| Afghanistan 1919 - 2001 met medewerking van
Ton Biesemaat
|
|||
1918![]() |
|||
1919![]() |
Nationalistische Afghanen vonden dat
Emir Habiboella Chan (1872-1919) zich te gedwee opstelde tegen de Engelsen.
Engeland had Afghanistan de volledige onafhankelijkheid in het vooruitzicht
gesteld na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Op 2 februari werd de Emir door
anti-Engelse Afghanen vermoord. Zijn neef Amanoella Chan (1892-1960) volgde hem
op. Hij riep de onafhankelijkheid van Afghanistan uit, waardoor hij in conflict
kwam met de Engelsen. Deze Derde Engels-Afghaanse Oorlog eindigde met het
Verdrag van Rawalpindi (8 augustus). Daarbij erkende Engeland de volledige
onafhankelijkheid van Afghanistan, en werd het protectoraat opgeheven. Wel was
het Afghanistan verboden zelf wapens in te voeren. Het land had een oppervlakte
van 650.000 km2, en een bevolking van ongeveer 8 miljoen.*** Afghanistan was
diep verdeeld. Het was in wezen een willekeurige combinatie van volkeren en
stammen, die door toedoen van de Engels-Russische rivaliteit was ontstaan. Het
was bijna een hopeloze taak om deze lappendeken van talen en cuturen tot een
geheel te maken.*** Als eerste staat in de wereld erkende Afghanistan de Unie
van Socialistische Sovjetrepubieken (USSR). |
||
| 1920 | In Moskou werd een Afghaans-Turks
verdrag gesloten. Afghanistan erkende het Turkse leiderschap in de Islamitische
wereld. Turkse adviseurs zouden helpen bij de modernisering van Afghanistan,
vooral op het gebied van binnenlands bestuur en in militaire aangelegenheden.
Afghanistan en Turkije spraken af, geen verdragen met andere staten te sluiten
zonder met de ander te overleggen. |
||
| 1921 | In februari sloot Afghanistan een
vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie. De Sovjets verleenden tot 1924
jaarlijks hulp ter waarde van een half miljoen dollar. Met Engeland werd het
Verdrag van Kaboel gesloten, dat definitief een einde maakte aan de onderlinge
vijandschap. Wel eisten de Engelsen, dat de Sovjet-consulaten in Jalalabad en
Kandahar werden opgeheven en vervangen door Engelse. De Engelsen waren bang dat
de Sovjets het land zouden destabiliseren en zo een bedreiging zouden vormen
voor hun kolonie Indië. |
||
| 1922 | In Kaboel werd het eerste Afghaanse
museum opgericht. Een 40-tal jonge Afghanen reisde naar Duitsland om daar een
universitaire opleiding te volgen. |
||
| 1923 | Emir Amanoella riep zichzelf uit tot
koning en begon het land te moderniseren met een reeks ingrijpende hervormingen
op politiek, godsdienstig en maatschappelijk gebied. Afghanistan kreeg onder
andere een grondwet. |
||
| 1924 | In de provincie Host en enkele andere
streken in het zuidoosten braken opstanden uit tegen de hervormingspolitiek van
Amanoella. Het verzet richtte zich vooral tegen de emancipatie van vrouwen,
zoals de afschaffing van de sluier. Opening van een Duitstalige middelbare
school in Kaboel. |
||
| 1925 | Afghanistan werd tot koninkrijk uitgeroepen.*** De Franse archeologische expeditie onder leiding van Foucher ontdekte een groot aantal antieke beeldhouwwerken. |
||
| 1926 |
In het zomerpaleis
(Pagman) van de Emir werd een niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie
ondertekend. Met Duitsland kwam een vriendschapsverdrag tot stand. Duitse
technici waren al enkele jaren actief bij de opbouw van de infrastructuur. |
||
| 1927 |
Emir Amanoella begon een grote
buitenlandse reis naar Europa en het Midden-Oosten (Italië, Frankrijk,
Engeland, Duitsland, België, Zwitserland, Polen, Rusland, Egypte, Turkije
en Iran). |
||
| 1928 |
Uit het verzet tegen de hervormingen door moslimfundamentalisten en bevolkingsgroepen in de afgelegen bergstreken ontstond een burgeroorlog (november). Daarbij werd het koninklijk paleis in Djalalabad geheel verwoest.*** Het Afghaans-Turkse vriendschaps- en veiligheidsverdrag verving het eerdere verdrag van 1920. Koning Amanoella wilde Afghanistan moderniseren naar het voorbeeld van Atatürk, de man die van Turkije een moderne, seculiere staat had gemaakt. |
||
| 1929 |
Emir Amanoella trad af, werd
opgevolgd door zijn oudere broer Anajatoella (1888-), die na een paar dagen op
zijn beurt aftrad. Onder leiding van de Tadzjiek Batsjesaka namen
fundamentalistische moslims de macht in het land over (januari). Hij riep
zichzelf uit tot Emir Habiboella II en probeerde een pro-Engelse politiek te
voeren. Orde en rust werden in october met veel geweld en terreur hersteld door
Generaal Mohammed Nadir Sjah (1880-1933), een verre verwant van de 19de-eeuwse
leider Dost Mohammed. Batsjesaka werd terechtgesteld.*** De maatregelen van
Amanoella Chan om Afghanistan te moderniseren werden grotendeels teruggedraaid.
|
||
| 1930 | Generaal Nadir Chan onderdrukte in mei
een opstand van aanhangers van ex-koning Amanoella. |
||
| 1931 | Krachtens de nieuwe grondwet
(gebaseerd op die van 1923) werd Afghanistan een koninkrijk.*** In Kaboel werd
de Afghaanse Academie van Wetenschappen gesticht. |
||
| 1932 | In Kaboel werd de eerste universiteit
van het land geopend.*** Behalve een universiteit werd ook een militaire
academie opgericht, met onder andere Duitse docenten en adviseurs. De hogere
officieren kregen hun opleiding in Turkije. |
||
| 1933 | De broer van Generaal Nadir, Mohammed
Aziz (1875-1933) werd begin juni in Berlijn vermoord. Vier maanden later werd
Nadir zelf vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Mohammed Zahir Sjah
(1914-) *** Aan de universiteit in Kaboel werd een medische faculteit
opgericht. |
||
| 1934 | De V.S. verleenden Afghanistan de
volledige erkenning. |
||
| 1935 | |||
| 1936 |
Het Poesjtoe, de taal van de Pathanen
(de grootste bevolkingsgroep) werd in het hele land als officiële
landstaal ingevoerd. |
||
| 1937 | Samen met Iran, Irak en Turkije sloot
Afghanistan het Pakt van Saadaba, ook wel bekend als de "Entente van het
Oosten." Afghanistan probeerde zijn bondgenoten ervan te overtuigen dat de
hulp van Duitsland bij de bestrijding van het communistische gevaar uit de USSR
noodzakeljk was. |
||
| 1938 | De Staatsbank van Afghanistan werd
gesticht. *** In mei opende de Lufthansa een lijndienst tussen Berlijn en
Kaboel. |
||
| 1939 | Medio januari had opnieuw een opstand
plaats van aanhangers van Amanoella Chan. In augustus verleende Duitsland een
krediet van 50 miljoen Reichsmark voor de financiering van industrieprojecten.
|
||
| 1940 | Zahir Sjah kondigde de neutraliteit af
van zijn land in de Tweede Wereldoorlog. |
||
| 1941 |
Koning Zahir Chan bezweek voor de
sterke druk van Engelse en Sovjetrussische zijde en liet alle burgers van de
Asmogendheden het land uitzetten. In ruil hiervoor leverden de Engelsen en de
Sovjets flinke hoeveelheden goederen aan Afghanistan. |
||
| 1942 | Een technische en militaire missie uit
de VS arriveerde in het land. Daarmee kwam een grootscheeps hulpprogramma op
gang, vooral op het gebied van de infrastructuur (wegenaanleg, vrachtauto's).
|
||
| 1943 | Koning Zahir werd in ernstige
verlegenheid gebracht door de zogenaamde Fakir van Ipi (Hadzji Tabdalla Ali
Chan al Hadzjiboeti). Deze moslimleider liet de Groot Moefti van Jeruzalem
publiekelijk weten dat Engeland beschouwd moest worden als de grootste vijand
van de Islam, en dat goede Moslims alle hulp moesten bieden aan de
As-mogendheden.. |
||
| 1944 | |
||
| 1945 | |
||
| 1946 | Afghanistan werd toegelaten als lid
van de Verenigde Naties.*** Na een ambtsperiode van bijna zeventien jaar trad
eerste minister Sirdar Mohammed Chan af en werd opgevolgd door zijn broer
Sirdar Shah Chan. |
||
| 1947 | Afghanistan stemde in de algemene
vergadering van de Verenigde Naties tegen de toelating van Pakistan, omdat het
weigerde de zogenaamde Durand-linie van 1893 als grens tussen beide landen te
erkennen. |
||
| 1948 | |
||
| 1949 | Het Afghaanse parlement weigerde de
Durand-linie te erkennen als grens met Pakistan, waardoor een grensconflict met
dit land ontstond. De Afghaanse regering eiste autonomie op voor de in Pakistan
wonende Pathanen, een bevolkingsgroep die in Afghanistan zelf meer dan 40% van
de totale bevolking vormden. |
||
| 1950 | Op 4 januari, middens tijdens het
grensconflict met Pakistan, sloot Afghanistan met India een verdrag voor vrede
en eeuwige vriendschap. Met de VS werd een verdrag gesloten voor technische
hulp. Eind maart bracht de Afghaanse koning een officieel bezoek aan Iran. De
betrekkingen met (West)-Duitsland werden hersteld. Een groep van 20 Afghaanse
bursalen kwam naar de Bondsrepubliek voor een opleiding. *** De bevolking telde
ongeveer 12 miljoen personen. |
||
| 1951 | Afghanistan trad toe als lid van het
Colombo-plan, een groep van Aziatische en Stille Oceaanstaten die merendeels
tot het Britse Gemenebest behoorden. Via deze organisatie probeerden zij
sociale en economische ontwikkeling op gang te brengen.*** In januari
bombardeerde de Pakistaanse luchtmacht doelen in Afghanistan. |
||
| 1952 |
Sovjetrussische klachten over de hulp van de VS en de Verenigde Naties aan Afghanistan werden door de regering verworpen. | ||
| 1953 | Prins Mohammed Daoed, de zwager van
koning Zahir Sjah, werd benoemd tot eerste minister. De nieuwe premier wilde de
banden met de Sovjet-Unie versterken. Vice-President Richard Nixon van de VS
bracht een kort bezoek aan Afghanistan. |
||
| 1954 | De VS weigerden Afghanistan wapens en
militaire goederen te verkopen ter modernisering van de strijdkrachten. |
||
| 1955 | Premier Daoed zocht Sovjetrussische
hulp voor de bewapening en training van het Afghaanse leger. In december werd
het niet-aanvalsverdrag van 1931 uitgebreid. Tijdens een tussenstop op de
terugreis uit India beloofden de Sovjet-leiders Chroesjstsjof en Boelganin voor
100 miljoen dollar militaire hulp.*** Het conflict met Pakistan sleepte zich
voort, maar in mei accepteerden beide landen de bemiddeling van Egypte. |
||
| 1956 | De VS gaven snel technische hulp er
waarde van 2,5 miljoen dollar nadat bekend was geworden dat de Sovjet-Unie op
grote schaal hulp verleende bij de bouw van vliegvelden (januari-februari)
Daarop besloot de Sovjet-Unie op haar beurt weer tot hulp bij de bouw van
waterkrachtcentrales (augustus). |
||
| 1957 | De Sovjet-hulp aan Afghanistan kwam
grootscheeps op gang. De komende tien jaar bedroeg de hulp in totaal 1,5
miljard dollar. De hulp van de VS in dezelfde periode was ongeveer een derde
van dit bedrag. Ook de hulp uit West-Duitsland kwam op gang. Tot 1979 bedroeg
deze hulp 400 miljoen D-mark, waarmee de Bondsrepubliek op de derde plaats van
donorlanden stond. |
||
| 1958 | De president van de Sowjet-Unie bracht
een officieel bezoek aan Afghanistan. Ook de Turkse president bezocht het land.
|
||
| 1959 | De vrouwenemancipatie maakte
belangrijke vorderingen: de sluier werd niet langer verplicht gesteld, vrouwen
mochten gaan studeren en de eerste vrouwen namen een baan buitenshuis.***
VS-president Dwight Eisenhower bracht een officieel bezoek aan Afghanistan.
|
||
| 1960 |
Op 26 mei diende Afghanistan bij de
Pakistaanse regering een officieel protest in tegen de schending van het
Afghaanse luchtruim door een vliegtuig van de VS-luchtmacht dat was
gestationeerd op een Pakistaanse luchtmachtbasis. In maart werd een verdrag
voor culturele uitwisseling met de Sovjet-Unie ondertekend. |
||
| 1961 | Het conflict met Pakistan verscherpte
zich. Na een gewelddadig grensincident bombardeerde de Pakistaanse luchtmacht
Afghaanse doelen, waarbij ook doden vielen (mei). Eind augustus sloot Pakistan
de Afghaanse grens. In october voerden 500 Afghaanse soldaten een aanval uit op
Pakistaanse grenstroepen. Ook hierbij vielen doden. |
||
| 1962 | De Sjah van Perzië bood zijn
bemiddeling aan in het Afghaans-Pakistaanse grensconflict en reisde naar
Kaboel. |
||
| 1963 | Doordat de grens met Pakistan lange
tijd gesloten bleef, raakte Afghanistan steeds sterker afhankelijk van de
Sovjet-Unie voor zijn handel met het buitenland. In maart zag premier Daoed
Chan zich daardoor genoodzaakt af te treden. Hij werd opgevolgd door Mohammed
Joesoef, de eerste premier die geen lid was van de koninklijke familie. Daarop
matigde Pakistan zijn positie en stelde de grens tenslotte weer open. Na
ondertekening van het verdrag van Teheran werde de diplomatieke betrekkingen
met Pakistan hersteld.*** Koning Zahir bracht een officieel bezoek aan de VS.
|
||
| 1964 | Krachtens de nieuwe grondwet kreeg de
koning uitgebreide bevoegdheden. |
||
| 1965 | In september en october vonden de
eerste landelijke parlementsverkiezingen plaats. Burgers van 21 jaar en ouder
mochten stemmen. Babrak Karmal (1929-1996), kandidaat en mede-oprichter
(januari) van de Afghaanse Communistische Partij, werd in het parlement
gekozen. Mohammed Joesoef werd eerste minister.*** Met China werd een
grensverdrag gesloten. |
||
| 1966 | In april bracht de Chinese president,
Liu-Shao-Sji een officieel bezoek aan Afghanistan. |
||
| 1967 | Met de Sovjet-Unie werd een verdrag
getekend voor de exploitatie van aardgas.*** Er vonden grote
studentendemonstraties plaats tegen de regering. |
||
| 1968 | Temidden van groeiende politieke
onrust (studentendemonstraties) kreeg Afghanistan bezoek van de president Tito
van Joegoslavië, de Turkse president, en van de Franse premier en de
West-Duitse bondskanselier Kurt Georg Kiesinger. Afghanistan bood bemiddeling
aan bij de normalisering van de Westduitse betrekkingen met de Arabische
wereld. |
||
| 1969 | Bij de tweede algemene verkiezingen
werden de communisten Babrak Karmal en Hafizoella Amin in het parlement
gekozen. Noer Achmed Amin werd weer premier. |
||
| 1970 | Vanuit islamitische hoek groeide het
verzet tegen de regeringspolitiek van toenemende verwestersing. |
||
| 1971 | Begin van een grote droogte, waardoor
een hongersnood werd veroorzaakt, die tot 1973 het leven kostte aan 80 000
personen. |
||
| 1972 | Mohammed Moessa werd benoemd tot
eerste minister. |
||
| 1973 | Tijdens de reis van de koning naar het
buitenland (voor medisch onderzoek) leidde Mohammed Daoed (1909-1978), een neef
van de koning een staatsgreep. Via de radio liet hij op 18 juli weten dat
Afghanistan een republiek was. De grondwet van 1964 werd buiten werking
gesteld, en Daoed werd voorzitter van de voorlopige regering en de
revolutionaire raad. De staatsgeep steunde sterk op linkse officieren. |
||
| 1974 | De UNESCO plaatste Herat op de lijst
van het werelderfgoed. |
||
| 1975 | Volgens de nieuwe grondwet werd
Afghanistan een éénpartijstaat.*** Het land werd geplaagd door
opstanden van fundamentalistische moslims, ten dele ondersteund door de
Pakistaanse regering. |
||
| 1976 | Bij een verdrag tussen Iran,
Afghanistan en Pakistan erkende Afghanistan de Durand-linie als grens met
Pakistan.*** Een staatsgreep van generaal Mir Achmed Sjah mislukte. |
||
| 1977 | Volgens de nieuwe grondwet werden
politieke partijen verboden.*** Met de Sovjet-Unie werd een handelsverdrag
gesloten met een looptijd van dertig jaar. De innige samenwerking met de USSR
was echter niet naar de wens van Daoed, die daarom probeerde de banden met
islamitische landen (Saoedi-Arabië, Egypte, Koeweit, Iran) te versterken.
|
||
| 1978 | Na de moord op Mir Akbar Kaiber
(1925-1978) ontstond grote politieke onrust. Kaiber verzette zich tegen
Sovjet-plannen om een grotere greep te krijgen op Afghanistan en werd door de
Sovjets uit de weg geruimd. Op 27 april deed het leger een staatsgreep, waarbij
ruim 3000 personen werden gedood. Enkele dagen later werd Noer Mohammed Taraki
(1917-1979), van de Chalk (volkspartij) president: bedrijven werden
genationalsieerd, landhervormingen doorgevoerd. Schulden van kleine boeren aan
grootgrondbezitters werden kwijtgescholden. In de provincie Noeristan brak
opstand uit. Babrak Karmal werd benoemd tot ambassadeur in Praag. Een
machtsgreep van zijn bondgenoten mislukte. President Taraki was zeer
afhankelijk van Sovjet-adviseurs.*** In december werd een verdrag voor
vriendschap en samenwerking met de Sovjet-Unie gesloten. |
||
| 1979 | Eind maart werd Amin benoemd tot
premier. Op 14 september pleegde hij met Sovjet-hulp een staatsgreep, waarbij
president Taraki door Sovjet-commando's werd vermoord. In zijn plaats werd
Babrak Karmal geïnstalleerd. In augustus waren al 5000 Sovjet-troepen in
het land gearriveerd ter ondersteuning van het regime, dat werd bedreigd door
fundamentalistische moslims. Bij een opstand in Herat, in maart, kwamen 30.000
mensen om het leven. Sommige rebellen (sjiïeten) werden gesteund door
Ajatolla Chomeini, de Iraanse machthebber. Vanwege de harde repressie van de
Sjiïeten (merendeels Turkmenen, een minderheid in Afghanistan) kwam de
samenwerking met de communisten ten einde. Op 24 december kwamen (op
uitnodiging van Babrak Karmal en op grond van het vriendschapsverdrag) ruim
40.000 Sovjet-soldaten het land binnen (onder andere van de 105e luchtmobiele
divisie). De reden voor de invasie was dat de USSR geen progressief en
nationalistisch regime aan de grens wilde, uit angst dat de beweging zou
overslaan naar de Centraal Aziatische Sovjetrepublieken.*** De bevolking
bedroeg ongeveer 16 miljoen.*** De populairste artiest van het land, de zanger
Ahmad Zahir (1946-1979) kwam om het leven bij een verkeersongeluk. Volgens
velen was zijn dood het werk van de geheime dienst. |
||
| 1980 | Terwijl de sterkte van de
Sovjet-troepen gestaag werd opgevoerd, begon ook het verzet tegen hun
aanwezigheid in de vorm van een guerilla. Eind februari had er een grote
opstand plaats in de bazar van Kaboel, waarbij 500 mensen werden gedood. |
||
| 1981 | In juni werd sultan Ali Kesjtmand
(*1936) benoemd tot premier. De beslissing van de regering om reservisten op te
roepen, leidde tot grote protestdemonstraties in Kaboel.*** In januari waren er
al 115.000 man Sovjet-troepen in het land.*** Ongeveer een miljoen Afghanen
waren naar Pakistan gevlucht. |
||
1982![]() |
In het voorjaar begonnen de
Sovjet-troepen en het regeringsleger mat matig succes een groot offensief tegen
de rebellen, ten Noordoosten van Kaboel. Daarbij werden 20.000 man ingezet.
Eind october lokten de rebellen een Sovjet-colonne in een hinderlaag: in de
Salangtunnel op 3000 meter hoogte kwamen daardoor 700 Sovjetsoldaten en 100
burgers om het leven.*** Afghanistan schonk de USSR de 200 kilometer lange
Wachan-corridor, de smalle strook grondgebied in het Noordoosten van het land.
|
||
| 1983 | De Franse arts Philippe Augoyard, die
de rebellen hielp, werd gevangengenomen tot acht jaar gevangenis veroordeeld.
Na een paar maanden kreeg hij gratie. |
||
| 1984 | Eind april begonnen de Sovjets een
groot offensief in Pansjir.*** De VN stuurde een onderzoeksteam naar
Afghanistan om de schendingen van mensenrechten te onderzoeken.*** De VS
verleenden voor ca. 250 mljoen dollar hulp aan de rebellen. |
||
| 1985 | De Sovjet-troepensterkte in
Afghanistan bedroeg 150 000 man. Een aantal Tadzjiekse Sovjetsoldaten begon in
januari een muiterij, waarbij tientallen doden vielen.*** De militaire hulp van
de VS aan de rebellen verdubbelde bijna (tot 470 miljoen dollar).*** Ongeveer 2
miljoen Afghanen bevonden zich als vuchteling in Iran. |
||
| 1986 | Wegens zijn slechte gezondheid moest
Babrak Karmal aftreden als partijleider (mei) en enkele maanden later ook als
president. In de laatste functie werd hij opgevolgd door Mohammed Nadzjiboella
(*1947).*** De oorlog ging onverminderd door. Op 8 december bombardeerde de
Sovjet-luchtmacht de stad Kandahar (450 doden). De VS leverden draagbare
Stinger luchtdoelraketten, waarmee de rebellen Sovjet-helicopters neer konden
halen. |
||
| 1987 | In de hoop door verzoening een
oplossing te forceren voor de slepende burgeroorlog kondigde president
Nadzjiboella in januari een eenzijdig staakt-het-vuren af. Het was geen
succes.*** De nieuwe grondwet stelde ook niet-communisten in staat, aan de
politiek deel te nemen.*** Er waren inmiddels tussen de 3,5 en 5 miljoen
Afghaanse vluchtelingen in Pakistan. |
||
| 1988 | Op 14 maart werd in Genève een
akkoord bereikt over de terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Afghanistan.
Aan de onderhandelingen namen deel Afghanistan, de USSR, de VS, en Pakistan. De
rebellen verwierpen alle voorwaarden. Op 10 augustus begon de terugtocht van de
Sovjets, maar zij werden alsnog aangevallen door de rebellen.*** De Sovjet-Unie
probeerde een terugkeer te bewerkstelligen van de in 1973 verdreven koning
Zahir.*** Op 11 februari werd de bekende dichter Said Bahaoeddin Mazjroe
vermoord. |
||
1989![]() |
De rebellen trokken zich niet veel aan
van de eenzijdige wapenstilstand die President Nadzjiboella eind 1988 had
afgekondigd. Op 15 februari verlieten de laatste Sovjet-troepen het land.
Tijdens de veldtocht in Afghanistan waren 14.000 soldaten gedood en 35.000
gewond. Er waren 1,25 miljoen Afghanen gedood tijdens de oorlog, waarvan 80%
burgers. De oorlog had de USSR per jaar tussen de 2 en 3 miljard dollar
gekost.*** Op 18 februari kozen de rebellen Achmed Sjah tot staatshoofd. |
||
| 1990 | In de burgeroorlog hielden de beide
partijen elkaar zo ongeveer in evenwicht. In een poging tot staatsgreep liet
minister van defensie Generaal Sjah Nawaz Tanai het presidentspaleis in Kaboel
bombarderen, waarbij enkele honderden doden vielen. Vervolgens vluchtte hij
naar Pakistan.*** Begin mei werd de noodtoestand opgeheven. |
||
1991![]() |
De Russische regering probeerde
contact te leggen met de rebellen, en nodigden Sibgatulla Modjadeddi, leider
van de voorlopige regering (in ballingschap in Pakistan) uit voor een bezoek
aan Moskou (september). Rusland en de VS spraken met elkaar af, met ingang van
1992 geen wapens meer te leveren aan de strijdende partijen.*** Nadat ex-koning
Zahir op 4 september in zijn ballingsoord Rome door een Portugese fanaticus was
neergestoken (maar niet vermoord), vond op 13 september een grote
koningsgezinde demonstratie plaats in Kaboel. |
||
| 1992 | Op 15 april, een dag voordat de
rebellen Kaboel binnentrokken, dwong generaal Hatif president Nadzjiboella tot
aftreden en nam zijn functie over. Op 28 april keerde Sibgatulla Modjadeddi
terug uit Pakistan, nadat enige dagen tevoren de islamitische oppositie in het
Pakistaanse Peshawar een grote coalitie hadden gesloten. Toch waren onder de
rebellen in Afghanistan zelf de leden van de Hezbi-Islam in een verwoede strijd
verwikkeld met de aanhangers van de charismatische guerillaleider Massoed. Op
28 juni werd Boerhanoeddin Rabbani (*1940) van de Djamijati-Islam-partij, tot
voorlopig president gekozen.*** Met de formele machtsovername in Kaboel was de
situatie nog lang niet stabiel. Nu ontbrandde een strijd tussen de restanten
van het regeringsleger en de Hezbi-Islam. Daarbij vielen duizenden doden. De
wapenstilstand van 19 augustus was het sein voor een half miljoen inwoners van
de hoofdstad om Kaboel te ontvluchten, uit angst voor wraak door de
moslimrebellen. In november laaide de strijd in Kaboel weer op. |
||
| 1993 | Van eind januari tot begin maart werd
weer hevig gevochten in en om Kaboel, tussen moslim-guerilla's en vroegere
regeringstroepen. Na het vredesaccoord van 7 maart werd Hezbi-Islam-leider
Goelboeddin Hekmatiar (*1948) premier. |
||
| 1994 | Na de breuk in de regeringscoalitie
probeerden op 1 januari diverse partijen weer met geweld de volledige macht in
en om Kaboel te krijgen: ten eerste de restanten van het voormalige
regeringsleger (ondersteund door Rusland), de Hezbi-Islam van Hekmatiar
(geholpen door Pakistan), en de mannen van de sjiïet Abdal Ali Mazari, die
werd gesteund door Iran. Op 5 november presenteerde zich een nieuwe kandidaat:
de fundamentalistisch-islamitische Taliban, die met belangrijke steun vanuit
Pakistan de stad Kandahar veroverden. |
||
| 1995 | Na enkele kleine militaire successen
moest de regering medio februari Tsjar-Aiab prijsgeven aan de Taliban. Begin
maart laaide de strijd om Kaboel weer op, waarbij aanvankelijk de sjiïeten
en de Taliban werde teruggedrongen. In april bombardeerde de Russische
luchtmacht een steunpunt van de Taliban in Talokan. De Taliban maakten de
sjiïtische rebellen voorlopig onschadelijk door hun leider Ali Mazari te
executeren.*** Aan het einde van het jaar brak hongersnood uit in Kaboel als
gevolg van de blokkade door de rebellen. Onder hen bevonden zich veel
Wahhabieten, moslimstrijders van buiten Afghanistan die door
Saoedi-Arabië werden betaald. Onder hen bevonden zich veel Tsjetsjenen en
Pakistanen. |
||
| 1996 | Op 27 september veroverden de Taliban
Kaboel. President Rabbani moest vertrekken. Oud president Nadzjiboella werd ter
dood gebracht. De streng-islamitische wet Sjaria werd ingevoerd. Dat betekende
dat alle vrouwen in het openbaar een volledige sluier moesten dragen, en niet
meer buitenshuis mochten werken. Mannen mochten zich niet meer scheren. Muziek
en dans werden verboden, evenals vliegeren en het in bezit hebben van foto's
van personen.*** De macht van de Taliban was niet volledig: Guerillaleider
Massoed had Kaboel verlaten, maar zette de strijd tegen de Taliban voort. De
vroegere regering verbond zich met gematigde islamitische oppositiegroepen,
zoals Hezbi Wahdat en Dostum. |
||
| 1997 | De opmars van de Taliban leek
onstuitbaar. Eind mei verdreven zij de verbannen regering van Rabbani uit de
noordelijke hoofdstad Mazari-Sjarif. Maar Generaal Abdoel Malik, een bondgenoot
van de Taliban, liep over naar de sjiïtische rebellen. In juli veroverde
Massoed enkele streken ten noorden van Kaboel.*** Eind november sloot de
taliban een verdrag met de VN over de uitroeiing van de papaverteelt. |
||
| 1998 | In augustus veroverden de Taliban
Mazari-Sjarif. In de dagen daarna vermoordden ze duizenden mensen, onder wie
ook Iraanse diplomaten en een journalist. In october hadden de Taliban bijna
het hele land in hun macht.*** De VS beschuldigden de Taliban van steun aan
Osama bin Laden en bestookten de streek Chost met kruisraketten. Iran dreigde
met een strafexpeditie uit wraak voor de moord op Iraanse burgers in
Mazari-Sjarif. Op 20 juli zetten de Taliban de vertegenwoordigers van een
dertigtal non-gouvernementele hulporganisaties het land uit.*** Bij een
ernstige aardbeving in het Noordoosten kwamen meer dan 4000 mensen om het
leven. |
||
| 1999 | De VN-Veiligheidsraad nam in october
resolutie 1267 aan, waarin strafmaatregelen tegen de Taliban werden mogelijk
gemaakt, vanwege de geboden bescherming aan Osama bin Laden.*** In januari
veroverde Achmed Sjah Massoed enkele streken in het Noorden en sloot kort
daarop een overeenkomst met de Taliban over de verdeling van de macht.*** Het
Oosten van het land werd getroffen door een aardbeving waarbij 30.000 mensen
dakloos werden gemaakt. |
||
| 2000 | De VN-Veiligheidsraad nam een nieuwe
resolutie aan tegen de Taliban, nummer 1333, waarbij opnieuw om sancties tegen
de Taliban werd geroepen vanwege hun steun aan het terrorisme en de productie
en uitvoer van heroïne. |
||
| 2001 | In maart bliezen de Taliban de grote Boeddha-beelden in Bamiyan op. Vanuit de hele wereld werd tegen deze barbaarse en zinloze daad geprotesteerd.*** In april maakte rebellenleider Massoed een rondreis door Europa om steun te vergaren voor zijn strijd tegen de Taliban. In september werd Massoed vermoord.*** Op 7 oktober, (de dag van de Maagd van de Rozenkrans, waarop in 1571 de Ottomaanse vloot bij Lepanto was verslagen door de Spaans-Venetiaans-Pauselijke vloot onder Don Juan van Oostenrijk), gelastte de president van de VS, George Bush jr., een grootscheepse aanval op de Taliban. Dit was bedoeld als vergelding voor de zelfmoordaanval op het World Trade Center in New York (11 september), waarbij tegen de 7000 personen werden gedood. De aanval werd toegeschreven aan de organisatie van Osama Bin Laden, maar harde bewijzen werden niet op tafel gelegd. | ||