509 v. Chr.

Stichting van de Romeinse republiek. De hoogste macht was in handen van twee consuls. De eersten waren Lucius Junius Brutus en Lucius Tarquinius Collatinus.


500 v. Chr.

De Ionische Grieken (de Grieken die woonden langs de kust van de Ageïsche Zee in Klein Azië) kwamen in opstand tegen het Perzische gezag. De opstand duurde ongeveer zes jaar en eindigde in 494 met de val van Milete, het centrum van de beweging.


490 v. Chr.

Een Perzisch leger viel Griekenland binnen en werd bij Marathon (ca. 40 km.) van Athene, door een Atheens hoplietenleger van 10.000 man onder Miltiades verslagen. De overwinning was een versterking van het democratische bestel in Athene.


480 v. Chr.

Tijdens de tweede oorlog van het immense Perzische rijk tegen de Griekse stadstaten viel opnieuw een Perzisch leger Griekenland binnen, ditmaal onder persoonlijk bevel van Koning Xerxes. Enkele honderden Spartaanse soldaten onder hun koning Leonidas probeerden de vijand nog tegen te houden bij Thermopylae. De Perzen waren echter niet te stuiten en de bevolking van Athene vluchtte uit de stad. Bij het eiland Salamis, vlak voor Athene, werd de Perzische vloot de in grond geboord door de superieure Griekse triremen, snelle ramschepen met drie roeiersdekken. Het Atheense eskader van 180 schepen, onder bevel van Themistocles (ca. 525-ca. 460 v. Chr.), had het grootste aandeel in de overwinning.


477 v. Chr.

Op instigatie van Themistocles werd de Delisch-Attische Bond opgericht, een tegen Perzië gericht offensief en defensief verbond onder Atheense aanvoering.


469 v. Chr.

In een grote gecombineerde veld- en zeeslag bij de Eurymedon in Klein-Azië versloegen de Atheners onder bevel van Kimon, de zoon van Miltiades, de Perzische land- en zeestrijdkrachten. Daarmee werden de Griekse koloniën en steden langs de gehele kust van de Egeïsche Zee bevrijd van Perzische overheersing.


431 v. Chr.

Aangezien Athene probeerde zijn invloed uit te breiden en daarmee het machtsevenwicht in Griekenland dreigde te verstoren, besloot Sparta Athene te straffen. Daarmee begon de Peloponnesische Oorlog. Spartaanse troepen onder bevel van Koning Archidamus deden een inval in Attica en richtten grootscheepse verwoestingen aan.


430 v. Chr.

Terwijl Athene werd bedreigd door Spartaanse troepen, brak in de stad een ernstige epidemie uit, meestal aangeduid als de pest. De Atheense leider Pericles kreeg de schuld van de oorlog met Sparta en werd afgezet en voor het gerecht gedaagd. Het jaar daarop werd hij in zijn macht hersteld.


425 v. Chr.

De eerste toneelstukken van de populaire Atheense blijspeldichter Aristophanes (450-385) werden opgevoerd.


421 v. Chr.

Met de vrede van Nicias eindigde de eerste fase van de Peloponnesische oorlog. Athene en Sparta kwamen overeen, de situatie van vóór de oorlog te herstellen en te aanvaarden, en om gedurende de eerstvolgende 50 jaar geen oorlog met elkaar te voeren.


420 v. Chr.

In Athene werd Alcibiades (450-404 v. Chr.) tot één der strategen gekozen. De nieuwe commandant, leider van de democratische partij en uiterst ambitieus, stond bekend om zijn oorlogszuchtige en anti-Spartaanse uitspraken.


415 v. Chr.

De Atheense strateeg Alcibiades leidde een grote expeditie naar Sicilië van 134 triremen met 4000 man infanterie (hoplieten) aan boord. Athene kwam de bevriende stad Segesta te hulp, die werd aangevallen door Syracuse, een bondgenoot van Sparta. Hiermee begon de tweede fase van de Peloponnesische Oorlog.


413 v. Chr.

De Atheense vloot werd vernietigd door de Spartanen in de haven van Syracuse. Het Atheense expeditieleger leed een nederlaag bij de Rivier de Assinarus op Sicilië. De overlevenden werden onder ellendige omstandigheden opgesloten in de mijnen en steengroeven in de buurt van Syracuse.


404 v. Chr.

Athene werd door de Spartanen onder Pausanias belegerd, en door de Spartaanse vloot onder Lysander van de zeezijde afgesloten, en had geen andere keus dan zich over te geven en vrede te sluiten. De verdragsbepalingen waren hard en zwaar: de stadsmuren moesten worden gesloopt en de vloot moest worden ingeleverd. De democratie moest worden afgeschaft. De nieuwe regering van Athene (de "dertig") kwam onder sterke Spartaanse invloed.


399 v. Chr.

In Athene werd de filosoof Socrates ter dood veroordeeld omdat hij de jeugd zou bederven.


395 v. Chr.

Samen met Thebe en Corinthe vormde Athene een verbond gericht tegen de Spartaanse hegemonie.


377? v. Chr.

In het Thessalische Larissa overleed Hippocrates van Cos (*460?), de beroemdste arts uit de oudheid. Zijn theorie van de vier lichaamssappen die met elkaar in evenwicht moesten zijn (bloed, slijm, gele gal en zwarte gal) heeft meer dan duizend jaar het medische denken in de westerse wereld beïnvloed.


371 v. Chr.

Aangevoerd door de generaals Epaminondas (418-362) en Pelopidas versloeg het Thebaanse leger de Spartanen in de slag bij Leuctra. Hiermee begon de periode van de Thebaanse hegemonie in Griekenland.


362 v. Chr.

In de slag bij Mantinea versloegen de Thebanen onder Epaminondas weliswaar de Atheners en Spartanen (die samen tegen Thebe een alliantie hadden gevormd), maar in de slag werd Epaminondas gedood. Daarmee kwam in feite een einde aan de korte periode van Thebaanse hegemonie.


348 v. Chr.

Rome sloot een handelsverdrag met Carthago.


343 v. Chr.

Toen Rome de stad Cumae te hulp kwam, die werd bedreigd door de expansie van de Samnieten, brak de eerste Samnietenoorlog uit.~~~ Aristoteles, een leerling van Plato, die weer een leerling was van Socrates, arriveerde in Macedonië, waar hij was gevraagd om als leermeester op te treden voor Alexander, de zoon van Koning Philippus II.


340 v. Chr.

In Athene sloten enkele Griekse steden en staten zich aaneen tegen de Macedonische koning Philippus II, die probeerde zijn macht en invloed over Griekenland uit te breiden.~~~ Rome begon een oorlog tegen de Latijnen, die ten zuidoosten van de stad woonden.


338 v. Chr.

Koning Philippus II van Macedonië versloeg het leger van de Helleense Bond in de slag bij Chaeronea. De Macedoniërs vochten op een nieuwe manier en hadden veel profijt van hun extra lange stootspeer, de sarissa.


337 v. Chr.

Op het Congres van Corinthe, waaraan behalve Sparta alle Griekse staten en Macedonië deelnamen, dwong Koning Philippus II van Macedonië oprichting van de Helleense Bond af, om een oorlog te beginnen tegen de Perzen.


336 v. Chr.

Koning Philippus II van Macedonië werd vermoord door zijn lijfwacht. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Alexander (356-323).


335 v. Chr.

In Athene stichtte Aristoteles een school: het Lyceum. Deze concurreerde met de school die Plato er omstreeks 387 had opgericht, de Academie.


334 v. Chr.

Koning Alexander van Macedonië viel Azië binnen aan het hoofd van een leger van ruim 30.000 infanteristen en 5000 ruiters.


333 v. Chr.

In de slag bij Issus versloeg Koning Alexander van Macedonië aan het hoofd van zijn leger de veel grotere Perzische strijdmacht onder Koning Darius III. Daarna veroverde Alexander de Levantkust, namelijk Syrië, Phoenicië en Palestina.


332 v. Chr.

In Egypte stichtte Alexander een nieuwe stad aan de kust: Alexandrië, dat snel zou uitgroeien tot een van de belangrijkste en mooiste steden van de oudheid.


331 v. Chr.

DOp 1 october versloeg Alexander het Perzische leger in de slag bij Gaugamela, vlakbij Mosoel. Daarmee was Alexander heer en meester in het Perzische rijk.


325 v. Chr.

De Griekse zeeman Pitheas van Massilia (Marseille) maakte een ontdekkingsreis naar de Noordelijke Atlantische Oceaan en bereikte het eiland Thule. Het is bijna zeker dat dit Scandinavië was.


323 v. Chr.

Op de leeftijd van slechts 33 jaar stierf Alexander in Babylon.


321 v. Chr.

Nadat het rijk van Alexander was verdeeld tussen zijn generaals (de Diadochen), brak een lange periode aan (40 jaar) van voortdurende onderlinge oorlogen.~~~ Het Romeinse leger werd omsingeld door de Samnieten en Rome was gedwongen een vernederende vrede te aanvaarden.


316 v. Chr.

In Syracuse op Sicilië kwam Agathocles aan de macht. Binnen korte tijd wist hij zijn macht en invloed uit te breiden over het hele eiland en over een groot deel van Zuid-Italië, dat gekoloniseerd was door Grieken.


312 v. Chr.

De Romeinse censor Appius Claudius gaf opdracht tot de bouw van het eerste aquaduct, een waterleiding die in de waterbehoefte van het snel groeiende Rome moest voorzien. Ook gaf hij opdracht tot de aanleg van de Via Appia, de straatweg die Rome eerst met Capua verbond, en tenslotte met de Apulische havenstad Brundisium (Brindisi).


298 v. Chr.

Bij het begin van de Derde Samnietenoorlog zag Rome zich geplaatst tegenover een alliantie van Samnieten, Etrusken, Galliërs, Sabijnen, Lukaniërs en Umbriërs.


272 v. Chr.

Met de nederlaag van de Griekse stad Tarente in Apulië, werd de Romeinse macht ook uitgebreid over het zuiden van Italië. Tarente en Rome beëidigden een oorlog, waarvan in wezen de Romeinse expansie de inzet en de aanleiding was.


264 v. Chr.

Rome begon een oorlog (de Eerste Punische Oorlog) tegen de Noordafrikaanse handelsstad Carthago. Deze stad was het centrum van een sterk groeiend maritiem imperium, dat zich uitstrekte langs de kust van Noord-Afrika en op de eilanden Sardinië en Sicilië.


241 v. Chr.

De Romeinse vloot, die met veel moeite en krachtsinspanning in de afgelopen jaren was opgebouwd, versloeg de Carthaagse marine bij de Aegatische eilanden. Daarmee kwam de Eerste Punische Oorlog ten einde. Conform het vredesverdrag moest Carthago zijn heerschappij over Sicilië opgeven. Het voormalige Carthaagse gedeelte werd de eerste Romeinse provincie (wingewest). De Oostkust van het eiland kwam in handen van Hiero, de alleenheerser (tyran) van Syracuse.


237 v. Chr.

De Carthaagse generaal en politicus Hamilcar Barcas begon de verovering van Spanje vanuit de Carthaagse handelskolonie Tarsis (het hedendaagse Cádiz).


220 v. Chr.

De eerste stukken van de Romeinse blijspelauteur Titus Maccius Plautus (254-184) werden opgevoerd. Plautus' humor was naar huidige begrippen grof en vulgair.


219 v. Chr.

Na een bloedig beleg veroverde de Carthaagse generaal Hannibal (247-182 v. Chr.) de stad Saguntum, een bondgenoot van Rome aan de Spaanse Noordoostkust. Daarmee begon de Tweede Punische Oorlog.


216 v. Chr.

Op 2 augustus versloeg Hannibal een groot Romeins leger bij het Zuiditaliaanse plaatsje Cannae. De Romeinse legioenen en hun hulptroepen werden volkomen vernietigd. Naar schatting werden ongeveer 45.000 soldaten systematisch afgeslacht. De overwinning bij Cannae was de grootste van een reeks die was begonnen na de invasie van Italië over de Alpen. Bij de rivier de Ticino werden de Romeinen onder Consul Publius Cornelius Scipio (237-183 v. Chr.) verslagen (218), bij de rivier de Trebbia onder Titus Sempronius Longus (218), en in 217 bij het Trasimeense Meer onder Consul Gaius Flaminius. Vanwege dreigende voedselschaarste durfde Hannibal Rome echter niet te belegeren, en verloor zich in een grootscheepse plundercampagne.


202 v. Chr.

Nadat hij met een expeditieleger op de Noordafrikaanse kust was geland, versloeg Publius Cornelius Scipio het Carthaagse leger van Hannibal in de slag bij Zama, niet ver van Carthago. De overwinning leverde Scipio de bijnaam Africanus op ("de Veroveraar van Afrika").


201 v. Chr.

Carthago moest een vredesverdrag met buitengewoon harde voorwaarden accepteren. Het moest zijn vloot inleveren en het mocht geen leger meer op de been houden.


197 v. Chr.

In de slag bij Cynoscephalae versloegen de Romeinen het leger van de Macedonische koning Philippus V en zijn bondgenoten, de leden van de Aetolische Bond. Daarmee kwam een einde aan de Tweede Macedonische Oorlog van Rome, die in 200 was begonnen. Dankzij de overwinning werd de Romeinse heerschappij in Griekenland gevestigd.


189 v. Chr.

Het leger van de Syrische koning Antiochus III werd in de slag bij Magnesia door de Romeinen onder Lucius Cornelius Scipio verslagen. Daarmee kwam een einde aan de Syrische Oorlog, de Romeinse heerschappij werd uitgebreid over een groot deel van Klein-Azië, en Scipio kreeg als bijnaam Asiaticus ("de Overwinnaar van Azië").


149 v. Chr.

Na lang aandringen vanuit de senaat en de publieke opinie begon Rome een oorlog tegen Carthago, met de bedoeling deze handelsstad definitief te liquideren.


146 v. Chr.

Na een lang beleg werd Carthago door de Romeinen veroverd en volkomen met de grond gelijk gemaakt. De commandant van deze onderneming was Publius Cornelius Scipio Aemilianus (Scipio junior), bijgenaamd Africanus Minor ('de jongere veroveraar van Afrika"). Het hele Carthaagse gebied werd vervolgens ingelijfd bij Rome onder de naam Provincia Africa.


135 v. Chr.

Onder leiding van Eunus kwamen de slaven op de uitgestrekte landgoederen in Sicilië in opstand. Daarmee begon de eerste Slavenoorlog op Sicilië.


111 v. Chr.

Rome kwam in oorlog met de Noordafrikaanse vorst Iugurtha. Zes jaar duurde deze beweeglijke guerrilla, waarbij de Afrikanen, uitstekende ruiters, de Romeinen bijna steeds te slim af waren.


88 v. Chr.

Mithridates IV, Koning van Pontus, deed een aanval op de Romeinse koloniën in Klein Azië, en ontketende zo de Eerste Mithridatische Oorlog. De Romeinse burgers in die streek werden vervolgd en vermoord (volgens sommigen ca. 80.000 personen). De oorlog werd in 86 beslist door de nederlagen van het leger van Mithridates. In Rome zelf ontstond een burgeroorlog over de vraag, wie het bevel moest hebben over het leger dat tegen Pontus te velde moest trekken. De strijd ging tussen de populaire Gaius Marius, die bij de bevolking groot aanzien had, en de aristocratische Consul Lucius Cornelius Sylla.


87 v. Chr.

Geboorte in Verona van de Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus.


73 v. Chr.

De Thracische slaaf Spartacus leidde de grootste slavenopstand in Rome, de Derde Slavenoorlog. In een veldslag werden de slaven tenslotte verslagen door een leger onder bevel van Crassus.


67 v. Chr.

Gnaeus Pompeius slaagde erin, de piraterij in de Middellandse Zee voor langere tijd de kop in te drukken. Het handelsverkeer kon daarna opbloeien.


59 v. Chr.

In Padua werd de historicus Titus Livius geboren.


58 v. Chr.

Gaius Julius Caesar (100-44 voor Christus), een neef van de legerhervormer Marius, begon als gouverneur van Romeins Gallië een veldtocht om het gehele woongebied van de Galliërs (ongeveer het tegenwoordige Frankrijk) aan zijn gezag te onderwerpen. Het voorwendsel was de poging van de Helvetiërs (een Gallisch volk), om zich ten westen van de Rhône te vestigen, waardoor de stabiliteit van de gehele regio werd bedreigd. Onder leiding van de jonge vorst Vercingetorix ontstond in de volgende jaren een brede volksopstand tegen de Romeinen.


52 v. Chr.

Met de verovering van Alesia, na een beleg van bijna een jaar, brak Caesar de Gallische tegenstand tegen zijn bestuur. Vercingetorix werd krijgsgevangen gemaakt en later in Rome vermoord.


49 v. Chr.

Begin van de burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius. Caesar bezette Rome en Pompeius vluchtte naar Griekenland in gezelschap van een groot aantal senatoren. Caesar ging naar Spanje in 48 en 46 waar hij troepen die loyaal waren aan Pompeius tot overgave dwong.


44 v. Chr.

Nadat Caesar de burgeroorlog tegen Pompeius had gewonnen en de politieke macht in Rome had veroverd (46 voor Chr.), werd hij op 15 maart vermoord bij het betreden van de senaat. De moordenaars waren Marcus Brutus en Gaius Cassius. Caesar had bij testament zijn achterneef Octavianus geadopteerd. Deze positie was niet acceptabel voor Marcus Antonius, die een burgeroorlog begon tegen Octavianus. Daarna verzoenden zij zich echter en vormden een driemanschap, samen met Lepidus. Vier jaar later (40), verdeelden zij Rome en onderhorigheden, waarbij Octavianus het Westen kreeg, Antonius het Oosten en Lepidus Afrika.


30 v. Chr.

Koningin Cleopatra van Egypte pleegde zelfmoord nadat ze er niet in was geslaagd om een relatie aan te knopen met Octavianus, zodat ze dat had gedaan met zijn rivaal om de macht in Rome, Antonius. Deze had in 31 zelfmoord gepleegd na de verloren zeeslag bij Actium (in West-Griekenland). Met Cleopatra, die in 47 op de troon was gekomen, stierf de laatste Hellenistische dynastie uit.


27 v. Chr.

De senaat verleende Octavianus de erenaam Augustus (de verhevene). Formeel had Octavianus al zijn politieke functies opgegeven en was nog slechts proconsul (gouverneur) van Spanje, Syrië en Gallië. In 12 v. Chr. werd Augustus ook Pontifex Maximus (hogepriester), zodat hij tegelijkertjd de hoogste wereldlijke en geestelijke gezagsdrager was in Rome.


19 v. Chr.

Bij zijn dood liet Publius Vergilius Maro (* 70 v. Chr.) het niet geheel voltooide heldendicht Aeneis achter, bestaande uit 12 boeken.


4 v. Chr.

Vermoedelijk geboortejaar van Jezus Christus in Nazareth, Palestina.


9

In het Teutoburger Woud, niet ver van de tegenwoordige stad Osnabrück in Duitsland, werden drie volledige Romeinse legioenen vernietigd door een troep Germanen onder bevel van Arminius.


14

Na de dood van keizer Augustus (Octavianus), op 19 augustus, werd zijn stiefzoon Tiberius Claudius Nero (42 v. Chr.-37) keizer.


19

Tijdens een expeditie naar Azië stierf onder mysterieuze omstandigheden Germanicus, de beoogde opvolger van Keizer Tiberius.


37

Keizer Tiberius stierf, vermoedeljk door toedoen van de commandant van zijn lijfwacht. De keizer werd opgevolgd door Gaius Caesar "Caligula" (12-41), de zoon van de populaire generaal Germanicus.~~~ Caligula liet uit Heliopolis in Egypte de beroemde granieten obelisk naar Rome brengen. Tegenwoordig staat deze obelisk op het plein voor de Sint Pieterskerk.


64

Rome werd in de as gelegd door een grote brand. Keizer Claudius Nero (37-68) gaf de schuld daarvoor aan de Christenen, een godsdienstige sekte. Op bevel van Nero werden de Christenen wreed vervolgd.


66

In Palestina brak de Joodse opstand uit tegen het Romeinse gezag.


69

Servius Sulpicius Galba (5 v. Chr.-69) werd tot keizer benoemd, maar werd al in januari vermoord door de Praetoriaanse Garde, de elite-strijdkrachten die in Rome zelf waren gekazerneerd. Nero was al in 68 door de senaat ontheven uit al zijn functies, en was dus was afgezet als keizer. Nero pleegde vervolgens zelfmoord. Rome viel ten prooi aan een ernstige politieke crisis. De Gardesoldaten wezen nu Marcus Salvius Otho als keizer aan. Het Romeinse Rijnleger had al eerder Aulus Vitellius tot keizer uitgeroepen. Na een nederlaag tegen de legioenen van Vitellius pleegde Otho zelfmoord (april). In juli riepen de legioenen in het Oosten Titus Flavius Vespasianus (9-79) uit tot keizer. In december versloeg het leger van Vespasianus bij Cremona de troepen van Vitellius, waarna hij door de Senaat werd erkend als keizer. Daarmee kwam de Flavische dynastie op de troon.


70

Titus Flavius Vespasianus (39-81), de zoon van Keizer Vespasianus, maakte een einde aan de Joodse opstand. Jeruzalem werd veroverd en verwoest en een grot deel van de Joodse bevolking vluchtte weg naar alle windstreken.


79

Op 24 juni kwam de Vesuvius tot uitbarsting. De steden Pompeii en Herculaneum werden bedolven onder een regen van as en puimsteen. In Rome stierf keizer Vespasianus, hij werd door Titus opgevolgd.


96

Keizer Titus Flavius Domitianus (65-96) werd vermoord door een groep samenzweerders. Als nieuwe keizer werd Marcus Cocceius Nerva (35-98) benoemd, een lid van de senaat. In 98 stierf Nerva en werd opgevolgd door de in Spanje uit Romeinse ouders geboren generaal Marcus Ulpius Trajanus (53-117).


98

De historicus Cornelius Tacitus (ca. 56-ca. 120), publiceerde de Agricola, later gevolgd door de Historiën en de Annalen, meesterwerken van Romeinse geschiedschrijving.


117


Keizer Trajanus stierf aan een verlamming na een veldtocht tegen de Parthen en op het moment dat het Romeinse Rijk zijn grootste omvang had bereikt. Trajanus werd opgevolgd door zijn neef en adoptiefzoon, de eveneens in Spanje geboren Publius Aelius Hadrianus (75-138).


192

Keizer Marcus Aurelius Commodus Antoninus werd vermoord.


193

Na een regeringsperiode van 87 dagen werd Keizer Publius Helvius Pertinax door de gardesoldaten vermoord. Vervolgens boden de Praetoriaanse gardisten de keizerskroon aan aan de hoogste bieder, Marcus Didius Severus Julianus. In de provincie riepen legereenheden hun eigen keizers uit, namelijk D. Clodius Septimius Albinus (troepen in Brittannië), Gaius Pescennius Niger Justus (legioenen in Syrië) en de in Noord-Afrika geboren Lucius Septimius Severus (146-211, troepen aan de Donau). Uiteindelijk versloeg Septimius Severus zijn rivalen en werd door de Senaat erkend als keizer.


211

Tijdens een veldtocht in Brittannië stierf Keizer Septimius Severus. Hij liet twee zonen na, die beiden de keizertroon erfden. Marcus Aurelius Antoninus, bijgenaamd Caracalla, liet zijn jongere broer Publius Septimius Geta vermoorden en kreeg aldus de alleenheerschappij.


212

Keizer Caracalla verleende het Romeinse burgerrecht aan vrijwel alle vrije inwoners van het Romeinse Rijk.


247

Tijdens de regering van Keizer Marcus Julius Philippus "Arabs" (de Arabier) werd het duizendjarig bestaan van Rome gevierd.


257

Keizer Publius Licinius Valerianus (193-259) vaardigde een wet uit tegen het Christelijk geloof en tegen Christenen.


259

De Romeinse troepen en stadhouders in Gallië kwam in opstand tegen het Romeinse gezag en slaagden erin om tien jaar lang min of meer zelfstandig te blijven onder de naam Imperium Galliarum (Keizerrijk Gallië)


271

Keizer Lucius Domitius Aurelianus (214-275) verdreef de volkeren uit het Noorden die Italië waren binnengevallen, de Alamannen en de Vandalen.


275

Keizer Aurelianus gaf opdracht tot de bouw van een grote verdedigingsmuur rondom Rome, bekend onder de naam Aureliaanse muur.


286

Keizer Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (245-316), een Illyriër van eenvoudige afkomst, splitste het keizerlijke gezag in tweeën. Generaal Aurelius Valerius Maximianus (ook een Illyriër) werd benoemd tot Augustus en werd belast met de verdediging van het westelijk deel van het rijk. Maximianus vestigde zijn residentie in Milaan omdat hij van daar uit beter de Rijngrens kon bewaken en opstandige boeren in Gallië kon bedwingen.


293

Instelling van de "Tetrarchie". Het rijk werd in vieren verdeeld en ieder deel werd toevertrouwd aan een afzonderlijke heerser. Er waren twee ranggelijke "Augusti" (Diocletianus en Maximianus) en twee "Caesars" (Gaius Galerius Valerius Maximianus en Flavius Valerius Constantius "Chlorus") hun vervangers en beoogde opvolgers. Diocletianus had zijn hoofdstad in Nicomedia, Maximianus in Mediolanum (Milaan). Galerius was gevestigd in Sirmium (tegenwoordig het Servische Mitrovica aan de Rivier de Save) en Valerius in Treveri (Trier aan de Moezel).


297

Het rijk werd verdeeld in 12 Diocesen (elk onder een Vicarius) en ongeveer 100 provincies.


303

Diocletianus verbood de Christenen de uitoefening van hun geloof en ontketende de grootste Christenvervolging ooit.


313

Keizer Flavius Valerius Constantijn (288-337), tezamen met zijn generaal Valerius Licinianus Licinius, vaardigde het Edict van Milaan uit, waarbij het Christelijk geloof werd toegestaan.


325

Keizer Constantijn riep het Concilie van Nicaea bijeen, het eerste Eucumenische Concilie. Hier werd besloten dat God de vader en God de Zoon "van gelijk wezen" waren. Daarmee werd de Aryanistische variant van het Christelijk geloof tot ketterij bestempeld.


330

Constantinopel, een schitterende nieuwe stad die was gebouwd op de fundamenten van het vroegere Griekse Byzantium, werd als de nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk ingewijd.


361

Bij de dood van keizer Constantius werd hij opgevolgd door zijn neef Julianus (332-363), bijgenaamd "Apostata" (de afvallige), vanwege zijn verwoede pogingen om de oude godsdienst van het Romeinse rijk in ere te herstellen.


378

De Visigothen, een volk dat als "foederati" (bevriende barbaren) toestemming had gekregen om zich binnen het rijk langs de grens te vestigen, kwamen in opstand tegen het Romeinse gezag. Bij Adrianopel (het tegenwoordige Edirne in Turkije) versloegen zij het Romeinse leger, waarbij Keizer Valens de dood vond.


380

Keizer Flavius Theodosius (346-395) vaardigde het Edict van Thessalonica uit, waarbij de facto het Christelijk geloof tot staatsgodsdienst werd verheven.


395

Bij de dood van Keizer Theodosius viel het Romeinse Rijk definitief in twee delen uiteen. Zijn zoon Honorius volgde hem op als keizer in het westelijk gedeelte, en zijn andere zoon Arcadius erfde het oosten.


402

Generaal Stilicho (van Vandaalse afkomst), de voogd en schoonvader van keizer Honorius (384-423), versloeg in een veldslag bij Verona de troepen van de Visigothen. Daarmee hield hij de invasie tegen van dat volk in Italië. In 406 bleek dat niet mogelijk. Toen doorbraken de Vandalen, Alanen, Suevi en Bourgondiërs, allen Germaanse volkeren, de Rijngrens en drongen door in de westelijke delen van het rijk.


410

De Visigothen onder Alarik plunderden Rome. Het jaar daarvoor waren de Visigothen Italië binnengedrongen.


412

Verdreven uit Italië, trokken de Visigothen naar het zuiden van Gallië en het noorden van Spanje. In Tolosa (het tegenwoordige Toulouse in Zuid Frankrijk) vestigden zij de hoofdstad van een groot rijk, dat de erkenning kreeg van keizer Honorius.


429

Onder leiding van Genserik landden de Vandalen in Noord-Afrika en veroverden het gebied binnen korte tijd. Tijdens het beleg van de stad Hippo Regius kwam de bisschop van deze stad, de Heilige Augustinus, om het leven.


431

Op het Concilie van Ephese (het derde Eucumenisch Concilie) werd de leer van Nestorius veroordeeld. Deze leer hield in, dat Christus meer mens was dan god.


451

Aangevoerd door Attila (406?-453) deden de Hunnen een inval in Gallië. Generaal Aetius, de bevelhebber van de Romeinse troepen in Gallië, kreeg versterking van de Franken, de Visigothen (onder hun koning Theodorik I) en de Bourgondiërs. Aan het hoofd van een gecombineerde strijdmacht versloeg hij de Hunnen op de "Catalaunische Velden", in de buurt van het tegenwoordige Troyes in Noord-Frankrijk.


455

Vanuit hun rijk in Noord-Afrika (dat ook het voormalige Carthago omvatte), ondernamen de Vandalen een rooftocht naar Italië. Zij gingen niet ver van Rome aan land en onderwierpen de stad aan een grondige plundering.


476

Keizer Romulus Augustulus werd afgezet door de Germaanse legeraanvoerder Odoaker. Odoaker stuurde de symbolen van de Keizerlijke waardigheid naar Constantinopel en kreeg van de Oostromeinse keizer de titel van Romeins patriciër. Daarmee kwam het Westromeinse rijk ten einde.