Nederland anno 2001 |
Koninkrijk der
Nederlanden Staatshoofd: Koningin Beatrix (1980) Premier: Wim Kok (1994) Oppervlakte: 41.500 km2 Bevolking: 15.600.000 BNP*) per inwoner: $ 25.830 Hoofdstad: Amsterdam Munteenheid: Gulden Taal: Nederlands *) NP: Bruto Nationaal Product |
Godsdiensten: R.Kath. 36%, Prot. 27%, onkerkelijk 33% Analfabetisme: 1% BNP: $ 403 mrd(Landbouw 3%, Industrie 27%, Diensten 70%) Export: $ 184 mrd Import: $ 171 mrd Handelspartners: Duitsland, België, Luxem- burg, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, U.S.A. |
|
| Geboorte (31 augustus) van Prinses Wilhelmina, enig kind uit het huwelijk van Koning Willem III met Koningin Emma, Prinses van Waldeck-Pyrmont (1858-1934). Emma was in 1879 Koningin geworden door haar huwelijk met Willem III. Deze was geboren in 1817 en sinds 1849 Koning der Nederlanden. Hij was eerder gehuwd (1839) met Sophia Frederika Mathilde van Württemberg (1818-1877). Ze hadden drie zonen: Willem (1840-1879), Maurits (1842-1850) en Alexander (1851-1884).~~~ De literaire beweging van Tachtig werd opgericht. De beweging droeg bij aan de vernieuwing van het literaire en culturele leven.~~~ In Amsterdam werd de Vrije Universiteit gesticht door Abraham Kuyper (1837-1920), theoloog en politicus van de Anti-Revolutionaire Partij, als centrum voor protestants-christelijke wetenschap en cultuur. |
|||
| Het extra-parlementaire zaken-kabinet onder Graaf Constant Théodore van Lynden van Sandenburg (1826-1885), dat in 1879 was aangetreden, verkeerde in een crisis om de landbouwpolitiek in Nederlands-Indië en om kiesrechthervorming.Oprichting van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) door Hendrik Gerhard (1829-1886) en Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919). Voor deze op socialistische leest geschoeide politieke partij was Recht voor Allen het partij-orgaan.Oprichting van het eerste telefoonbedrijf: de Nederlandsche Bell-telephoon maatschappij. |
|||
| Oprichting Radicale Bond voor algemeen kiesrecht door Ferdinand Domela Nieuwenhuis. |
|||
| Publicatie van Eene katholieke partij, proeve van een program door de rooms-katholieke politicus en priester H.J.A.M. Schaepman (1844-1903), waarmee de basis gelegd werd voor een in 1896 verenigde rooms-katholieke politiek. (De Rooms-Katholieke Staatspartij werd overigens pas in 1926 opgericht). Het extra-parlementaire zaken-kabinet onder Graaf Constant Théodore Van Lynden van Sandenburg trad af wegens uitbreiding van kiesrecht zonder herziening van de Grondwet. Het 3e ministerie Heemskerk (onder leiding van Jan Heemskerk Azn, 1818-1897) trad aan; dit extra-parlementaire kabinet dat bestond uit uit diverse hoeken bijeengebracht rechtse politieke krachten, bleef aan tot 1888, toen wegens de grondwetsherziening verkiezingen gehouden moesten worden.~~~ Nadat eerder de Nederlandse akkerbouw door de groei van goedkope graanimporten uit Noord- en Zuid-Amerika in moeilijkheden was gekomen, kreeg ook de veeteelt met prijsdalingen te kampen.~~~ Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond (ANWB) opgericht. |
|||
| Na de dood van Kroonprins Alexander (21 juni) werd zijn halfzuster Prinses Wilhelmina, (die in 1880 was geboren uit het tweede huwelijk van Koning Willem III met Prinses Emma Waldeck-Pyrmont), Kroonprinses. Alexanders oudere broers Willem en Maurits waren reeds overleden in 1879 en 1850.~~~ De periodieke wisseling in het parlement na de verkiezingen bezorgde de liberalen een minderheidspositie in de Tweede Kamer. ~~~ De Internationale landbouwtentoonstelling in Amsterdam maakte duidelijk hoezeer de Nederlandse landbouw achterop was geraakt vergeleken met het buitenland. De regering besloot daarom de situatie grondig te laten onderzoeken. Het Nederlandsch Landbouw-Comité werd opgericht als bond van reeds bestaande landbouwverenigingen. |
|||
| Oprichting van de Liberale Unie, een bond van kiesverenigingen. ~~~ Bernardus Hermanus Heldt (18441-1914) van het links-liberale en anti-socialistische Algemeen Nederlands Werkliedenverbond, ANWV werd in Tweede Kamer gekozen. |
|||
| In de Nederlands Hervormde Kerk ontstond een ruzie over de organisatie en over de vrijheid om belijdenis te doen. Een verzetsbeweging onder leiding van Abraham Kuyper, de Doleantie, maakte zich los en stichtte de Nederlandse Gereformeerde Kerk. ~~~ De Parlementaire Enquête naar de resultaten van het "Kinderwetje van Van Houten" uit 1874, waarin industriële arbeid verboden werd voor kinderen beneden de 12 jaar, maakte bekend dat de arbeidsomstandigheden voor kinderen en volwassenen nog steeds vaak ontoelaatbaar waren. Deze evaluatie leidde tot de eerste Arbeidswet van 1889. ~~~ Palingoproer in Amsterdam (25-26 juli). De Amsterdamse politie had de bewoners van de Jordaan verboden om paling te trekken. De Jordaners hadden slechte woon- en leefomstandigheden. De politie werd beschouwd als een verlengstuk van justitie die weer lippendienst bewees aan de bourgeoisie. Het politieverbod op dit primitief maar vrij onschuldig volksgebruik maakte de arbeidersbevolking van de Jordaan woedend. De rellen die uitbraken kostten het leven aan 26 personen. Honderd mensen raakten gewond. Hoewel er geen enkel verband was met het socialisme dachten velen dat het hier ging om een soort voorbode van een arbeidersrevolutie. De socialistische politicus F. Domela Nieuwenhuis (Sociaal-Democratische Bond, opgericht in 1881) tot gevangenisstraf veroordeeld wegens het majesteitsschennis in het artikel "De koning komt". ~~~ De staatscommissie die de landbouw moest onderzoeken begon haar werk. ~~~ In Warga, in Friesland werd de eerste coöperatieve zuivelfabriek opgericht. Sinds omstreeks 1880 was vooral in de landbouw de coöperatie als organisatievorm populair geworden. De Staten-Generaal namen de Markenwet aan, die de verdeling van de laatste marken (grond in gemeenschappelijk bezit) regelde en de bezitsstructuur ophief en in plaats daarvan voorstelde nameloze vennootschappen op te richten, die zich op ontginningen konden toeleggen. ~~~ E.G. Verkade richtte de stoombroodfabriek "De Ruiter" op voor de productie van beschuit die in opvallende blikken bussen werd verkocht. |
|||
| De grondwetsherziening maakte verruiming van het kiesrecht mogelijk op basis van het zogenaamde "caoutchouc-artikel" (caoutchouc betekent rubber, dus een zeer rekbaar wetsartikel): het censuskiesrecht werd afgeschaft en het kiesrecht gekoppeld aan "kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Verder werd het aantal zetels in de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 100 bepaald en die in de Eerste Kamer op 50; alle leden van de Tweede Kamer traden na vier jaar af. De grondwetswijziging was voor socialisten en radicalen een teleurstelling, want het algemeen kiesrecht was nog niet gerealiseerd. De uitbreiding van het kiesrecht was voor de voormannen Kuyper (ARP) en Schaepman (Rooms-Katholieken) wel een overwinning, zoals in 1888 bleek. Verder was de wetgeving op het punt van de onderwijsvoorzieningen in feite hetzelfde gebleven. Tocht zagen de confessionelen voldoende opening om subsidiëring van het bijzonder onderwijs te realiseren. ~~~ Albert Heijn opende zijn eerste kruidenierswinkel in Oostzaan. Ruim honderd jaar later, in 1999, was Albert Heijn uitgegroeid tot de grootste supermarktketen ter wereld. ~~~ De suikerbiet verdrong de rietsuiker. De Nederlandse bietsuikerproducenten konden de Nederlandse markt pas van suiker voorzien nadat de regering door hoge invoerrechten op rietsuiker de concurrentie van importsuiker de doodsteek had gegeven. |
|||
| Het 3e ministerie Heemskerk Azn. trad af, omdat wegens de grondwetsherziening verkiezingen gehouden moesten worden. Ongeveer 300.000 mensen mochtn gaan stemmen, drie keer zoveel als voorheen, dankzij de hervorming van het jaar daarvoor. Opgevolgd door het 1e coalitiekabinet (van diverse confessionele stromingen), het rechtse en confessionele ministerie van Baron Aeneas Mackay (1838-1909), dat aanbleef tot 1891. De verkiezingen leverden de Rooms-Katholieken 26 en de Anti-Revolutionaire Partij 27 zetels op. Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een van de stichters in 1881 van de Sociaal-Democratische Bond, als eerste socialist in de Tweede Kamer der Staten-Generaal gekozen. Het 'christelijke' coalitiekabinet van Ae. Mackay streefde pacificatie na wat betreft de spanning rond financiering van het lagere schoolwezen en het kiesrecht, maar realiseerde vooral op het punt van de subsidiëring van het bijzonder onderwijs verbeteringen. De confessionele partijen (politieke partijen op godsdienstige grondslag zoals de Anti-Revolutionaire Partij) zetten eerste stappen in de Sociale Kwestie, de politieke strijd om uitbreiding van het kiesrecht en verwerkelijking van sociale wetgeving. De Vrije Vrouwenvereeniging opgericht. Oprichting van de Rooms-Katholieke Werkliedenvereniging; Alphonse Ariëns (1860-1928), een sociaal-bewogen pastoor, speelde hierbij een hoofdrol. ~~~ Oprichting van de Heidemaatschappij, (ten gevolge van de Markenwet van 1886). |
|||
| Eerste Arbeidswet, opgesteld naar aanleiding van de Parlementaire Enquête van 1886 (die de effecten controleerde van het "Kinderwetje van Van Houten", waarin industriële arbeid voor kinderen beneden de 12 jaar werd verboden) en die constateerde dat arbeidsomstandigheden nog steeds ontoelaatbaar waren. Om te zorgen dat de wet (verbod op kinderarbeid en de regeling voor jongeren tot 16 jaar en voor vrouwen) ook echt werkte werd een arbeidsinspectie ingesteld. Het kabinet Mackay gaf subsidie aan het bijzonder onderwijs op grond van de Lager-Onderwijswet. ~~~ Met de oprichting van de Nederlandsche Voetbal Bond werd een begin gemaakt met de organisatie van sport. |
|||
| Dood van Koning Willem III op 23 november in Paleis het Loo, bij Apeldoorn. In het najaar had de Raad van State wegens de ernstige nierziekte van Koning Willem III het bewind reeds in handen genomen en op 14 november werd Koningin Emma als Regentes aangewezen. Omdat Prinses Wilhelmina nog maar 10 jaar oud was en dus minderjarig, trad haar moeder tot 1898 als Regentes op. De personele unie met Luxemburg kwam met het overlijden van koniong Willem III ook ten einde. In de Luxemburgse wetgeving was vastgelegd dat erfopvolging slechts via de mannelijke lijn was toegestaan. Rapportage vande staatscommissie voor de landbouw die in 1886 was ingesteld. In de rapportage werden ook aanbevelingen gedaan om het landbouwonderwijs te verbeteren. |
|||
| De liberalen boekten een flinke verkiezingsoverwinning; dit leidde tot de val van het 1e coalitie kabinet, het rechtse en confessionele ministerie Mackay, dat was aangetreden in 1888. Het nieuwe (liberale) kabinet Van Tienhoven-Tak van Poortvliet, onder leiding van de Amsterdamse burgemeester Jhr. Gijsbert van Tienhoven (1841-1914) en Joannes P.R. Tak van Poortvliet (1839-1904) bleef aan tot 1894. ~~~ De pauselijke encycliek Rerum Novarum (een richtinggevende uitspraak van de paus over de nieuwe ontwikkelingen in de moderne industriële samenleving) pleitte voor christelijk sociaal beleid: door naastenliefde, harmonie en corporatieve organisatie zou een sociaal rechtvaardige maatschappij tot stand kunnen komen. Rerum Novarum was een anti-liberaal en anti-marxistisch document en fel gekant tegen de klassenstrijd. ~~~ Oprichting van de Philips Gloeilampenfabriek, gevestigd in Eindhoven. |
|||
| De minister van Financiën in het liberale kabinet Van Tienhoven-Tak van Poortvliet, N.G. Pierson, voerde in 1892 en 1893 fiscale wetgeving door die de start betekende voor het hedendaagse moderne belastingstelsel in Nederland (afschaffing zeepaccijns, verlaging zoutaccijns, vermindering grondbelasting, vermogensbelasting, bedrijfsbelasting). Het was de bedoeling om door een verschuiving in de richting van directe belastingen de lagere inkomens meer te ontzien. Uiteindelijk werd de koopkracht dus bevorderd. De in 1886 uit de Gereformeerde Kerk getreden groep rond Abraham Kuyper, de Doleantie, verenigde zich met de groep "Afscheiding van 1834" tot de "Gereformeerde Kerken in Nederland"; de Christelijk Gereformeerden verenigden zich niet en bleven zelfstandig. |
|||
| Nederland bereikte het dieptepunt (dat duurde tot 1895) van een lange economische depressie. ~~~ Oprichting van het Nationaal Arbeidssecretariaat (N.A.S.), een vakcentrale die ook de klassenstrijd hoopte aan te zwengelen. Het Nationaal Arbeidssecretariaat was vrij anarchistisch, zodat parlementair-socialisten weinig binding met het Nationaal Arbeidssecretariaat ontwikkelden. |
|||
| Oprichting van de S.D.A.P. (Sociaal-Democratische Arbeiders Partij) door Pieter Jelles Troelstra (1860-1930), Willem H. Vliegen (1862-1947) en Johan H.A. Schaper (1868-1934), als parlementaire richting afgescheiden van de radicaliserende Sociaal-Democratische Bond van anti-parlementaire vrije socialisten die de weg van het anarchisme opging. De SDAP was marxistisch. ~~~ Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond opgericht na de succesvolle stakingen onder Amsterdamse diamantbewerkers, georganiseerd door Henri Polak (1868-1943) en Jan van Zutphen (1863-1958). ~~~ Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht door Wilhelmina Drucker (1847-1925), een radikaal feministe. ~~~ De verkiezingen stonden vooral in het teken van "takkianen" en "anti-takkianen", zoals de voor- en tegenstanders van de door J.P.R. Tak van Poortvliet voorgestelde uitbreiding van het kiesrecht werden genoemd. Volgens sommigen stoelde Taks uitbreiding niet voldoende op de Grondwet ( de bepaling over de positieve criteria van welstand). Minister Tak van Poortvliet wilde het kiesrecht uitbreiden tot mannen die konden lezen en schrijven en in hun eigen levensonderhoud konden voorzien, hetgeen niet direct uit de definitie van de Grondwet voortvloeide. De lijn Tak van Poortvliet was in overeenstemming met het standpunt van het hoofdbestuur van de Liberale Unie. Tijdens de verkiezingen was de partijtegenstelling tussen liberalen, conservatieven en kerkelijke partijen naar de achtergrond verdwenen. De verkiezing voor de Tweede Kamer eindigde in in 44 zetels voor takkianen en 56 zetels voor anti-takkianen. Het liberale kabinet Van Tienhoven-Tak van Poortvliet was gevallen op de uitwerking van het kiesrechtvoorstel; het opvolgende ministerie, dat aanbleef tot 1897, was het liberale kabinet Roëll-Van Houten, toen ook dat moest aftreden wegens de herziening van de Kieswet. Het stond onder leiding van Jhr. Joan Roëll (1844-1914) en Samuel van Houten. ~~~ Alexander F. de Savornin Lohman (1837-1924), een conservatief in de Anti-Revolutionaire Partij, raakte in conflict met Abraham Kuyper, die in sociaal opzicht radicalere opvattingen huldigde. De Savorin Lohman werd leider van een groep vrij-anti-revolutionairen die uiteindelijk de Christelijk Historische Unie vormde (1908). |
|||
| Veiligheidswet ingevoerd. Omslag in de neerwaartse conjunctuur sinds 1873; stijging na de absolute dieptejaren van de economische depressie van 1893 tot 1895. Opening van de papierfabriek van Van Gelder in Velsen, die als eerste in Nederland op grond van het celluloseproces grootschalig rotatiepapier produceerde voor bijvoorbeeld krantenpapier. |
|||
| Vastlegging van een verenigde rooms-katholieke politiek door de rooms-katholieke politicus en priester H.J.A.M. Schaepman, waarvoor hijzelf in 1883 de basis had gelegd met "Eene katholieke partij, proeve van een program". De pauselijke encycliek Rerum Novarum van 1891 heeft ook sterk bijgedragen aan de totstandkoming van een verenigd rooms-katholiek politiek programma. ~~~ Aanvaarding van de Stoomwet. ~~~ In tegenstelling tot de wijze van uitbreiding van het kiesrecht zoals Tak van Poortvliet die voorstelde in 1894, namelijk voor alle mannen die konden lezen en schrijven en in hun eigen levensonderhoud konden voorzien, realiseerde de minister van Binnenlandse Zaken Samuel van Houten (1837-1930) een uitbreiding van het kiesrecht die in lijn lag met de Grondwet, omdat de positieve eisen van welstand de grondslag vormden. Het kiesrecht werd uitgebreid tot belasting-, loon-, pensioen-, grootboek-, spaarbank- en examen-kiezers. Het kiesrecht was hiermee verruimd doordat het aantal kiesgerechtigden werd verdubbeld (tot ca. 600.000); toch was nog maar de helft van de volwassen mannelijke bevolking kiesgerechtigd. ~~~ Notaris Bacx bestuurde de eerste automobiel in Nederland. Oprichting van de Nederlandsche Boerenbond, die vooral aanhang had in Noord-Brabant, Limburg en de Rooms-Katholieke streken van Gelderland. |
|||
| Het liberale kabinet Roëll-Van Houten trad af wegens de herziening van de Kieswet en werd opgevolgd door het liberale kabinet Pierson-Goeman Borgesius, dat in 1901 aftrad na reguliere verkiezingen. Het kabinet Pierson(-Goeman Borgesius) is de geschiedenis ingegaan als het "ministerie van de sociale gerechtigheid" wegens de indrukwekkende hoeveelheid sociale wetgeving die werd doorgevoerd: de Ongevallenwet in 1901 (een pril begin van sociale zekerheidswetten), de Woningwet (1901), wetten ter bescherming van het kind, wetten die de hygiëne verhoogden, wetten waarbij het aantal uren per werkdag werd verminderd. Door de gunstige economische omstandigheden was de invoering van de sociale wetgeving überhaupt mogelijk. Nationalisatie van de particuliere telefoonmaatschappijen. |
|||
| Kroning van Koningin Wilhelmina op 6 september. Wilhelmina was op 31 augustus 18 jaar geworden en daarmee had zij de leeftijd bereikt om de kroon over te nemen van haar vader Willem III die al in 1890 was overleden; de moeder van Wilhelmina, Koningin Emma, had sinds 1890 de koninklijke verantwoordelijkheden waargenomen als Regentes. Invoering van de algemene dienstplicht en afschaffing van het remplaçanten-stelsel, waarbij recruten hun verplichting konden afkopen en een vervanger hun dienst konden laten vervullen. Oprichting van de eerste coöperatieve boerenleenbanken. |
|||
| Het artikel "Een Eereschuld" van Conrad Theodor van Deventer (1857-1915) over de koloniale politiek luidde een nieuw tijdperk in voor de Nederlands-Indië; Van Deventer bepleitte het terugpompen van winsten in de kolonie. In 1901 kreeg de visie van Van Deventer vorm in liberaal koloniaal beleid, de zogenaamde Ethische Politiek, een soort ontwikkelingshulp binnen de koloniale band. ~~~ Begin van de Boeren-oorlog tussen de Boeren in Transvaal en Oranje-Vrijstaat en het Britse koloniale regime in Zuid-Afrika. Eerste Haagse Vredesconferentie op initiatief van de Russische Tsaar Nicolaas II en op uitnodiging van Koningin Wilhelmina. Tijdens de bijeenkomst werd besloten een Internationaal Gerechtshof te vestigen in Den Haag. Centraal Bureau voor de Statistiek opgericht. Oprichting van Staatsbosbeheer, voor de aanplant van nieuw bos en voor het beheer van bossen, ontginningen en woeste gronden. ~~~ Eerste elektrische tram van Haarlem naar Zandvoort. |
|||
| Aanvaarding van de Leerplichtwet, ondanks krachtig verzet van de confessionele partijen (die slechts wetgeving wilden hebben die het bijzonder onderwijs eveneens subsidieerde) en van de socialisten. De socialisten beweerden dat de Leerplichtwet slechts kon werken als de armen subsidie kregen voor hun schoolgaande kinderen. ~~~ Hoewel er in Nederland brede sympathie bestond voor de Zuidafrikaanse boeren in Transvaal en de Oranje Vrijstaat, die zich al een jaar verzetten tegen een Britse verovering, was dit nog geen reden voor de regering voor militaire steun of deelneming aan de strijd. Het feit dat de boeren afstamden van Nederlandse kolonisten, grotendeels protestants waren en een soort Nederlands spraken, was geen reden voor interventie. Ook de hoogoplopende anti-Engelse gevoelens werden niet in politieke termen vertaald. Toen de leider van de Boeren, de Transvaalse president Paul Krüger, Zuid-Afrika moest verlaten zond Nederland het oorlogsschip "Gelderland" naar Lourenco Marques in de Portugese kolonie Mozambique om hem op te halen. |
|||
| Oprichting van de Vrijzinnig Democratische Bond (door o.a. Hendrik Pieter Marchant) als afsplitsing van de Liberale Unie, nadat een bestuursvoorstel was verworpen om het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen tot programpunt te maken. Bij de VDB sloot zich ook de Radicale Bond aan die in 1892 was opgericht door M.W.F. Treub als afscheiding van de Liberale Unie nadat het algemeen kiesrecht en sociale wetgeving waren afgewezen voor het partijprogramma van de Liberale Unie in 1891. Ongevallenwet aangenomen, Nederland's oudste sociale verzekeringswet, die de werknemers in bepaalde ondernemingen verplicht verzekerde tegen de geldelijke gevolgen van bedrijfsongevallen. Woningwet. Aftreden van het liberale kabinet Pierson(-Goeman Borgesius), dat in 1897 was aangetreden. Vorming van het christelijke coalitiekabinet Kuyper na de grote overwinning van de nauw samenwerkende confessionele partijen bij de reguliere verkiezingen. De Liberalen kregen slechts 35 kamerzetels. Het coalitie-kabinet Kuyper dat aanbleef tot 1905 was in zijn binnenlandse politiek georiënteerd op regeling van arbeidsverhoudingen en -voorwaarden en in zijn buitenlandse politiek op versteviging van de band met Duitsland. |
|||
| Bemiddeling van de Nederlandse regering bij de Vrede van Vereeniging tussen de Britten en de Boeren in Zuid-Afrika. |
|||
| Na het succes van de staking voor betere algemene arbeidsvoorwaarden bij het Blauwhoedenveem in Amsterdam en nadat het spoorwegpersoneel (ambtenaren) zich solidair had verklaard, diende het kabinet Kuyper de zogenaamde Worgwetten in. De regering wilde daarmee overheidspersoneel verbieden om voortaan te staken. De tegen deze Worgwetten gerichte algemene staking mislukte; de actievoerende (politieke) partijen en de groeperingen binnen de arbeidersbeweging bleken niet eensgezind. Eerste glastuinbouw (in Loosduinen) met kunstmatige verwarming, waardoor de verbouw sterk geïntensiveerd werd en (geografisch) gespecialiseerd raakte. |
|||
| Wet op het Hoger Onderwijs waarbij de bijzondere hogescholen en universiteiten met rijksuniversiteiten en -hogescholen werden gelijkgesteld. Bij de Wet op het Lager Onderwijs werden de bijzondere (protestants-christelijke en rooms-katholieke) scholen zelfs bevoordeeld. Door de gedachte van de "anti-these" boekten de antirevolutionaire leider Abraham Kuyper en de zijnen een slecht verkiezingsresultaat bij de periodieke verkiezingen. Kuyper die de verworvenheden van de Franse revolutie en de Verlichting sterk afwees en in onderschikking van het individuele geloofde, had in zijn "anti-these" gedachte de christelijke en moderne levensopvattingen scherp tegenover elkaar gesteld. Het coalitie-kabinet Kuyper (aangetreden in 1901) trad af en werd opgevolgd door het (unie)liberale en vrijzinnig-democratische ministerie De Meester(-van Raalte), dat viel in 1907 bij de verwerping van de begroting van het ministerie van Oorlog. |
|||
| Op het liberale politieke programma stond de bezuiniging op de militaire uitgaven. Minister van oorlog Generaal-majoor H.P. Staal kon weinig uitzicht bieden op bezuinigingen; hij beloofde zuinig te zijn, maar niet goedkoop. In de "Nacht van Staal" werd ondanks verzet binnen de rechtse politieke partijen de bezuiniging op het leger geaccepteerd in de Tweede Kamer die minister Staal namens het Kabinet-De Meester voorstelde. ~~~ Sociaal-democraten richtten het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) op. |
|||
| De begroting van het ministerie van Oorlog voor het jaar 1907 die de Tweede Kamer al was gepasseerd, werd in de Eerste Kamer opgehouden. De Eerste Kamer stelde de kabinetskwestie, een daad die tot dan toe nooit had plaatsgevonden in de Eerste Kamer. Het kabinet reageerde door zijn ontslag aan te bieden, maar uiteindelijk traden alleen de ministers van Oorlog en Marine af. Eind 1907 viel het kabinet alsnog over de begroting van de minister van Oorlog. In 1908 trad het volgende kabinet aan. Tweede Internationale Vredesconferentie in Den Haag; het Landoorlogreglement werd tijdens deze bijeenkomst door de "internationale gemeenschap" ondertekend. Afschaffing van de tienden, een oude rechtsvorm die gold voor sommig grondgebruik. Fusie van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij en het Britse Shell waardoor de Koninklijke Shell ontstond. |
|||
| Oprichting van de Christelijk Historische Unie (CHU). De CHU ontstond nadat A.F. de Savorin Lohman en volgelingen in 1895 zich uit verzet tegen de ontwerp-kieswet afscheidden van de ARP (Anti-Revolutionaire Partij). Het (unie)liberale en vrijzinnig-democratische ministerie De Meester(-van Raalte), aangetreden in 1905, bij de verwerping van de begroting van het ministerie van Oorlog. Het opvolgende kabinet was het 3e coalitie-ministerie Heemskerk Jzn. (geleid door Theodorus Heemskerk Jzn, 1852-1932), dat tot de periodieke verkiezingen van 1913 aanbleef. ~~~ Ondertekening te Berlijn van de Noordzeeverklaring door Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Denemarken en Zweden waarbij de bestaande status van de kuststreken werd geëerbiedigd. ~~~ Oprichting van Boedi Oetomo, pseudo-politieke nationale beweging van Javanen in Nederlands-Indië, gericht op intellectuele verheffing van de bevolking. ~~~ Eerste elektrische spoorweg van Rotterdam, naar Den Haag en Scheveningen, via Pijnacker (het "Hofpleinlijntje"). |
|||
| Geboorte van Prinses Juliana (30 april), dochter van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik, hertog van Mecklenburg-Schwerin. | |||
| Oprichting in Nederlands-Indië van de Sarekat Islam, de eerste nationalistische Indonesische beweging (die de beginselen van de Islam volgde). |
|||
| Armenwet (voorloper van de Algemene Bijstandswet) doorgevoerd; de armen moesten in de eerste plaats van particuliere en kerkelijke organisaties materiële steun op liefdadige grondslag krijgen en pas in tweede instantie van de overheid. |
|||
| Vestiging van het het Internationale Hof van Arbitrage in Den Haag. Dit hof nam zijn intrek in het Vredespaleis dat in hetzelfde jaar werd opgeleverd. Sociale wetgeving in het tweede kabinet-Heemskerk door de minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, dominee Aritius Sybrandus Talma (ARP, 1864-1916): Arbeidswet (1911) en Ziekte-, Invaliditeits- en Ouderdomswetten (1913), waardoor bijvoorbeeld alle loonarbeiders beneden een bepaalde inkomensgrens verzekerd waren van een loonafhankelijke uitkering bij invaliditeit. De minister van Oorlog in het kabinet-Heemskerk, Hendrik Colijn (1869-1944, ARP, een gedecoreerde veteraan van de koloniale oorlogen en een bestuurder van de Shell), voerde wegens de toch permanente oorlogsdreiging wetgeving door ter verbetering van de defensie. Het 3e coalitie-ministerie Heemskerk Jzn. dat in 1908 was aangetreden bleef aan tot de periodieke verkiezingen. Bij de verkiezingen boekten socialisten en diverse liberale en vrijzinnige partijen, de zogenaamde Concentratie, een overwinning. De socialisten echter wensten geen regeringsverantwoordelijkheid te nemen. Na een langdurige kabinetscrisis vormde de vrijzinnig-liberale Pieter W.A. Cort van der Linden (1846-1935) een extra-parlementair kabinet dat tot 1918 aanbleef. De minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, M.W.F. Treub (Vrijzinnig Democratische Bond), die in 1914 ook de portefeuille Financiën op zich nam, speelde een belangrijke rol bij het kabinetsbeleid in de aanstaande Eerste Wereldoorlog. |
|||
| Nederland was verrast door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Op 27 juni - de dag vóór de Oostenrijks-Hongaarse oorlogsverklaring aan Servië - had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Jhr. John Loudon (1866-1955), nog met de Britse diplomatieke vertegenwoordiger in Nederland gesproken over de vertrouwenwekkende omstandigheden in de wereldpolitiek. Op 30 juli werd het oorlogsgevaar voor Nederland onderkend, kondigde Nederland de neutraliteitspolitiek af en werden grenstroepen en de kustwacht in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Op 31 juli volgde de algehele mobilisatie, die met ingang van 1 augustus zijn beslag kreeg. Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht was luitenant-generaal C.J. Snijders (1852-1939). De afgekondigde neutraliteit werkte onmiddellijk. De Duitse troepen zetten geen stap op Nederlands grondgebied bij het binnentrekken van België. Het krijgsplan van de Duitse oppervelhebber H. von Moltke week daarmee af van het strategisch plan dat Generaal A. von Schlieffen eerder had geformuleerd voor Duitse westwaartse aanvallen, waarin Nederland - in elk geval Limburg - niet werd ontzien. Een punt van moeilijkheden was de toegang tot de Schelde, die ook onder het neutraal regime viel. Door de aanval van Duitsland op België en de respectering van de Nederlandse neutraliteit waren de initiatieven voor Belgisch-Nederlandse militaire samenwerking, waarover zopas vóór de oorlog de onderhandelingen waren gestart, van de baan. ~~~ Aanvankelijk leek slechts die scheepvaart slachtoffer te worden van acties van Duitse of Britse marine waarvan werd vermoed dat die contrabande vervoerde; spoedig was de gehele Nederlandse scheepvaart bedreigd, onafhankelijk van de lading. ~~~ Ten gevolge van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontstond een "run" op de Nederlandsche Bank. De mensen wilden bankpapier tegen goudgeld inwisselen. Het betalingsverkeer dreigde hierdoor vast te lopen en er dreigde een tekort aan reguliere betaalmiddelen, omdat men gouden munten en zilvergeld aan de circulatie onttrok; daarom werd naar het hulpmiddel van noodgeld gegrepen. Bij handels- en depositobanken werden kredieten opgevraagd. Meteen na de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië werd de effectenbeurs gesloten om rampen door paniekstemmingen te voorkomen. De omzet in de goederenhandel was spectaculair. ~~~ Om de goederenaanvoer over zee te kunnen voortzetten, moesten waarborgen aan de oorlogvoerenden, vooral aan Groot-Brittannië, afgegeven kunnen worden over de bestemming van de goederen; hiervoor werd in november de Nederlandsche Overzee Trust maatschappij opgericht (N.O.T.). Aanvankelijk richtte de N.O.T. zich op contrabande-goederen, maar al spoedig, toen de Nederlandse handelsvloot meer en meer onder vuur kwam te liggen, bleek dat de N.O.T. het werkterrein moest uitbreiden naar alle soorten goederen. In de N.O.T. speelde de bankier Cornelis J.K. van Aalst (1866-1939) een belangrijke rol. ~~~ In oktober kwam het wetsvoorstel ter sprake waarin het algemeen kiesrecht werd geregeld; uiteindelijk werd actief en passief kiesrecht voor mannen aanvaard in 1917. |
|||
| De Nederlandse Opperbevelhebber Generaal C.J. Snijders verzocht de regering op 22 februari om de richtlijnen voor de militaire aspecten van de neutraliteitspolitiek te herzien omdat het aanhouden van drie fronten een rijkelijk zware last was. Snijders, die door de regering telkens betrokken werd bij het beleid inzake oorlog, vrede en neutraliteit bedreef hiermee meer politiek dan gewenst was van een uitvoerend militair. Snijders wilde precies weten of de neutraliteitspolitiek werkelijk zuiver gehanteerd zou worden door de Nederlandse regering, dat wil zeggen dat Nederland altijd tegen elke gebiedsschender in verzet zou komen, of dat Nederland zou samenwerken met de vijand van de gebiedsschender als logische bondgenoot. De regering handhaafde gedurende de gehele oorlog het standpunt van absolute neutraliteit naar alle zijden; Snijders kon maar moeilijk leven met deze richtlijn. Nadat de Duitse marine Nederlandse schepen in maart en april had getorpedeerd werden de verdedigingswerken in Zeeland versterkt. De Nederlandse publieke opinie was diep geschokt door de incidenten. Van aansluiting bij de Geallieerden was voor Nederland voorlopig nog geen sprake. In de tweede helft van het jaar kwam de import van alle goederen in toenemende mate onder het regime van de N.O.T., die in 1914 was opgericht om Groot-Brittannië garanties te kunnen afgeven dat er geen contrabande werd vervoerd. |
|||
| De gevaren voor de neutrale Nederlandse scheepvaart namen verder toe, vooral door de Duitse onderzeeboten. De Britse marine reageerde met aanhouding en opbrenging van Nederlandse schepen en met verbeurdverklaring van lading. In de zomer van 1916 werd zelfs de gehele vissersvloot - voorzover ter zee - aangehouden en opgebracht door Groot-Brittannië, waarschijnlijk omdat de Britten vermoedden dat Nederlandse visvangst werd doorverkocht aan Duitsland. Hoewel het Britse optreden volkenrechtelijk niet deugde, werd de Nederlandse vissersvloot pas vrijgegeven nadat Nederland had verklaard de export naar het buitenland, lees Duitsland, te beperken tot 25% van de visvangst. De Nederlands neutraliteit kwam nog sterker onder druk toen uit Duitse bron het signaal kwam dat Groot-Brittannië een offensief had gepland tegen Duitsland op de linkeroever van de Schelde. Dit zou een schending van de Nederlandse neutraliteit inhouden en daarom verwachtte Duitsland dat Nederland defensieve maatregelen trof. Over een tweede mobilisatie werd inmiddels gesproken, totdat bleek dat het Duitse signaal op een misverstand berustte. Tegenwoordig beziet men het Duitse signaal in het perspectief van het uittesten van Nederlands werkelijke neutraliteitspolitiek, aangezien voor Duitsland het front aan de Schelde van levensbelang was. Gezien de gebrekkige staat van leger en vloot (ondanks de grote uitgaven voor 1914) was het een geluk dat Nederland niet verder werd uitgedaagd. In het najaar van 1916 zag Duitsland af van de strategie van de onbeperkte onderzeebootoorlog uit vrees voor een Nederlands offensief. |
|||
| Op 1 februari kondigde Duitsland de onbeperkte onderzeebootoorlog af. Hiermee hoopte Duitsland Groot-Brittannië de genadeslag te geven, nadat de Duitse voorstellen voor vredesonderhandelingen op niets waren uitgelopen. In het najaar van 1916 zag Duitsland nog af van de onbeperkte onderzeebootoorlog uit vrees voor een Nederlands offensief maar nu was het de reden waarom de Verenigde Staten van Amerika Duitsland de oorlog verklaarden (6 april). Doorvoer van Duitse materialen over Nederlands grondgebied werd door Groot-Brittannië zwaar bekritiseerd. Hoewel er al enige jaren sprake was van Duitse doorvoer naar België via Nederland, meende Groot-Brittannië in maart dat de maat vol was voor doorvoer van zand en grind (voor onderhoud van wegen) omdat die materialen uiteindelijk de Duitse oorlogsinspanning ten goede kwamen. Toen Nederland en Groot-Brittannië op dit punt van neutraliteitspolitiek geen overeenstemming hadden kunnen bereiken, strafte Groot-Brittannië Nederland op 2 oktober met de blokkering van Nederlandse handelstelegrammen via Britse telegraafkabels, waardoor de verbinding tussen Nederland en de kolonie Nederlands-Indië werd verbroken. De Grondwetsherziening werd afgerond: wat betreft het kiesrecht werd algemeen actief en passief kiesrecht voor mannen en evenredige vertegenwoordiging gerealiseerd en wat betreft de onderwijskwestie werden althans in financieel opzicht het openbaar en bijzonder lager onderwijs gelijkgesteld. Omdat hiermee een aantal politieke thema's die tientallen jaren in de Nederlandse politiek hadden gedomineerd teneinde kwam, sprak men van de "pacificatie". In juni en juli vond in Amsterdam een aardappeloproer plaats, naar aanleiding van distributie van aardappelen van slechte kwaliteit. Oprichting in september van de N.U.M. (Nederlandsche Uitvoer Maatschappij) als centraal orgaan voor de organisatie en regeling van de Nederlandsche export, vooral op het punt van quotering. |
|||
| Op 9 februari beëindigde Groot-Brittannië de blokkering op het doorleiden van Nederlandse handelstelegrammen via Britse telegraafkabels, waardoor de verbinding tussen Nederland en de kolonie Nederlands-Indië weer werd hersteld (verbroken sinds 2 oktober 1917). De kwestie van doorvoer over Nederlands grondgebied speelde opnieuw toen de Verenigde Staten ten behoeve van de oorlogsinspanning, in het bijzonder voor aanvoer van materieel en troepentransport, scheepsruimte vorderde en de uitlevering van de Nederlandse koopvaardijvloot eiste. Ook Groot-Brittannië legde beslag op Nederlandse schepen. Nederland werd gedreigd met stopzetting van Amerikaanse graanleveranties en daarom kon Nederland in maart niet anders dan de opeising accepteren. Duitsland eiste in april in reactie hierop dat Nederland doorvoer voor het front in Vlaanderen via Nederland zou toestaan. Deze Duitse militaire verlangens en de wens van Duitsland om ter bescherming van Duitse stellingen in Vlaanderen afweergeschut op Nederlands grondgebied te plaatsen leidden tot de situatie waarin Nederland bijna in de oorlog betrokken raakte. Hoewel de Duitse regering dit beleid niet wilde steunen, had Generaal Erich von Ludendorff alle ruimte om nietsontziend zijn zinnen te zetten op Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Nederland stemde daarom in met de Duitse eis voor een regeling ten aanzien van doorvoer van materieel en personeel naar het Duitse front in Vlaanderen. Toen de Duitse troepen zich in het najaar terugtrokken van het front leek de Nederlandse territoriale onschendbaarheid weer in het geding te komen. Nederland overwoog opnieuw een mobilisatie, waardoor in de Harskamp ernstige ongeregeldheden plaatsvonden toen soldaten muitten om het intrekken van de verloven. Opperbevelhebber Generaal C.J. Snijders, die al langer een wat gespannen relatie had met de regering, werd ontslagen. De straf die Snijders aan de muiters had opgelegd riep zoveel vragen op in het parlement dat de regering zich genoodzaakt zag om zijn ontslag te eiden. De Harskamp-affaire was echter niet meer dan een aanleiding, want de samenwerking tussen het militaire opperbevel en de politiek (het kabinet) was steeds moeizameer geworden. In september vonden verkiezingen plaats die slecht uitpakten voor de liberalen. Het extra-parlementaire kabninet Cort van der Linden trad af. Het 4e coalitie-kabinet, het 1e ministerie Ruys de Beerenbrouck (onder leiding van de Limburgse rooms-katholieke politicus Ruys de Beerenbrouck, 1879-1936) trad aan en bleef aan tot 1922. Op 11 november probeerde de socialistische leider P.J. Troelstra (SDAP, Sociaal Democratische Arbeiders Partij) de revolutie te ontketenen in Rotterdam (in navolging van de gebeurtenissen in Duitsland), maar de situatie was niet revolutionair genoeg; op 17 november gaf Troelstra zijn politiek verkeerde inschatting toe. De SDAP had gedurende de oorlog ondanks interne partijspanningen op dit punt de politiek van de regering loyaal gesteund; deze spanning ontlaadde zich ook met de revolutionaire acties. De steun aan de politieke status quo werd gedemonstreerd door een regeringsgetrouwe manifesatie op het Malieveld in Den Haag. Oprichting op 24 april van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Op 10 november werd aan de vluchtende Duitse Keizer Wilhelm II asiel verleend. In januari opende de Postcheque-en Girodienst (PCGD), een financiële dienst die een groot publiek bij het bankwezen betrok. De in juni aanvaarde Zuiderzee-wet gaf het startsein voor drooglegging van de Zuiderzee en de omvorming tot IJsselmeer met de thans bestaande inpolderingen. Stichting van de Hoogovens Staalfabriek in Velsen. De Spaanse Griep eiste veel slachtoffers (17.400). In Nederlands-Indië werd de in 1916 bij wet aangenomen Volksraad geïnstalleerd, een eerste stap in de richting van zelfbestuur in Nederlands-Indië, hoewel de Volksraad uitsluitend adviserende bevoegdheden had en geen aanspraak kon maken op de benaming parlement. |
|||
| Stemrecht voor vrouwen ingevoerd ten gevolge van de initiatiefwet van Hendrik Pieter Marchant, lid van de Tweede Kamer voor de in 1901 opgerichte Vrijzinnig Democratische Bond. Aanpassing van de Arbeidswet door minister van Landbouw, Handel en Nijverheid Petrus J.M. Aalberse (1871-1948). Voortaan mochten kinderen beneden de 15 jaar geen industriearbeid meer verrichten. Daarnaast werden en de acht-uren-dag en de 45-urige werkweek ingevoerd. (Door de depressie die spoedig hierna intrad werd de werking van de wet in 1922 weer teruggedrongen.) Begin van een sterke welvaartstijging die tot 1920 duurde; in 1920 sloeg de economie om en een depressie duurde tot 1923. Terwijl in 1919 de vraag naar goederen het aanbod overtrof, waardoor de prijzen sterk stegen, hoopten zich in 1920 de voorraden op en daalden de prijzen, waardoor de malaise zijn intrede deed. Koningin Wilhelmina weigerde mee te werken aan de uitlevering aan de overwinnaars van de Duitse Keizer Wilhelm II, die na zijn vlucht en komst naar Nederland asiel had gekregen en zich in Doorn had gevestigd. |
|||