Afghanistan 1919 - 2001 met medewerking van Ton Biesemaat

  1918


 
  1919
Nationalistische Afghanen vonden dat Emir Habiboella Chan (1872-1919) zich te gedwee opstelde tegen de Engelsen. Engeland had Afghanistan de volledige onafhankelijkheid in het vooruitzicht gesteld na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Op 2 februari werd de Emir door anti-Engelse Afghanen vermoord. Zijn neef Amanoella Chan (1892-1960) volgde hem op. Hij riep de onafhankelijkheid van Afghanistan uit, waardoor hij in conflict kwam met de Engelsen. Deze Derde Engels-Afghaanse Oorlog eindigde met het Verdrag van Rawalpindi (8 augustus). Daarbij erkende Engeland de volledige onafhankelijkheid van Afghanistan, en werd het protectoraat opgeheven. Wel was het Afghanistan verboden zelf wapens in te voeren. Het land had een oppervlakte van 650.000 km2, en een bevolking van ongeveer 8 miljoen.*** Afghanistan was diep verdeeld. Het was in wezen een willekeurige combinatie van volkeren en stammen, die door toedoen van de Engels-Russische rivaliteit was ontstaan. Het was bijna een hopeloze taak om deze lappendeken van talen en cuturen tot een geheel te maken.*** Als eerste staat in de wereld erkende Afghanistan de Unie van Socialistische Sovjetrepubieken (USSR).

  1920 In Moskou werd een Afghaans-Turks verdrag gesloten. Afghanistan erkende het Turkse leiderschap in de Islamitische wereld. Turkse adviseurs zouden helpen bij de modernisering van Afghanistan, vooral op het gebied van binnenlands bestuur en in militaire aangelegenheden. Afghanistan en Turkije spraken af, geen verdragen met andere staten te sluiten zonder met de ander te overleggen.

  1921 In februari sloot Afghanistan een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie. De Sovjets verleenden tot 1924 jaarlijks hulp ter waarde van een half miljoen dollar. Met Engeland werd het Verdrag van Kaboel gesloten, dat definitief een einde maakte aan de onderlinge vijandschap. Wel eisten de Engelsen, dat de Sovjet-consulaten in Jalalabad en Kandahar werden opgeheven en vervangen door Engelse. De Engelsen waren bang dat de Sovjets het land zouden destabiliseren en zo een bedreiging zouden vormen voor hun kolonie Indië.

  1922 In Kaboel werd het eerste Afghaanse museum opgericht. Een 40-tal jonge Afghanen reisde naar Duitsland om daar een universitaire opleiding te volgen.

  1923 Emir Amanoella riep zichzelf uit tot koning en begon het land te moderniseren met een reeks ingrijpende hervormingen op politiek, godsdienstig en maatschappelijk gebied. Afghanistan kreeg onder andere een grondwet.

  1924 In de provincie Host en enkele andere streken in het zuidoosten braken opstanden uit tegen de hervormingspolitiek van Amanoella. Het verzet richtte zich vooral tegen de emancipatie van vrouwen, zoals de afschaffing van de sluier. Opening van een Duitstalige middelbare school in Kaboel.

  1925
Afghanistan werd tot koninkrijk uitgeroepen.*** De Franse archeologische expeditie onder leiding van Foucher ontdekte een groot aantal antieke beeldhouwwerken.


1926

In het zomerpaleis (Pagman) van de Emir werd een niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie ondertekend. Met Duitsland kwam een vriendschapsverdrag tot stand. Duitse technici waren al enkele jaren actief bij de opbouw van de infrastructuur.


1927

Emir Amanoella begon een grote buitenlandse reis naar Europa en het Midden-Oosten (Italië, Frankrijk, Engeland, Duitsland, België, Zwitserland, Polen, Rusland, Egypte, Turkije en Iran).


1928


Uit het verzet tegen de hervormingen door moslimfundamentalisten en bevolkingsgroepen in de afgelegen bergstreken ontstond een burgeroorlog (november). Daarbij werd het koninklijk paleis in Djalalabad geheel verwoest.*** Het Afghaans-Turkse vriendschaps- en veiligheidsverdrag verving het eerdere verdrag van 1920. Koning Amanoella wilde Afghanistan moderniseren naar het voorbeeld van Atatürk, de man die van Turkije een moderne, seculiere staat had gemaakt.


1929

Emir Amanoella trad af, werd opgevolgd door zijn oudere broer Anajatoella (1888-), die na een paar dagen op zijn beurt aftrad. Onder leiding van de Tadzjiek Batsjesaka namen fundamentalistische moslims de macht in het land over (januari). Hij riep zichzelf uit tot Emir Habiboella II en probeerde een pro-Engelse politiek te voeren. Orde en rust werden in october met veel geweld en terreur hersteld door Generaal Mohammed Nadir Sjah (1880-1933), een verre verwant van de 19de-eeuwse leider Dost Mohammed. Batsjesaka werd terechtgesteld.*** De maatregelen van Amanoella Chan om Afghanistan te moderniseren werden grotendeels teruggedraaid.

  1930 Generaal Nadir Chan onderdrukte in mei een opstand van aanhangers van ex-koning Amanoella.

  1931 Krachtens de nieuwe grondwet (gebaseerd op die van 1923) werd Afghanistan een koninkrijk.*** In Kaboel werd de Afghaanse Academie van Wetenschappen gesticht.

  1932 In Kaboel werd de eerste universiteit van het land geopend.*** Behalve een universiteit werd ook een militaire academie opgericht, met onder andere Duitse docenten en adviseurs. De hogere officieren kregen hun opleiding in Turkije.

  1933 De broer van Generaal Nadir, Mohammed Aziz (1875-1933) werd begin juni in Berlijn vermoord. Vier maanden later werd Nadir zelf vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Mohammed Zahir Sjah (1914-) *** Aan de universiteit in Kaboel werd een medische faculteit opgericht.

  1934 De V.S. verleenden Afghanistan de volledige erkenning.

  1935

  1936

Het Poesjtoe, de taal van de Pathanen (de grootste bevolkingsgroep) werd in het hele land als officiële landstaal ingevoerd.

  1937 Samen met Iran, Irak en Turkije sloot Afghanistan het Pakt van Saadaba, ook wel bekend als de "Entente van het Oosten." Afghanistan probeerde zijn bondgenoten ervan te overtuigen dat de hulp van Duitsland bij de bestrijding van het communistische gevaar uit de USSR noodzakeljk was.

  1938 De Staatsbank van Afghanistan werd gesticht. *** In mei opende de Lufthansa een lijndienst tussen Berlijn en Kaboel.

  1939 Medio januari had opnieuw een opstand plaats van aanhangers van Amanoella Chan. In augustus verleende Duitsland een krediet van 50 miljoen Reichsmark voor de financiering van industrieprojecten.

  1940 Zahir Sjah kondigde de neutraliteit af van zijn land in de Tweede Wereldoorlog.

  1941

Koning Zahir Chan bezweek voor de sterke druk van Engelse en Sovjetrussische zijde en liet alle burgers van de Asmogendheden het land uitzetten. In ruil hiervoor leverden de Engelsen en de Sovjets flinke hoeveelheden goederen aan Afghanistan.

  1942 Een technische en militaire missie uit de VS arriveerde in het land. Daarmee kwam een grootscheeps hulpprogramma op gang, vooral op het gebied van de infrastructuur (wegenaanleg, vrachtauto's).

  1943 Koning Zahir werd in ernstige verlegenheid gebracht door de zogenaamde Fakir van Ipi (Hadzji Tabdalla Ali Chan al Hadzjiboeti). Deze moslimleider liet de Groot Moefti van Jeruzalem publiekelijk weten dat Engeland beschouwd moest worden als de grootste vijand van de Islam, en dat goede Moslims alle hulp moesten bieden aan de As-mogendheden..

  1944

  1945

  1946 Afghanistan werd toegelaten als lid van de Verenigde Naties.*** Na een ambtsperiode van bijna zeventien jaar trad eerste minister Sirdar Mohammed Chan af en werd opgevolgd door zijn broer Sirdar Shah Chan.

  1947 Afghanistan stemde in de algemene vergadering van de Verenigde Naties tegen de toelating van Pakistan, omdat het weigerde de zogenaamde Durand-linie van 1893 als grens tussen beide landen te erkennen.

  1948

  1949 Het Afghaanse parlement weigerde de Durand-linie te erkennen als grens met Pakistan, waardoor een grensconflict met dit land ontstond. De Afghaanse regering eiste autonomie op voor de in Pakistan wonende Pathanen, een bevolkingsgroep die in Afghanistan zelf meer dan 40% van de totale bevolking vormden.

  1950 Op 4 januari, middens tijdens het grensconflict met Pakistan, sloot Afghanistan met India een verdrag voor vrede en eeuwige vriendschap. Met de VS werd een verdrag gesloten voor technische hulp. Eind maart bracht de Afghaanse koning een officieel bezoek aan Iran. De betrekkingen met (West)-Duitsland werden hersteld. Een groep van 20 Afghaanse bursalen kwam naar de Bondsrepubliek voor een opleiding. *** De bevolking telde ongeveer 12 miljoen personen.

  1951 Afghanistan trad toe als lid van het Colombo-plan, een groep van Aziatische en Stille Oceaanstaten die merendeels tot het Britse Gemenebest behoorden. Via deze organisatie probeerden zij sociale en economische ontwikkeling op gang te brengen.*** In januari bombardeerde de Pakistaanse luchtmacht doelen in Afghanistan.

  1952

Sovjetrussische klachten over de hulp van de VS en de Verenigde Naties aan Afghanistan werden door de regering verworpen.
  1953 Prins Mohammed Daoed, de zwager van koning Zahir Sjah, werd benoemd tot eerste minister. De nieuwe premier wilde de banden met de Sovjet-Unie versterken. Vice-President Richard Nixon van de VS bracht een kort bezoek aan Afghanistan.

  1954 De VS weigerden Afghanistan wapens en militaire goederen te verkopen ter modernisering van de strijdkrachten.

  1955 Premier Daoed zocht Sovjetrussische hulp voor de bewapening en training van het Afghaanse leger. In december werd het niet-aanvalsverdrag van 1931 uitgebreid. Tijdens een tussenstop op de terugreis uit India beloofden de Sovjet-leiders Chroesjstsjof en Boelganin voor 100 miljoen dollar militaire hulp.*** Het conflict met Pakistan sleepte zich voort, maar in mei accepteerden beide landen de bemiddeling van Egypte.

  1956 De VS gaven snel technische hulp er waarde van 2,5 miljoen dollar nadat bekend was geworden dat de Sovjet-Unie op grote schaal hulp verleende bij de bouw van vliegvelden (januari-februari) Daarop besloot de Sovjet-Unie op haar beurt weer tot hulp bij de bouw van waterkrachtcentrales (augustus).

  1957 De Sovjet-hulp aan Afghanistan kwam grootscheeps op gang. De komende tien jaar bedroeg de hulp in totaal 1,5 miljard dollar. De hulp van de VS in dezelfde periode was ongeveer een derde van dit bedrag. Ook de hulp uit West-Duitsland kwam op gang. Tot 1979 bedroeg deze hulp 400 miljoen D-mark, waarmee de Bondsrepubliek op de derde plaats van donorlanden stond.

  1958 De president van de Sowjet-Unie bracht een officieel bezoek aan Afghanistan. Ook de Turkse president bezocht het land.

  1959 De vrouwenemancipatie maakte belangrijke vorderingen: de sluier werd niet langer verplicht gesteld, vrouwen mochten gaan studeren en de eerste vrouwen namen een baan buitenshuis.*** VS-president Dwight Eisenhower bracht een officieel bezoek aan Afghanistan.

  1960

Op 26 mei diende Afghanistan bij de Pakistaanse regering een officieel protest in tegen de schending van het Afghaanse luchtruim door een vliegtuig van de VS-luchtmacht dat was gestationeerd op een Pakistaanse luchtmachtbasis. In maart werd een verdrag voor culturele uitwisseling met de Sovjet-Unie ondertekend.

  1961 Het conflict met Pakistan verscherpte zich. Na een gewelddadig grensincident bombardeerde de Pakistaanse luchtmacht Afghaanse doelen, waarbij ook doden vielen (mei). Eind augustus sloot Pakistan de Afghaanse grens. In october voerden 500 Afghaanse soldaten een aanval uit op Pakistaanse grenstroepen. Ook hierbij vielen doden.

  1962 De Sjah van Perzië bood zijn bemiddeling aan in het Afghaans-Pakistaanse grensconflict en reisde naar Kaboel.

  1963 Doordat de grens met Pakistan lange tijd gesloten bleef, raakte Afghanistan steeds sterker afhankelijk van de Sovjet-Unie voor zijn handel met het buitenland. In maart zag premier Daoed Chan zich daardoor genoodzaakt af te treden. Hij werd opgevolgd door Mohammed Joesoef, de eerste premier die geen lid was van de koninklijke familie. Daarop matigde Pakistan zijn positie en stelde de grens tenslotte weer open. Na ondertekening van het verdrag van Teheran werde de diplomatieke betrekkingen met Pakistan hersteld.*** Koning Zahir bracht een officieel bezoek aan de VS.

  1964 Krachtens de nieuwe grondwet kreeg de koning uitgebreide bevoegdheden.

  1965 In september en october vonden de eerste landelijke parlementsverkiezingen plaats. Burgers van 21 jaar en ouder mochten stemmen. Babrak Karmal (1929-1996), kandidaat en mede-oprichter (januari) van de Afghaanse Communistische Partij, werd in het parlement gekozen. Mohammed Joesoef werd eerste minister.*** Met China werd een grensverdrag gesloten.

  1966 In april bracht de Chinese president, Liu-Shao-Sji een officieel bezoek aan Afghanistan.

  1967 Met de Sovjet-Unie werd een verdrag getekend voor de exploitatie van aardgas.*** Er vonden grote studentendemonstraties plaats tegen de regering.

  1968 Temidden van groeiende politieke onrust (studentendemonstraties) kreeg Afghanistan bezoek van de president Tito van Joegoslavië, de Turkse president, en van de Franse premier en de West-Duitse bondskanselier Kurt Georg Kiesinger. Afghanistan bood bemiddeling aan bij de normalisering van de Westduitse betrekkingen met de Arabische wereld.

  1969 Bij de tweede algemene verkiezingen werden de communisten Babrak Karmal en Hafizoella Amin in het parlement gekozen. Noer Achmed Amin werd weer premier.

  1970 Vanuit islamitische hoek groeide het verzet tegen de regeringspolitiek van toenemende verwestersing.

  1971 Begin van een grote droogte, waardoor een hongersnood werd veroorzaakt, die tot 1973 het leven kostte aan 80 000 personen.

  1972 Mohammed Moessa werd benoemd tot eerste minister.

  1973 Tijdens de reis van de koning naar het buitenland (voor medisch onderzoek) leidde Mohammed Daoed (1909-1978), een neef van de koning een staatsgreep. Via de radio liet hij op 18 juli weten dat Afghanistan een republiek was. De grondwet van 1964 werd buiten werking gesteld, en Daoed werd voorzitter van de voorlopige regering en de revolutionaire raad. De staatsgeep steunde sterk op linkse officieren.

  1974 De UNESCO plaatste Herat op de lijst van het werelderfgoed.

  1975 Volgens de nieuwe grondwet werd Afghanistan een éénpartijstaat.*** Het land werd geplaagd door opstanden van fundamentalistische moslims, ten dele ondersteund door de Pakistaanse regering.

  1976 Bij een verdrag tussen Iran, Afghanistan en Pakistan erkende Afghanistan de Durand-linie als grens met Pakistan.*** Een staatsgreep van generaal Mir Achmed Sjah mislukte.

  1977 Volgens de nieuwe grondwet werden politieke partijen verboden.*** Met de Sovjet-Unie werd een handelsverdrag gesloten met een looptijd van dertig jaar. De innige samenwerking met de USSR was echter niet naar de wens van Daoed, die daarom probeerde de banden met islamitische landen (Saoedi-Arabië, Egypte, Koeweit, Iran) te versterken.

  1978 Na de moord op Mir Akbar Kaiber (1925-1978) ontstond grote politieke onrust. Kaiber verzette zich tegen Sovjet-plannen om een grotere greep te krijgen op Afghanistan en werd door de Sovjets uit de weg geruimd. Op 27 april deed het leger een staatsgreep, waarbij ruim 3000 personen werden gedood. Enkele dagen later werd Noer Mohammed Taraki (1917-1979), van de Chalk (volkspartij) president: bedrijven werden genationalsieerd, landhervormingen doorgevoerd. Schulden van kleine boeren aan grootgrondbezitters werden kwijtgescholden. In de provincie Noeristan brak opstand uit. Babrak Karmal werd benoemd tot ambassadeur in Praag. Een machtsgreep van zijn bondgenoten mislukte. President Taraki was zeer afhankelijk van Sovjet-adviseurs.*** In december werd een verdrag voor vriendschap en samenwerking met de Sovjet-Unie gesloten.

  1979 Eind maart werd Amin benoemd tot premier. Op 14 september pleegde hij met Sovjet-hulp een staatsgreep, waarbij president Taraki door Sovjet-commando's werd vermoord. In zijn plaats werd Babrak Karmal geïnstalleerd. In augustus waren al 5000 Sovjet-troepen in het land gearriveerd ter ondersteuning van het regime, dat werd bedreigd door fundamentalistische moslims. Bij een opstand in Herat, in maart, kwamen 30.000 mensen om het leven. Sommige rebellen (sjiïeten) werden gesteund door Ajatolla Chomeini, de Iraanse machthebber. Vanwege de harde repressie van de Sjiïeten (merendeels Turkmenen, een minderheid in Afghanistan) kwam de samenwerking met de communisten ten einde. Op 24 december kwamen (op uitnodiging van Babrak Karmal en op grond van het vriendschapsverdrag) ruim 40.000 Sovjet-soldaten het land binnen (onder andere van de 105e luchtmobiele divisie). De reden voor de invasie was dat de USSR geen progressief en nationalistisch regime aan de grens wilde, uit angst dat de beweging zou overslaan naar de Centraal Aziatische Sovjetrepublieken.*** De bevolking bedroeg ongeveer 16 miljoen.*** De populairste artiest van het land, de zanger Ahmad Zahir (1946-1979) kwam om het leven bij een verkeersongeluk. Volgens velen was zijn dood het werk van de geheime dienst.

  1980 Terwijl de sterkte van de Sovjet-troepen gestaag werd opgevoerd, begon ook het verzet tegen hun aanwezigheid in de vorm van een guerilla. Eind februari had er een grote opstand plaats in de bazar van Kaboel, waarbij 500 mensen werden gedood.

  1981 In juni werd sultan Ali Kesjtmand (*1936) benoemd tot premier. De beslissing van de regering om reservisten op te roepen, leidde tot grote protestdemonstraties in Kaboel.*** In januari waren er al 115.000 man Sovjet-troepen in het land.*** Ongeveer een miljoen Afghanen waren naar Pakistan gevlucht.

  1982
In het voorjaar begonnen de Sovjet-troepen en het regeringsleger mat matig succes een groot offensief tegen de rebellen, ten Noordoosten van Kaboel. Daarbij werden 20.000 man ingezet. Eind october lokten de rebellen een Sovjet-colonne in een hinderlaag: in de Salangtunnel op 3000 meter hoogte kwamen daardoor 700 Sovjetsoldaten en 100 burgers om het leven.*** Afghanistan schonk de USSR de 200 kilometer lange Wachan-corridor, de smalle strook grondgebied in het Noordoosten van het land.

  1983 De Franse arts Philippe Augoyard, die de rebellen hielp, werd gevangengenomen tot acht jaar gevangenis veroordeeld. Na een paar maanden kreeg hij gratie.

  1984 Eind april begonnen de Sovjets een groot offensief in Pansjir.*** De VN stuurde een onderzoeksteam naar Afghanistan om de schendingen van mensenrechten te onderzoeken.*** De VS verleenden voor ca. 250 mljoen dollar hulp aan de rebellen.

  1985 De Sovjet-troepensterkte in Afghanistan bedroeg 150 000 man. Een aantal Tadzjiekse Sovjetsoldaten begon in januari een muiterij, waarbij tientallen doden vielen.*** De militaire hulp van de VS aan de rebellen verdubbelde bijna (tot 470 miljoen dollar).*** Ongeveer 2 miljoen Afghanen bevonden zich als vuchteling in Iran.

  1986 Wegens zijn slechte gezondheid moest Babrak Karmal aftreden als partijleider (mei) en enkele maanden later ook als president. In de laatste functie werd hij opgevolgd door Mohammed Nadzjiboella (*1947).*** De oorlog ging onverminderd door. Op 8 december bombardeerde de Sovjet-luchtmacht de stad Kandahar (450 doden). De VS leverden draagbare Stinger luchtdoelraketten, waarmee de rebellen Sovjet-helicopters neer konden halen.

  1987 In de hoop door verzoening een oplossing te forceren voor de slepende burgeroorlog kondigde president Nadzjiboella in januari een eenzijdig staakt-het-vuren af. Het was geen succes.*** De nieuwe grondwet stelde ook niet-communisten in staat, aan de politiek deel te nemen.*** Er waren inmiddels tussen de 3,5 en 5 miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan.

  1988 Op 14 maart werd in Genève een akkoord bereikt over de terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Afghanistan. Aan de onderhandelingen namen deel Afghanistan, de USSR, de VS, en Pakistan. De rebellen verwierpen alle voorwaarden. Op 10 augustus begon de terugtocht van de Sovjets, maar zij werden alsnog aangevallen door de rebellen.*** De Sovjet-Unie probeerde een terugkeer te bewerkstelligen van de in 1973 verdreven koning Zahir.*** Op 11 februari werd de bekende dichter Said Bahaoeddin Mazjroe vermoord.

  1989
De rebellen trokken zich niet veel aan van de eenzijdige wapenstilstand die President Nadzjiboella eind 1988 had afgekondigd. Op 15 februari verlieten de laatste Sovjet-troepen het land. Tijdens de veldtocht in Afghanistan waren 14.000 soldaten gedood en 35.000 gewond. Er waren 1,25 miljoen Afghanen gedood tijdens de oorlog, waarvan 80% burgers. De oorlog had de USSR per jaar tussen de 2 en 3 miljard dollar gekost.*** Op 18 februari kozen de rebellen Achmed Sjah tot staatshoofd.

  1990 In de burgeroorlog hielden de beide partijen elkaar zo ongeveer in evenwicht. In een poging tot staatsgreep liet minister van defensie Generaal Sjah Nawaz Tanai het presidentspaleis in Kaboel bombarderen, waarbij enkele honderden doden vielen. Vervolgens vluchtte hij naar Pakistan.*** Begin mei werd de noodtoestand opgeheven.

  1991
De Russische regering probeerde contact te leggen met de rebellen, en nodigden Sibgatulla Modjadeddi, leider van de voorlopige regering (in ballingschap in Pakistan) uit voor een bezoek aan Moskou (september). Rusland en de VS spraken met elkaar af, met ingang van 1992 geen wapens meer te leveren aan de strijdende partijen.*** Nadat ex-koning Zahir op 4 september in zijn ballingsoord Rome door een Portugese fanaticus was neergestoken (maar niet vermoord), vond op 13 september een grote koningsgezinde demonstratie plaats in Kaboel.

  1992 Op 15 april, een dag voordat de rebellen Kaboel binnentrokken, dwong generaal Hatif president Nadzjiboella tot aftreden en nam zijn functie over. Op 28 april keerde Sibgatulla Modjadeddi terug uit Pakistan, nadat enige dagen tevoren de islamitische oppositie in het Pakistaanse Peshawar een grote coalitie hadden gesloten. Toch waren onder de rebellen in Afghanistan zelf de leden van de Hezbi-Islam in een verwoede strijd verwikkeld met de aanhangers van de charismatische guerillaleider Massoed. Op 28 juni werd Boerhanoeddin Rabbani (*1940) van de Djamijati-Islam-partij, tot voorlopig president gekozen.*** Met de formele machtsovername in Kaboel was de situatie nog lang niet stabiel. Nu ontbrandde een strijd tussen de restanten van het regeringsleger en de Hezbi-Islam. Daarbij vielen duizenden doden. De wapenstilstand van 19 augustus was het sein voor een half miljoen inwoners van de hoofdstad om Kaboel te ontvluchten, uit angst voor wraak door de moslimrebellen. In november laaide de strijd in Kaboel weer op.

  1993 Van eind januari tot begin maart werd weer hevig gevochten in en om Kaboel, tussen moslim-guerilla's en vroegere regeringstroepen. Na het vredesaccoord van 7 maart werd Hezbi-Islam-leider Goelboeddin Hekmatiar (*1948) premier.

  1994 Na de breuk in de regeringscoalitie probeerden op 1 januari diverse partijen weer met geweld de volledige macht in en om Kaboel te krijgen: ten eerste de restanten van het voormalige regeringsleger (ondersteund door Rusland), de Hezbi-Islam van Hekmatiar (geholpen door Pakistan), en de mannen van de sjiïet Abdal Ali Mazari, die werd gesteund door Iran. Op 5 november presenteerde zich een nieuwe kandidaat: de fundamentalistisch-islamitische Taliban, die met belangrijke steun vanuit Pakistan de stad Kandahar veroverden.

  1995 Na enkele kleine militaire successen moest de regering medio februari Tsjar-Aiab prijsgeven aan de Taliban. Begin maart laaide de strijd om Kaboel weer op, waarbij aanvankelijk de sjiïeten en de Taliban werde teruggedrongen. In april bombardeerde de Russische luchtmacht een steunpunt van de Taliban in Talokan. De Taliban maakten de sjiïtische rebellen voorlopig onschadelijk door hun leider Ali Mazari te executeren.*** Aan het einde van het jaar brak hongersnood uit in Kaboel als gevolg van de blokkade door de rebellen. Onder hen bevonden zich veel Wahhabieten, moslimstrijders van buiten Afghanistan die door Saoedi-Arabië werden betaald. Onder hen bevonden zich veel Tsjetsjenen en Pakistanen.

  1996 Op 27 september veroverden de Taliban Kaboel. President Rabbani moest vertrekken. Oud president Nadzjiboella werd ter dood gebracht. De streng-islamitische wet Sjaria werd ingevoerd. Dat betekende dat alle vrouwen in het openbaar een volledige sluier moesten dragen, en niet meer buitenshuis mochten werken. Mannen mochten zich niet meer scheren. Muziek en dans werden verboden, evenals vliegeren en het in bezit hebben van foto's van personen.*** De macht van de Taliban was niet volledig: Guerillaleider Massoed had Kaboel verlaten, maar zette de strijd tegen de Taliban voort. De vroegere regering verbond zich met gematigde islamitische oppositiegroepen, zoals Hezbi Wahdat en Dostum.

  1997 De opmars van de Taliban leek onstuitbaar. Eind mei verdreven zij de verbannen regering van Rabbani uit de noordelijke hoofdstad Mazari-Sjarif. Maar Generaal Abdoel Malik, een bondgenoot van de Taliban, liep over naar de sjiïtische rebellen. In juli veroverde Massoed enkele streken ten noorden van Kaboel.*** Eind november sloot de taliban een verdrag met de VN over de uitroeiing van de papaverteelt.

  1998 In augustus veroverden de Taliban Mazari-Sjarif. In de dagen daarna vermoordden ze duizenden mensen, onder wie ook Iraanse diplomaten en een journalist. In october hadden de Taliban bijna het hele land in hun macht.*** De VS beschuldigden de Taliban van steun aan Osama bin Laden en bestookten de streek Chost met kruisraketten. Iran dreigde met een strafexpeditie uit wraak voor de moord op Iraanse burgers in Mazari-Sjarif. Op 20 juli zetten de Taliban de vertegenwoordigers van een dertigtal non-gouvernementele hulporganisaties het land uit.*** Bij een ernstige aardbeving in het Noordoosten kwamen meer dan 4000 mensen om het leven.

  1999 De VN-Veiligheidsraad nam in october resolutie 1267 aan, waarin strafmaatregelen tegen de Taliban werden mogelijk gemaakt, vanwege de geboden bescherming aan Osama bin Laden.*** In januari veroverde Achmed Sjah Massoed enkele streken in het Noorden en sloot kort daarop een overeenkomst met de Taliban over de verdeling van de macht.*** Het Oosten van het land werd getroffen door een aardbeving waarbij 30.000 mensen dakloos werden gemaakt.

  2000 De VN-Veiligheidsraad nam een nieuwe resolutie aan tegen de Taliban, nummer 1333, waarbij opnieuw om sancties tegen de Taliban werd geroepen vanwege hun steun aan het terrorisme en de productie en uitvoer van heroïne.

  2001 In maart bliezen de Taliban de grote Boeddha-beelden in Bamiyan op. Vanuit de hele wereld werd tegen deze barbaarse en zinloze daad geprotesteerd.*** In april maakte rebellenleider Massoed een rondreis door Europa om steun te vergaren voor zijn strijd tegen de Taliban. In september werd Massoed vermoord.*** Op 7 oktober, (de dag van de Maagd van de Rozenkrans, waarop in 1571 de Ottomaanse vloot bij Lepanto was verslagen door de Spaans-Venetiaans-Pauselijke vloot onder Don Juan van Oostenrijk), gelastte de president van de VS, George Bush jr., een grootscheepse aanval op de Taliban. Dit was bedoeld als vergelding voor de zelfmoordaanval op het World Trade Center in New York (11 september), waarbij tegen de 7000 personen werden gedood. De aanval werd toegeschreven aan de organisatie van Osama Bin Laden, maar harde bewijzen werden niet op tafel gelegd.