1959


 

1960


Op 1 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen van de republiek Somalië, bestaande uit het voormalige Italiaans Somaliland (460.000 km2), en het nauwelijks een week eerder (26 juni) zelfstandig geworden voormalige Brits Somaliland (175.000 km2). De bevolking telde ruim twee miljoen mensen. Aden Abdullah Osman werd president.


1961


Op 9 december probeerde een kleine groep jonge officieren een staatsgreep te plegen om voormalige Brits Somaliland opnieuw zelfstandig te maken. De achtergrond was de onvrede met de bevoorrechte positie van het nieuwe Zuid-Somalië en vooral van de hoofdstad Mogadishu. De opstand werd snel gesmoord en de eenheid van de republiek bleef intact. ~~~ Abdirashid Ali Shermarke (1919-1969), een in Italië opgeleide politicoloog, werd in augustus met een grote meerderheid gekozen tot eerste minister. ~~~ Spanningen met de buurlanden ontstonden: met Ethiopië vanwege de Ogaden (bijna 300.000 km2), die Somalië opeiste, maar ook met Frankrijk (vanwege de kolonie Djibouti) en Kenia, waar Somalië aanspraak maakte op de Noord-Oost-provincie (127.000 km2). De bescheiden militaire hulp van Italië en Engeland aan Somalië wekte grote beroering bij de buren. ~~~ Somalië kreeg ontwikkelingshulp uit het Westen (Duitse Bondsrepubliek, Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk), het Oostblok (Sovjet-Unie, Tsjechoslowakije) en uit de Arabische wereld (Egypte).


1962


De binnenlandse verhoudingen bleven gespannen: de ministers van Defensie en van Onderwijs, beiden uit het noorden afkomstig, traden af uit protest tegen wat zij zagen als een structurele tenachterstelling van voormalige Brits Somaliland. ~~~ Hoewel Somalië bleef streven naar de vorming van een Groot-Somalië, dus met de Ogaden, delen van Frans Somaliland en het Noorden van Kenia, werden de diplomatieke betrekkingen met de buren genormaliseerd. Eind juli bracht de Keniase president Jomo Kenyatta (1893-1978) een officieel bezoek aan Somalië. Maar Somalië weigerde toe te treden tot een Oostafrikaanse federatie zolang alle Somaliërs niet in één staat waren verenigd. Premier Shermarke bezocht de Verenigde Staten en kreeg van President John F. Kennedy (1917-1963) de belofte van meer VS-hulp. Oliemaatschappijen uit de Verenigde Staten kregen grote concessies om naar olie te boren. Ook de Sovjet-Unie verleende economische en militaire hulp.


1963


De pogingen van de regering in Mogadishu om de beide delen van het land, het voormalige Brits Somaliland, en het vroegere Italiaans Somaliland, met elkaar te integreren hadden maar ten dele succes. De bestuursstructuur werd gelijkgeschakeld, evenals het kiesstelsel. De gelijkschakeling van de invoerheffingen in de haven van Berbera met die van Mogadishu leidde echter tot prijsverhogingen in het noorden en tot rellen en demonstraties in de Hargeysa. De burgerlijke vrijheden werden ingeperkt door een nieuwe wet op de openbare orde (juli). ~~~ Het parlement keurde het eerste vijfjarenplan goed. De Italiaanse luchtvaartmaatschappij Alitalia verleende hulp bij de oprichting van een Somalische luchtlijn. ~~~ Door het streven naar een Groot-Somalië liepen de spanningen met de buurlanden verder op. Somali sprekende rebellen in Noord-Kenia en Ogaden verhoogden hun activiteit. Op de conferentie van staatshoofden van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in Addis Abeba (mei) bleek dat Somalië in Afrika geïsoleerd stond. Besprekingen tussen Keniaanse en Somalische delegaties in Rome leidden tot niets. Engeland verbrak de betrekkingen en zette alle hulp stop. Somalië oriënteerde zich steeds meer op de Sovjet-Unie: premier Shermarke bezocht Moskou en kreeg voor 30 miljoen dollar hulp.


1964

In februari kwam het tot een openlijke oorlog met Ethiopië met de Ogaden als inzet. Er vielen honderden doden. Na bemiddeling van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid werden in de Soedanese hoofdstad Khartoem een wapenstilstand gesloten en in de Ogaden een gedemilitariseerde zone ingesteld. ~~~ Bij de eerste algemene verkiezingen van 30 maart behield de Somalische Jeugdbond met 69 van de 123 zetels de meerderheid in de Assemblee. De Somalische Nationale Unie, van de noordelijke politicus Mohammed Egal won 22 zetels. Abdirazak Ali Hussein, die minder op het oostblok was gericht dan Shermarke, werd premier. ~~~ De hulp uit de Sovjet-Unie kwam op gang: er werd een sterke radiozender gebouwd, militaire goederen en wapens werden geleverd. Ook China begon een hulpprogramma. De Verenigde Staten leverden voedsel om een hongersnood na een mislukte oogst te helpen voorkomen.


1965


Door de lang aanhoudende droogte ontstond hongersnood. De schaarste veroorzaakte ook stammenoorlogen (juni). ~~~ De betrekkingen met Ethiopië en Kenia bleven erg gespannen: in de Ogaden kwam het tot schotenwisselingen met Ethiopische troepen. Somalische eenheden doodden meer dan honderd Keniase burgers uit wraak voor het Keniaanse optreden tegen Somalische Kenianen.


1966


Bij de gemeenteraadsverkiezingen kreeg de Jeugdbond een meerderheid in 83 van de 105 gemeenten in het land. Op 26 juni trad premier Abdirazak Ali Hussein af vanwege onenigheid over een nieuw burgerlijk wetboek, maar president Osman wilde de premier niet kwijt en benoemde hem opnieuw op 13 juli. ~~~ Kenia verbrak de handelsbetrekkingen vanwege de aanhoudende ruzie over de door Somaliërs bewoonde noordelijke provincie. Ook namen de spanningen toe met Frankrijk. Het bezoek van de Franse president Charles de Gaulle (1890-1970) aan Djibouti (Frans Somaliland) werd zo ernstig verstoord door rellen dat de Franse regering zich gedwongen zag een referendum te beloven over de status van de kolonie. President Osman bracht een bezoek aan de Sovjet-Unie.


1967


Op 10 juni werd Abdirashid Ali Shermarke door de Nationale Assemblee tot president gekozen. Mohammed Ibrahim Egal (*1929), de nieuwe leider van de Somalische Jeugdbond, werd tot premier benoemd. ~~~ Tot grote woede van de expansionistische en nationalistische Jeugdbond voerde de nieuwe premier een vreedzame buitenlandse politiek. De partij royeerde de premier als lid, die als vergelding de kantoren van de bond in de hoofdstad liet sluiten. Egal kreeg steun van de Assemblee. Op 28 october werd in het Tanzaniaanse Arusha een vredesakkoord met Kenia getekend. ~~~ De Somalische economie, die sterk afhankelijk was van de export van bananen naar Italië, kwam door de afsluiting van het Suezkanaal (vanwege de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en zijn buren) in ernstige moeilijkheden.


1968


De Nationale Assemblee keurde in mei een wetsontwerp goed, dat de vertegenwoordiging van kleine op stamverwantschap gebaseerde partijen in het parlement onmogelijk maakte. Ahmed Yussuf Dualeh (*1935), ex-minister van Buitenlandse zaken, werd tot 24 jaar cel veroordeeld wegens schending van de staatsveiligheid. ~~~ Premier Egal zette zijn pro-westerse koers voort: de betrekkingen met Engeland werden hersteld en hij bezocht West-Europa en de Verenigde Staten. De betrekkingen met Kenia werden verder genormaliseerd en bekrachtigd door een bezoek van President Shermarke aan Nairobi. ~~~ In mei nam de eerste Somaliër zitting in de Hoge Raad, die tot dat moment nog geheel had bestaan uit Italiaanse rechters, in afwachting van de opleiding van eigen juristen.


1969


De algemene verkiezingen van 25 maart verliepen chaotisch. Meer dan 60 partijen deden mee, er vielen in totaal 25 doden, en de Jeugdbond van premier Egal won 73 van de 124 zetels in de Assemblee. In juni werd Egal weer premier, nadat hij de Volksbeweging voor Democratische Actie, een kleine maar lastige oppositiepartij, had verboden. ~~~ Tijdens een werkbezoek aan het noorden van het land werd President Shermarke door een politieman doodgeschoten. Enkele dagen later, op 21 october, pleegden vier kolonels een staatsgreep en benoemden een Opperste Revolutionaire Raad onder voorzitterschap van -Mohammed Siad Barre (1919-1995), die tevens president werd. Ex-president Osman werd gevangen gezet, evenals andere politieke leiders. De Nationale Assemblee werd ontbonden en Somalië zou behalve "echt democratisch" ook strenger islamitisch moeten worden. De Revolutionaire Raad wilde verder de corruptie uitroeien en de stammentraditie uitbannen.


1970


Somalië werd uitgeroepen tot "socialistische staat" (october). Het nieuwe revolutionaire regime rekende streng af met elke vorm van oppositie. In april werd vice-president Jama Ali Korshel, tevens commandant van de politie, gearresteerd op verdenking van een couppoging. In september werd bepaald dat verstoring van de nationale eenheid, soevereiniteit of orde met de dood zou worden gestraft. ~~~ De spanningen met het Westen stegen: in mei werden alle buitenlandse banken en oliemaatschappijen genationaliseerd. De Verenigde Staten waren woedend omdat Somalië banden aanknoopte met Noord-Vietnam en de Duitse Bondsrepubliek was kwaad vanwege Somalië's erkenning van de Duitse Democratische Republiek (DDR).


1971


De Revolutionaire Raad overleefde een couppoging van twee vice-presidenten (de generaals Mohammed Ainanshe Guleid en Salad Gabeyreh). ~~~ Omdat Somalië zich steeds sterker bond aan het Oostblok, zetten de Verenigde Staten alle hulp stop. De hongersnood, die werd veroorzaakt door een rampzalige droogte in maart, kon daardoor alleen worden bestreden met Chinese- en Sovjet-hulp. ~~~ Er werd een nieuw economisch driejarenplan aangenomen, waarbij geld werd geoormerkt voor de verbetering van bevloeiing, transport en communicatie. Als voorheen ging de meeste export van bananen (75%) naar Italië. Runderen en rundvlees werden grotendeels naar Saoedi-Arabië uitgevoerd.


1972


President Barre bezocht Libië in een poging om de samenwerking met de Libische leider Muammar Ghaddafi (*1942) te bevorderen. Barre overlegde ook met de Soedanese leider Gafar Nimeiry (*1930) en de Oegandese sterke man Idi Amin (*1925). ~~~ Veel buitenlandse hulpprogramma's kwamen op gang. De Duitse Bondsrepubliek startte met de opleiding van de Somalische politie.


1973


De regering zette ex-president Osman en een kleine 20 andere belangrijke politieke gevangenen weer op vrije voeten. Ex-premier Egal bleef in de cel en werd aangeklaagd wegens samenzwering. ~~~ Met hulp van de Sovjet-Unie werd een begin gemaakt met de opbouw van een grote visserijvloot.


1974


Somalië trad toe tot de Arabische Liga, en rondde daarmee een proces af van toenadering tot de Arabische wereld. President Barre probeerde ook te fungeren als schakel in de samenwerking tussen de Arabische wereld en de Afrikaanse landen: in Mogadishu werd een vergadering van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid gehouden waar ook Saoedi-Arabië, Irak en Koeweit aan deelnamen. ~~~ Als gevolg van de lang aanhoudende droogte kondigde de regering de noodtoestand af en vroeg internationale hulp om een hongersnood te voorkomen.


1975


In mei en juni maakten langdurige regens een einde aan de lange tijd van droogte, maar regen en overstromingen maakte wel duizenden dakloos. ~~~ De spanningen met het Westen namen verder toe: op 23 maart werd de Franse ambassadeur in Somalië ontvoerd door het Bevrijdingsfront voor de Somalische Kust, dat ijverde voor de onafhankelijkheid van Djibouti (Frans Somaliland). De Franse regering ging in op de voorwaarden (bevrijding van vrijheidsstrijders uit Franse cellen en een groot losgeld) en de ambassadeur werd in Aden (Jemen) vrijgelaten. De Verenigde Staten waren woedend over de jaarlijkse 130 miljoen dollar militaire hulp van de Sovjet-Unie en de bouw van een Sovjet-marinebasis in Berbera en een luchtmachtbasis in Wanleweyn, bij Mogadishu. President Barre verklaarde dat er geen lanceerinrichtingen voor raketten werden geïnstalleerd en liet een VS-inspectieteam toe. Washington hield echter vol dat Barre loog.


1976


President Barre besloot Somalië politiek, volgens Sovjet-model, te organiseren. De Revolutionaire Raad werd opgeheven (1 juli). In plaats daarvan kwam een Somalische Socialistische Revolutionaire Partij (als enige toegestaan), geleid door een politbureau met Barre aan het hoofd. Barre publiceerde ook een Filosofie van de Somalische Revolutie, die moest dienen als leidraad en "Heilige Schrift". ~~~ In februari hield Barre in Moskou een redevoering op het 25e Congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. ~~~ Franse troepen drongen door op Somalisch grondgebied bij een poging een bus met gegijzelde schoolkinderen uit Djibouti uit de handen van guerrillastrijders te bevrijden.


1977

Op 23 juli brak oorlog uit met Ethiopië over de Ogaden, waar de in hoofdzaak Somalische bevolking ("etnische Somaliërs" of "volkssomaliërs"), deels verenigd in het Bevrijdingfront voor West-Somalië, aansluiting zocht bij Somalië. Somalische troepen veroverden snel het hele gebied. Het Somalische leger (23.000 man) had 250 Sovjet-tanks, drie keer zo veel als de vijand. Ook de Somalische luchtmacht was sterker (50 straaljagers). ~~~ Vlak voor de oorlog (juni) had President Barre de oppositie tegen deze aggressieve politiek binnen zijn eigen regering onschadelijk gemaakt en zijn macht via zuiveringen versterkt. Somalië's bondgenoten in het Oostblok hadden geprobeerd Barre van een oorlog af te houden: in maart bezocht de Cubaanse leider Fidel Castro (*1926) Somalië, en in april Nikolai Podgorny (1903-1983), president van de Sovjet-Unie. De oorlog verliep slecht voor Somalië, want voor het einde van het jaar hadden Ethiopische troepen de Ogaden heroverd. Barre voelde zich verraden, en stuurde de Sovjet-adviseurs naar huis. Op zoek naar nieuwe bondgenoten bracht Barre een bezoek aan Egypte. ~~~ In october werd een lijntoestel met 83 passagiers van de Duitse Lufthansa door Palestijnen gekaapt om de Bondrepubliek te dwingen, gevangen RAF-leden vrij te laten. Met toestemming van president Barre bevrijdde een Duits anti-terreurcommando (GSG-9) de gijzelaars. Drie van de vier kapers werden daarbij gedood.


1978


Op 9 april pleegde een aantal officieren, verenigd in het Front voor Democratische Actie, een putsch tegen het regime van Barre. De staatsgreep mislukte en 20 personen werden gedood. ~~~ Het internationale isolement van Somalië bleek, toen Barre zich beklaagde over de traagheid waarmee het Westen (Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk) reageerde op zijn verzoek om militaire hulp tegen Ethiopië.


1979


Pogingen om de Ogaden langs vreedzame weg onder Somalische heerschappij te brengen (door het onderwerp te bespreken in de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid en de VN) mislukten. Met Ethiopische steun werd het Democratisch Front voor de Redding van Somalië (SSDF) opgericht, een guerrilla-leger (ca. 2000 man) dat vanuit de Ogaden begon te opereren. De leider was generaal Mustafa Hadji Nuur. ~~~ De betrekkingen met de Sovjet-Unie werden genormaliseerd, maar waren wel ernstig bekoeld. President Barre zocht steun bij de Arabische wereld (Algerije, Egypte, Soedan, Irak). Eind december bood hij de Verenigde Staten het gebruik aan van de vroegere Sovjet-basis Berbera.


1980


Somalië werd overspoeld door een stroom vluchtelingen uit de Ogaden, die inmiddels was aangegroeid tot 1,5 miljoen personen. Bijeengedreven in kampen hadden deze mensen bovendien te lijden onder een lang aanhoudende droogte, waardoor hongersnood ontstond. Door de droogte stierf ook een groot deel van de Somalische veestapel. Buitenlandse hulp kwam moeizaam en mondjesmaat op gang. ~~~ President Barre kondigde op 21 october de noodtoestand af; hij ontbond de Nationale Assemblee en riep de Opperste Revolutionaire Raad weer in het leven.


1981


In januari werd Mogadishu opgeschrikt door een reeks bomexplosies. Dit was het werk van het SSDF onder leiding van kolonel Ahmed Abdullahi Yusuf. Somalische ballingen in Europa en Noord-Amerika (merendeels uit het voormalige Brits Somaliland afkomstig) richtten op 6 april in Londen de Somalische Nationale Beweging (SNM) op.


1982


De SSDF en de SNM, de belangrijkste gewapende verzetsorganisaties, vormden een gemeenschappelijk militair oppercommando. ~~~ Bij anti-regeringsdemonstraties in de noordelijke hoofdstad Hargeysa openden ordetroepen het vuur op demonstranten: tien personen werden gedood. ~~~ Militaire- en vlooteenheden van de Verenigde Staten hielden grote oefeningen rondom hun basis Berbera.


1983


In juli vielen eenheden van het SSDF en Ethiopische troepen Somalië binnen en bezetten een strook van 50 kilometer breed. VS-president Jimmy Carter (*1924) maakte meteen een krediet van 40 miljoen dollar vrij voor de aankoop van wapens. ~~~ Eenheden van de Somalische Nationale Beweging uit het noorden overvielen de gevangenis van Mandera en bevrijdden ruim 700 merendeels politieke gevangenen (januari). ~~~ Saoedi-Arabië verbood de invoer van Somalische runderen en rundvlees vanwege een runderpestepidemie. ~~~ De Verenigde Staten moderniseerden de basis Berbera.


1984


Bij een bombardement op de stad Calcaio door de Ethiopische luchtmacht kwamen 40 mensen om het leven (januari).


1985


In maart brak cholera uit in de vluchtelingenkampen, waar honderdduizenden mensen verbleven. ~~~ Na onderhandelingen met het IMF (Internationaal Monetair Fonds) kreeg Somalië een belangrijk "stand-by-krediet" dat de weg vrijmaakte voor verdere leningen van afzonderlijke landen. ~~~ Kolonel Abdullahi Yusuf, leider van de SSDF, werd in Ethiopië gearresteerd.


1986


Op 23 december werd President Barre als enige kandidaat, met 99,9% van de stemmen herkozen tot president voor een nieuwe termijn van zeven jaar. Eerder in het jaar, op 23 mei, was Barre ernstig gewond geraakt bij een auto-ongeluk. Hij werd voor de gevolgen behandeld in Saoedi-Arabië. ~~~ President Barre bezocht Italië in het kader van een Italiaanse bemiddelingspoging in de Ogadenoorlog. Later werd op Ethiopisch initiatief begonnen met vredesbesprekingen ter oplossing van het Ogadenconflict.


1987


De moeilijkheden in het noorden laaiden weer op. Vanaf Ethiopisch grondgebied werden systematisch aanvallen ondernomen door verschillende verzetsgroepen. In januari was het in Hargeysa onrustig door demonstraties en grootschalige onderdrukking. In het zuiden veroorzaakten tekort aan brandstof en prijsverhogingen rellen en onrust. In juli was Kisimayo in rep en roer, en in augustus Mogadishu. ~~~ Door een nieuwe droogte met rampzalige gevolgen (grote veesterfte) moest de regering de noodtoestand uitroepen. ~~~ Het probleem van de buitenlandse schuld werd deels opgelost: de afbetaling van 170 miljoen dollar werd gereorganiseerd en uitgesmeerd over 20 jaar. ~~~ Op 24 januari werden 10 Franse artsen van Artsen Zonder Grenzen door opstandelingen in het noorden gegijzeld (en bevrijd op 6 februari).


1988


Op 3 april beëindigden Ethiopië en Somalië de Ogadenoorlog. ~~~ De smeulende guerrilla van de noordelijke SNM liep uit op een openlijke burgeroorlog. In mei vielen de rebellen Hargeysa aan, en kort daarop Berbera, waar de Verenigde Staten een basis hadden. Als gevolg van het optreden van de regeringstroepen (die Hargeysa en Burao lukraak beschoten), werden ca. 10.000 mensen gedood. Honderdduizenden vluchtten naar Ethiopië en Djibouti. In november kwam het in Mogadishu tot ernstige rellen bij een demonstratie van oorlogsveteranen die klaagden over hun lage inkomsten. ~~~ Somalië zegde het verdrag van 1987 met het IMF op. De regering stelde maximumprijzen vast en legde de wisselmarkt aan banden.


1989


Op 9 juli werd Monseigneur Salvatore Colombo, sinds 1976 bisschop van Mogadishu, vermoord. Kort daarop braken grote rellen uit in de hoofdstad, waarbij velen werden gedood (officiële schattingen meldden 24 doden, andere bronnen spraken van 1500). In het leger brak muiterij uit.


1990
De burgeroorlog verbreidde zich snel over het land. De twee belangrijkste bewegingen waren de SNM (in het noorden) en United Somali Congress (USC), vooral bestaande uit leden van de Hawiye clan. Op 12 december vielen opstandelingen de hoofdstad aan, waar de regering hen ogenblikkelijk tegemoet kwam door meer partijen toe te staan.


1991


Nadat USC-rebellen op 27 januari het presidentiële paleis hadden veroverd, vluchtte president Barre naar de stad Burumbuh in het zuiden van het land. Twee dagen later werd Ali Mahdi Mohamed benoemd tot voorlopig president. Op 21 juli spraken de zes grootste partijen met elkaar de verdeling af van de politieke functies. Ook besloten zij een nieuwe grondwet op te stellen. Inmiddels escaleerde de burgeroorlog. In februari raakte de USC in Mogadishu slaags met de SPM (Somali Patriotic Movement). In november werden bij gevechten 3000 mensen gedood. ~~~ De havenstad Berbera viel in handen van de SNM op 30 januari. Daar richtte de SNM een bloedbad aan onder Ethiopische vluchtelingen. In mei viel de stad Kisimayo. ~~~ De SNM riep op 18 mei de onafhankelijkheid uit van Somaliland, het vroegere, door de Engelsen bestuurde noorden van het land. Hoofdstad was Hargeysa. Op 7 juni werd de Islamitische Sharia-wet ingevoerd.


1992


In september gingen 500 man Pakistaanse VN-militairen naar Somalië (UNOSOM I) ter voorbereiding van een grotere operatie. Op 9 december gingen de eerste troepen aan land van de VN-operatie Restore Hope om Somalië te verlossen van anarchie, honger en uitzichtloosheid. De VS-eenheden van de Verenigde Naties bezetten de haven en het vliegveld van Mogadishu. Twintig landen leverden troepen voor deze operatie onder leiding van de Verenigde Staten. Eind april hadden de Verenigde Naties daartoe resolutie 794 met algemene stemmen aangenomen. In januari had generaal Mohammed Aidid (1925-1996), de belangrijkste "krijgsheer" de haven van Mogadishu veroverd. Via hem en zijn mensen werd de voedselhulp georganiseerd die in augustus op gang was gekomen om de hongersnood te bestrijden. De Verenigde Staten en Frankrijk brachten duizenden tonnen graan en rijst naar de uitgehongerde bevolking.


1993


In het kader van de operatie Restore Hope bevonden zich begin januari bijna 30.000 man VN-troepen in Somalië, namelijk 20.000 uit de Verenigde Staten, 2500 Fransen, 2000 Italianen en 600 Belgen. Verder waren er grotere contingenten Marokkanen, Canadezen en Egyptenaren. Door wangedrag van VS-mariniers raakte de bevolking van Mogadishu in beroering. Bij gevechten met de mariniers vielen 7 doden (januari). Eind april moesten de mariniers worden teruggehaald en vervangen door andere VN-troepen. Onder leiding van de Turkse generaal Cevik Bir, begon op 5 mei UNOSOM II, een operatie om de situatie in het land te normaliseren. Voor de operatie was 1,5 miljard dollar uitgetrokken. Op 5 mei riep Mohammed Egal de onafhankelijkheid uit van Somaliland, het vroegere door de Engelsen gekoloniseerde noorden van het land. Deze staat vond nergens erkenning.


1994


Na een wapenstilstand tussen de SNA van Mohammed Aidid en zijn tegenstanders (24 maart) kon een deel van de VN-troepen naar huis: eerst de soldaten van de Verenigde Staten en Italië. Aidid saboteerde echter de verzoeningsconferentie van begin november. ~~~ In maart brak een cholera-epidemie uit.


1995


Op 2 maart werden de laatste 8000 VN-troepen teruggetrokken. In de drie jaar durende operatie waren 130 VN-militairen gedood in Somalië. ~~~ Op 17 september veroverden de troepen van Aidid de stad Baidoa.


1996


Bij de gevechten om Mogadishu sneuvelde Aidid (1 augustus). Hij werd door zijn in de Verenigde Staten opgeleide zoon Hussein (*1963) opgevolgd. Hussein nam de titel aan van president ad interim. Maar binnen de SNA van Aidid brak de strijd uit tussen rivaliserende groepen, waarbij honderden doden vielen.


1997


In maart werd Mohammed Egal herkozen als president van het door niemand erkende Somaliland. De conferentie voor nationale verzoening (gepland in juni) werd uitgesteld. Op 22 december werd in de Egyptische hoofdstad Cairo een vredesakkoord getekend door de partijen in de burgeroorlog. Volgens het verdrag zou er snel een voorlopige regering worden gevormd. ~~~ In october en november kwamen bij grote overstromingen in het zuiden 1000 mensen om het leven, en werd 60.000 hectare bouwland verwoest.


1998


In juni kwamen bij gevechten tussen rivaliserende bendes in en om Baidoa 80 mensen om het leven. Baidoa was nog de enige normaal functionerende stad in het land en de enige met een nog bruikbare luchthaven. ~~~ In januari werd Somaliland getroffen door een ernstige veeziekte, die resulteerde in een Saoedische importstop op Somalisch rundvlees.


1999


In september vielen tientallen doden bij gevechten in Kismayo en bij Mogadishu. Na de dood van een Unicef-arts, werd de VN-hulp een week gestopt. In Mogadishu werd gedemonstreerd voor een einde aan de burgeroorlog. Op 22 december maakten vijf krijgsheren de vorming bekend van een gemeenschappelijk bestuur. ~~~ Na een misoogst werd het land getroffen door een hongersnood.

  2000 Aan de verzoeningsconferentie die begin mei in Djibouti begon onder leiding van de Djiboutische president Ismail Omar Guelleh, namen 800 afgevaardigden uit Somalië deel. Zij besloten op 13 augustus een overgangsparlement te vormen van 245 leden, benoemd door de leiders van de verschillende Somalische stammen. Op 26 augustus koos dit parlement Abdulkassim Salad Hassan (*1942) tot president van Somalië.