Ethiopië anno 2001 |
Democratische Bondsrepubliek
Ethiopië President: Negasso Gidada (1995) Minister President: Meles Zenawi (1995) Oppervlakte: 1000.000 km2 Bevolking: 61.000.000 BNP*) per inwoner: $ 575 Hoofdstad: Addis Abeba Munteenheid: Birr Taal: Amhaars *) BNP: Bruto Nationaal Product |
Godsdiensten: Islam 45%, Ethiopisch-Orthodox 40% Analfabetisme: 36% BNP: $ 35,150 mrd (Landbouw 50%, Industrie 7%, Diensten 43%) Export: $ 0,6 mrd Import: $ 1,6 mrd Handelspartners: Rusland, Italië, Saudi Arabië, Duitsland, Japan |
|
| Ethiopië en Eritrea 1875 - 2000 met medewerking van
Prof. dr. J. Abbink |
|||
1875![]() |
Egyptische troepen
bezetten Harar, waarop Egypte oude aanspraken had. Ook de kust van de Rode Zee
behoorde sinds lange tijd officiëel aan Egypte. Een Egyptisch
expeditieleger van 2500 man dat in Massawa was geland, werd in de slag bij
Gundet door 60.000 Ethiopiërs volkomen vernietigd. |
||
| 1876 | Een tweede Egyptisch
expeditiekorps, nu van bijna 20.000 man, werd in de slag bij Gura verslagen
door het leger van Keizer Johannes IV (1831-1889). Daarmee kwam definitief een
einde aan de Egyptische expansie in Ethiopië. Net als in 1875 maakten de
Ethiopiërs grote aantallen moderne wapens buit.~~~ In october arriveerde
de Italiaanse expeditie van Markies Orazio Antinori (1811-1882) in Shawa. |
||
| 1877 | In Eritrea werd de de
eerste school voor meisjes geopend door Zweedse zendelingen. |
||
| 1878 | Keizer Johannes IV beval
dat alle Moslims in zijn rijk zich tot het Christendom moesten bekeren. Dit
bevel had nauwelijks het gewenste resultaat en veroorzaakte eerder wrok en
ongenoegen. |
||
| 1879 | Een Italiaanse
handelsmissie uit Milaan (de belangrijkste Italiaanse industriestad), geleid
door de ontdekkingsreiziger Pellegrino Matteucci (1850-1881) bracht een bezoek
aan Keizer Johannes IV. |
||
| 1880 | Ras Menelik
(1844-1913) van Shawa begon met een expansie naar de Arsi-regio in zuidelijk
Ethiopië, om daar hulpbronnen te vinden en zijn machtspositie ten aanzien
van zijn grote rivaal Johannes IV te versterken. |
||
| 1881 | In de Soedan kreeg de
Sjiïtische variant van de Islam veel aanhangers. Door de sterke
godsdienstijver van deze lieden werd Ethiopië bedreigd. De Soedanese
Sjiïeten werden ook wel Mahdisten of Derwisjen genoemd. Een Italiaanse
expeditie onder leiding van Giuseppe Maria Giulietti (1847-1881) werd in
Eritrea (Dankalia) uitgemoord door de plaatselijke bevolking. |
||
| 1882 | Ras Menelik versloeg het
leger van Gojjam in de slag bij Embabo (6 juni), en had daarmee zijn gezag op
het hoogland belangrijk vergroot. De Italiaanse regering nam de rechten over in
de havenstad Assab aan de Rode Zee van de Genuese rederij Rubattino. Daarmee
werd de grondslag gelegd voor een Italiaanse koloniale politiek in Afrika. De
Egyptische aanspraken op Ethiopië werden beëindigd toen Egypte door
de Engelsen werd bezet. |
||
| 1883 | De Italiaanse gezant Graaf
Pietro Antonelli (1853-1901) sloot een verdrag van vrede en vriendschap met Ras
Menelik. |
||
| 1884 | De expeditie in
Ethiopië onder leiding van de ontdekkingsreiziger Gustavo Bianchi
(1845-1884) werd bij Dankali, tussen Assab en Mekele, door de plaatselijke
bevolking vermoord (october). De Engelse regering beloofde Italië, dat een
eventuele Italiaanse bezetting van de havenstad Massawa niet zou worden
verhinderd (22 december). |
||
| 1885 | Onder bevel van Kolonel Tancredi
Saletta (1843-1909) werd op 17 januari het "Expeditiekorps Assab"
naar Ethiopië gestuurd. Het telde 1500 man, merendeels soldaten van de
elite-eenheid Bersaglieri. In februari werden nog twee keer
versterkingen nagestuurd (totaal ca. 2000 man). Een week na het vertrek van de
eerste expeditie verzocht de Engelse regering officieel de hulp van Italië
in de strijd tegen de zogenaamde Mahdisten in de Soedan. Italië ging niet
op dit verzoek in, maar deed het tegenover Keizer Johannes IV wel voorkomen of
de bezetting van Assab bedoeld was als hulp aan de Engelsen. Inmiddels werd in
Assab het Italiaanse gezag gevestigd. Het Italiaanse parlement keurde het plan
goed om Massawa te veroveren (180 tegen 97 stemmen). Op 2 december werd de
annexatie van Massawa bekendgemaakt. Als eerste gouverneur werd generaal Carlo
Gené (1836-1890) benoemd. |
||
| 1886 | De Italiaanse regering besloot in
januari om niet langer te onderhandelen met de Keizer van Abessinië, maar
met Menelik, de heerser van Shawa. De Italianen hadden in de gaten gekregen dat
de Keizer niets van hen moest hebben en dat hij ze het liefste maar meteen zag
vertrekken. |
||
| 1887 | Stichting van een nieuwe hoofdstad in
het centrale hoogland: Addis Abeba. Op 26 januari werd bij Dogali een
Italiaanse kolonne van 500 man, onder leiding van Kolonel Tommaso de
Cristoforis (1841-1881) overvallen en uitgemoord. De commandant van de
Ethiopische soldaten was Ras Alula (1847-1897). Zodra het nieuws in Italië
bekend werd, kwam de regering onder vuur van de kant van socialisten en
radikalen. Het socialistische parlementslid Andrea Costa (1851-1910) was
woedend en weigerde in te stemmen met verdere troepenzendingen naar Afrika.
"Geen Man en Geen Cent", was zijn leuze. Toch besloot het parlement
de nationale eer te redden en 5 miljoen lire extra ter beschikking te stellen
voor de opbouw van een Afrikaans koloniaal rijk. |
||
| 1888 | Keizer Johannes IV van Abessinië
protesteerde bij de Italiaanse generaal Alessandro Asinari di San Marzano
(1830-1906) tegen de bezetting van Dogali, Saati en andere plaatsen in het
tegenwoordige Eritrea. De Italianen trokken zich daar niets van aan en drongen
door tot de grenzen van de Ethiopische hoogvlakte. Generaal Antonio Baldissera
(1838-1917) organiseerde de eerste bataljons van 'askari's', inheemse soldaten
onder Italiaanse officieren. Hij had inmiddels het kustgebied grotendeels bezet
en onder nominaal Italiaans bestuur gebracht. Een runderpest-epidemie
(veroorzaakt door de Italianen via uit India ingevoerd besmet vee) leidde tot
de dood van het overgrote deel van de veestapel (tot 1892). Daardoor ontstond
ook hongersnood en ziekte: volgens schattingen kwam 1/3 van de bevolking
daardoor om het leven. |
||
| 1889 | Na de dood van Keizer
Johannes IV in de strijd tegen de Mahdisten (slag bij Matamma) kwam de Ras van
de regio Shawa, Menelik, op de troon onder de naam Menelik II. Aangezien hij
lange tijd had samengewerkt met de Italianen en door hen was gesteund in zijn
strijd tegen het gezag van de keizer, leek niets een formeel bondgenootschap
tussen Italië en Ethiopië meer in de weg te staan. Zo werd op 2 mei
het verdrag van Wichale (Uccialli) gesloten. Het tweetalige document (Amhaars
en Italiaans) was evenwel verwarrend: volgens de Italiaanse versie was
Ethiopië voortaan een Italiaans protectoraat (een gebied dat geen
zelfstandige buitenlandse politiek mocht voeren). Op 2 juni bezette Baldissera
Keren (Cheren), zonder geweld. In november werd Baldissera vervangen door
generaal Baldassare Orero (1832-1914), die in Zuid-Somalië het Italiaanse
gezag snel had uitgebreid. Premier Francesco Crispi (1819-1901) wilde namelijk
snel resultaten zien in Ethiopië en vond dat Baldissera te voorzichtig
opereerde. |
||
| 1890 | Op 5 januari werd de Italiaanse
kolonie Eritrea gevormd. Dat was het begin van een eigen historische
ontwikkeling van de kuststreek van Ethiopië langs de Rode Zee (Eritrea is
genoemd naar het Griekse woord voor rood: erythros). De nieuwe kolonie
kwam rechtstreeks onder toezicht van Crispi, maar werd bestuurd door een
militaire gouverneur, bijgestaan door drie raadslieden. De inheemse bevolking
had geen enkele invloed op het bestuur. |
||
| 1891 | Op 24 maart sloten Italië en
Engeland een grensovereenkomst waarbij Engeland de Italiaanse aanwezigheid in
Oost-Afrika erkende. Op 8 december sloot Italië een verdrag met de zoon
van Johannes IV, Mangasha (Ras van Tigray), omdat het niet mogelijk bleek om
met Keizer Menelik II tot overeenstemming te komen. Deze nieuwe koers was
ingeslagen door de Italiaanse Eerste Minister, Antonio Sarabba, Markies van
Rudinì (1830-1906). |
||
| 1892 | Op 18 februari werd generaal Oreste
Baratieri (1841-1901) benoemd tot gouverneur van Eritrea. |
||
| 1893 | In februari zei Keizer Menelik het
verdrag van Wechale op. In reactie daarop begon Italië Ras Mangasha van
Tigray te steunen met wapens en munitie, in de hoop het gezag van de Keizer te
ondermijnen. Op 21 december versloeg kolonel Giuseppe Arimondi (1846-1896) bij
het fort Agordat in Eritrea een leger van 10.000 gewapende
"derwisjen" (plaatselijke guerrillastrijders). |
||
| 1894 | Op 17 juli werd Kassala, in de Soedan,
geannexeerd na de verovering door de koloniale troepen onder bevel van generaal
Baratieri. |
||
| 1895 | De Italiaanse pogingen om Ras Mangasha voor hun zaak te winnen waren op niets uitgelopen. In januari deed Mangasha een inval in Eritrea, maar werd tot twee keer toe verslagen, eerst bij Koalit, later bij Senafé. Daarna trok de Ras zich terug in zijn rijk Tigray. In het Italiaanse kabinet was ook onenigheid ontstaan over de expansie in Ethiopië: minister van financiën Sidney Sonnino (1847-1922) weigerde meer geld beschikbaar te stellen voor de plaatselijke begroting. Premier Crispi waarschuwde Baratieri, met het oog op de aanstaande verkiezingen in Italië, om niet voorbij Adigrat Ethiopië verder in te trekken. Inmiddels was Menelik begonnen zich militair te versterken, gezien de Italiaanse territoriale ambities in Ethiopië. Hij kocht wapens van Frankrijk en Rusland. Op 3 december werd een Italiaanse voorpost bij de berg Amba Alagi (2600 man onder bevel van majoor Toselli) bijna geheel vernietigd door een leger van 30.000 Ethiopische soldaten. Het Italiaanse Huis van Afgevaardigden steunde echter de koloniale politiek (19 december). |
||
1896![]() |
In januari veroverde het Ethiopische leger de vesting Mekele. Op 21 februari werd generaal Baratieri vervangen als bevelhebber van de Italiaanse troepen in Afrika door Baldissera. Maar vier dagen later kreeg Baratieri, die zich in de frontlinie bevond, een telegram van premier Crispi, waarin stond dat Italië tot elk offer bereid moest zijn om de "eer van het leger" en het "prestige van de monarchie" te redden. Daarop besloot Baratieri tot de aanval. Op 1 maart werd een Italiaanse strijdmacht van 16.000 man bij Adwa verslagen door een Ethiopisch leger van 70.000 man. Meer dan 4000 Italianen en 2600 inheemse "askari's" vonden de dood. Duizenden anderen raakten krijgsgevangen en werden door de Ethiopiërs voor hun "verraad" gestraft met het afhakken van hun rechterhand en hun linkervoet. Aan Ethiopische zijde vielen 9000 doden. Premier Crispi trad af na de nederlaag. Bij het verdrag van Addis Abeba (26 october) erkende Italië de volledige onafhankelijkheid en soevereiniteit van Ethiopië. De definitieve grens tussen Eritrea en Ethiopië zou nader worden vastgesteld. |
||
| 1897 | Negus (=koning) Menelik breidde zijn
gezag uit over het grootste deel van de Ethiopische hoogvlakte door veldtochten
onder leiding van edelen uit Shawa, onder wie Ras Makonnen (1852-1906,
veroveraar van de Ogaden), Ras Darge (1825-1900) en Ras Walda Giyorgis
(1851-1918). In maart werd de Italiaanse ontdekkingsreiziger Vittorio
Bottegò (1860-1897) overvallen en gedood door een groep inwoners van
Shawa. |
||
| 1898 | Begin van de aanleg van een spoorweg
van Addis Abeba naar Djibouti, in de gelijknamige Franse kolonie. De spoorweg
werd met Frans kapitaal gebouwd. |
||
| 1899 | Ras Mangasha, heerser van Tigray en
met steun van de Engelsen leider van het plaatselijk verzet tegen Menelik II,
werd verslagen. Opening van de telefoonlijn van Djibouti naar Addis Abeba. |
||
| 1900 | Bij een grensverdrag met Italië
en Engeland stond Ethiopië een deel van de provincie Tigray af aan het
Italiaanse Eritrea. |
||
| 1901 | Het Italiaanse gezantschap in Addis Abeba opende een kliniek voor gratis gezondheidszorg. |
||
| 1902 | Een verdrag tussen Ethiopië,
Italië en Engeland stelde de grenzen tussen Ethiopië, Eritrea, en de
Engelse gebieden in de regio (Somaliland) verder vast. De spoorweg vanuit
Djibouti bereikte Dire Dawa. |
||
| 1903 | Ethiopië sloot een handelsverdrag
met de V.S. |
||
| 1904 | Opening van de telegraaflijn van Addis
Abeba naar Asmara. |
||
| 1905 | Met Duitsland sloot Ethiopië een
handelsverdrag. In Addis Abeba werd de eerste elektrische verlichting in
gebruik genomen. Ook verschenen er de eerste auto's op de weg. |
||
| 1906 | Engeland, Frankrijk en Italië
maakten afspraken over de verdeling van Ethiopië in invloedssferen.
Ethiopische protesten hiertegen werden volkomen genegeerd. |
||
| 1907 | Grensverdrag met Engeland (afbakening
van de grenzen met Kenia en Oeganda). Enkele kleine Italiaanse expedities in
het grensgebied met Somalië werden bij Bahallé vernietigd. Opening
van de eerste Franse scholen in Addis Abeba en Harar. |
||
| 1908 | Bij het grensverdrag met Italië
stond Ethiopië grondgebied af aan Eritrea in ruil voor aanzienlijke
financiële hulp. |
||
| 1909 | Ras Tafari Makonnen (1892-1975),
achterneef van Menelik, werd gouverneur van Sidamo. Het jaar daarop werd hij
gouverneur van zijn geboortestreek Harar. |
||
| 1910 | Keizerin Taytu (1853-1918), die sinds
de ziekte van Keizer Menelik het land in feite had bestuurd en die al meer dan
25 jaar de drijvende kracht was geweest achter het keizerlijk bewind, werd door
een paleisrevolutie gedwongen zich in een klooster terug te trekken. |
||
| 1911 | De kleinzoon van Menelik, Lej Iyyasu
(1896-1935), werd (hoewel pas 15 jaar oud) regent voor de zieke keizer. Binnen
twee weken probeerde Ras Abaté de nieuwe machthebber omver te werpen.
|
||
| 1912 | Dankzij de bouw van een stuwdam met
waterkrachtcentrale in de Aqaqi-rivier kon Addis Abeba worden voorzien van
elektriciteit. |
||
| 1913 | Dood van Menelik II. Hij werd
opgevolgd door Lej Iyyasu, die echter niet tot keizer werd gekroond. Als snel
ontstond grote commotie toen de nieuwe leider een volstrekt eigen buitenlandse
politiek begon te voeren en toenadering zocht tot de Islamieten. |
||
| 1914 | De goeverneur van Adwa en Aksum in
Tigray, Gebre Selassie (1872-1930), verzette zich tegen de regering van Lej
Iyyasu, en versloeg dankzij superieure bewapening van zijn troepen het
keizerlijke leger in de slag bij Feres Meda (maart). Daarna vluchtte hij het
land uit naar Eritrea. |
||
| 1915 | Engeland en Frankrijk beloofden Italië in ruil voor deelneming aan de Wereldoorlog koloniale gebiedsuitbreiding in Afrika. |
||
| 1916 | Na de nederlaag van de Entente-mogendheden in de Dardanellen tegen Turkije besloot Lej Iyyasu zich aan te sluiten bij de Centralen en maakte zich gereed om de Engelse kolonie Berbera aan te vallen. Een paleisrevolutie maakte echter een eind aan het bewind van deze leider. Nu werd zijn tante Zawditu (ca. 1876-1930), dochter van Menelik, keizerin. Op 27 october werden de troepen van Lej Iyyasu in de slag bij Zagale verslagen door generaal Habta-Giyorgis en Ras Tafari Makonnen. |
||
| 1917 | Kroning van keizerin Zawditu. De spoorweg van Addis Abeba naar Djibouti werd in gebruik genomen. |
||
| 1918 | Instelling van een
"regentenraad" als regering in Ethiopië, met als leden keizerin
Zawditu, Ras Tafari en generaal Habta-Giyorgis. |
||
| 1919 | Een Ethiopische diplomatieke en
handelsmissie bezocht Parijs en de V.S. |
||
| 1920 | De Eritrese plaats Keren kreeg een
spoorwegverbinding met Massawa. Daarmee was een belangrijk deel van het
Eritrese binnenland goed ontsloten en toegankelijk gemaakt. |
||
| 1921 | De voormalige heerser Lej Iyyasu,
leider van een kleinschalige guerilla tegen het centrale gezag, werd in Tigray
gevangen genomen en overgeleverd aan Keizerin Zawditu, die hem liet interneren.
|
||
| 1922 | Ras Tafari liet de eerste drukpersen
voor kranten en staatsdocumenten in Ethiopië importeren. |
||
| 1923 | Ethiopië (Abessinië) werd
toegelaten als van de Volkenbond op voorwaarde dat het de slavernij zou
afschaffen. |
||
| 1924 | Ethiopië maakte een begin met de
geleidelijke afschaffing van de slavernij. Ras Tafari bezocht Jeruzalem, Cairo
en Parijs. De Franse regering weigerde Ras Tafari hulp bij het realiseren van
een eigen Ethiopische toegang tot de zee. Bij zijn bezoek aan Zweden verzocht
de regent Ras Tafari om technische hulp. |
||
| 1925 | Italië en Engeland bespraken de mogelijkheden voor onderlinge samenwerking in Ethiopië, waarbij Engeland beloofde de Italiaanse machtspolitiek te steunen in ruil voor Italiaanse medewerking om bij de Ethiopische regering aan te dringen op de bouw van een stuwdam bij het T'ana-Meer. |
||
| 1926 |
Vergezeld van de
belangrijkste edelen van het land, de leiders van de afzonderlijke regio's,
bezocht Ras Tafari Europa. De internationale conventie tot afschaffing van de
slavernij werd niet ondertekend door Ethiopië. |
||
| 1927 |
Namens de Italiaanse koning bezocht
Luigi Amedeo van Savoie, Hertog van de Abruzzen (1873-1933) Ethiopië, en
legde de basis voor een "duurzame samenwerking" tussen Italië en
Ethiopië. |
||
| 1928 |
Ethiopië sloot met Italië voor de duur van 20 jaar een verdrag van "eeuwige vriendschap." Ethiopië kreeg daarbij een vrijhaven in Assab (Eritrea). Ook voor Italië was het verdrag voordelig, vanwege de kansen voor de Italiaanse handel en export. Ras Tafari, de regent, pleegde een staatsgreep. |
||
| 1929 |
Een Belgische militaire missie
arriveerde in Ethiopië. Deze adviseurs kregen de taak leger en politie te
moderniseren en te reorganiseren. Ras Tafari klopte voor technische hulp bij
voorkaar aan bij kleinere landen (zoals België en Zweden) waarvan
Ethiopië minder te duchten had dan van de koloniale buren Engeland,
Frankrijk en Italië. |
||
| 1930 | Na de dood van keizerin Zawditu liet
Ras Tafari zich kronen tot Keizer onder de naam Haile Selassie I. In maart werd
de opstandige Ras Gugsa Wale (1877-1930) verslagen en gedood in een slag met
het keizerlijke leger. |
||
| 1931 | Op 16 juli voerde Haile Selassie een
grondwet in. Het parlement zou worden samengesteld uit afgevaardigden die door
de provinciale regeringen werden gekozen. De grondwet was maar een onderdeel
van een breed opgezet plan om Ethiopië te moderniseren. Het eerste
radiostation werd geopend, gebouwd door de Italiaanse firma Ansaldo. |
||
| 1932 | De opstand van Ras Hailu Tekle
Haymanot (1868-1951) van Gojjam, en schoonvader van Iyyasu, werd snel
bedwongen. |
||
| 1933 | Ethiopische afgevaardigden namen deel
aan de economische conferentie die in Londen werd gehouden ter bespreking van
de gevolgen van de wereldcrisis. Ras Desta Demtew (1892-1937), een
vertrouweling van de keizer, bezocht Washington. |
||
| 1934 | Bij de oase Welwel (Ualual), in het
grensgebied met Italiaans Somaliland, vond een incident plaats tussen
Italiaanse en Ethiopische militairen (december). Aan Ethiopische zijde vielen
100 doden. Dit incident gaf Italië de kans op een oorlog met Ethiopië
aan te sturen. Zweedse instructeurs werden aangesteld aan de nieuwe militaire
academie van Holata. |
||
| 1935 | Het conflict tussen Italië en
Ethiopië kon niet worden opgelost. In augustus beloofden Engeland en
Frankrijk zich niet te verzetten tegen een Italiaanse machtsuitbreiding in
Ethiopië. Op 3 october viel Italië vanuit de koloniën
Somalië en Eritrea Ethiopië binnen met een strijdmacht van ongeveer
500.000 man. Binnen enkele weken veroverde het leger onder bevel van Generaal
Emilio De Bono (1866-1944) de plaatsen Adigrat, Adwa, Aksum en Mekele. Hoewel
de "internationale gemeenschap" diep verontwaardigd was over het
Italiaanse optreden, Italië in de Volkenbond werd veroordeeld, en er een
handelsboycot tegen Italië werd gelast, besloten Engeland en Frankrijk
zich afzijdig te houden. Ook Duitsland liet Italië zijn gang gaan.
Italië zei "te vechten voor de beschaving", ook al omdat volgens
een rapport van de Volkenbond de slavernij in Ethiopië nog altijd niet was
afgeschaft. |
||
1936![]() |
In de eerste weken van april werd de
Ethiopische tegenstand gebroken; op 5 mei bezette het Italiaanse leger de
Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Enkele dagen daarvoor was Haile Selassie het
land uit gevlucht via Palestina naar Londen. Op 9 mei verkondigde de Italiaanse
Duce, Benito Mussolini (1883-1945), de oprichting van Italiaans Oost Afrika
(Africa Orientale Italiana, AOI), met de Italiaanse koning Victor
Emanuel III (1869-1947) als keizer en generaal Pietro Badoglio (1871-1956) als
onderkoning. Al binnen twee weken werd hij vervangen door generaal Rodolfo
Graziani (1882-1955). De verovering van Ethiopië was uiterst gewelddadig:
met hun superieure luchtmacht bombardeerden de Italianen steden en dorpen, ook
met gifgas. Meer dan 300.000 mensen verloren daarbij het leven. De dramatische
oproep van Haile Selassie voor de Volkenbond in Genève, om het
Italiaanse gezag over zijn rijk niet te erkennen, vond nauwelijks gehoor. |
||
| 1937 | Op 19 februari ontsnapte onderkoning
Graziani aan een moordaanslag in Addis Abeba. Duizenden personen werden
vervolgens gearresteerd en wie een wapen op zak had, werd op staande voet
doodgeschoten. De wraak voor de aanslag op de onderkoning kostte in totaal aan
ongeveer 30.000 personen het leven. Addis Abeba werd deels platgebrand. Twee
dagen later werd buiten de hoofdstad Ras Desta Demtew, een van de leiders van
het verzet tegen de Italianen, gevangengenomen en kort daarop
geëxecuteerd. De guerilla tegen de Italiaanse bezetting ging echter
onverminderd door. Amedeo van Savoie, Hertog van Aosta (1898-1942) werd benoemd
tot onderkonig. |
||
| 1938 | In heel Ethiopië ging de strijd
tegen de Italianen door. Vooral in Gojjam en Shawa nam de tegenstand
hardnekkige vorm aan. De Italianen probeerden met verzoenende maatregelen de
verzetsstrijders tot staking van de strijd te bewegen. |
||
| 1939 | Doordat het verzet inmiddels stevig
was verankerd, gold het Italiaanse gezag eigenlijk alleen nog maar in de steden
en op en langs de belangrijkste verbindingswegen. In de rest van het land
hadden de Italianen niets te vertellen. |
||
| 1940 | In augustus viel Italië vanuit
Italiaans Oost Afrika het gebied Berbera in Brits Somaliland binnen en
veroverde deze kolonie binnen twee weken. In september vielen Italiaanse
troepen vanuit het zuiden Egypte binnen. |
||
1941![]() |
In januari werd Italiaans Oost Afrika
door Britse troepen aangevallen vanuit de Anglo-Egyptische Soedan en vanuit
Kenia. In februari en maart vond de grote slag bij Keren plaats, in Eritrea,
waar de Italianen sterke weerstand boden. De slag veroorzaakte aan weerszijden
meer dan 50.000 verliezen (doden en gewonden). Na twee maanden strijd gaf het
garnizoen zich over. In april viel de hoofdstad Addis Abeba, in juni was het
Italiaanse verzet gebroken, en tegen het einde van het jaar hadden Engelse en
Commonwealth-troepen (o.a. uit Zuid-Afrika) en Ethiopische guerillastrijders de
hele Italiaanse kolonie veroverd. Op 5 mei maakte Keizer Haile Selassie een
triomfantelijke intocht in Addis Abeba.~~~ De oorlog en de Italiaanse bezetting
hadden desastreuze gevolgen gehad: meer dan 750.000 mensen (10% van de
bevolking) hadden het leven verloren. De veestapel was geruïneerd (5
miljoen stuks vee, 7 miljoen schapen en geiten, 1 miljoen paarden gedood). Meer
dan een half miljoen gebouwen waren verwoest. |
||
| 1942 | Na lange en moeizame onderhandelingen
werd een verdrag met Engeland gesloten. De keizer weigerde gebied af te staan
aan Kenia en andere Engelse koloniën ("als prijs voor de hulp tegen
de Italianen"), maar moest wel toestaan dat de Engelsen als enigen zijn
strijdkrachten opleidden, veel beginnende Ethiopische industrieën als
oorlogsbuit ontmantelden en elders opbouwden, en een zeer grote rol bleven
spelen in het binnenlands bestuur. In veel opzichten was Ethiopië nu een
Engels protectoraat geworden. De slavernij werd echter definitief afgeschaft.
|
||
| 1943 | Met de Sovjet-Unie werden diplomatieke
betrekkingen aangeknoopt, vooral om niet geheel van de "gunst" van de
Engelsen afhankelijk te zijn. Een belangrijke revolte (de 'Woyyane') tegen het
centraal gezag in de province Tigray werd onderdrukt. |
||
| 1944 | Samen met enkele andere officieren
werd de verzetsheld Belay Zelleqe terechtgesteld vanwege een samenzwering tegen
de keizer. |
||
| 1945 | Introductie van een eigen munt (de
Ethiopische dollar). Tevens werd de Ethiopische landbouw- en handelsbank
opgericht ter bevordering van investeringen in de landbouw. Met de oprichting
van de nationale luchtvaartmaatschappij Ethiopian Airlines, die veel
materieel, technici en piloten kon overnemen van de Amerikaanse maatschappij
Trans World Airlines, maakte Ethiopië zich op dit gebied onafhankelijk.
|
||
| 1946 | De Engelse minister van buitenlandse
zaken Ernest Bevin (1881-1951) stelde voor Ethiopië samen met Italiaanse
en Brits Somaliland en met de Ogaden te verenigen tot één enkel
trustgebied onder toezicht van de VN. Keizer Haile Selassie maakte overigens
aanspraken op Italiaans Somaliland. |
||
| 1947 | Bij het verdrag van Parijs dat een
einde maakte aan de Tweede Wereldoorlog, moest Italië Eritrea afstaan.
Daarmee kwam een einde aan een Italiaanse aanwezigheid aan de Rode Zee die 87
jaar had geduurd. Eerste grote staking van spoorwegpersoneel. In het kader van
een groot Zweeds hulpprogramma bevonden zich bijna 250 Zweedse deskundigen en
zendelingen in Ethiopië. Tot de komst van V.S. experts in 1952 gaf Zweden
de meeste buitenlandse hulp. |
||
| 1948 | Nadat de vier grote mogendheden (V.S.,
Sovjet-Unie, Engeland, Frankrijk) het niet eens hadden kunnen worden over de
politieke toekomst van Eritrea, besloten zij de kwestie voor te leggen aan de
Algemene vergadering van de VN. |
||
| 1949 | Een Italiaans-Britse afspraak over
Eritrea, waarbij het gebied zou worden verdeeld tussen Ethiopië en de
Soedan, en waarbij de Italiaanse minderheid in Asmara en Massawa speciale
rechten zou krijgen, bleek niet te realiseren. Daarop besloot de Algemene
Vergadering van de VN een commissie te benoemen die het probleem moest
oplossen. Wel kwam een einde aan de bezetting van Eritrea door Britse troepen,
die sinds 1941 had geduurd, en waarbij het gebruik van het Engels sterk was
gestimuleerd. |
||
| 1950 | Na de dood van de laatste Koptische
bisschop werd Basileos, de eerste Ethiopische bisschop benoemd. Bij het bezoek
van de VN-onderzoekscommissie aan Asmara (februari) kwam het tot bloedige
gevechten tussen voorstanders van een verdeling van het land en voorstanders
van aansluiting bij Ethiopië. Italië besloot daarop de volledige
onafhankelijkheid van Eritrea te ondersteunen. |
||
| 1951 | In september sloot Ethiopië een
verdrag van vriendschap en samenwerking met de V.S. Daarmee kwam tevens een
einde aan de tot dat ogenblik sterke Engelse invloed in het land. Ethiopië
stuurde een bataljon soldaten naar Korea om daar onder bevel van de VN te
vechten tegen de inval van Chinese en Noordkoreaanse troepen.~~~ Keizer Haile
Selassie ontsnapte aan een moordaanslag. |
||
1952![]() |
Op 15 september werden Eritrea en Ethiopië samengevoegd tot een federatie onder Ethiopisch bestuur. Dat was conform een besluit van de VN genomen in 1950. De diplomatieke betrekkingen met Italië werden hersteld. | ||
| 1953 | De eerste militaire missies uit de
V.S. arriveerden in Ethiopië. De betrekkingen met Italië
verslechterden nadat een poging om een akkoord te bereiken over de
financiële afwikkeling van het vredesverdrag en de onafhankelijkheid was
mislukt. Italië zou volgens het verdrag van Parijs 25 miljoen dollar
"Wiedergutmachung" moeten betalen. |
||
| 1954 | Bezoek van Haile Selassie aan de V.S.
|
||
| 1955 | Haile Selassie vaardigde de Herziene
Grondwet uit. Volgens deze grondwetsherziening werd o.a. de rol van de
Ethiopisch-Orthodoxe kerk in het staatsbestel nauwkeurig omschreven. Ook werd
algemeen kiesrecht in gevoerd voor een Huis van Afgevaardigden. Wel bleef de
keizer de bevoegdheid houden om alle belangrijke politieke en kerkelijke
benoemingen zelf te doen. |
||
| 1956 | Bij het verdrag van Addis Abeba zegde
Italië ruim 16 miljoen dollar aan technische hulp toe, deels ook ter
compensatie van de verovering en de bezetting door Italië (1935-41). |
||
| 1957 | Invoering van het eerste vijfjarenplan
voor de economische ontwikkeling. Dit plan was grotendeels ontworpen door
Joegoslavische deskundigen. |
||
| 1958 | De VN besloten om in Addis Abeba de
zetel te vestigen van de Economische Commissie voor Afrika, een regionale
"denktank" van de VN. |
||
| 1959 | Bezoek van Haile Selassie aan de
Sovjet-Unie. De keizer deed zijn best om met de leidende mogendheden in de
wereld en de aanvoerders van de twee blokken op goede voet te staan. Via een
verdrag met Frankrijk kreeg Ethiopië een vrijhandelszone in de haven van
Djibouti. De spoorlijn van Addis Abeba naar Djibouti werd onder Ethiopisch
toezicht geplaatst. |
||
1960![]() |
De hervormingsgezinde provinciale
goeverneur Germame Neway (1924-1960) en zijn broer generaal Mengistu Neway
(1916-1961), chef van de keizerlijke lijfwacht, pleegden een staatsgreep
tijdens de reis van Haile Selassie naar West-Afrika en Brazilië. De
staatsgreep mislukte doordat het geregelde leger ingreep. Germame Neway pleegde
zelfmoord. Addis Abeba werd door de luchtmacht gebombardeerd. Honderden mensen,
onder wie tal van politici, werden gedood.~~~ Ingebruikneming van de
Koka-stuwdam in de Awash-rivier, waarmee het land een belangrijke bron van
elektriciteit verwierf.~~~ Bij de Olympische Spelen in Rome won Abebe Biqila
(1932-1973) de marathon (op blote voeten). Hij was daarmee de eerste Afrikaanse
atleet die een Olympische titel won. |
||
| 1961 | Oprichting van de Universiteit van
Addis Abeba. Mislukking van een samenzwering tegen de keizer. Generaal Neway
werd terechtgesteld voor zijn aandeel in de staatsgreep van 1960. Ruim 3000 man
Ethiopische militairen (leger en luchtmacht) namen deel aan de VN-actie in de
Congo. |
||
| 1962 | Een nieuwe samenzwering tegen Haile
Selassie mislukte. |
||
| 1963 | In Addis Abeba werd de zetel gevestigd
van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid.~~~ In de zuidelijke regio Bale brak
een boerenopstand uit die tot 1970 onrust veroorzaakte. |
||
| 1964 | Na de mislukking van enkele eerdere
pogingen tot landhervorming, probeerde de keizer opnieuw om de
bezitsverhoudingen op het platteland te veranderen. Uiteindelijk was ook hij
doordrongen van het belang van een dergelijke hervorming om de maatschappij (en
daarmee ook zijn eigen bewind) een stabielere basis te geven. Voor de vierde
keer in korte tijd mislukte een poging om het bewind van Keizer Haile Selassie
omver te werpen. |
||
| 1965 | De sociale en politieke hervormingen
bepleitende studentenbeweging aan de Haile Selassie I Universiteit lanceerde de
slogan "Het land aan degenen die het bewerken!" (tegen het zeer
ongelijke grondbezit). Dit werd een dominant thema in de revolutie van na 1974.
|
||
| 1966 | Nadat in november enkele bommen waren
ontploft in de straten van Addis Abeba, kwam een samenzwering aan het licht
door legerofficieren. Verschillende officieren werden daarop gearresteerd. In
Assab werd de olieraffinaderij in gebruik genomen, die geheel door
Sovjet-technici was gebouwd. |
||
| 1967 | De onrust onder de studenten van de
Haile-Selassie-Universiteit in Addis Abeba nam sterk toe en leidde tot
studentenstakingen en confrontaties met de politie. Ethiopische studenten in
het buitenland (Parijs, Moskou, Washington DC, enz.) begonnen ook te
demonstreren voor de Ethiopische ambassades. Keizer Haile Selassie bracht een
tweede staatsbezoek aan de Sovjet-Unie. |
||
| 1968 | Twee officieren die schuldig waren
bevonden aan een samenzwering tegen de keizer in 1966 werden ter dood
veroordeeld.~~~ Er ontstond een grote opstand onder de boerenbevolking van de
provincie Gojjam, die met geweld werd onderdrukt. |
||
| 1969 | In december liet de keizer de
Haile-Selassie-Universiteit in Addis Abeba sluiten na ernstige rellen, waarbij
de voorzitter van de studentenbond, Abebe Telahun Gezaw werd vermoord. De
politie schoot met scherp op studenten die voor hervormingen demonstreerden. In
november kwam een nieuwe samenzwering aan het licht, ditmaal geleid door Takle
Wolde-Hawaryat, een jeugdvriend van de keizer. |
||
| 1970 | Als gevolg van een ernstige droogte en
een daardoor veroorzaakte hongersnood kwamen ongeveer 200.000 personen om het
leven. |
||
| 1971 | Bij het bezoek van Keizer Haile
Selassie aan Peking werden de diplomatieke betrekkingen met China geopend.
China beloofde hulp bij de aanleg van een weg van Waldiya naar Woreta (300 km.
door onherbergzaam terrein). De weg werd in de jaren 80 in gebruik genomen. |
||
| 1972 | Als reactie op aanhoudende
studentenprotesten liet de regering ca. 1000 studenten naar werkkampen op het
platteland sturen. |
||
| 1973 | Als gevolg van de mondiale oliecrisis
ontstond grote onrust in het land. Een misoogst door droogte leidde opnieuw tot
ernstige voedselproblemen. Her en der braken opstanden uit onder legereenheden,
die namens de streken waar ze waren gelegerd, economische en bestuurlijke
hervormingen eisten. Op 13 april wees de keizer zijn 57-jarige, deels verlamde
zoon Asfa Wassan aan als troonopvolger. |
||
| 1974 | Keizer Haile Selassie werd door een
staatsgreep van rebellerende officieren afgezet. De grondwet van 1955 werd op
12 september buiten werking gesteld en afgeschaft. Het land werd nu bestuurd
door de Derg, een militaire junta waar kolonel Mengistu Haile Mariam
(*1935) al snel de centrale positie verwierf. Het militaire regime begon in
december met de radikale hervorming van de maatschappij en de staat: de banken,
de industrie, de handelsfirma's en de verzekeringsmaatschappijen werden
genationaliseerd. Een grote campagne werd op touw gezet om de bevolking te
leren lezen en schrijven. Ongeveer 60.000 studenten en leraren namen daaraan
deel. Door de hongersnood kwamen honderdduizenden mensen om het leven. |
||
| 1975 | Op 17 maart verkondigde de militaire
regering het einde van het keizerrijk, omdat het onverenigbaar was met een
socialistisch Ethiopië. De eerste leider van het militaire regime,
generaal Aman Mikael Andom (een Eritreër) werd op 22 november vermoord.
Kort daarop werden 29 andere officieren en 30 burgers zonder vorm van proces
terechtgesteld, om de fictieve reden dat ze tegen het nieuwe bewind zouden
hebben samengezworen. In maart werden alle landbouwgronden genationaliseerd en
werd een begin gemaakt met de collectivisatie. In Eritrea laaide de strijd op
tegen de Eritrese afscheidingsbeweging. In februari brak in Asmara een open
oorlog uit tussen het Ethiopische leger en de rebellen. |
||
| 1976 | Kolonel Mengistu zocht toenadering tot
de Sovjet-Unie. De regering in Moskou ging gretig in op deze kans om invloed te
verwerven in de Rode Zee en in de Hoorn van Afrika. |
||
| 1977 | Kolonel Mengistu vermoordde zijn
rivalen: in februari was dat generaal Teferi Bante, in november kolonel Atnafu
Abate. Hierna greep hij als feitelijk alleenheerser de macht. In juni werd de
Franse kolonie Afar- en Issa-Land (Somaliland) onafhankelijk onder de naam
Djibouti. In het oosten van het land laaide de strijd op tegen het
"Bevrijdingsfront van West-Somalië", dat werd gesteund door de
regering van Somalië en door enkele Westerse staten. |
||
| 1978 | De troepen van het Bevrijdingsfront
van West-Somalië en van Somalië waren doorgedrongen tot Harar, maar
werden vervolgens teruggedreven door het Ethiopische leger, dat werd gesteund
door duizenden Cubaanse hulptroepen en dat van de Sovjet-Unie grootscheepse
militaire hulp had gekregen.~~~ In Ethiopië zelf rekende de regering
gewelddadig af met de links-revolutionaire oppositiebewegingen als de MEISON en
vooral de EPRP (waarvan in de periode 1977-78 tienduizenden aanhangers werden
vermoord). |
||
| 1979 | Begin van een grote nationale
alfabetiseringscampagne. |
||
| 1980 | Oprichting door het regime van loyale
'massabewegingen' als de Ethiopische Jeugdassociatie en de Ethiopische
Vrouwenassociatie. |
||
| 1981 | Ethiopië kondigde een
socialistisch tienjaren-plan voor investeringen aan, om internationale hulp te
verkrijgen. Dit had weinig succes. |
||
| 1982 | Na juli laaide de oorlog met
Somalië om de Ogaden weer op. Sinds october werden meer dan een miljoen
inwoners van de noordelijke provincies Tigre en Wollo bedreigd door een
hongersnood als gevolg van een lang aanhoudende droogte, waardoor de oogst
geheel was mislukt. Begin van de 'Rode Ster'-campagne, een groot militair
offensief tegen de opstandelingenbeweging in Eritrea dat uiteindelijk niet
succesvol zou zijn. |
||
| 1983 | De VN en de FAO stuurden voedselhulp
naar de met hongersnood bedreigde gebieden in het noorden van het land. |
||
| 1984 | In november begon een geheime
evacuatie van ongeveer 16.000 Falasja's (Ethiopische Joden) via de Soedan naar
Israël. De operatie werd uitgevoerd door de V.S. en Israël en werd in
januari 1985 beëindigd.~~~ Oprichting van de socialistische
eenheidspartij, de Ethiopische Arbeiderspartij: Workers' Party of
Ethiopia (WPE). Tegelijkertijd nam de hongersnood catastrofale vormen aan.
|
||
| 1985 | Begin van de werkzaamheden van een
nationaal 'Instituut voor de Studie der Ethiopische Nationaliteiten', een
politiek instituut rechtstreeks verantwoordelijk aan de Partij en aan
regeringsleider Mengistu. De hongersnood duurde voort, en het totale aantal
slachtoffers liep in de honderdduizenden. |
||
| 1986 | De WPE stelde een commissie in die de
nieuwe grondwet van de toekomstige "Democratische Volksrepubliek
Ethiopië" moest voorbereiden. De grondwet werd later in het jaar
voorgelegd aan het Centrale Partijcomité van de WPE. |
||
| 1987 | Nadat in februari de nieuwe grondwet
per referendum was aangenomen, werden in juni algemene verkiezingen gehouden
voor de nationale assemblee (Shengo), die vervolgens in september de
Democratische Volksrepubliek Ethiopië proclameerde. De Derg werd
afgeschaft en overste Mengistu werd tot president benoemd. |
||
| 1988 | Na meer dan tien jaar oorlog sloot
Ethiopië een vredesverdrag met Somalië. |
||
| 1989 | Legerofficieren die in Eritrea waren
gestationeerd probeerden met een staatsgreep het regime van Mengistu omver te
werpen (mei), maar de poging mislukte. De daders werden geëxecuteerd of op
een andere manier wreed gestraft. In november werden de diplomatieke
betrekkingen met Israël hersteld. In ruil voor de gewenste militaire steun
eiste Israël de vrijlating van de laatste nog achtergebleven Falasja's.
|
||
| 1990 | De regering verloor steeds meer
terrein in de strijd tegen de noordelijke bevrijdingsbewegingen EPLF en TPLF.
|
||
| 1991 | In mei veroverde het Ethiopische
Revolutionair-Democratische-Volksfront (met als kern de TPLF) Addis Abeba
en verdreef president Mengistu. In juli vormde Meles Zenawi (*1955) een
voorlopige regering. Het Volksfront voor de Bevrijding van Eritrea
veroverde Asmara en Assab. In december besloot de regering om het land op te
delen in 14 "autonome gebieden" (en Eritrea in principe
zelfstandigheid te geven). Alleen defensie, buitenlandse zaken en algemene en
economische zaken bleven in handen van de centrale regering. Na een verdrag met
de Soedan keerden 250.000 Ethiopische vluchtelingen naar hun vaderland terug.
|
||
| 1992 | Bij de locale verkiezingen van juni
behaalde de EPRDF een grote overwinning, hoewel verschillende partijen,
waaronder de AAPO, de SEPDC en het OLF, de verkiezingen boycotten.~~~
De atlete Derartu Tulu (*1969) won de 10.000 meter op de
Olympische Spelen in Barcelona en was daarmee de eerste Afrikaanse die een
Olympische gouden medaille won. |
||
1993![]() |
ETHIOPIE Op 30 juli sloten Ethiopië en Eritrea een verdrag voor verregaande samenwerking op allerlei gebied (economisch, politiek, maatschappelijk). | ERITREA Na een
referendum waarin 98,8% van de kiezers voor onafhankelijkheid stemde, scheidde
Eritrea zich op 24 mei definitief af van Ethiopië. Isayas Afewerki
(*1946), Secretaris-Generaal van de EPLF, werd president. Afewerki benoemde een
raad van state van 24 leden (half christelijk, half moslim).~~~ Er zijn
belangrijke verschillen met Ethiopië: Eritrea is voor de helft
Christelijk, voor de andere helft moslim. De helft van de bevolking spreekt
Tigrinja, een taal die maar door 6% van de Ethiopische bevolking wordt
gesproken. |
|
| 1994 | ETHIOPIE Op 8
december kreeg Ethiopië een nieuwe grondwet, waarbij het land een federale
republiek werd. De verschillende deelstaten kregen zelfs het recht zich na een
referendum af te scheiden indien zij dit wilden, zoals Eritrea dat al eerder
had gedaan. Er kwam een parlement bestaande uit twee kamers. Ook werd de nieuwe
functie van Minister-president in het leven geroepen. Op 13 december begon een
groot proces tegen topleden van het vroegere militaire regime, onder wie
ex-president Mengistu. De aanklacht omvatte genocide, "misdaden tegen de
menselijkheid" en marteling. |
ERITREA President Afewerki consolideerde zijn macht. De EPLF werd omgevormd tot een politieke partij, de PFDJ (People's Front for Democracy and Justice).~~~ De betrekkingen met de Soedan werden verbroken vanwege de steun die dit buurland bood aan een groep fanatieke moslims die een gewapend verzet tegen de regering wilden beginnen. | |
| 1995 | ETHIOPIE Bij de eerste algemene verkiezingen sinds 1991 won de EPRDF 90% van de stemmen. Volgens de oppositie was er op grote schaal gefraudeerd.~~~ De handel met Eritrea werd bevorderd door de wederzijdse afschaffing van een groot aantal invoerrechten. | ERITREA In
ging de speciale civiele dienstplicht voor jongeren van start. Vanwege hun
verzet hiertegen werd de Jehovah's getuigen het burgerrecht afgenomen. Het land
werd bestuurlijk heringedeeld in zes districten.~~~ Van de betrekkingen met de
buurlanden waren alleen die met Ethiopië goed. De relatie met de Soedan
werd snel slechter. President Afewerki beloofde zelfs hulp aan wie zou proberen
de Soedanese regering omver te werpen. In december bezetten Eritrese troepen na
driedaagse oorlog met Jemen het eiland groot Hanisj, in de Rode Zee. |
|
| 1996 | ETHIOPIE
Tamrat Layne, vice-premier en Minister van Defensie in de Ethiopische regering,
werd uit zijn functie gezet wegens een groot corruptieschandaal. Er werd een
moordaanslag gepleegde op de minister van Transport en Communicatie Abdulmajid
Hussein.~~~ Een vliegtuig van de nationale vliegmaatschappij Ethiopian Airlines
stortte neer na een kaping: 123 doden. |
ERITREA Ook met Djibouti liepen de spanningen over de gemeenschappelijle grens hoog op. Het geschil dreigde te ontaarden in een oorlog. | |
| 1997 | ETHIOPIE
Ethiopië's Commissie voor Rampenpreventie deed een beroep op
internationale voedselhulp voor 3,4 miljoen mensen met het oog op een komende
droogte en dreigend falen van de oogst.~~~ De betrekkingen met Eritrea werden
allengs slechter toen Ethiopië in het het handelsverkeer betaling eiste in
harde valuta. Ethiopië verklaarde alle in omloop zijnde bankbiljetten als
ongeldig en voerde nieuwe in.~~~ De grote vakbond CETU werd onder toezicht van
de regering gesteld. |
ERITREA Eritrea verving de Ethiopische birr vervangen door een eigen munteenheid (de naqfa).~~~ Eritrese troepen namen deel aan een Afrikaanse strijdmacht die de vrede moest herstellen en bewaren langs de oostelijke grens van Zaïre/Kongo in het gebied van de grote meren. | |
| 1998 | ETHIOPIE Op 6
mei ontaardde een grensgeschil met Eritrea in een open oorlog, toen Eritrese
troepen delen van de provincie Tigray bezetten. De Eritrese luchtmacht
bombardeerde de stad Mekele. De Eritreërs beweerden dat het bezette gebied
oorspronkelijk een deel was geweest van de Italiaanse kolonie Eritrea, maar de
Ethiopiërs zeiden dat het gebied hoorde bij de provincie Tigray. Na
anderhalve maand oorlog stelden onderhandelaars van de OAU (Otganisatie van
Afrikaanse Eenheid) een wapenstilstand voor. Eritrea verwierp echter verdere
internationale bemiddeling. |
ERITREA In mei deed het Eritrese leger een inval in Ethiopië en bezette flinke stukken grondgebied, zogenaamd om de grens te corrigeren (bij Badme, Zalambessa en Bure). Als represaille voor het Eritrese luchtbombardement op Mekele, voerden Ethiopische vliegtuigen een aanval uit op de Eritrese hoofdstad Asmara. | |
| 1999 | ETHIOPIE Het
land verdreef na een grote veldslag in februari het Eritrese leger uit het
Badme-gebied. De Ethiopische verliezen (15.000 man) waren hoog omdat de
Ethiopische commandanten opdracht gaven tot massale stormaanvallen, waarbij
veel soldaten door vijandelijk mitrailleurvuur werden neergemaaid. |
ERITREA Na het
verlies van het gebied dat het Eritrese leger in 1998 had bezet, bleek de
Eritrese regering bereid tot onderhandelen onder bepaaldevoorwaarden
(februari). De Ethiopiërs wilden echter nu niet meer onderhandelen en
zetten de strijd voort (maart-juni) met luchtaanvallen op Eritrese frontlinies
en installaties. |
|
| 2000 |
ETHIOPIE Na acht maanden van diplomatieke stagnatie openden de Ethiopiërs in mei een verwoestend offensief, met name in westelijk Eritrea. In drie weken tijd werden grote delen van het land bezet tot en met de steden Barentu en Senafe. In juni volgde een wapenstilstand en in december een vredesovereenkomst (Nog geen vredesverdrag). | ERITREA Het
land werkte door aan de bouw van een groot loopgraven- en bunkersysteem ter
verdediging van het land, in de hoop een Ethiopisch offensief te weerstaan.
Diplomatiek kwam er geen aanbod tot terugkeer naar de status quo van voor mei
1998. In het mei-offensief verloor Eritrea tienduizenden soldaten. Het Eritrese
leger stortte in en trok zich ver terug. Evenals bij eerdere gevechtsrondes was
ook de materiële en ecologische schade groot. |
|
| 2001 | ETHIOPIE Begin 2001 was de 4200 personen tellende UNMEE-vredesmacht operationeel in de 25 km.-brede veiligheidszone tussen Ethiopië en Eritrea (die voornamelijk op Eritrees grondgebied lag). De dominante Ethiopische regeringspartij TPLF (binnen het EPRDF) toonde een ernstige scheuring, geleid door mensen die het binnen- en buitenlands beleid van premier Meles Zenawi afwezen. De dissidenten werden van hun functies beroofd en uit de partij gezet. Een aantal werd gearresteerd. In oktober trad de Ethiopische president, Dr Negaso Gidada, na vervulling van zijn ambtstermijn af en werd vervangen door de veteraan Girma Wolde-Giorgis, algemeen gezien als een zwakke figuur. In april liep een vreedzame studentendemonstratie in Addis Ababa uit de hand door hard optreden van de politie en mondde uit in een straatrevolte van werkloze jeugd en scholieren. Bij de rellen vielen 43 doden. Honderden studenten vluchtten, de universiteit werd gesloten. Ook andere universiteiten, in Jimma, Awasa en Meqele, waren onrustig. Evenals Eritrea bleef Ethiopië lijden onder voedseltekorten, droogte, en voortschrijdende ecologische crisis. | ERITREA Het bewind van president Isayas Afeworqi kwam na het verliezen van de oorlog onder zware binnenlandse druk te staan. Binnen de regerende (en enig toegestane) partij PFDJ kwam het tot een splitsing. Ook hier werden de meeste dissidenten (vroegere medestrijders van Isayas in het EPLF) uit de partij gezet en gearresteerd, waarna rechtszaken tegen hen werden voorbereid. De algemene verkiezingen, eerder aangekondigd voor december 2001, werden niet gehouden. President Isayas negeert alle kritiek en trok nog meer macht naar zich toe. In oktober werden alle privé-kranten en weekbladen verboden. | |