,1%. De DSP van Ecevit kreeg 14,6% en de CHP 10,7% van de stemmen, de rest van de partijen haalde de kiesdrempel niet.~~~ In maart en juli voerde het leger grootscheepse acties uit tegen de PKK op Turks en Irakees grondgebied. In december kondigde PKK-leider Öcalan een eenzijdig bestand af, de Turkse regering eiste overgave. Islamitische fundamentalisten veroorzaakten onlusten in Istanbul en Ankara die aan 30 alawieten (sji'itische moslims) het leven kostte.~~~ De bezuinigingsmaatregelen leidden tot verlies van koopkracht en een inflatie van meer dan 70%. In de eerste helft van het jaar verdubbelde het buitenlandse handelstekort, de prijzen stegen met 52%. Met het IMF, dat de bezuinigingen had gesteund, werd onderhandeld over nieuwe leningen.



1996


Een conflict met Griekenland over een Grieks onbewoond eilandje voor de Turkse kust leidde in januari bijna tot oorlog. Na bemiddeling van de Amerikaanse president Bill Clinton (*1946), trokken beide landen hun vlooteenheden terug. Later in het jaar gaf de kwestie Cyprus weer spanningen. Met Israël sloot Turkije verdragen over militaire samenwerking. De relatie met Syrië verslechterde: Turkije beschuldigde Syrië van steun aan de PKK, Syrië beklaagde zich over beperking van de waterstroom door de Eufraat vanwege de Atatürk-dam en stelde Turkije verantwoordelijk voor bomaanslagen in Syrië. Met Iran kwam een verdrag tot stand over levering van aardgas, met Irak werd een olie-voor-voedsel akkoord gesloten. Amnesty International rapporteerde in oktober over veelvuldige schending van mensenrechten door de Turkse veiligheidsdienst.~~~ Na een aantal formatiepogingen kwam een coalitie tot stand van de DYP, de ANAP en de DSP van Ecevit. Yilmaz werd premier. Een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden van Çiller veroorzaakte op 6 juni de val van het kabinet. Erbakan werd met de formatie belast en bereikte een akkoord met de DYP. Erbakan werd de eerste islamitische premier van het seculiere Turkije en Çiller werd weer minister van Buitenlandse Zaken.~~~ In Noord-Irak werd een veiligheidszone ingesteld om een eind te maken aan Koerdische infiltraties. Premier Erbakan probeerde een dialoog op gang te brengen met de PKK maar werd teruggefloten door het leger dat elke concessie afwees. Het Europese Hof voor de Mensenrechten veroordeelde Turkije tot een schadevergoeding aan de inwoners van het Koerdische dorp Kelekçi dat tweemaal door het leger verwoest werd.~~~ Het Europees Parlement blokkeerde in september een betaling van 70 miljoen dollar vanwege de trage vooruitgang van de democratisering.


1997


Op de Eurotopconferentie in Luxemburg kreeg Turkije te verstaan dat het voorlopig niet in aanmerking zou komen voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Grote belemmeringen vormden de kwestie Cyprus, de grensgeschillen met Griekenland, de schendingen van de mensenrechten en de Koerdische oorlog. Het Turkse leger intensiveerde de samenwerking met Israël. In november werden gezamenlijke vlootoefeningen gehouden in de Middellandse Zee, samen met de Verenigde Staten.~~~ De coalitie van DYP en RP trad op 13 juni af. In de elf maanden dat Turkije een islamitische premier had, waren ruim dertig leden van de DYP uit protest naar de oppositie overgelopen. Hiermee verloor de coalitie de meerderheid in het parlement. De regering stond onder druk van het leger dat het seculiere karakter van de staat bewaakte en dreigde met ingrijpen bij verdere islamisering van het land. President Demirel wilde een nieuw kabinet zonder RP. ANAP-leider Yilmaz formeerde een coalitie met de DSP van Ecevit en de kleine conservatieve Democratisch Turkse Partij van Ismet Sezgin (*1928). Ecevit en Sezgin werden vice-premier. In het parlement had het kabinet de steun van de CHP en enkele onafhankelijke leden.~~~ Het leger viel tweemaal Noord-Irak binnen, vanwaar de PKK aanvallen ondernam. Het leger kreeg steun van de Iraaks-Koerdische Partij KDP. Als tegenprestatie bombardeerde het Turkse leger stellingen van de rivaliserende Iraaks-Koerdische PUK. In Irak werd een veiligheidszone ingesteld om te voorkomen dat de PKK zich zou hergroeperen. Turkije bestreed de smokkel van Koerdische vluchtelingen naar West-Europa, een belangrijke inkomstenbron van de PKK.~~~ Het kabinet Yilmaz kwam in het najaar met een begroting die de inflatie moest tegengaan, terwijl de koopkracht behouden zou blijven.~~~ In de nieuwe onderwijswet van 16 augustus werd het verplichte openbare basisonderwijs met drie jaar verlengd wat ten koste ging van het godsdienstonderwijs.



1998


Turkije zag het Grieks-Cypriotische besluit tot aanschaf van Russische luchtafweerraketten als een oorlogsdaad. Een gewapende confrontatie werd voorkomen. Syrië, Iran en Irak voelden zich bedreigd door de Turkse-Israëlische militaire samenwerking. Syrië steunde de PKK met trainingsfaciliteiten en gaf onderdak aan PKK-leider Öcalan. In oktober leek een oorlog hierover nabij maar uiteindelijk beloofde Syrië sluiting van alle PKK-kampen in Syrië en Libanon en uitwijzing van 3000 PKK-strijders, onder wie Öcalan.~~~ Op 16 januari verbood het Constitutioneel Hof de islamitische Welvaartspartij (RP). De partij zou een bedreiging vormen voor het seculiere karakter van de Turkse staat. Partijleider Erbakan en vijf andere partijleden verloren hun zetel in het parlement en Erbakan mocht de komende vijf jaar geen politieke functie uitoefenen. De gewezen RP-leden richtten een nieuwe partij op, de Partij van de Deugd, die met 140 zetels opnieuw de grootste partij in het parlement werd. Onder druk van het leger werd hard opgetreden tegen islamitische organisaties zoals de verboden, fundamentalistische Hezbollah. De coalitieregering van ANAP en DSP onder premier Yilmaz was in het parlement afhankelijk van de steun van de CHP. CHP-leider Deniz Baykal beloofde steun voor economische hervormingen in ruil voor vervroegde verkiezingen. Op 25 november viel het kabinet. Premier Yilmaz en minister van Economische Zaken Günes Taner (*1949) werden verdacht van gesjoemel bij de verkoop van de Türkbank. Voormalig premier Ecevit (DSP) vormde een interim-regering tot aan de vervroegde verkiezingen in april 1999.~~~ Tussen het leger en de PKK vonden hevige gevechten plaats. Eind augustus kondigde Öcalan een staakt-het-vuren af dat Ankara niet respecteerde. Op 12 november werd Öcalan in Rome gearresteerd. Italië weigerde hem uit te leveren omdat in Turkije officieel de doodstraf bestond.~~~ Met het IMF werd een akkoord gesloten ter bestrijding van de inflatie en het begrotingstekort.



1999


De arrestatie van Öcalan in Nairobi, waar hij na zijn vertrek uit Italië en verdere omzwervingen was terechtgekomen, veroorzaakte grote vreugde bij de Turkse regering en onder grote delen van de bevolking. Met de overbrenging van Öcalan naar Turkije leek een einde te komen aan de jarenlange strijd in Koerdistan, die aan ruim 30.000 personen het leven had gekost. In juni werd Öcalan ter dood veroordeeld. De voltrekking van het vonnis was politiek gevoelig, omdat Turkije een aanvraag had lopen om lid te worden van de Europese Unie, die groot belang hechtte aan de Rechten van de Mens. In de Unie woonden bovendien ongeveer 850.000 Turkse Koerden, wier gedrag in geval Öcalans executie onvoorspelbaar was.~~~ De algemene verkiezingen in april leverden een éclatante zege op voor de rechts-extremistische Nationale Actiepartij (MHP) van Devlet Bahceli, een hoogleraar economie (van 0 naar 130 van de 550 zetels). De partij van Ecevit bleef met 136 zetels ternauwernood de grootste.~~~ Op 17 augustus werd het westen van het land, vooral de steden Izmit, Golcuk, Adapazari en Yalova, getroffen door een zware aardbeving. Ruim 600.000 mensen werden dakloos en er waren meer dan 15.000 doden. Uit de hele wereld stroomde de hulp toe, ook uit Armenië en Griekenland, Turkije's traditionele vijanden. Dankzij deze hulp verbeterden de betrekkingen met deze landen aanmerkelijk. Er was zelfs sprake van een toenadering en gevoelens van wederzijdse sympathie, vooral met Griekenland.~~~ Op de vergadering van de Europese Unie in Helsinki (december) werd Turkije als kandidaat-lid toegelaten. Wel was het duidelijk dat het nog lang zou duren eer Turkije mocht toetreden als volwaardig lid.

  2000 In een resolutie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden werd de dood van de anderhalf miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1923 volkerenmoord genoemd. Het Witte Huis verzette zich tegen de uitspraak omdat NAVO-partner Turkije de genocide ontkende en dreigde met een vliegverbod voor Amerikaanse vliegtuigen die vanuit Turkije de no-fly zone boven Irak bewaken. Onder druk van president Clinton werd de resolutie niet in stemming gebracht.*** De betrekkingen met Griekenland verbeterden, de handel tussen Turkije en Griekenland nam toe met 33%, het Turks toerisme naar Griekenland groeide. In het voorjaar hield de NAVO een geslaagde oefening met Turkse en Griekse eenheden op Griekse bodem. Een tweede oefening in het najaar mislukte door een geschil over het gebruik van het eilandje Limnos in de Egeïsche Zee. Turkije onderschepte Griekse vliegtuigen die van Limnos opstegen waarop Griekenland de oefening voortijdig verliet. ***In oktober werden een aantal PKK-leden gedood tijdens een treffen met Turkse militairen in Sirnak aan de grens met Irak. Sinds PKK-leider Öcalan de gewapende strijd voor een onafhankelijke Koerdische staat afzwoer, waren dit soort incidenten zeldzaam geworden. De in Turkije tot de doodstraf veroordeelde Öcalan ging in november in beroep bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. In de Turkse pers kwam een debat op gang over het toestaan van Koerdische tv-programma's.*** Eind oktober begonnen Turkse gevangenen een hongerstaking uit protest tegen hervormingen in de gevangenissen. Op 19 december maakten de Turkse autoriteiten daar met harde hand een eind aan. Bij wet van 21 december werd aan circa 30.000 gevangenen amnestie verleend. Koerdische separatisten en linkse en moslimextremisten kregen geen strafvermindering.*** Na langdurige obstructie van Griekenland werden de Europese Unie en Turkije het eindelijk eens over de weg die Turkije moet afleggen om lid te worden van de EU. Een toetredingssteun van 450 miljoen euro werd toegezegd.*** Een bankencrisis die massale buitenlandse kapitaalvlucht tot gevolg had, veroorzaakte in december een financiële noodtoestand. Het IMF kwam te hulp met een lening van 10 miljard dollar op voorwaarde van structurele hervormingen in de Turkse economie.*** Op 22 oktober werd een nationale volkstelling gehouden.

    Turkije 1945 - 2000 door drs. J.A. van Doorn en drs. M.P. de Jong