| Stichting van de Romeinse republiek. De hoogste macht was
in handen van twee consuls. De eersten waren Lucius Junius Brutus en Lucius
Tarquinius Collatinus. |
||
| 500 v. Chr. |
De Ionische Grieken (de Grieken die woonden langs de kust
van de Ageïsche Zee in Klein Azië) kwamen in opstand tegen het
Perzische gezag. De opstand duurde ongeveer zes jaar en eindigde in 494 met de
val van Milete, het centrum van de beweging. |
|
| 490 v. Chr. |
Een Perzisch leger viel Griekenland binnen en werd bij
Marathon (ca. 40 km.) van Athene, door een Atheens hoplietenleger van 10.000
man onder Miltiades verslagen. De overwinning was een versterking van het
democratische bestel in Athene. |
|
| 480 v. Chr. |
Tijdens de tweede oorlog van het immense Perzische rijk
tegen de Griekse stadstaten viel opnieuw een Perzisch leger Griekenland binnen,
ditmaal onder persoonlijk bevel van Koning Xerxes. Enkele honderden Spartaanse
soldaten onder hun koning Leonidas probeerden de vijand nog tegen te houden bij
Thermopylae. De Perzen waren echter niet te stuiten en de bevolking van Athene
vluchtte uit de stad. Bij het eiland Salamis, vlak voor Athene, werd de
Perzische vloot de in grond geboord door de superieure Griekse triremen,
snelle ramschepen met drie roeiersdekken. Het Atheense eskader van 180 schepen,
onder bevel van Themistocles (ca. 525-ca. 460 v. Chr.), had het grootste
aandeel in de overwinning. |
|
| 477 v. Chr. |
Op instigatie van Themistocles werd de Delisch-Attische
Bond opgericht, een tegen Perzië gericht offensief en defensief verbond
onder Atheense aanvoering. |
|
| 469 v. Chr. |
In een grote gecombineerde veld- en zeeslag bij de
Eurymedon in Klein-Azië versloegen de Atheners onder bevel van Kimon, de
zoon van Miltiades, de Perzische land- en zeestrijdkrachten. Daarmee werden de
Griekse koloniën en steden langs de gehele kust van de Egeïsche Zee
bevrijd van Perzische overheersing. |
|
| Aangezien Athene probeerde zijn invloed uit te breiden en
daarmee het machtsevenwicht in Griekenland dreigde te verstoren, besloot Sparta
Athene te straffen. Daarmee begon de Peloponnesische Oorlog. Spartaanse troepen
onder bevel van Koning Archidamus deden een inval in Attica en richtten
grootscheepse verwoestingen aan. |
||
| 430 v. Chr. |
Terwijl Athene werd bedreigd door Spartaanse troepen,
brak in de stad een ernstige epidemie uit, meestal aangeduid als de pest. De
Atheense leider Pericles kreeg de schuld van de oorlog met Sparta en werd
afgezet en voor het gerecht gedaagd. Het jaar daarop werd hij in zijn macht
hersteld. |
|
| De eerste toneelstukken van de populaire Atheense
blijspeldichter Aristophanes (450-385) werden opgevoerd. |
||
| 421 v. Chr. |
Met de vrede van Nicias eindigde de eerste fase van de
Peloponnesische oorlog. Athene en Sparta kwamen overeen, de situatie van
vóór de oorlog te herstellen en te aanvaarden, en om gedurende de
eerstvolgende 50 jaar geen oorlog met elkaar te voeren. |
|
| 420 v. Chr. |
In Athene werd Alcibiades (450-404 v. Chr.) tot
één der strategen gekozen. De nieuwe commandant, leider van de
democratische partij en uiterst ambitieus, stond bekend om zijn oorlogszuchtige
en anti-Spartaanse uitspraken. |
|
| 415 v. Chr. |
De Atheense strateeg Alcibiades leidde een grote
expeditie naar Sicilië van 134 triremen met 4000 man infanterie
(hoplieten) aan boord. Athene kwam de bevriende stad Segesta te hulp, die werd
aangevallen door Syracuse, een bondgenoot van Sparta. Hiermee begon de tweede
fase van de Peloponnesische Oorlog. |
|
| 413 v. Chr. |
De Atheense vloot werd vernietigd door de Spartanen in de
haven van Syracuse. Het Atheense expeditieleger leed een nederlaag bij de
Rivier de Assinarus op Sicilië. De overlevenden werden onder ellendige
omstandigheden opgesloten in de mijnen en steengroeven in de buurt van
Syracuse. |
|
| Athene werd door de Spartanen onder Pausanias belegerd,
en door de Spartaanse vloot onder Lysander van de zeezijde afgesloten, en had
geen andere keus dan zich over te geven en vrede te sluiten. De
verdragsbepalingen waren hard en zwaar: de stadsmuren moesten worden gesloopt
en de vloot moest worden ingeleverd. De democratie moest worden afgeschaft. De
nieuwe regering van Athene (de "dertig") kwam onder sterke Spartaanse
invloed. |
||
| 399 v. Chr. |
In Athene werd de filosoof Socrates ter dood veroordeeld
omdat hij de jeugd zou bederven. |
|
| 395 v. Chr. |
Samen met Thebe en Corinthe vormde Athene een verbond
gericht tegen de Spartaanse hegemonie. |
|
| 377? v. Chr. |
In het Thessalische Larissa overleed Hippocrates van Cos
(*460?), de beroemdste arts uit de oudheid. Zijn theorie van de vier
lichaamssappen die met elkaar in evenwicht moesten zijn (bloed, slijm, gele gal
en zwarte gal) heeft meer dan duizend jaar het medische denken in de westerse
wereld beïnvloed. |
|
| 371 v. Chr. |
Aangevoerd door de generaals Epaminondas (418-362) en
Pelopidas versloeg het Thebaanse leger de Spartanen in de slag bij Leuctra.
Hiermee begon de periode van de Thebaanse hegemonie in Griekenland. |
|
| In de slag bij Mantinea versloegen de Thebanen onder
Epaminondas weliswaar de Atheners en Spartanen (die samen tegen Thebe een
alliantie hadden gevormd), maar in de slag werd Epaminondas gedood. Daarmee
kwam in feite een einde aan de korte periode van Thebaanse hegemonie. |
||
| 348 v. Chr. |
Rome sloot een handelsverdrag met Carthago. |
|
| 343 v. Chr. |
Toen Rome de stad Cumae te hulp kwam, die werd bedreigd
door de expansie van de Samnieten, brak de eerste Samnietenoorlog uit.~~~
Aristoteles, een leerling van Plato, die weer een leerling was van Socrates,
arriveerde in Macedonië, waar hij was gevraagd om als leermeester op te
treden voor Alexander, de zoon van Koning Philippus II. |
|
| 340 v. Chr. |
In Athene sloten enkele Griekse steden en staten zich
aaneen tegen de Macedonische koning Philippus II, die probeerde zijn macht en
invloed over Griekenland uit te breiden.~~~ Rome begon een oorlog tegen de
Latijnen, die ten zuidoosten van de stad woonden. |
|
| 338 v. Chr. |
Koning Philippus II van Macedonië versloeg het leger
van de Helleense Bond in de slag bij Chaeronea. De Macedoniërs vochten op
een nieuwe manier en hadden veel profijt van hun extra lange stootspeer, de
sarissa. |
|
| 337 v. Chr. |
Op het Congres van Corinthe, waaraan behalve Sparta alle
Griekse staten en Macedonië deelnamen, dwong Koning Philippus II van
Macedonië oprichting van de Helleense Bond af, om een oorlog te beginnen
tegen de Perzen. |
|
| 336 v. Chr. | Koning Philippus II van Macedonië werd vermoord door
zijn lijfwacht. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Alexander (356-323). |
|
| 335 v. Chr. |
In Athene stichtte Aristoteles een school: het
Lyceum. Deze concurreerde met de school die Plato er omstreeks 387 had
opgericht, de Academie. |
|
| 334 v. Chr. |
Koning Alexander van Macedonië viel Azië binnen
aan het hoofd van een leger van ruim 30.000 infanteristen en 5000 ruiters. |
|
| 333 v. Chr. |
In de slag bij Issus versloeg Koning Alexander van
Macedonië aan het hoofd van zijn leger de veel grotere Perzische
strijdmacht onder Koning Darius III. Daarna veroverde Alexander de Levantkust,
namelijk Syrië, Phoenicië en Palestina. |
|
| In Egypte stichtte Alexander een nieuwe stad aan de kust:
Alexandrië, dat snel zou uitgroeien tot een van de belangrijkste en
mooiste steden van de oudheid. |
||
| DOp 1 october versloeg Alexander het Perzische leger in
de slag bij Gaugamela, vlakbij Mosoel. Daarmee was Alexander heer en meester in
het Perzische rijk. |
||
| 325 v. Chr. |
De Griekse zeeman Pitheas van Massilia (Marseille) maakte
een ontdekkingsreis naar de Noordelijke Atlantische Oceaan en bereikte het
eiland Thule. Het is bijna zeker dat dit Scandinavië was. |
|
| 323 v. Chr. |
Op de leeftijd van slechts 33 jaar stierf Alexander in
Babylon. |
|
| 321 v. Chr. |
Nadat het rijk van Alexander was verdeeld tussen zijn
generaals (de Diadochen), brak een lange periode aan (40 jaar) van voortdurende
onderlinge oorlogen.~~~ Het Romeinse leger werd omsingeld door de Samnieten en
Rome was gedwongen een vernederende vrede te aanvaarden. |
|
| 316 v. Chr. |
In Syracuse op Sicilië kwam Agathocles aan de macht.
Binnen korte tijd wist hij zijn macht en invloed uit te breiden over het hele
eiland en over een groot deel van Zuid-Italië, dat gekoloniseerd was door
Grieken. |
|
| 312 v. Chr. |
De Romeinse censor Appius Claudius gaf opdracht tot de
bouw van het eerste aquaduct, een waterleiding die in de waterbehoefte van het
snel groeiende Rome moest voorzien. Ook gaf hij opdracht tot de aanleg van de
Via Appia, de straatweg die Rome eerst met Capua verbond, en tenslotte
met de Apulische havenstad Brundisium (Brindisi). |
|
| Bij het begin van de Derde Samnietenoorlog zag Rome zich
geplaatst tegenover een alliantie van Samnieten, Etrusken, Galliërs,
Sabijnen, Lukaniërs en Umbriërs. |
||
| 272 v. Chr. |
Met de nederlaag van de Griekse stad Tarente in
Apulië, werd de Romeinse macht ook uitgebreid over het zuiden van
Italië. Tarente en Rome beëidigden een oorlog, waarvan in wezen de
Romeinse expansie de inzet en de aanleiding was. |
|
| 264 v. Chr. |
Rome begon een oorlog (de Eerste Punische Oorlog) tegen
de Noordafrikaanse handelsstad Carthago. Deze stad was het centrum van een
sterk groeiend maritiem imperium, dat zich uitstrekte langs de kust van
Noord-Afrika en op de eilanden Sardinië en Sicilië. |
|
| De Romeinse vloot, die met veel moeite en
krachtsinspanning in de afgelopen jaren was opgebouwd, versloeg de Carthaagse
marine bij de Aegatische eilanden. Daarmee kwam de Eerste Punische Oorlog ten
einde. Conform het vredesverdrag moest Carthago zijn heerschappij over
Sicilië opgeven. Het voormalige Carthaagse gedeelte werd de eerste
Romeinse provincie (wingewest). De Oostkust van het eiland kwam in handen van
Hiero, de alleenheerser (tyran) van Syracuse. |
||
| 237 v. Chr. |
De Carthaagse generaal en politicus Hamilcar Barcas begon
de verovering van Spanje vanuit de Carthaagse handelskolonie Tarsis (het
hedendaagse Cádiz). |
|
| 220 v. Chr. |
De eerste stukken van de Romeinse blijspelauteur Titus
Maccius Plautus (254-184) werden opgevoerd. Plautus' humor was naar huidige
begrippen grof en vulgair. |
|
| 219 v. Chr. |
Na een bloedig beleg veroverde de Carthaagse generaal
Hannibal (247-182 v. Chr.) de stad Saguntum, een bondgenoot van Rome aan de
Spaanse Noordoostkust. Daarmee begon de Tweede Punische Oorlog. |
|
| 216 v. Chr. |
Op 2 augustus versloeg Hannibal een groot Romeins leger
bij het Zuiditaliaanse plaatsje Cannae. De Romeinse legioenen en hun
hulptroepen werden volkomen vernietigd. Naar schatting werden ongeveer 45.000
soldaten systematisch afgeslacht. De overwinning bij Cannae was de grootste van
een reeks die was begonnen na de invasie van Italië over de Alpen. Bij de
rivier de Ticino werden de Romeinen onder Consul Publius Cornelius Scipio
(237-183 v. Chr.) verslagen (218), bij de rivier de Trebbia onder Titus
Sempronius Longus (218), en in 217 bij het Trasimeense Meer onder Consul Gaius
Flaminius. Vanwege dreigende voedselschaarste durfde Hannibal Rome echter niet
te belegeren, en verloor zich in een grootscheepse plundercampagne. |
|
| 202 v. Chr. |
Nadat hij met een expeditieleger op de Noordafrikaanse
kust was geland, versloeg Publius Cornelius Scipio het Carthaagse leger van
Hannibal in de slag bij Zama, niet ver van Carthago. De overwinning leverde
Scipio de bijnaam Africanus op ("de Veroveraar van Afrika").
|
|
| Carthago moest een vredesverdrag met buitengewoon harde
voorwaarden accepteren. Het moest zijn vloot inleveren en het mocht geen leger
meer op de been houden. |
||
| 197 v. Chr. |
In de slag bij Cynoscephalae versloegen de Romeinen het
leger van de Macedonische koning Philippus V en zijn bondgenoten, de leden van
de Aetolische Bond. Daarmee kwam een einde aan de Tweede Macedonische Oorlog
van Rome, die in 200 was begonnen. Dankzij de overwinning werd de Romeinse
heerschappij in Griekenland gevestigd. |
|
| 189 v. Chr. |
Het leger van de Syrische koning Antiochus III werd in de
slag bij Magnesia door de Romeinen onder Lucius Cornelius Scipio verslagen.
Daarmee kwam een einde aan de Syrische Oorlog, de Romeinse heerschappij werd
uitgebreid over een groot deel van Klein-Azië, en Scipio kreeg als bijnaam
Asiaticus ("de Overwinnaar van Azië"). |
|
| 149 v. Chr. |
Na lang aandringen vanuit de senaat en de publieke opinie
begon Rome een oorlog tegen Carthago, met de bedoeling deze handelsstad
definitief te liquideren. |
|
| Na een lang beleg werd Carthago door de Romeinen veroverd
en volkomen met de grond gelijk gemaakt. De commandant van deze onderneming was
Publius Cornelius Scipio Aemilianus (Scipio junior), bijgenaamd Africanus
Minor ('de jongere veroveraar van Afrika"). Het hele Carthaagse gebied
werd vervolgens ingelijfd bij Rome onder de naam Provincia Africa. |
||
| 135 v. Chr. |
Onder leiding van Eunus kwamen de slaven op de
uitgestrekte landgoederen in Sicilië in opstand. Daarmee begon de eerste
Slavenoorlog op Sicilië. |
|
| Rome kwam in oorlog met de Noordafrikaanse vorst
Iugurtha. Zes jaar duurde deze beweeglijke guerrilla, waarbij de Afrikanen,
uitstekende ruiters, de Romeinen bijna steeds te slim af waren. |
||
| 88 v. Chr. |
Mithridates IV, Koning van Pontus, deed een aanval op de
Romeinse koloniën in Klein Azië, en ontketende zo de Eerste
Mithridatische Oorlog. De Romeinse burgers in die streek werden vervolgd en
vermoord (volgens sommigen ca. 80.000 personen). De oorlog werd in 86 beslist
door de nederlagen van het leger van Mithridates. In Rome zelf ontstond een
burgeroorlog over de vraag, wie het bevel moest hebben over het leger dat tegen
Pontus te velde moest trekken. De strijd ging tussen de populaire Gaius Marius,
die bij de bevolking groot aanzien had, en de aristocratische Consul Lucius
Cornelius Sylla. |
|
| 87 v. Chr. |
Geboorte in Verona van de Romeinse dichter Gaius Valerius
Catullus. |
|
| 73 v. Chr. |
De Thracische slaaf Spartacus leidde de grootste
slavenopstand in Rome, de Derde Slavenoorlog. In een veldslag werden de slaven
tenslotte verslagen door een leger onder bevel van Crassus. |
|
| 67 v. Chr. |
Gnaeus Pompeius slaagde erin, de piraterij in de
Middellandse Zee voor langere tijd de kop in te drukken. Het handelsverkeer kon
daarna opbloeien. |
|
| 59 v. Chr. |
In Padua werd de historicus Titus Livius geboren. |
|
| 58 v. Chr. |
Gaius Julius Caesar (100-44 voor Christus), een neef van
de legerhervormer Marius, begon als gouverneur van Romeins Gallië een
veldtocht om het gehele woongebied van de Galliërs (ongeveer het
tegenwoordige Frankrijk) aan zijn gezag te onderwerpen. Het voorwendsel was de
poging van de Helvetiërs (een Gallisch volk), om zich ten westen van de
Rhône te vestigen, waardoor de stabiliteit van de gehele regio werd
bedreigd. Onder leiding van de jonge vorst Vercingetorix ontstond in de
volgende jaren een brede volksopstand tegen de Romeinen. |
|
| 52 v. Chr. |
Met de verovering van Alesia, na een beleg van bijna een
jaar, brak Caesar de Gallische tegenstand tegen zijn bestuur. Vercingetorix
werd krijgsgevangen gemaakt en later in Rome vermoord. |
|
| 49 v. Chr. |
Begin van de burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius.
Caesar bezette Rome en Pompeius vluchtte naar Griekenland in gezelschap van een
groot aantal senatoren. Caesar ging naar Spanje in 48 en 46 waar hij troepen
die loyaal waren aan Pompeius tot overgave dwong. |
|
| 44 v. Chr. |
Nadat Caesar de burgeroorlog tegen Pompeius had gewonnen
en de politieke macht in Rome had veroverd (46 voor Chr.), werd hij op 15 maart
vermoord bij het betreden van de senaat. De moordenaars waren Marcus Brutus en
Gaius Cassius. Caesar had bij testament zijn achterneef Octavianus geadopteerd.
Deze positie was niet acceptabel voor Marcus Antonius, die een burgeroorlog
begon tegen Octavianus. Daarna verzoenden zij zich echter en vormden een
driemanschap, samen met Lepidus. Vier jaar later (40), verdeelden zij Rome en
onderhorigheden, waarbij Octavianus het Westen kreeg, Antonius het Oosten en
Lepidus Afrika. |
|
| 30 v. Chr. |
Koningin Cleopatra van Egypte pleegde zelfmoord nadat ze
er niet in was geslaagd om een relatie aan te knopen met Octavianus, zodat ze
dat had gedaan met zijn rivaal om de macht in Rome, Antonius. Deze had in 31
zelfmoord gepleegd na de verloren zeeslag bij Actium (in West-Griekenland). Met
Cleopatra, die in 47 op de troon was gekomen, stierf de laatste Hellenistische
dynastie uit. |
|
| 27 v. Chr. |
De senaat verleende Octavianus de erenaam Augustus
(de verhevene). Formeel had Octavianus al zijn politieke functies opgegeven en
was nog slechts proconsul (gouverneur) van Spanje, Syrië en Gallië.
In 12 v. Chr. werd Augustus ook Pontifex Maximus (hogepriester), zodat hij
tegelijkertjd de hoogste wereldlijke en geestelijke gezagsdrager was in Rome.
|
|
| 19 v. Chr. |
Bij zijn dood liet Publius Vergilius Maro (* 70 v. Chr.)
het niet geheel voltooide heldendicht Aeneis achter, bestaande uit 12 boeken.
|
|
| Vermoedelijk geboortejaar van Jezus Christus in Nazareth,
Palestina. |
||
| 9 |
In het Teutoburger Woud, niet ver van de tegenwoordige
stad Osnabrück in Duitsland, werden drie volledige Romeinse legioenen
vernietigd door een troep Germanen onder bevel van Arminius. |
|
| 14 |
Na de dood van keizer Augustus (Octavianus), op 19
augustus, werd zijn stiefzoon Tiberius Claudius Nero (42 v. Chr.-37) keizer.
|
|
| 19 |
Tijdens een expeditie naar Azië stierf onder
mysterieuze omstandigheden Germanicus, de beoogde opvolger van Keizer Tiberius.
|
|
| 37 |
Keizer Tiberius stierf, vermoedeljk door toedoen van de
commandant van zijn lijfwacht. De keizer werd opgevolgd door Gaius Caesar
"Caligula" (12-41), de zoon van de populaire generaal Germanicus.~~~
Caligula liet uit Heliopolis in Egypte de beroemde granieten obelisk naar Rome
brengen. Tegenwoordig staat deze obelisk op het plein voor de Sint Pieterskerk.
|
|
| Rome werd in de as gelegd door een grote brand. Keizer
Claudius Nero (37-68) gaf de schuld daarvoor aan de Christenen, een
godsdienstige sekte. Op bevel van Nero werden de Christenen wreed vervolgd.
|
||
| 66 |
In Palestina brak de Joodse opstand uit tegen het
Romeinse gezag. |
|
| 69 |
Servius Sulpicius Galba (5 v. Chr.-69) werd tot keizer
benoemd, maar werd al in januari vermoord door de Praetoriaanse Garde, de
elite-strijdkrachten die in Rome zelf waren gekazerneerd. Nero was al in 68
door de senaat ontheven uit al zijn functies, en was dus was afgezet als
keizer. Nero pleegde vervolgens zelfmoord. Rome viel ten prooi aan een ernstige
politieke crisis. De Gardesoldaten wezen nu Marcus Salvius Otho als keizer aan.
Het Romeinse Rijnleger had al eerder Aulus Vitellius tot keizer uitgeroepen. Na
een nederlaag tegen de legioenen van Vitellius pleegde Otho zelfmoord (april).
In juli riepen de legioenen in het Oosten Titus Flavius Vespasianus (9-79) uit
tot keizer. In december versloeg het leger van Vespasianus bij Cremona de
troepen van Vitellius, waarna hij door de Senaat werd erkend als keizer.
Daarmee kwam de Flavische dynastie op de troon. |
|
| 70 |
Titus Flavius Vespasianus (39-81), de zoon van Keizer
Vespasianus, maakte een einde aan de Joodse opstand. Jeruzalem werd veroverd en
verwoest en een grot deel van de Joodse bevolking vluchtte weg naar alle
windstreken. |
|
| 79 |
Op 24 juni kwam de Vesuvius tot uitbarsting. De steden
Pompeii en Herculaneum werden bedolven onder een regen van as en puimsteen. In
Rome stierf keizer Vespasianus, hij werd door Titus opgevolgd. |
|
| 96 |
Keizer Titus Flavius Domitianus (65-96) werd vermoord
door een groep samenzweerders. Als nieuwe keizer werd Marcus Cocceius Nerva
(35-98) benoemd, een lid van de senaat. In 98 stierf Nerva en werd opgevolgd
door de in Spanje uit Romeinse ouders geboren generaal Marcus Ulpius Trajanus
(53-117). |
|
| De historicus Cornelius Tacitus (ca. 56-ca. 120),
publiceerde de Agricola, later gevolgd door de Historiën en de
Annalen, meesterwerken van Romeinse geschiedschrijving. |
||
| Keizer Trajanus stierf aan een verlamming na een
veldtocht tegen de Parthen en op het moment dat het Romeinse Rijk zijn grootste
omvang had bereikt. Trajanus werd opgevolgd door zijn neef en adoptiefzoon, de
eveneens in Spanje geboren Publius Aelius Hadrianus (75-138). |
||
| 192 |
Keizer Marcus Aurelius Commodus Antoninus werd vermoord.
|
|
| Na een regeringsperiode van 87 dagen werd Keizer Publius
Helvius Pertinax door de gardesoldaten vermoord. Vervolgens boden de
Praetoriaanse gardisten de keizerskroon aan aan de hoogste bieder, Marcus
Didius Severus Julianus. In de provincie riepen legereenheden hun eigen keizers
uit, namelijk D. Clodius Septimius Albinus (troepen in Brittannië), Gaius
Pescennius Niger Justus (legioenen in Syrië) en de in Noord-Afrika geboren
Lucius Septimius Severus (146-211, troepen aan de Donau). Uiteindelijk versloeg
Septimius Severus zijn rivalen en werd door de Senaat erkend als keizer. |
||
| Tijdens een veldtocht in Brittannië stierf Keizer
Septimius Severus. Hij liet twee zonen na, die beiden de keizertroon erfden.
Marcus Aurelius Antoninus, bijgenaamd Caracalla, liet zijn jongere broer
Publius Septimius Geta vermoorden en kreeg aldus de alleenheerschappij. |
||
| 212 |
Keizer Caracalla verleende het Romeinse burgerrecht aan
vrijwel alle vrije inwoners van het Romeinse Rijk. |
|
| 247 |
Tijdens de regering van Keizer Marcus Julius Philippus
"Arabs" (de Arabier) werd het duizendjarig bestaan van Rome gevierd.
|
|
| 257 |
Keizer Publius Licinius Valerianus (193-259) vaardigde
een wet uit tegen het Christelijk geloof en tegen Christenen. |
|
| 259 |
De Romeinse troepen en stadhouders in Gallië kwam in
opstand tegen het Romeinse gezag en slaagden erin om tien jaar lang min of meer
zelfstandig te blijven onder de naam Imperium Galliarum (Keizerrijk
Gallië) |
|
| 271 |
Keizer Lucius Domitius Aurelianus (214-275) verdreef de
volkeren uit het Noorden die Italië waren binnengevallen, de Alamannen en
de Vandalen. |
|
| 275 |
Keizer Aurelianus gaf opdracht tot de bouw van een grote
verdedigingsmuur rondom Rome, bekend onder de naam Aureliaanse muur. |
|
| 286 |
Keizer Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (245-316),
een Illyriër van eenvoudige afkomst, splitste het keizerlijke gezag in
tweeën. Generaal Aurelius Valerius Maximianus (ook een Illyriër) werd
benoemd tot Augustus en werd belast met de verdediging van het westelijk deel
van het rijk. Maximianus vestigde zijn residentie in Milaan omdat hij van daar
uit beter de Rijngrens kon bewaken en opstandige boeren in Gallië kon
bedwingen. |
|
| 293 |
Instelling van de "Tetrarchie". Het rijk werd
in vieren verdeeld en ieder deel werd toevertrouwd aan een afzonderlijke
heerser. Er waren twee ranggelijke "Augusti" (Diocletianus en
Maximianus) en twee "Caesars" (Gaius Galerius Valerius
Maximianus en Flavius Valerius Constantius "Chlorus") hun vervangers
en beoogde opvolgers. Diocletianus had zijn hoofdstad in Nicomedia, Maximianus
in Mediolanum (Milaan). Galerius was gevestigd in Sirmium (tegenwoordig het
Servische Mitrovica aan de Rivier de Save) en Valerius in Treveri (Trier aan de
Moezel). |
|
| Het rijk werd verdeeld in 12 Diocesen (elk onder een
Vicarius) en ongeveer 100 provincies. |
||
| Diocletianus verbood de Christenen de uitoefening van hun
geloof en ontketende de grootste Christenvervolging ooit. |
||
| 313 |
Keizer Flavius Valerius Constantijn (288-337), tezamen
met zijn generaal Valerius Licinianus Licinius, vaardigde het Edict van Milaan
uit, waarbij het Christelijk geloof werd toegestaan. |
|
| 325 |
Keizer Constantijn riep het Concilie van Nicaea bijeen,
het eerste Eucumenische Concilie. Hier werd besloten dat God de vader en God de
Zoon "van gelijk wezen" waren. Daarmee werd de Aryanistische variant
van het Christelijk geloof tot ketterij bestempeld. |
|
| 330 |
Constantinopel, een schitterende nieuwe stad die was
gebouwd op de fundamenten van het vroegere Griekse Byzantium, werd als de
nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk ingewijd. |
|
| 361 |
Bij de dood van keizer Constantius werd hij opgevolgd
door zijn neef Julianus (332-363), bijgenaamd "Apostata" (de
afvallige), vanwege zijn verwoede pogingen om de oude godsdienst van het
Romeinse rijk in ere te herstellen. |
|
| 378 |
De Visigothen, een volk dat als
"foederati" (bevriende barbaren) toestemming had gekregen om
zich binnen het rijk langs de grens te vestigen, kwamen in opstand tegen het
Romeinse gezag. Bij Adrianopel (het tegenwoordige Edirne in Turkije) versloegen
zij het Romeinse leger, waarbij Keizer Valens de dood vond. |
|
| 380 |
Keizer Flavius Theodosius (346-395) vaardigde het Edict
van Thessalonica uit, waarbij de facto het Christelijk geloof tot
staatsgodsdienst werd verheven. |
|
| Bij de dood van Keizer Theodosius viel het Romeinse Rijk
definitief in twee delen uiteen. Zijn zoon Honorius volgde hem op als keizer in
het westelijk gedeelte, en zijn andere zoon Arcadius erfde het oosten. |
||
| Generaal Stilicho (van Vandaalse afkomst), de voogd en
schoonvader van keizer Honorius (384-423), versloeg in een veldslag bij Verona
de troepen van de Visigothen. Daarmee hield hij de invasie tegen van dat volk
in Italië. In 406 bleek dat niet mogelijk. Toen doorbraken de Vandalen,
Alanen, Suevi en Bourgondiërs, allen Germaanse volkeren, de Rijngrens en
drongen door in de westelijke delen van het rijk. |
||
| 410 |
De Visigothen onder Alarik plunderden Rome. Het jaar
daarvoor waren de Visigothen Italië binnengedrongen. |
|
| Verdreven uit Italië, trokken de Visigothen naar het
zuiden van Gallië en het noorden van Spanje. In Tolosa (het tegenwoordige
Toulouse in Zuid Frankrijk) vestigden zij de hoofdstad van een groot rijk, dat
de erkenning kreeg van keizer Honorius. |
||
| 429 |
Onder leiding van Genserik landden de Vandalen in
Noord-Afrika en veroverden het gebied binnen korte tijd. Tijdens het beleg van
de stad Hippo Regius kwam de bisschop van deze stad, de Heilige Augustinus, om
het leven. |
|
| 431 |
Op het Concilie van Ephese (het derde Eucumenisch
Concilie) werd de leer van Nestorius veroordeeld. Deze leer hield in, dat
Christus meer mens was dan god. |
|
| 451 |
Aangevoerd door Attila (406?-453) deden de Hunnen een
inval in Gallië. Generaal Aetius, de bevelhebber van de Romeinse troepen
in Gallië, kreeg versterking van de Franken, de Visigothen (onder hun
koning Theodorik I) en de Bourgondiërs. Aan het hoofd van een
gecombineerde strijdmacht versloeg hij de Hunnen op de "Catalaunische
Velden", in de buurt van het tegenwoordige Troyes in Noord-Frankrijk. |
|
| 455 |
Vanuit hun rijk in Noord-Afrika (dat ook het voormalige
Carthago omvatte), ondernamen de Vandalen een rooftocht naar Italië. Zij
gingen niet ver van Rome aan land en onderwierpen de stad aan een grondige
plundering. |
|
| Keizer Romulus Augustulus werd afgezet door de Germaanse
legeraanvoerder Odoaker. Odoaker stuurde de symbolen van de Keizerlijke
waardigheid naar Constantinopel en kreeg van de Oostromeinse keizer de titel
van Romeins patriciër. Daarmee kwam het Westromeinse rijk ten einde. |