| Op 8 oktober
riep Azerbeidzjan de onafhankelijkheid uit. Op een oppervlakte van 87.000
vierkante kilometer woonden 7,2 miljoen mensen, van wie bijna 2 miljoen in de
hoofdstad Bakoe. Begin september hadden de merendeels Armeense inwoners van de
autonome streek Nagorno- Karabach (4400 km2, 200.000 inwoners) op hun beurt de
onafhankelijkheid uitgeroepen. In december spraken 99,9% van de streekbewoners
zich voor de onafhankelijkheid uit. De regering van Azerbeidzjan weigerde dit
te erkennen. |
||
|
|
De status van Nagorno- Karabach leidde tot een openlijke oorlog met Armenië, nadat de nog in het gebied gelegerde troepen van het GOS waren weggetrokken. De blokkade van de opstandige streek door Azerbeidzjan bracht de plaatselijke bevolking in ernstige nood. Dankzij Armeense successen in mei (verovering van de steden Sjoesja en Latsjin) kwam een corridor tot stand met Armenië. In mei braken gevechten uit in de Azerbeidzjaanse exclave Nachitsjewan (5500 km2, 300.000 inwoners). Ongeveer een tiende van de plaatselijke bevolking was op de vlucht geslagen.~~~ Ook in Azerbeidzjan werd de communistische economie stelselmatig afgebroken. De eerste maatregel was de afschaffing van loon- en prijscontroles.~~~ Het parlement dwong President Ajas Moetalibof tot aftreden in maart, maar herkoos hem twee maanden later, om hem meteen daarna te vervangen door Issa Gambarof van het Volksfront. Bij de verkiezingen van 7 juni won de pro-Turkse Abdoelfas Eltsjibey, leider van het Volksfront, met 59% van de stemmen. In december besloot de nationale vergadering het Turks als officiële taal in het land te erkennen. Daarmee werd ook het cyrillische door het Latijnse alfabet vervangen. De inflatie beliep 1100%. |
|
|
|
In de zomer viel het land weer ten prooi aan een ernstige regeringscrisis. De positie van de President Eltsjibey werd onhoudbaar, mede door de slechte gang van zaken in de oorlog om Nagorno-Karabach. Op 18 juni vluchtte de president naar Nachitsjevan, maar trad niet af. Een week later zette de nationale raad hem af en benoemde in zijn plaats Gaidar Alijef tot president. (Alijef was voorzitter van het parlement van Nachitsjevan, vroeger baas van de plaatselijke Communistische Partij en tevens voormalig lid van het politbureau in Moskou.) De presidentsverkiezingen van 3 oktober werden door Alijef met 98,8% van de stemmen gewonnen. Het volksfront, de partij van de afgezette president Eltsjibey, had opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen. Met de komst van een nieuwe sterke man in het land kwam een einde aan de speciale banden tussen Turkije en Azerbeidzjan. In plaats daarvan zocht Azerbeidzjan toenadering tot Rusland en Iran. |
|
| In december werd de grens met Rusland gesloten nadat Russische troepen Tsjetsjenië waren binnengevallen. Op 2 oktober bestormden troepen van de OPON, een speciale elite-eenheid het kantoor van de Procureur-generaal en namen deze in gijzeling om de vrijlating van drie gevangen collega's af te dwingen. Op 4 oktober werd in Gandsja een groep rebellen verslagen die Minister President Soerat Hoesseinof ondersteunde, de rivaal van Alijef. Hoesseinof werd prompt ontslagen.~~~ President Alijef sloot verdragen van vriendschap en samenwerking met Turkije en Engeland.~~~ Op 1 januari werd de nieuwe munt, de Manat, ingevoerd. Een internationaal consortium van oliemaatschappijen (waaronder 7 westerse met een gezamenlijk aandeel van 70%), tekende een overeenkomst voor de ontsluiting en exploitatie van drie olievelden in de Kaspische Zee. Er zou zeker 7,7 miljard dollar worden geïnvesteerd. De inflatie over het jaar was bijna 1600%. |
||
| Op 17 maart
vond opnieuw een opstand plaats tegen President Alijef, ook deze werd
gewelddadig onderdrukt. Meer dan 70 mensen werden gedood. De macht van de
president werd verder vergroot. Op 12 november werden verkiezingen gehouden
waaraan de belangrijkste oppositiepartijen niet mochten meedoen. Tevens werd
een nieuwe grondwet aangenomen waarbij de president vergaande bevoegdheden
kreeg.~~~ De president bezweek voor Amerikaanse druk en zag zich gedwongen om
de samenwerking met Iraanse oliemaatschappijen bij de ontwikkeling van
olievelden in de Kaspische Zee af te blazen. |
||
| 1996 |
President Gaidar Alijef versterkte zijn machtspositie met alle mogelijke middelen. In het parlement werd de oppositie monddood gemaakt. In februari en maart werden drie hoge ambtenaren ter dood veroordeeld wegens een poging het bewind ten val te brengen en Alijef te vermoorden. Tientallen anderen werden wegens soortgelijke aanklachten veroordeeld.~~~ In juni werd een verdrag voor militaire samenwerking met Turkije ondertekend. Met de Oekraïne en Georgië werd ook een samenwerking begonnen om de Russische invloed te neutraliseren. |
|
| Het regime van president Alijef bleef tegenstanders met alle middelen vervolgen. Op 1 augustus sloten vier grote Amerikaanse oliemaatschappijen en de staatsoliemaatschappij SOCCAR een contract voor de ontwikkeling van olievelden in de Kaspische Zee. Op 12 november werd de deels nieuwe en deels gemoderniseerde oliepijplijn van Bakoe door Dagestan en Tsjetsjenië naar de Russische Zwarte Zeehaven Novorossiisk plechtig in gebruik genomen. Daarmee werd olie uit de Kaspische Zee naar de Zwarte Zee vervoerd.~~~ Economisch ging het een stuk beter dan voorheen. De groei bedroeg 5,7% en de inflatie werd teruggebracht tot 7%. |
||
| De
presidentsverkiezingen in november leverden zoals verwacht weer een overwinning
op voor de zittende president Gaidar Alijef (76%). Volgens de oppositie en veel
buitenlandse waarnemers waren de verkiezingen niet democratisch verlopen. Op 7
en 8 november vonden in Bakoe grote protestdemonstraties plaats, die door de
politie hard werden neergeslagen. |
||
| Azerbeidzjan
kwam steeds sterker binnen de invloedssfeer van de USA te liggen. In april
woonde president Alijef de jubileumbijeenkomst van de NAVO bij in Washington.
In november werd een overeenkomst ondertekend voor de bouw van een oliepijplijn
vanuit Bakoe naar de Turkse Middellandse Zeekust. De Amerikaanse president Bill
Clinton was buitengewoon blij met deze zet, die de rijke oliebronnen aan de
Kaspische Zee indirect onder Amerikaanse controle zou brengen. |
||
| 2000 | Besprekingen met Armenië onder leiding van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) over Nagorno-Karabach leidden niet tot een doorbraak. Op 22 maart mislukte een aanslag op de Karabachse president Arkadi Goekasjan. Eigen parlementsverkiezingen in Nagorno-Karabach werden door Azerbaidzjan niet erkend (juni).~~~ Op 24 juni herkregen 87 politieke gevangenen de vrijheid. Bij de verkiezingen van 5 november kreeg de presidentiële regeringspartij Jeni Azerbajdzjan de absolute meerderheid. De oppositie noemde de verkiezingen frauduleus. President Alijev benoemde zijn zoon Ilham in steeds meer publieke functies als opmaat voor diens eventuele opvolging als president in 2003. |