1945

Op 2 september accepteerde generaal Douglas MacArthur (1880-1964) als opperbevelhebber van de geallieerde mogendheden (SCAP: Supreme Commander Allied Powers) de officiële overgave van Japan op het slagschip 'Missouri' in de baai van Tokio. Op 1 januari vaardigde Keizer Hirohito (1901-1989) een edict uit waarin hij ontkende dat hijzelf goddelijk was en het Japanse volk superieur.~~~ De Amerikanen wilden van Japan een gedemilitariseerde, vreedzame democratie met een vrije markteconomie maken. Ze kozen voor indirect rule en hierdoor behielden de Japanse leiders en ambtenarij toch nog grote invloed. In oktober 1945 had SCAP de Japanese Bill of Rights uitgevaardigd die het individu veel meer vrijheden verschafte. Deze verordening verminderde de macht van het Ministerie van Binnenlandse zaken met haar gecentraliseerde politie. De wet op vakbonden was de eerste stap op weg naar verbetering van de arbeidsvoorwaarden.


1946

Het kabinet van Kijuro Shidehara (1872-1951) moest van SCAP een nieuwe grondwet opstellen, echter hun voorstel van 1 februari 1946 week nauwelijks af van de oude Meiji-grondwet. Hierop schreef SCAP zelf een grondwet die op 6 maart werd gepubliceerd en in november 1946 aangenomen. Hierin deed Japan o.a. afstand van het recht tot oorlogvoeren om internationale conflicten te regelen. Land-, zee- en luchtstrijdkrachten werden in de grondwet verboden. Ofschoon Japan hierdoor werd verrast was de steun algemeen. De Japanse bevolking wilde geen oorlog meer: ook nu nog is de meerderheid antimilitaristisch en hebben militairen geen status. Na de verkiezingen in april werd Shigeru Yoshida (1879-1967) premier.~~~ Het oorlogstribunaal in Tokio begon met de berechting van leiders, die van oorlogsmisdaden werden verdacht. In twee jaar tijd (1945 en 1946) pleegden ruim 27.000 Japanners met een oorlogsverleden zelfmoord om de eer aan zichzelf te houden.


1947


Eind januari eisten meer dan 150.000 arbeiders voor het keizerlijk paleis het aftreden van premier Yoshida. Een algemene staking werd door persoonlijk ingrijpen van MacArthur afgelast. Wegens het afgelasten van de staking verloren de communisten veel aanhang onder de arbeiders. Met goedkeuring van SCAP werd het 'communistische arbeiders offensief' in diskrediet gebracht, daarbij geholpen door ultra-nationalistische organisaties en yakuza-gangsters.~~~ In mei werd de nieuwe grondwet van kracht. Tetsu Katayama (1887-1978) werd premier. Als uitvloeisel van de grondwettelijke gelijke rechten voor vrouwen en mannen werd de eeuwenoude ie (macht van het familiehoofd, erfrecht, opvolgingsrecht, enz.) afgeschaft en uit het Burgerlijk Wetboek gehaald. ~~~ In mei begon een grote zuivering van het bedrijfsleven, de ambtenarij en de pers. Deze grote zuiveringen riepen wel weerstanden op, niet geheel ten onrechte. In hun enthousiasme voor de 'democratisering van Japan' gingen overijverige SCAP-officials verder dan oorspronkelijk de bedoeling was: meer dan 700.000 mensen werden onderzocht. Hiervan werden uiteindelijk 115.000 militairen en 87.000 burgers weggezuiverd; in het parlement bleven slechts 48 leden over. De tonarigumi, de buurtorganisaties, werden opgeheven. De nieuwe politiewet van december voorzag (op aandringen van SCAP) in een vergaande decentralisatie. Maar de regering prefereerde een gecentraliseerde nationale politie en sociale controle, als voor WO II en tijdens het shogunaat. Ook werd begonnen met de landhervorming. Grootgrondbezit werd afgeschaft. Pachters konden grond kopen tegen gemakkelijke voorwaarden.~~~ In het voorjaar werden nieuwe onderwijswetten door het Parlement aangenomen. Hierdoor kregen de lokale schoolbesturen meer zeggenschap en verantwoordelijkheid. Implementatie van deze reorganisatie was moeilijk, o.a. door gebrek aan gebouwen, geld, onderwijzers en door obstructie van de bureaucratie in het Ministerie van Onderwijs. Uiteindelijk ging men toch weer terug naar het vooroorlogse gecentraliseerde onderwijssysteem.~~~ De verbetering van de arbeidsverhoudingen werd afgerond: de wet op arbeidsverhoudingen (1946) en de arbeidswet gaven aan arbeiders rechten op betere lonen, ziekte- en ongevallen verzekeringen. Hierdoor konden arbeiders, in deze jaren van hollende inflatie, hogere lonen en minimumlonen eisen.


1948


Mede vanwege het gevaar van het opkomende communisme gingen de VS zich intensiever met de economie bemoeien. Met het economisch stabilisatieplan van de bankier Joseph Dodge werden anti-inflatiemaatregelen genomen, de export gestimuleerd en de Yen aan de dollar gekoppeld ($ 1=360 Yen tot 1972). Tevens veranderde de politiek van de Amerikanen t.a.v. de zaibatsu's. Aanvankelijk wilde men de grote conglomeraten helemaal ontbinden, maar naar het advies van de Amerikaanse zakenwereld liet men de Japanse economie zich ontwikkelen langs traditionele lijnen.~~~ Generaal MacArthur herzag de wet op vakbonden en beperkte de rechten van de vakbonden sterk.


1949


Het MITI (Ministry of International Trade and Industry) werd opgericht met ambtenaren van het oude Ministerie van Munitie, aangevuld met experts op het gebied van export. Na de overwinning van de communisten op het Chinese vasteland werd Japan een belangrijk bastion tegen dat communisme.~~~ Dr. Hideki Yukawa (1907-1981) kreeg de Nobelprijs voor natuurkunde.


1950


Het uitbreken van de Koreaanse oorlog op 25 juni had grote gevolgen voor Japan, niet alleen op het gebied van de economie, maar vooral op bestuurlijke hervormingen en defensie. Generaal MacArthur werd benoemd tot opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten van de Verenigde Naties in Korea. Hierdoor verminderde zijn aandacht voor Japan en kwamen de hervormingen ten einde. De bevoorrading van de VN-troepen voor Korea bevorderde het economische herstel. Op aandrang van SCAP werd voor de binnenlandse veiligheid in Japan een Nationale Politie Reserve van 75.000 man gevormd. In verband met de verslechterde betrekkingen tussen de VS en de Sovjet-Unie werden in Japan tijdens een 'Rode Zuivering' 22.000 personen ontslagen, die als links bekend stonden. Tegelijkertijd werden veel sinds 1947 weggezuiverde burgers gerehabiliteerd.


1951


Toen VS-president Harry Truman (1884-1972) in april MacArthur plotseling ontsloeg, wegens een conflict over de strategie in de Koreaanse oorlog, waren de Japanners geschokt. Ze begrepen niet hoe zo'n machtige (militaire) autoriteit door een burger weggestuurd kon worden. Japan werd genoodzaakt meer eigen initiatieven te ontplooien en vele voormalige leiders, vrijgelaten uit gevangenschap, traden weer op de voorgrond. Hieronder bevonden zich Nobusuke Kishi (1896-1987), de latere oprichter van de LDP, Hideo Yoshida, oprichter van het machtige informatie en reclamebureau Dentsu, en Yoshio Kodama, intermediair tussen regering en bedrijven enerzijds en ultra-nationalisten en onderwereld.~~~ Op 8 september werd in San Francisco het vredesverdrag met Japan getekend, behalve door de USSR. De Sovjet-Unie weigerde de Japanse eilandjes Habomai en Shikotan ten noorden van Hokkaido terug te geven. Wegens deze kwestie hebben Rusland en Japan nog steeds geen vredesverdrag gesloten.


1952


Op 28 april werd het vredesverdrag van kracht en kon Japan toetreden tot organisaties als het IMF. Weliswaar kwam hiermee formeel een einde aan de bezetting, maar volgens velen was Japan nog niet onafhankelijk van de VS en menigeen stoorde zich aan de nadrukkelijke aanwezigheid van VS-militairen in het straatbeeld. De 1-mei-viering in Tokio van ca. 40.000 arbeiders, studenten en communisten ontaardde in een oproer tegen premier Yoshida (hem werd verweten meer pro-VS te zijn dan pro-Japans), tegen VS-troepen in Japan en tegen een wetsontwerp tegen subversieve activiteiten. Na dit oproer kreeg Yoshida juist extra steun voor deze wet, die in juli werd aangenomen.~~~ Grote weerstand ondervond Yoshida voor zijn plannen met de politie en een (beperkte) herbewapening. De bevolking droomde van een toekomst zonder oorlog. Aan het begin van de Koude Oorlog wilde men neutraal blijven, bang voor een nieuwe militaire dictatuur. Men stelde dat zonder een grondwetsherziening geen enkele strijdmacht mocht worden opgebouwd. Socialisten, sociaal-democraten en communisten konden hiervoor samen een vereiste 2/3 meerderheid in het Lagerhuis en in het Hogerhuis voorkomen. Conservatieven aan de rechterkant wilden zo snel mogelijk weer een (defensieve) strijdmacht opbouwen, zoals de VS verlangden. Zij betoogden dat hiervoor geen grondwetsherziening nodig was.


1953


Tijdens zijn bezoek in december benadrukte ook VS-vice-president Richard Nixon (1913-1994) dat Japan zo spoedig mogelijk moest herbewapenen.


1954


In maart werd een bilateraal defensieverdrag met de VS gesloten. Hierbij verschafte de VS militaire goederen en informatie, en verplichtte Japan zich tot een redelijke bijdrage aan hun defensie en aan de defensieve kracht van de democratische wereld. Japan werd aldus gebonden aan de westerse democratieën. Ondanks veel weerstand lukte het Yoshida in juni de wet voor de zelfverdedigingsmacht Jiei-tai, of SDF (Self Defence Forces) door het parlement aangenomen te krijgen, samen met een nieuwe politiewet. Hierbij werd de Nationale Politie Reserve van 1950 opgenomen in de SDF en tevens werd de politie opnieuw gecentraliseerd en de politiehervorming van 1947 teruggedraaid. Ondanks zijn resultaten werd "One-man Yoshida" in december door partijgenoten ten val gebracht en (tot eind 1956) opgevolgd door Ichiro Hatoyama (1883-1959).


1955


Het Economisch Planbureau en het Japanse Productiviteits Centrum werden opgericht. Japan werd lid van de GATT. De kwikvergiftigingsramp in Minamata eiste duizenden slachtoffers.~~~ Nadat in oktober de twee belangrijkste socialistische partijen fuseerden tot de Japanse Socialistische Partij lukte het Nobusuke Kishi in november veel verschillende conservatieve partijen en groeperingen te verenigen in een coalitie, de Liberale Democratische Partij, de LDP. Hierbij werd hij sterk gesteund door de zakenwereld, die via de werkgeversorganisatie Keidanren een gezamenlijk fonds voor alle niet-linkse politici vormde. Kishi had veel contacten en ervaring. De algemeen secretaris van de LDP was belast met het innen van de 'politieke fondsen' die aan werkgeverszijde werden verzameld door de Keidanren.


1956


Japan werd lid van de Verenigde Naties. De wet op lokaal onderwijs van premier Hatoyama versterkte de centrale invloed van het Ministerie van Onderwijs en in 1958 werd dit nog verder versterkt. In 1959 volgde herinvoering van onderwijs in ethiek (en indoctrinatie).


1957


Kort nadat Nobusuke Kishi premier was geworden begon hij onderhandelingen met de VS over herziening van het Veiligheidsverdrag. Aanvankelijk vroeg hij terugtrekking van de VS-troepen en tegelijkertijd een garantie van de VS om Japan tegen een buitenlandse aanval te verdedigen.


1958


De zakenwereld verklaarde dat het sluiten van een bilateraal veiligheidsverdrag belangrijk was voor het economisch herstel van Japan. Maar velen vreesden dat door het nieuwe verdrag Japan in de VS buitenlandse politiek zou worden betrokken en Japan een onschuldig slachtoffer in een toekomstige oorlog kon maken. Zelfs binnen de LDP werd Kishi gewantrouwd.


1959


Socialisten, vakbonden, communisten en studenten sloten een verbond tegen het verdrag. Een jaar lang vochten ze tegen de politie en bestormden het parlement.


1960



Desondanks tekende Kishi in januari te Washington een veiligheidsverdrag dat bepaalde dat VS-troepen in Japan niet gebruikt mochten worden tegen binnenlandse ongeregeldheden en dat na 10 jaar elke partij het verdrag kon beëindigen. Bovendien zouden geen VS-troepen vanuit Japan overzee worden ingezet zonder toestemming van Japan. Volgens plan had president Dwight Eisenhower voor deze plechtigheid naar Tokio zullen komen. Maar de oproeren waren zo heftig dat Kishi, om de veiligheid van Eisenhower te garanderen, een overeenkomst voor hulp sloot met de yakuza, de Japanse maffia, via bemiddeling van Kodama. Uiteindelijk werd Eisenhower op 16 juni verzocht niet te komen. Door middel van ondemocratische trucs werd het verdrag op 18 juni 1960, zonder stemming in de Diet, geratificeerd. Hierop werd Kishi gedwongen af te treden. Zijn opvolger Hayato Ikeda (1899-1965), de kandidaat van de zakenwereld, was gematigder. Met zijn plan voor een verdubbeling van het nationale inkomen binnen tien jaar verlegde Ikeda de aandacht nadrukkelijk van de politiek naar de economie. Dit bleek heel effectief, in feite werd deze verdubbeling reeds in zes jaar bereikt. De wederopbouw was voltooid. Ikeda trad af wegens ziekte en adviseerde Sato als zijn opvolger.


1961


De Japanse Communistische Partij koos de zijde van China in het conflict tussen Moskou en Peking.


1962


Saburo Ienaga publiceerde een geschiedenishandboek voor scholen waarin ook feitelijke informatie over het gedrag van het Japanse leger tijdens de oorlog, over bacteriologische experimenten op Chinezen en andere niet-Japanners in Mantsjoerije door 'eenheid 731' onder generaal Isshii, over de tragedie in Nanking en over het lot van de Koreanen onder de Japanse overheersing.


1963


Het Ministerie van Onderwijs eiste verzachting van deze passages, maar Ienaga vocht de rechtmatigheid van deze censuur aan, met wisselend succes. Ook de vakbond van leraren protesteerde tegen censuur. In 1993 oordeelde het Hooggerechtshof van Tokio dat het systeem van controle niet ongrondwettelijk was. Echter, in 1997 verklaarde het Japanse Hooggerechtshof dat het schrappen van de passages onterecht was en kende Ienaga (83 jaar) een vergoeding van $2.000 toe. Tot op heden veroorzaken nieuwe Japanse geschiedenisboeken regelmatig diplomatieke rellen met scherpe protesten uit Peking en Seoul tegen geschiedvervalsing.


1964


Als eerste Aziatisch land organiseerde Japan de Olympische Spelen (Tokio).~~~ De eerste autosnelweg, van Nagoya naar Kobe (190 km.) werd in gebruik genomen. De eerste hoge snelheidstrein, de shinkansen, reed tussen Tokio en Osaka.


1965


Normalisatie van de betrekkingen met Zuid-Korea.~~~ Voor het eerst werd een overschot op de handelsbalans behaald en dit steeg daarna snel: in 1972 reeds $ 9 mrd tot $ 90 mrd in 1986.~~~ Bij een oefening van de VS-marine bij de Rioe-Kioe-eilanden viel een waterstofbom overboord vanaf een vliegdekschip, en zonk naar de diepte. Hierdoor ontstond grote beroering in Japan.


1966


De regering besloot tot de bouw van Narita-Airport, de internationale luchthaven bij Tokio.


1967

Premier Sato bezocht Zuid-Korea.


1968


Yasunari Kawabata (1899-1972) kreeg de Nobelprijs voor literatuur. De Bonin-eilanden werden teruggegeven.


1969

Japan kwam met de VS overeen dat Okinawa in 1972 zou worden teruggegeven.


1970


Japan tekende het nucleair non-proliferatie verdrag. Opening van de wereldtentoostelling "Expo 70" in Osaka.


1971


Japan werd verrast door de 'Nixon shocks'. Het besluit van de VS om de dollar los te koppelen van de goudstandaard schokte de exportindustrie en door het bezoek van president Nixon aan China in juli 1971 zag Japan zag zich gedwongen ook toenadering tot China te zoeken. Reeds in het najaar gingen twee handelsmissies naar Peking.


1972


Premier Kakuei Tanaka (1918-1983) bezocht Peking en herstelde de diplomatieke betrekkingen. Minister Masayoshi Ohira (1910-1980) van buitenlandse zaken, herriep het verdrag van Japan met Taiwan.


1973


De oliecrisis toonde de kwetsbaarheid van de Japanse economie en haar afhankelijkheid van het buitenland. De economische groei viel sterk terug en de inflatie steeg scherp tot ca 30%. Met het oog op olieleveranties werd sindsdien een pro-Arabische politiek gevoerd en tijdens de bezetting van de VS-ambassade in Teheran in 1979/80 bleef Japan olie uit Iran importeren.


1974


De Zuid-Koreaanse president Park Chung Hee (1917-1979) bracht een officieel aan Tokio en werd ontvangen door keizer Hirohito. Voor de veiligheid werden 20.000 man politie ingeschakeld.


1975


Premier Takeo Miki (1907-1988), bezocht het Shinto-heiligdom Yasukuni. Daarmee herstelde hij een oude traditie in ere, waarbij politici deze tempel bezochten. Het heiligdom (een Shinto-tempel) werd in 1869 gebouwd ter ere van gevallenen voor de keizer. Reeds in de jaren zestig poogde een groep binnen de LDP de status ervan te herstellen en te ijveren voor financiële staatssteun. Maar volgens de grondwet van MacArthur zijn staat en godsdienst gescheiden en was staatssteun dus verboden.


1976


Takeo Fukuda (1905-1995) van de LDP werd premier. Ex-premier Tanaka werd gearresteerd in verband met het Lockheed-schandaal. .~~~ Omdat het defensieprobleem constitutioneel zeer gevoelig was, werden de defensie-uitgaven onofficieel beperkt tot 1% van het bruto nationaal product.~~~ Premier Tanaka werd beschuldigd van het aannemen van Lockheed-steekpenningen maar bleef de machtigste factieleider in de LDP.


1977

De VS beschuldigden Japan van de dumping van staal. Dit was het begin van een reeks handelsconflicten tussen de VS en Japan.


1978


Eindelijk ondertekende Japan het vredesverdrag met China.~~~ Opening van Internationale Luchthaven Narita bij Tokio. Sinds het kabinetsbesluit van 1966 was het vliegveld omstreden. Nog steeds wordt het dag en nacht bewaakt door ca 1500 politieagenten. De aanleg van de tweede startbaan en het laatste stukje spoorlijn (250m) naar het ondergrondse spoorwegstation werd decennialang verijdeld door boeren en radicale demonstranten.


1979

Een topconferentie van de grote industrielanden vond plaats in Tokio.


1980

Japan lanceerde een plan voor de "Pacific Rim" voor samenwerking tussen de landen van Korea tot Australië, om met Japans kapitaal de grondstoffen van China (kolen), Indonesië (olie), Australië (kolen, ijzer, bauxiet) te ontginnen. De landen reageerden fel en verontwaardigd en vergeleken het met een nieuwe poging een 'Groot-Oostaziatische Welvaartssfeer' te creëren. Uiteindelijk werd het concept uitgebreid met Canada en de VS tot de latere APEC.~~~ De Japanse auto-industrie werd de grootste ter wereld en streefde op dit punt die van de VS voorbij.


1981


Japan werd door de VS gedwongen een 'vrijwillige' exportbeperking van 1,68 mln autos naar de VS in acht te nemen. Maar een oplossing was dit geenszins en het VS-verwijt dat de Japanners misbruik maakten van de openheid van de VS-markt ('free ride') bleef.~~~ Kenichi Fukui (1918-1998) kreeg een Nobelprijs voor scheikunde.


1982


De nationalist Yasuhiro Nakasone (*1917) werd premier. Hij wilde de relatie met de VS verbeteren, o.a. door extra defensie-inspanningen. Kort na zijn aantreden kondigde Nakasone aan dat hij de 1% limiet van 1976 niet langer heilig vond. Nakasone gaf ook toestemming voor de export naar de VS van high-tech voor defensie. Verder verhoogde Japan zijn aandeel in de kosten voor de legering van VS-strijdkrachten in Japan.~~~ In 1982 kwamen de Shinkansen hoge snelheidslijnen van Tokio naar Morioka en van Tokio naar Niigata gereed.


1983


Ex-premier Tanaka werd veroordeeld voor het aannemen van smeergelden in de 'Lockheed affaire'. De populaire Tanaka was een van de weinigen in de LDP die veroordeeld werd wegens corruptie. Maar zijn illegale inkomsten waren dan ook uitzonderlijk, namelijk buiten de directe controle van de LDP. In 2002 werd zijn populaire dochter Makiko (*1944) ontslagen als minister van buitenlandse zaken, omdat ze zich niet conformeerde aan de 'groep', de machtigen in de LDP en ambtenarij.~~~ Het operatiegebied voor de Japanse marine en luchtmacht werd uitgebreid tot 1000 mijl uit de kust.


1984

Premier Nakasone benoemde een speciale adviesraad voor het onderwijs.


1985


Als gevolg van het z.g. Plaza-Akkoord verdubbelde de waarde van de Yen binnen twee jaar. Plotseling controleerde Japan ca 60% van de activa in de wereld en behoorden acht Japanse banken tot de grootste tien in de wereld. Een van de gevolgen van de overschotten op de betalingsbalans was een grote liquiditeit, waarvoor niet voldoende rendabele investeringsmogelijkheden bestonden. Dit veroorzaakte een wilde speculatie in aandelen en onroerend goed, leidend tot de "luchtbel"-economie die in 1990 instortte.~~~ Een wet op gelijke werkgelegenheid voor vrouwen en mannen werd aangenomen.~~~ Op 15 augustus bracht Nakasone als eerste Japanse premier een officieel bezoek aan China en Korea en veroorzaakte daarmee grote opschudding, zowel bij voorstanders als bij tegenstanders in Japan alsmede in China en Korea.


1986

Premier Nakasone verklaarde dat de gemiddelde intelligentie in de VS lager was dan in Japan vanwege de talrijke zwarten in de VS. Dit gaf aanleiding tot verontwaardigde protesten in de VS.


1987


Het handelsconflict met de VS laaide weer op. Na de handelsoorlogen met de VS in 1977 over staalprijzen (dumping) en in 1980 over de export van auto's, ging het nu om halfgeleiders, kernonderdelen voor high-tech produkten, waarvoor de VS nu quota konden afdwingen. Ondanks zware druk van de VS werden buitenlandse aannemers uitgesloten van deelname aan de bouw van Kansai International Airport op een kunstmatig eiland in zee bij Osaka.~~~ De nationale spoorwegen werden geprivatiseerd en opgesplitst in zeven onafhankelijke bedrijven; deze privatisering bleek later een groot succes.~~~ Nakasone verloor de verkiezingen wegens zijn belastingplannen. Hij werd opgevolgd door Noboru Takeshita (1924-2000), die zich bediende van de hulp van yakuza-gangsters.~~~ Susugu Tonegawa (*1939) kreeg de Nobelprijs voor geneeskunde.


1988


De 54 km lange tunnel tussen Honshu en Hokkaido werd geopend na een kwart eeuw bouwen (kosten: 8 miljard dollar). Ook de Seto-brug tussen Honshu en Shikoku werd in gebruik genomen.


1989


Keizer Hirohito stierf en werd opgevolgd door zijn zoon Akihito (*1933). Dit was het einde van het Showa-tijdperk en begin van de Heisei-tijdperk.~~~ Japan en de VS sloten een akkoord voor de ontwikkeling van het gevechtsvliegtuig FSX. Hierbij ontwikkelen Mitsubishi, Kawasaki en Ishikawajima-Harima een opvolger voor de F-16 waarbij beide landen hun technologische kennis uitwisselden.~~~ Het Recruit /Cosmos corruptieschandaal bracht een honderdtal LDP-leiders, hoge ambtenaren en topmanagers van staatsbedrijven in de problemen. Onder hen bevonden zich premier Takeshita, minister van financiën Miyazawa, ex-premier Nakasone, kabinetschef Sakamoto, de directie van NTT, en vele anderen.~~~ Burgemeester Hitoshi Motoshima van Nagasaki ontsnapte aan een aanslag door een rechtse extremist wegens zijn verklaring in 1988 dat de keizer enige verantwoordelijkheid droeg voor WO II. Hierom was hij als LDP-lid geroyeerd en door ultra-nationalistische organisaties reeds meermalen bedreigd.


1990

Volgens de wet mag in Japan elke politicus geld voor de verkiezingskas aannemen. Desondanks oordeelde het Hof in Tokio dat de 'politieke donaties' van Recruit/Cosmos in feite steekpenningen waren, 'aandelen voor gunsten'. De topman van NTT, Hisashi Shinto, werd veroordeeld tot twee jaar cel. Ook de voorzitter van Recruit, Hiromasa Ezoe, en Shigeru Kano, directeur-generaal van het Ministerie van Arbeid, werden veroordeeld. Eind 1990 bleek de top van de Nakasone/Watanabe-factie in de LDP betrokken bij het Kokusaikogyo-schandaal en beschuldigd van handel in aandelen met voorkennis en belastingontduiking. Behalve ex-premier Yasuhiro Nakasone waren hierbij ook betrokken Toshiyuki Inamaru, directeur-generaal van het Milieu Agentschap, en Hiroshi Mitsuzuka, voorzitter van de politieke onderzoeksraad van de LDP. Vier directeuren van Kokusaikogyo Co. werden gearresteerd. Michio Watanabe, ex-voorzitter van de politieke onderzoeksraad van de LDP, riep premier Toshiki Kaifu (*1932) op om politici, die recent betrokken waren bij schandalen, niet uit te sluiten van ministersposten bij een volgende herschikking van kabinetsposten. Japan beloofde 13 miljard dollar steun voor de Golfoorlog omdat de grondwet gewapende hulp in het buitenland verbiedt. In 1992 werd de wet aangepast om deelname aan VN-vredesoperaties mogelijk te maken en werden mijnenvegers naar de Golf gestuurd.


1991


Het schandaal van de "Grote Vier" werd openbaar. De vier grootste effectenhuizen Nomura, Nikko, Daiwa en Yamaichi blijken jarenlang gewend geweest te zijn ca 600 belangrijkste klanten (niet de gewone klanten) hun verliezen op aandelentransacties te compenseren; tot maart 1990 in totaal ruim een miljard dollar. Dit gebeurde met medeweten van het Ministerie van Financiën en minister Ryutaro Hashimoto (*1937) moest aftreden. Behalve politici en bedrijven behoorden tot deze belangrijke klanten ook Susumi Isshii, vroeger yakuza-leider van het misdaad-syndicaat Inagawa-Kai. Hij ontving honderden miljoenen euro's als leningen voor aandelentransacties. De aftredende premier Toshiki Kaifu werd opgevolgd door Kiichi Miyazawa.(*1919) In zijn kabinet benoemde hij drie bij het Recruit/Cosmos schandaal betrokken ministers: Michio Watanabe, Koichi Kato en Hideo Watanabe. Verder benoemde hij Koko Sato, die in 1986 was veroordeeld in de Lockheed-affaire en in 1989 vrijgekomen, en Yoshiro Mori, die ook betrokken was bij het Recruit/Cosmos schandaal en banden onderhield met de yakuza. Sovjet-president Gorbatsjof (*1931) bezocht Japan maar geen oplossing voor de Koerilen werd gevonden.


1992


Het Sagawa-schandaal werd openbaar. De transportfirma Tokio Sagawa Kyubin had bijna een miljard dollar steekpenningen betaald aan 130 LDP-politici en leningen aan het misdaad-syndicaat Inagawa-Kai. Tijdens dit proces bleek dat de Takeshita-factie in de LDP in 1987, via Shin Kanemaru en Yoshiro Mori, $30 mln aan gangsters (yakuza) had betaald voor hulp om Takeshita premier te laten worden en straatacties van ultra-nationalisten tegen hem te stoppen. Kanemaru werd gearresteerd wegens belastingfraude. Morihiro Hosokawa (*1937) verliet de LDP en vormde de Nieuwe Partij van Japan.~~~ Keizer Akihito en Keizerin Michiko bezochten China.


1993


Een groep jongere LDP-parlementariërs onder leiding van Tsutomu Hata (*1926), oud-minister van financiën, en Ichiro Ozawa (*1924), oud secretaris-generaal van de LDP, steunde een motie van wantrouwen van de oppositie tegen het kabinet-Miyazawa. Bij de daarop volgende verkiezingen verloor de LDP de absolute meerderheid. Hosokawa werd premier van een coalitieregering, met Hata als vice-premier en de socialist mevrouw Takako Doi (*1928) als parlementsvoorzitter. Velen verwachtten van Hosokawa hervormingen; hij beloofde zuivering van corruptie na 38 jaar LDP. De Keidanren bezon zich op herziening van de relatie met de LDP en de fondsenwerving. In het parlement en in de VN erkende Hosokawa openlijk dat Japan in de oorlog agressor was geweest. De conservatiefste groepen in de LDP waren woedend, ook Nakasone had kritiek op Hosokawa. In de pers werden twee zakelijke transacties van Hosokawa uit 1982 gemeld en door de LDP in verband gebracht met onwettige politieke donaties.


1994


In de verdediging gedwongen besloot Hosokawa in april 1994 om af te treden. Tsutomu Hata (*1926) werd nu premier en vormde een minderheidsregering zonder de socialisten, maar moest na twee maanden alweer aftreden. De socialist Tomiichi Murayama (*1924) volgde hem op. Het voorstel voor een nieuwe kieswet van Hosokawa werd door de socialisten en LDP geamendeerd. Uit de verslagen hervormingsbeweging ontstond de Nieuwe Progressieve Partij, de Shinshinto-partij. Hierop verliet Hosokawa de partij.~~~ Kishiro Nakamura, de LDP minister van bouw in 1993, werd gearresteerd wegens corruptie. In dit nieuwe omkoopschandaal waren eerder reeds gouverneurs, burgemeesters, topfunctionarissen van vier grote bouwconcerns alsmede de voorzitter van de bouwwerkgevers, Teruzo Yoshino, gevangen gezet.~~~ Kenzaburo Oë (*1935) kreeg de Nobelprijs voor literatuur.~~~ New Osaka International Airport geopend.


1995


Een aanslag met gifgas in de metro van Tokyo schokte het gevoel van veiligheid in Japan.~~~ Een aardbeving in Kobe eiste meer dan 2.500 doden, 15.000 gewonden en veroorzaakte 30 miljard dollar schade.~~~ Het bankwezen viel ten prooi aan een ernstige crisis: er ontstond een run op kredietbanken om spaargelden op te nemen. Veel leningen, verstrekt tijdens de 'luchtbel-economie', bleken oninbaar en de onderpanden waardeloos of onverkoopbaar vanwege de yakuza. De regering wilde zeven hypotheekbanken saneren met overheidsgeld (ca. 200 miljard dollar) ondanks protesten om belastinggeld te gebruiken voor het falen van het management van de banken.~~~ Op Okinawa demonstreerden 80.000 woedende eilandbewoners tegen de aanwezigheid van 27.000 man VS-troepen (op een totaal van 47.000 in Japan), nadat een VS-marinier een 12-jarig meisje had vermoord.


1996


Premier Murayama trad af en Ryutaro Hashimoto (*1937) volgde hem op. De bankencrisis verergerde, enkele grote banken gingen failliet, einde van het beloofde 'konvooi-systeem'. Arrestaties wegens sokaiya, het betalen van 'protectiegeld' aan gangsters van de yakuza (opdat deze de aandeelhoudersvergadering niet zullen verstoren met lastige vragen). Omdat het voor de yakuza moeilijk was overal tegelijk aanwezig te zijn, hielden 2355 grote bedrijven op precies hetzelfde tijdstip hun aandeelhoudersvergadering (in 1990 waren dit er 1682 en in 1994 bijna 2000 bedrijven). Justitie deed invallen bij bedrijven wegens betalingen aan afpersers, hetgeen sinds 1982 verboden was, en arresteerde vele topmanagers. Kuniji Miyazaki, de president van de DK-Bank, pleegde kort voor zijn arrestatie zelfmoord; de DKB bleek 100 miljoen dollar aan afpersers te hebben betaald. De 13 grootste banken vroegen regeringssteun tegen de sokaiya. Het gerenommeerde effectenhuis Yamaichi sloot de deuren; het had de laatste zeven jaar 2 miljard dollar aan (gecompenseerde) verliezen buiten de boeken gehouden; 7500 mensen werden ontslagen. Premier Hashimoto benoemde de veroordeelde Koko Sato tot minister. Sato was in 1986 veroordeeld in de Lockheed-affaire, in 1989 vrijgekomen en in 1993 weer tot partijvoorzitter van de LDP gekozen.~~~ Herziening van het militaire samenwerkingsverdrag met de VS uit 1978 waardoor Japan grotere steun aan de VS kan verlenen bij een conflict in Oost-Azië buiten Japans grondgebied. China protesteerde in verband met Taiwan.


1997


Het Japans Hooggerechtshof besliste dat overheidsgeld voor donaties aan de Yasukuni Tempel in strijd zijn met de grondwet.


1998


Arrestaties wegens corruptie van ambtenaren op het Ministerie van Financiën en bij de centrale bank. In verband met de schandalen in de financiële sector nam keizer Akihito een zeer ongebruikelijke stap: hij maande accountants hun werk goed te doen om eerlijkheid en transparantie te garanderen. Bij de verkiezingen voor het Hogerhuis verloor de LDP haar meerderheid, maar in het Lagerhuis behield zij een meerderheid. Keizo Obuchi (1937-2000) werd premier met steun van Ichiro Ozawa, Kiichi Miyazawa wordt minister van financiën en Yoshiro Mori (*1937) secretaris-generaal van de LDP.


1999


De Franse autofabrikant Renault nam de leiding van de Nissan autofabriek over. De top van de LTC-bank en van de Nippon Credit Bank werd gearresteerd wegens vervalsing van de boeken; Takashi Uehara, voorzitter van de Bank, pleegde zelfmoord. Het Ministerie van Financiën bleek op de hoogte te zijn geweest van deze vervalsingen en had zelfs geadviseerd om met de verliezen te verhullen.


2000


Het Duitse Daimler-Chrysler kreeg de leiding over Mitsubishi Motors.Premier Obuchi werd na zijn dood door Yoshiro Mori opgevolgd. Tijdens het premierschap van Mori kwamen nog meer schandalen naar buiten en bleek hoe verlamd en richtingloos Japan was geworden. Kimitake Kuze, minister voor toezicht op de financiële sector, trad af omdat hij miljoenen dollars aan giften had aangenomen zonder deze te rapporteren. Eiichi Nakao, oud-LDP-minister van bouwzaken, werd gearresteerd wegens corruptie en aannemen van geld van de onderwereldfiguur Ho Yong-jong (die later veroordeeld werd tot 7,5 jaar cel. Ook Shizuka Kamei (*1936), voorzitter van de beleidscommissie van de LDP en oud-politiechef, bleek nauwe banden te hebben met Ho Yong-jong. Takao Koyama, LDP-lid van het Hogerhuis, werd gearresteerd wegens corruptie. Tijdens zijn premierschap wordt algemeen openbaar dat Mori nauwe banden onderhield met de yakuza.~~~ De snel stijgende officiële staatsschuld bedroeg reeds 130% van het bruto nationaal product. De werkelijke schuld was nog veel hoger, want de regering was ook verantwoordelijk voor de schulden van de vele semi-overheidsinstellingen, zoals de schulden van de Japan Highway Public Corp. (230 miljard dollar), Kanzai International Airport, de Honshu-Shikoku Bridge Authority, enz. Desondanks weigerde Shizuka Kamei, oud-minister van bouwzaken en rechterhand van premier Mori, een herstructurering van de bouwwereld te overwegen.~~~ Ultra-nationalisten dwongen de nationale TV-omroep NHK het programma over de "Troostmeisjes" voor het Japanse leger in WO II aan te passen; weinigen durfden zich uit te spreken, zoals burgemeester Motoshima in 1989.~~~ Hideki Shirakawa (*1936) kreeg een Nobelprijs voor scheikunde.

  2001 In 2001 protesteerden China en Zuid-Korea opnieuw fel tegen een nieuw, door het Ministerie van Onderwijs goedgekeurd, geschiedenisboek. Desondanks zei premier Mori dat "Japan het land van de goden is met de keizer als middelpunt" en vergoelijkte hij de Japanse expansieoorlog in China. Hoewel de populariteit van Mori zeer laag was (volgens een opiniepeiling in januari 2001 vond slechts 1,1% dat Mori premier moet blijven) werd hij door de LDP opnieuw als premier benoemd. Zijn blunders waren zo talrijk dat Mori op de G-8 conferentie in Okinawa enkel mocht oplezen wat een ambtenaar voor hem had opgeschreven. In april werd Junichiro Koizumi (*1942) premier.

    Japan 1945 - 2001 door Drs. Ing. Gerrit Wolf